Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

The Trip to Thailand in 1986

 

 

Previous
Java Sukamade
Java Bromo
Java Padanganan
Java Yokja
Sulawesi Overland
Sulawesi Toraja
Sulawesi Tanah Biru
Komodo
Sumatra
Thailand
Australie en Nieuw Zeeland
India

For English click right

In 1986 we ( Dolf and Carin )
made our second trip together:
8 Weeks, starting in Thailand:
via Bangkok and Koh Samui
to the Golden Triangle,
On to Malaysia and via Penang
to Sumatra:
Medan, Lake Toba,
Bukittingi, Menangkabau,
Padang
and with the Pelni Line to Jakarta

“t Was bijna kerst en we gingen op reis,
de eerste reis met Carin,
die nooit verder dan Spanje was geweest
en gewend was om voor het hotel waar ze werkte,
naar beurzen en zo te gaan,
met een beautycase vol met schoonheidsidealen
en een samsonite met heel veel mooie kleren.
Dat zou nu anders worden,
want we gingen backpacken
en zouden acht weken wegblijven.
We hadden ieder een nieuwe rugzak gekocht,
geen mooie maar handige,
en pakten ieder onze eigen spullen
Haar stapel was drie maal groter dan de mijne
En nadat we afgesproken hadden
dat ieder het zijne zou dragen
werd haar stapel iedere dag wat kleiner
maar nog steeds teveel....
We zouden eerst naar Thailand gaan en vlogen naar Bangkok,
toen we landden lag de rode loper uit,
en geen kleintje wel honderd meter lang,
erlangs stonden militairen in ’t gelid,wel honderden s
en er speelde ook een kapel,
we waren blij verrast,
zoiets hadden we niet verwacht,
we waren gelijk in de stemming,
er stapte iemand uit
en alle militairen presenteerden hun geweer,
dat was nog eens een onthaal,
maar wij mochten er niet uit,
het vliegtuig steeg weer op
en wij begrepen er niets van,
later hoorden wij dat we samen met koningin Poemie hadden gereisd,
alleen zal zij wat ruimer gezeten hebben..
De eerste week bleven we in Bankok en Pattaya om te acclimatiseren
’t was Carin’s eerste tropenervaring
en ze viel van de ene verbazing in de andere,
ik ook, want ik was ook nog nooit in Thailand geweest.
Een prachtig hotel
met alle luxe die je maar kunt bedenken
en een ontzettend leuke bediening.
We verbaasden ons over het verkeer,
tuk tuk’s,kermisachtige vrachtauto’s,
fraai beschilderd,open bussen , noem maar op
en alles krioelde door elkaar
Op de machtige Mekongrivier
dreven reusachtige velden groentesoep,de waterhyacint,
lange slierten binnenvaartschepen,getrokken door oude stoombootjes,
de watertaxi’s,die zo snel aan land kwamen en weer wegvoeren,
dat je bijna de boot miste.
Het koninklijk paleis van goud,
de gouden tempels,
de Weekend Market met al het tropische fruit
en groenten en bloemen
en de sprinkhanen,de slangen,de kikkers,krekels,vleermuizen,hagedissen,
alle soorten vogels enzovoort..
de nephorloges voor een krats,
Chinatown met zijn chinezen en hun handel,
De floting market met zijn honderden bootjes
met groenten en fruit,
de oranje monniken die s’morgens langs de deur gingen
om aalmoezen te vragen,
de grote lobsters thermidore s’avonds bij het diner,
de gebakken sprinkhanen
die Carin probeerde en lekker vond,
de hoertjes in Pat Pong die met scheermesjes speelden,
de body to body massage salons
waar hele rissen vrouwtjes
achter glazen ramen zaten televisie te kijken,
waardoor het leek alsof ze jou aankeken,
we zochten er twee uit en gingen met z’n allen naar boven,
eerst de massage in het zeepschuim
en toen vroegen ze of we het met hen
of met elkaar wilden doen,
we deden het op het tenslotte maar samen ....
De honderdduizenden hoertjes in Pattaya,
die allemaal aan hoefijzervormige bars aan de straat
zaten te koekeloeren
De olifanten shows,

de travestietenvoorstellingen,
het was een orgie aan indrukken die eerste week..

