Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Sumatra 1984

For English click right
Previous
Java Sukamade
Java Bromo
Java Padanganan
Java Yokja
Sulawesi Overland
Sulawesi Toraja
Sulawesi Tanah Biru
Komodo
Sumatra
Thailand
Australie en Nieuw Zeeland
India

In 1986 we ( Dolf and Carin )
made our second trip together:
8 Weeks, starting in Thailand:
via Bangkok and Koh Samui
to the Golden Triangle,
On to Malaysia and via Penang
to Sumatra:
Medan, Lake Toba,
Bukittingi, Menangkabau,
Padang
and with the Pelni Line to Jakarta
 

Voor vijfentachtig dollar was je in een uur in Medan op Sumatra
En om middagtijd landden we op Polonia Airport,
de luchthaven van Medan.
Met een motor met zijspan naar een krokodillenfarm,
heel smerig en heel heet,over wegen die geen wegen zijn.
daar lagen dan zo’n duizend van die monsters te zonnen,
je moet die dooie boomstammen met die valse zwarte ogen
in de natuur maar beter niet tegenkomen..

Daarna werden we met vijfendertig man in een minibusje geperst
en keihard toeterend met harde muziek en een bloedhitte
over bergen en dalen geslingerd
en kwamen we tegen de avond in het koele Brastagi aan,
hoog in de bergen van het batakland,
Het leek een hollands dorpje met een kerkje in het midden..
een nieuw avontuur was begonnen
en we vielen weer van de ene verbazing in de andere..
Voor mij was Sumatra de tweede keer,Carin was er voor het eerst.
En ik had haar verteld dat de batakkers
de meest woeste tribe van indonesie was en vroeger koppensnellers waren.

We namen onze intrek in Wisma Dieng een guesthouse,
wat ze hier losman noemen,het was een oude hollandse villa,
Brastagi ligt hoog in de bergen en heeft een koel klimaat,
daardoor stonden er veel vila’s
van mensen die vroeger bij de Shell werkten.
Het bedrijf was ooit hier op Sumatra opgericht in 1890.
De eigenaars spraken nog een beetje nederlands
en de “goede”kamer zag er nog net zo uit als men hem ooit verlaten had,
met molentjes en klompjes een schilderij met zeeuwse vrouwtjes,
gordijnen voor de ramen,en vergeelde foto’s aan de muur.
’t Dorp in om te eten,babi pangang is hier de specialiteit
en de lebmaag van een koe,
we kozen maar voor het eerste..
De mensen aten tot Carin’s verbazing met hun handen,
hun rechterhand,want met de linker veegden ze hun gat af.
Straatverlichting was er bijna niet,
iedereen schuifelde in het donker en staarde ons aan,
Carin kroop dicht tegen me aan
En zo liepen we naar “huis”.
s’Nachts onder dekens geslapen voor het eerst
en buiten regende het hard,het was natte moesson.