Het werd nu tijd om te gaan backpacken,
het luxe leventje was gedaan,
we gingen nu naar het echte Thailand
en we zochten een guesthouse op
en Carin viel van vijf sterren naar de bodem van het klassement
in een keer,
boem.
En voor het eerst had zij haar eigen rugzak gedragen,
van de bus naar het guesthouse,
vijfhonderd meter
en ze was doodmoe
en erg bezweet
en ze zei niks...
Het echte avontuur was begonnen.
We hadden een kamertje voor ons alleen
en een bathroom voor ons allen,
scheren kon je in de eetzaal,
want daar was een wastafeltje met een spiegeltje.
Het koste tien gulden met ontbijt
En voor het eerst zagen we mensen van onze eigen doelgroep,
mensen uit heel de wereld en van jong tot oud.
En iedereen had zijn eigen belevenissen
en het was s’avonds stik gezellig
en we luisterden mee
en leerden veel..
Er was maar weinig privacy,
als je s’nachts moest plassen,
stond er soms een te douchen,
als je zat te poepen,moest er iemand ook
en dan ging die naast je staan wachten,
tussen de kakkerlakken..
maar Carin leerde snel
en had ons kamertje allang weer gezellig gemaakt.
Er kwmen een paar dolle,uitgelaten fransen binnen
een prachtige grote vrouw in een zwarte japon
tot aan de grond
met een enorme flambouw op haar hoofd
met twee jonge mannen
en ze vroegen naar de lift...

Het was de tiende dag en we hadden besloten naar Chiang Mai te gaan
zevenhonderd kilometer naar het noorden,
alle travellers namen de nachttrein,
maar wij wilden veel zien en namen de dagbus,
niet makkellijk op het busstation
waar alles alleen in het thais aangegeven stond.
Maar uiteindelijk zaten we dan,
voor ons zat een lief chinees manneke,
zijn stoel ging stuk
en de rest van de twaalf uur durende reis
zat ie bijna bij ons op schoot,
We raakten buiten de stad
en kwamen tussen de rijstvelden terecht
en dat bleef zo twaalf uur lang,
dezelfde lange tijd stond er een kong fu film
op het scherm,
met het geluid zo hard als het kon
en langzaam begonnen we te begrijpen,
waarom de anderen
allemaal de nachttrein hadden genomen.
Bijna dood en gesmolten
kwamen we in Chiang Mai aan
en namen we onze intrek in My Way,
ons guesthouse voor de komende tijd

en de volgende dag vierden we Carin’s verjaardag.
Chiang Mai is de oudste stad van Thailand
uit de dertiende eeuw
Met een heerlijk klimaat,
overdag niet al te heet en s’avonds heerlijk koel.
Rustig en minder hectisch dan Bangkok.
We zouden een Hill Tribe gaan maken
en zochten naar een goede gids
en vonden er een,hij nam ons mee in een gehuurde auto
en liet ons de huisindustrieen van de streek zien,zilverfabriekjes,meubelmakers,
parasolmakers,laquwear,
en zijde weverijen,
waar Carin een prachtige lap kocht

 

 

 

 

 