Nou wat vol is merkten we pas onderweg,
toen hij telkens stopte om nog meer passagiers op te nemen,
op een bepaald moment zaten we met vijfendertig man,vrouw en kind
in en op de bus,
tussen vrouwen die hun kind de borst gaven,
terwijl er zo’n bloederig rood pruimpje uit hun mondhoeken hing,
hem soms op de grond spuugde,
precies tussen je benen door,
rochelende kerels,die kretekcigaretten rookten
en iedereen had kinderen op schoot wij ook
en iedereen bleef letterlijk inschikkellijk en vriendelijk..
We hadden het weer gehaald en om een uur of vijf
waren we in het oerdorp,met weer van die prachtige oude huizen
en vannacht zouden we erin slapen..
Er was geen losman in het dorp dus begaven we ons naar het hoofd,
de kepala,zijn naam was Rattim.
die was zeer ingenomen met ons bezoek,
hij lulde aan een stuk door in een beetje engels,
het werd al donker en er was geen electrisch licht in het dorp
en vergat waar wij voor kwamen ,met al zijn geklets ,
voor ons een reservering te maken in een longhouse.
Was geen enkel probleem zei hij je slaapt gewoon hier..
zijn vrouw was een jaar geleden overleden
en zijn dochtertje van tien kookte voor ons.
Achter in een hoekje zat een heel oud vrouwtje,
dat was zijn schoonmoeder,daar mocht hij volgens de adat-clangewoonte- niet tegen spreken,
dat moest ie via zijn dochtertje doen,vertelde hij..
En daar zaten we dan bij kaarslicht op een matje met z’n vieren op de grond en oma in een hoekje te eten..
In het donker naar zijn zuster die een karobatikwinkeltje had
en ons een doek aan laten smeren
en toen naar bed,
zijn bed een tweepersoons met een eenpersoonsmatras
en hij met z’n dochtertje sliepen voor ons op de grond..
Ik had samen met hem een whiskeytje gedronken
en vermoedelijk daarvan kreeg hij een nachtmerrie,
geweeklaag , gehuil en gekrijs vulde ons hutje
en toen dat afgelopen was begonnen de honden,
die haalden bij elk huis hun vriendjes op
en zetten het toen op een massaal geblaf en gejank.
Zes uur op en ontbeten,koffie gedronken die al op het schoteltje lag
en ik gaf hem een sjekkie
en hij stak mijn laatste builtje als aandenken in zijn zak...
Bukitlawang,het orangutan rehabilitatie centrum.
Voor de busreis stond vier uur en het werden er zeven,
na een uur was de bodem al onzichtbaar
vanwege al het afval dat er op gekieperd was,
snikheet en overal stoppen voor nog meer passagiers,
en de video op volle sterkte,
we voelden ons steeds viezer worden,
temeer omdat we ons bij de hoofdman niet hadden kunnen wassen,
hij had geen water en geen ple..
Erger je niet maar verwonder je slechts..
We hadden wat biscuits en drop om op te kauwen,meer niet
en bij een stop kon Carin de verleiding niet weerstaan
een ananas te bestellen,het werd keurig voor haar schoongemaakt
en toen gespeoeld in een emmer bruin water..
En Carin had diarrhea en niet zo’n beetje,
Bij een lange stop in een marktplaatsje
vroeg ze in een warung naar de WC,
ze wezen haar naar de keuken in een hoekje,
ze kon niets vinden wat er op leek,
ze kon niet meer,
overal stonden schalen met groenten op de grond
en schalen vol met stinkende vis
en ze kon niet meer
toen schoot ze leeg en daarna vol
en huilend kwam ze in de bus,
ze snikte het uit..En verder gingen we door de lelijke rubberplantages,
God had niet voor niets alle bomen door elkaar gezet,
waarom moest de mens ze dan ordenen..
Gelukkig werd het afgewisseld met jungle en overdekte riviertjes
waar de mensen in zaten te baden,poepen en hun groente te wassen.
Eindelijk om vijf uur waren we er
en moesten ons aanmelden bij het apenkantoor.
We kochten een “permit” en werden verplicht daar te blijven slapen,
Op een kamer die we moesten delen met een zweedse jongen.
S’Nachts kwam het water met bakken uit de hemel..
Om zes uur naar de apen ons doel van deze reis.
Glibberen over een steil bergpad met een gids,
gelukkig hadden we ervaring in Thailand opgedaan,
maar zo steil en slibberig hadden we het nog niet meegemaakt.
We kwamen bij een ruige snelstromende rivier
en moesten die over met een uitgeholde boomstam die aan een kabel zat,
die over de rivier gespannen was,
een voor een met de veerman.
Toen weer een half uur klimmen
en toen waren we in het apenparadijs
en dat viel vreselijk tegen,
we hadden er ons zoveel van voorgesteld,
er zaten er zo’n stuk of tien in de bomen
en toen onze gids een tros bananen gooide
op een soort platvorm dat hing tussen de bomen
sprongen ze naar beneden en gingen eten,