 
en er een jurk van liet maken,voor haar verjaardag,
de volgende dag klaar en ze leek wel een koningin. .
Ze verstond steeds meer de verleiding om iets te kopen
in verband met het transport..
s’Avonds het vrouwtje nog een keer verwend,
je kon hier prachtige klederdrachtjurken kopen
met bijpassende sierraden
en ik had beloofd dat het in mijn bagage mocht.
Dolle pret,steeds weer terug voor iets aanvullends,
op ’t laatst was ze helemaal opgetuigd.
Kompleet met tasjes haarband en sierraden.
Inkopen voor de trekking gedaan en klaar voor het volgende avontuur.
Vijf australiers,een brit,een amerikaan,
een israelier en wij
en de gids en z’n drager,met z’n twaalven waren we.
Bepakt en gezakt,met veldfles zelfs
gingen we in een open vrachtwagentje op weg.
Na anderhalf uur rijden werden we gedropt
en gingen gelijk de bush in,
achter de gids aan te voet,
als ganzen achter elkaar.
we zagen onze eerste slang,
brengt geluk zei de gids
en we klommen omhoog de bergen in,
na de eerste klim gaf Carin het op,
ik heb toch te hoog gegrepen,
kreunde ze, nat van’t zweet,
ik nam haar rugzak over
en zag er nu van voren net zo uit als van achteren,
ik had dit verzonnen dus ik hield me groot..
We vroegen de gids om in het begin
het tempo wat te verlagen
totdat we “ingelopen “ zouden zijn
en zo ging het wat beter.
De eerste stop was in een K.M.T. dorp,
hier woonden chinezen van de Komingtang,
die niet met Sjang Kai Sjek naar Taiwan gevlucht waren
voor Mao’s rode leger..
Raht en Sjat zo heette onze aanvoerders
hadden alles voor vijf dagen bij zich,
behalve de rijst die konden ze onderweg kopen
en elke keer als we voor een maaltijd stopten
werd ons eten bereid bij een familie in huis
op hun eeuwig brandende vuurtje.
Na twee uur rust sjokten we weer verder
.De groep was al snel verdeeld,
de vijf australiers en de rest,
de vijf zouden zich de hele reis afzijdig houden,
ze waren teveel in zichzelf gekeerd
en gingen eigenlijk alleen maar mee
om opium te snuiven
zoals later bleek..
Elke stap die je zette moest je goed overdenken,
er waren diepe afgronden
en smalle bobbelige paadjes,
na een paar uur kwamen we aan bij de yaho’s
een tribe die oorspronkelijk uit Yunnan, China komt.
Onvergetelijk een totaal andere wereld
van vrede,vriendelijkheid en een decor
waar Pieter Breughel jaloers op zou zijn geweest..
kippen,varkens en honden liepen in het rond,
de mensen waren schitterend uitgedost
en hadden behalve hun kleding en hun sierraden
niets meer dan een vuurtje,water,rijst,een zelfgemaakte lepel van een vrucht
een of twee ouwe pannen een soort veger
en een bladerdak boven hun hoofd,
er was geen licht
en om zes uur was het stikdonker
en werd het koud.
De varkens en de honden voeden zich met onze uitwerpselen
en we moesten echt oppassen
als we gingen zitten in de bush
want ze hapten bijna de poep van je kont
Wij keken even verbaasd naar deze mensen als zij naar ons..
Het was echt een kijkspel en een aftasten,
de meisjes en de vrouwen zijn van top tot teen versierd,
alle kinderen dragen hun broertje
of hun zusje op hun rug
en ze spelen met elkaar zonder ruzie om speelgoed
want dat hebben ze niet..
Raht ging koken in de hut die blauw zag van de rook,
wij zaten op de bedden van bamboe
met de kinderen te zingen
en na het eten kwam de opiumman
iedereen behalve de gidsen en wij
gingen aan de pijp
en wij vielen in slaap op onze “plank”.
in de blauwe rook..
In het pikke donker werden we gewekt door hanegekraai,
ze zaten in een mand naast ons bed
en we schrokken ons rot,

 

 

 

 

het was vijf uur
en alle vrouwen waren al in de weer
met het vuur en de rijst.
Honger maakt rauwe bonen zoet
dus toen we een slappe deegkoek
in een bananenblad aangereikt kregen
aten we hem toch maar op.
Gewapens met een stok naar het toilet in de bush,
dat door de varkens alweer keurig op orde was gebracht.
Iedereen in het dorp wat op de top van een berg lag,
was druk bezig met de nieuwjaarsviering,
die twee dagen zou duren.
Nagenoeg alle kippen waren voor negen uur al vermoord,
ook in onze hut,
een mocht nog blijven leven
de andere werd aan Buddha geofferd
op een altaartje van papier,
geplukt en wel en er werden wierrookstokjes
in zijn bast gestoken
en weldra rook het zalig..
Een dik zwijn had ook het loodje gelegd
en zijn bloed werd afgetapt,
zijn haren erafgeschroeid
en verder dorsten we haast niet meer te kijken,
want een paar van onze groep werden op een “appetizer” getracteerd,
een stukje rauw vlees wat ze “sopten” in iets anders van het zwijn ,
eet smakelijk..
De vrouwen legden de laatste hand aan de nieuwe kleding,want eens per jaar
wordt iedereen in het “nieuw” gestoken.
Een schitterend gezicht al die felle kleurtjes
en die kraaltjes,alle kinderen gingen in bad
en er kwamen familieleden
van buiten het dorp op bezoek.
Ik had een belleblaassetje meegenomen
en begon het te demonstreren aan de kinderen,
dolle pret ieder vocht om de wegwaaiende belletjes,
pijpjes uitgedeeld en nu konden ze het zelf..

We gingen weer op pad en het was weer een zware klim,
we gingen alsmaar hoger de bergen in door een schitterend landschap
en kwamen in de namiddag aan in een Karendorp,
deze mensen komen uit Birma
en vechten daar voor hun eigen staat,
alle kindertjes hadden witte jurkjes aan
en het was een brandschoon dorpje
zonder honden en varkens

we konden dus zonder stok naar het toilet,
ook de keukens waren gescheiden
van het slaapvertrek,
dus slapen zonder rook..
s’Avonds na het eten werd er weer gezongen
met de kinderen,
het was een heerlijke sfeer,
allemaal blije gezichtjes
en ze zongen de sterren van de hemel,
opeens gingen ze allemaal staan in hun witte jurkjes
en toen klonk er in die tropennacht
in dat schamel door wat kaarsjes verlichte hutje
“Stille nacht Heilige nacht” .
Het bleken christenen te zijn
en het was kerst avond
daar hadden we niet eens bij stil gestaan...

De volgende dag weer verder omhoog
ieder van ons had nu een stok bij zich
want de honden hoorden ons al van verre
en kwamen dan in grote getalen
woest op ons afrennen.
Er was hier veel hondsdolheid
dus we waren best wel een beetje bang.
We begonnen aan het lopen te wennen,
hoewel steeds nog omhoog,
werden we gaandeweg wat minder moe
en ook met Carin ging het al wat beter.
Als de KMt’ ers een dode in het dorpje hadden
werden alle huizen met elkaar verbonden
door witte linten,
we zijn veel van deze dorpjes gepasserd
en ze hadden allemaal witte linten...
s’avonds in een Akha dorpje aangekomen,
de mensen met de kleurrijkste klederdracht,
zoals we er in Chiang Mai
ook een aangeschaft hadden.
De opiumman kwam elke nacht,
waar we ook sliepen op bezoek
en elke keer gingen de australiers
er weer voor liggen ,
de hele nacht lang,
geen wonder dat er overdag
geen woord over hun lippen kwam
en ze er als zombie’s bijliepen..

We waren heel benieuwd want men vertelde

 

 

 

 

 

dat de meisjes er vrije seks op na hielden,
alleen moest je wel tegen de lucht kunnen ,
want ze wasten zich nooit..
Dus daar begonnen we maar niet aan.
We zagen veel vrouwen met bamboekokers op hun rug de berg op en afdalen,
ze liepen het hoogteverschil waar wij drie dagen over gedaan hadden
via een steile route tweemaal per dag,want boven op de tweeduizend meter
waar we ons nu bevonden,was geen water...

We kwamen bij de opiumvelden aan de “Poppy fields”.
Prachtige papavervelden ze stonden juist in bloei
zover als het oog reiken kon,
een halve kilo heroine bleef er van een hectare over
en daar kon een familie dan een jaar schamel van leven.
De regering deed er alles aan
om de boeren tot andere gewassen te bewegen,
maar een kilo heroine op een muilezel
is zo in de stad,maar duizend kilo koffie wordt wat moeilijker,
want wegen zijn hier niet,
alles gaat over de smalle bergpaadjes naar beneden
een rare gewaarwording als je tussen die bloemen staat,
waar s’werelds heroine van gemaakt wordt en wat overal verboden is,
niemand weet hier zogenaamd van deze velden af
want ook in Thailand staan er strenge straffen op het bezit ervan
en hier ligt het gewoon in de hutten te drogen,
onbegrijpelijk...