ze kregen iets te drinken uit een bekertje,
Carin vond het belachelijk,
die dieren werden klaargemaakt voor een nieuw leven in de jungle
en dan zo’n bekertje,
die krijgen ze later mee ontschoot het me..
Ik ging nog een uurtje met de gids mee door het woud
om de olifanten en de tijgers,de rhinocerossen en de andere apen te zien,
na terugkomst vroeg Carin nieuwsgierig of ze veel gemist had
en ik vertelde haar dat we omgekomen waren van de mieren..
Medan
Terug naar Medan,de hoofdstad van Sumatra
met twee miljoen inwoners en die liepen allemaal op straat.
We waren even de viezigheid zat
en kozen voor het mooiste hotel van de stad,
het Ganada Hotel,het vroegere Grand Hotel.
vlak tegenover het station,midden in de oude stad.
betaald door american express..
Een airco kamer,heerlijk koel,met een echte WC ,een televisie
en een ligbad met warm water,
ik ging er gelijk voor een uur inliggen
met een sigaretje en een whiskey en een boekje
en in die tijd had Carin het alweer gezellig gemaakt.
Gelukkig waren we niet alleen,
omdat we de enige gasten waren
had het personeel ook maar een paar kamers in beslag genomen
en daar stonden met de deuren open alle televisies op volle kracht te loeien en daar boven uit trachtten ze zich ook nog verstaanbaar te maken
en ze lulden maar aan een stuk door tot diep in de nacht..
Het diner.
Van verre smetteloos witte tafellakens,van dichtbij wat minder,
Twintig sjieke tafels met elk vier stoelen
er boven prachtige kristallen luchters,
op de vloer een reusachtig handgeknoopt tapijt
en heel veel personeel die wat rondhingen of televisie keken.
Er kwamen nog een stuk of acht mensen binnen ook om televisie te kijken
En daar zaten we dan,aangestaard door het keukenpersoneel
die met z’n allen in de doorgeefluiken ons nieuwsgierig aanstaarden.
Het menu,
Het water liep ons uit de mond van al die o zo bekende westerse gerechten, de een nog mooier beschreven dan de andere.
Ik bestelde gelijk niet te krap een sirloin steak van vijftig gulden,
een dubbel weekloon hier.
Carin nam eerst een tomatensoep,
ze zou eerst kijken hoe mijn steak eruitzag..
Haar tomatensoep had geen kleur maar smaakte prima
En ondertussen maakten we grapjes over mijn steak.
Ondertussen was het in de keuken een lawaai van jewelste,
alle potten en pannen werden uit de kasten gehaald
en iedereen liep nerveus op en neer.
En toen kwam de ober met de steak
,we waren hoog gespannen na zeven weken rimboe,
aan de ober te zien had hij nog nooit zo’n gerecht opgediend,
trots maar een beetje nerveus kwam hij er mee aanzetten ,
het bord een beetje scheefhoudend zodat de jus er af kon lopen.
Ook dit gerecht was kleurloos
en een koe of waterbuffel was er naar ons idee ook niet aan te pas gekomen.
Honger maakt rauwe bonen zoet
En iedereen maakt wel eens een foutje..
De volgende dag had ik overal zacht haar,
zou het schaap geweest zijn..
Het Tobameer
We gingen met de trein naar Pemantangsiantar
de mooiste omweg naar het Tobameer .
Er zou nog op stoom gereden worden had ik gelezen,
maar alleen de goederentreinen werden er nog door getrokken,
ik zag ze wel staan op de stations,sommige onder stoom,
maar wij werden getrokken door een dieselloc..
Het uitzicht was prachtig,sawah’s,palmbossen en mooie dorpjes
en op de talloze stationnetjes was van alles te koop
op de hoofden van de vrouwen,
je kon er uit het raam zo bij,
sateh,garnalen,koekjes, allerlei fruit,sigaretten,
sticky rice in een bananenblad,maiskolven,eieren,pinda’s,mie goreng,snoepjes en lectuur.Ondertussen om de tijd te doden zat Carin maleis te leren uit
een boekje,wat en hoe in Indonesie,
die boekjes zijn voor elke taal hetzelfde opgezet,
dus ook standaardvragen met de vertaling erachter
en Carin zat zich te benatten,
zij las de vragen voor en gaf gelijk het antwoord
Kan de centrale verwarming niet uit-de zon-
Waar is de vuilnisbak-de rivier-
Waar is de wasmachine-ook rivier-
En de droger-zon-
Wilt u op mijn bagage letten-nooit doen,gelijk pleite..-
Dit is niet schoon-hoe kan dat nou..-
Is hier een wegenwacht en heeft u anti-vries-hoe zo..-
Waar is het toilet-nooit van gehoord-
De WC en het bad zijn verstopt-nou en-
Mijn kamer is niet schoongemaakt
-maakt niet uit mevrouw U zult toch geen verschil zien-
Je kunt je voorstellen dat we melig hebben zitten lachen
tussen al die pindaschillen en eierschalen op de vloer
en de zogende moeders met huilende kinderen
en de fluimen die alle kanten opspatten...