Het zat erop
de vijf dagen waren om
en we waren de goden dankbaar dat we deze tocht volbracht hadden
want zo’n wonderlijke wereld zullen we nooit meer zien..

Met een vrachtwagen werden we naar huis gebracht
en in de stad die avond ons kertmaal genuttigd,
nog nooit hadden we zo lekker gegeten..

Op straat had ik altijd veel bekijks met mijn baard,
de mensen hier hebben haast geen baardgroei,
vaak probeerden ze er aan te voelen of het echt was
en vroegen ze hoe ik toch in gods naam zoiets voor elkaar gekregen had,
met bidden en veel kunstmest zei ik dan
en dan keken ze me heel ongelovig aan..

Op naar Chiang Rai tweehonderd kilometer hoger,
geen bijzonder stadje,
geslapen in een smerig logementje
nog een Karen dorp bezocht
en de volgende dag naar Mae Sai nog tachtig kilometer meer,
Mae Sai is een welvarend stadje
waar alles te koop is wat het arme Birma ontbeert,
hier is een brug over een riviertje met een grenspost,
een van de weinige die de landen samen hebben.
De hele dag gaan er Birmezen over de brug,
lopend met van alles op hun hoofd,
koelkasten,radio’s,televisies noem maar op,
alles op het hoofd,
ze brengen groenten en brandhout uit Birma er voor in ruil.
Schitterende thaise akha vrouwen,
van onder tot boven in de sierraden
en de arme vuile birmavrouwtjes,
een groter contrast is niet denkbaar..

Met de boot naar de olifanten in een Karen dorpje,
vier uur met de boot van Mae Sai,
een overvolle lekke boot,
maar we kwamen er.
Peter een leuke amerikaan die nergens bang voor was,
was met ons meegegaan.
Er was een guesthouse beheerd door de olifantenman
en heerlijk geslapen
en heel vroeg gewekt door hanen gekraai,’t was nog stikdonker,
toen het licht werd zagen we
dat de olifanten al aan ‘t “tanken” waren,oftewel al liepen te grazen.. 
Na het ontbijt wegwezen,
de grote jongens stonden al te wachten
bij een vier meter hoge stellage.

 

 

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Akra people

The Birmees border on the Golden Triangle

The Christian Karen people

The Christian Karen people

The Christian Karen people

boven op hun schuin aflopende rug hadden ze een soort gammele troon
voor twee personen
en de drijver zat op hun kop,
hemel wat waren die beesten groot,
je kon er makkellijk onderdoor lopen..
Onze drijver was een klein jongetje,
die al spelend en zingend met “losse handen” reed
alleen de bestijging was al spannend,
want de “troon” schoot als maar heen en weer ,
maar goed eindelijk zaten we.
Maar de lol was voor Carin vlug over,
ze was nog nooit zo angstig geweest,
iedere stap die het beest zette was een hel,,
je botten rammelden uit je lijf
en je moest je constant schrap zetten om niet van de troon te flikkeren,
op gladde egale bodem ging het nog,
maar we gingen stijgen en dalen,
de paden werden bergpaadjes,
we waadden door riviertjes
en stapten over rotsblokken,
echt een ramp,
ik vond het nog wel leuk
en onze vriend Peter genoot met volle teugen
en lag heerlijk op zijn rug in zijn troon te zonnen
en speelde ook af en toe voor drijver,
door op de kop te gaan zitten
en met zijn voeten achter de olifantsoren
hem bij te sturen..
De olifanten liepen als maar te eten,
vooral jonge bananenboompjes die net over de rand van een ravijn groeiden vonden ze lekker,
dan bukten ze voorover
en dan keken wij tweeduizend meter recht naar beneden
en als ze de berg opmoesten en het ging niet vlug genoeg,
dan staken ze wat stro aan en wreven daarmee over zijn enorme achterwerk en dan renden ze er vandoor
en wij maar schudden op die troon..
Na een half uur wilde Carin er met alle geweld van af
ze riep vertwijfeld dat ze wel zou gaan lopen,
ze was niet bang meer voor slangen,krokodillen,woeste rivieren,
alles was beter dan dit
en ze ging achter ons aanlopen
en we hoorden ze niet meer piepen,
ze liep door rivieren,
klauterde over rotsblokken
en we hoorden ze niet
geen klacht kwam meer over haar lippen,
ze liep tussen twee olifanten ingeklemd
alsof ze wandelde in het Mastbosch
de arme drommel..
Maar we overleefden het allemaal .

En tegen de middag kwamen we op de top van de berg in een Akha dorpje aan.
Bij de honden eters..
We werden verwelkomd door de honden die nog niet opgevreten waren
en door hun geblaf en gegrom was het niet bepaald aangenaam
om in het dorpje rond te lopen,
de mensen waren erg vriendelijk,maar door toeristen al aardig verpest,
gelijk handelen met kleding en sieraden en de kinderen schooien,
ze haalden de snoepjes gewoon uit je zak,
jammer..
En iedereen was te smerig om aan te raken
En stonk een uur in de wind..
want er was geen water boven op de berg,
voor water moesten ze uren lopen..

We bleven er slapen dus we konden het dorpsleven goed in ons opnemen
,de vrouwen werkten zich te barsten
en de mannen lagen aan de opium,
zo waren de taken verdeeld.
De jongetjes speelden met elastiekjes
en schoten daarmee op de dieren om te pesten
en de meisjes werkten met hun moeders mee,
alle vrouwen waren zwanger
of hadden een kindje aan hun blote borsten hangen,
en in al die vuiligheid

 

 

 

 

zagen ze er met hun klederdracht statig en mooi uit..

Er was ook een schooltje in de open lucht,
boomstammetjes als stoeltjes en tafeltjes
en een echt schoolbord.
De onderwijzer liet het meestal afweten,
kwam normaal twee dagen per maand
maar was al drie maanden niet meer komen opdagen..

nadat onze borden door de honden waren afgelikt
en dus weer schoon waren voor het ontbijt,
ging Peter aan de opium en wij trachtten te slapen,
wat met de kakfonie van de geluiden van de nacht maar slecht lukte..
We werden gewekt door het geluid van de rijstwippen,
iedereen heeft zo’n apparaat,
waarmee ze de kaf van het koren scheiden.
De kinderen waren al weer vies,
het snot zat ze alweer tot achter hun oren..
De vrouwen waren aan het bezems maken.
Na het ontbijt werden we door een schitterend akhameisje de berg af geleid en na een prachtige wandeling door de mooie bush kwamen we beneden aan de grote weg,waar een truck voor ons klaarstond.
Het was oudjaarsdag en we gingen naar de Golden Triangel,
het beruchte drielanden punt,
waar Burma en Laos gescheiden door de Mekongrivier
aan Thailand grenzen.
Laos was nog zwaar communistisch
en verboden gebied,evenals Birma.
We waren weer aan een “ijzeren gordijn” aangeland
en de spanning was te voelen..
We vonden een primitief guesthouse met een prachtige view
en een restaurant waar ze er niets van begrepen.
Hier zouden we oud en nieuw vieren
en we verheugden ons erop
om om twaalf uur de glazen te laten klinken
op zo’n bijzondere mysterieuze plek.
We waren er met twee canadese meisjes,een paar australiers,
een zweed,een brit,Peter,Raht en wij,met z.n tienen.
Peter en Raht kochten wat vis van de rivier en thai wiskey
en gingen zelf maar koken,
om een uur of zes aan tafel,
we kregen vissoep voorgeschoteld,
die heerlijk smaakte
en daarna de wiskey,
eerst een glas
en toen nog wat meer
en voor het negen uur was
sliep al iedereen...
De volgende dag met de bus terug naar Chiang Mai,
een moordenaarsrit van zeven uur over zo’n driehonderd kilometer
in een stampvolle bus opeengepakt,met film..
We hadden genoten van het Noorden
en wilden nu naar Burma,
dus eerst terug naar Bangkok.
We sorteerden onze bagage en gaven alle warme kleren weg,
die plaats werd ingenomen door de vele hill tribe soeveniers.
Vijftien uur treinen in de nacht en we waren in Bangkok
s’morgens om negen uur..
Er waren geen sleepers meer dus gewoon rechtop zitten,
hij stopte overal en nergens en toeterde zich suf,
dus weinig kans van slapen.
Op het station gelijk geinformeerd voor de trein naar Koh Samui,
want daar wilden we gelijk heen,
we konden een sleeper krijgen,
want ook deze trein reed weer s’nachts,
zeshonderd vijftig kilometer naar het zuiden,
wat was het toch een groot land..
Geheel uitgerust werden we om half vier door de stewart gewekt,
lekker in de trein ontbeten
en om zes uur in de bus naar de haven van Surat Thani.
Er reden twee bussen
en die deden steeds wie het eerste bij de volgende halte was,
om de passagiers voor elkaar weg te kapen,
weer een moordrit dus..
In de haven stonden veel farangs, zo noemen de thai’s de buitelanders.
Thailand is het enige land in Zuid Azie dat nooit een kolonie is geweest,