 

Buiten het station stond een prachtige harley davidson met zijspan klaar
om ons naar het busstation te brengen en de bus stond er ook al ,
alleen na twee uur nog..
In Prapat gelijk door naar het eiland Samosir midden in het meer en een echt batakhuisje gehuurd bij Hotel Carolina
Het huisje was een poepie,zoals Carin dat noemt,een idylischer plekje kon je je niet voorstellen,
ruige bergen om je heen,de “zee” zo oneindig groot pal voor je deur,
dorpjes op loopafstand, een groot balkon op kokospalen,
papaya bananen bomen en een bougainville omlijsten het decor
en twee luie ligstoelen,
een zaal van een badkamer met een echte WC en nog een douche
en in de tuin van het hotel allemaal bloemen,overal,
om tranen van in je ogen te krijgen.
Bekaf van de reis deden we die dag niks meer en gingen pas de volgende morgen het dorpje in.
We keken onze ogen uit,overal oude batakbeelden van steen,
zelfs een hele dorpsraad met de koningen uit steen gehouwen,
alles bemost en ontroerend mooi,overal verspreid door het dorp Tomok
en overal antiek en souvenierwinkeltjes,een inkopersparadijs
en daar waren we dan ook de hele dag zoet mee,tot s’avonds laat.
Wat het eiland ook zo sprookjesachtig maakte,er was geen electriciteit,alleeen de grote losmans hadden een generator die draaide van zes tot tien s’avonds de rest van het eiland was dan in duister gehuld,
alleen in de huisjes en winkeltjes en de warung’s
zat dan iedereen bijeen met een kaarsje.
En de volgende dagen gingen we alle dorpjes af die in de buurt lagen zoals Tuk Tuk,Amberita en samarind en overal was het even mooi,we genoten ons suf en wisten vaak niet waar we het eerst naar moesten kijken.
Wat ons opviel was dat het niet zo’n vriendelijk volkje was,
het was een ruige bergstam,die zelfs hun kinderen sloegen
en dat hadden we in Thailand nog nooit gezien..
We kwamen twee jongens tegen rood verbrand,net uit Nederland en we ruilden antizonnebrand tegen twee pakjes zware van Nelle.
Ze hadden een uitgestippelde reis van een reisbureau
en wisten ons veel technische dingen te vertellen,
er zou een duits cruiseschip op en neer varen
tussen Medan en Jakarta,uiterst luxieus voor indonesische prijzen,
daar hadden we wel oren naar,
zij gingen door naar Nias
en wij wensten hen het beste met hun twents accent..
De reis rond het eiland
In het hotel hing een oude kaart aan de muur van het eiland
uit de nederlandse tijd
en daarop zag ik dat je het hele eiland
rond moest kunnen rijden met een mororfiets
bij navraag had nog nooit iemand uit het dorpje dat gedaan
en daarom gingen we dat de volgende dag proberen.
Het zou zo’n honderd kilometer zijn,maar dat wisten we toen nog niet,
want op de kaart stonden geen afstanden vermeld..
Motorfiets gehuurd en een kwartiertje proefgereden,
want ik had nog nooit op zo’n ding gezeten,
maar na een kwartier was ik het eigen
linksrijden was geen probleem,want er was bijna geen verkeer..
en gingen we op pad,met koekjes en water.
Echt op pad,want van bestrating was niet veel sprake.
We keken onze ogen uit,
we reden van het ene dorpje met schakende mannen
en wevende vrouwen en meisjes naar het andere,
 