 

 

 

 
alleen de fransen hadden er een handelspost,
en een fransman in het thais ie een farang..
Na een stuk of tien eilanden te zijn gepasserd,
waarvan we steeds dachten dat we er waren,
meerden we af in de haven van het eiland.
Carin’s eerste tropische eiland met palmbossen en hagelwitte stranden
en lieflijke kleine dorpjes.
De weinige mensen die er woonden
leefden van de kokosnoten en de zee,
verder was er niets.
Hier zouden we een paar dagen heerlijk bijkomen ,
lekker liggen op het strand,wat wandelen
en een beetje rondklooien.
Op het strand waren vrouwtjes aan het werk,
wij erheen,wat zouden ze daar doen,
wat bleek,met elke golf spoelden er kleine schelpjes aan
die zich razendsnel ingroeven en dan werden ze gepakt,
we hebben ze wel een uur meegeholpen.
Daarna ontdekte Carin haar toekomstige hobby,
Jutten,
Uren kon ze daar mee bezig zijn..
Na drie dagen luieren op dit maagdelijke eilandje,
waar maar een paar travellers waren,
gingen we weer op pad.

Niet wetend dat we er twintig jaar later
tijdens de crisis in Indonesie
weer zouden zijn
om te kijken of we misschien hier konden wonen
en toen een soort Benidorm aantroffen,met vliegveld en al...
Naar de boot,over de zee,terug naar Surat Thani
en dan de bus naar Hat Jai,
een hele dag reizen langs mooie thaise huizen op palen
en om vier uur waren we in de stad,het grote bordeel voor de moslims van Maleisie,
In de stad rondgescharreld,lekker gegeten
en de verleiding niet kunnen weerstaan om een goed hotel te nemen.
Thaise muziek gehoord en kop kahn en klap ka gezegd tegen iedereen,
want we gingen Thailand verlaten,
maar we komen zeker terug,
want je bent een droomland..
vijf uur in een chartertaxi, vierhonderd kilometer in een ouwe mercedes,
met een dikke chinees die veel plaats innam
en al die tijd keihard lag te snurken
met een chauffeur met zelfmoord neigingen,
kwamen we aan de grens,
via allerlei wegversperringen,
want er was guerilla in dit gebied van thaise moslims,
vandaar die vele militairen onderweg..
Aan de grens mooie stempels in ons paspoort gekregen

We hadden tweeduizend kilometer Thailand bereisd
En er een maand de tijd voor genomen.

En we waren in het land waar ze nasi goreng aten
En je nog verstonden ook als je er om vroeg..
Nog honderdtwintig kilometer en we waren op het eiland Penang
het maleisische droom eiland.
En dat viel na onze thaise verwennerij zwaar tegen,
onvriendelijke mensen een modern duur eiland,
niets moois te zien,
en alle vrouwen lopen hier met “nonnenkappen” op,
geef ons dan die vieze mooie akhavrouwtjes maar..
we wilden hier zo snel als mogelijk weer weg,
en hadden heimwee naar onze lieve thais..

• Previous • Thailand Eng. •