langs berghellingen en rijstvelden met ploegende buffels
en de mannen tot hun knieen in de modder er achter
en vogels op de ruggen van die dieren
en overal verspreid de beelden,de graftombes en de batakhuizen
en in elk dorp bij het protestantse kerkje die reusachtige waringinbomen,
die de wortels in de lucht hadden hangen tot ze weer de grond raakten
en daar weer voor zichzelf begonnen
en om de meeste dorpjes stonden muren van wel drie meter dik
en twee meter hoog van leem en stenen
en overal zaten de vrouwtjes te vlooien
soms wel met z’n vijven achter elkaar, net als de apen..
en de schoolkindjes in hun kleurige uniformpjes
en de kippen en de varkens overal..
Het leek wel een groot openluchtmuseum en overal riepen we HORAS –God bless you-,de groet van de batakkers
en tegen het middaguur waren we volgens mijn kaartgeheugen
al ver over de helft,
want we passeerden een havendorpje dat ik ook op de kaart had gezien
het was bij een brug over een riviertje en die brug was stuk..
En hie ontdekten we een geheim,dat geen traveller wist,
Samosir was een schiereiland,want hier was een smalle landtong
die het eiland met het vasteland verbond,
hier kwamen dus die paar vrachtwagentjes die het eiland bezat overheen,
we gingen geschiedenis schrijven..

Alleen de liggers van de brug lagen nog over de rivier
en de brugplanken her en der verspreid,
we stapten af en beoordeelden de situatie.
De rivier lag een tiental meters dieper en stelde niet veel voor,
maar de oevers waren stijl voor een zware brommer.
Carin wilde terug,maar daar was geen sprake van ,
het was nog vroeg genoeg om de expeditie voort te zetten,
er kwamen een stel mannen aangeslenterd
er vervaarlijk uitziend met alleen hun slendang-lendelap-
en een riem waar messen in hingen
en een klewang in hun hand
en die boden aan om voor een financiele bijdrage
de zware planken terug op de liggers te leggen,
we zeiden niks en de mannen begonnen,
toen vroegen ze een belachelijke prijs,
wij zeiden nee en tot onze schrik haalden ze de planken er weer af,
Ok, wij betaalden,

en de mannen met de brommer over de brug,
lachend en lol makend als een stel acrobaten,
we gaven ieder weer een dagsalaris,riepen HORAS en vervolgden onze weg..
Er kwamen nog drie van zulke bruggen
en de laatste moesten we zelf doen,want er was zelfs geen hond te zien..
dus naar beneden door de rivier..
Steeds cirkelden er grote roofvogels boven ons,
arenden of adelaars, met een spanwijdte van wel twee meter,leek het.
We kwamen in een klein dorpje en vroegen naar de naam ervan
en dat klopte met met de kaart in mijn hoofd.

Hier zat werkelijk iedereen te schaken of te biljarten,
wat waren de mannen hier toch lui,
alle werk moesten de vrouwen doen,
die liepen met van alles op hun hoofd,
met een kindje aan de borst en een kleintje op hun rug,
ook de kinderen liepen met hun broer of zusje te sjouwen,
de meeste gezinnen hadden wel tien kinderen,
het enige wat de mannen deden was voortplanten
en verder niks
en de vrouwen maar werken.

We dronken een gloeiend heet flesje cola en reden weer verder,
verbluft nagestaard door de dorpelingen,
we waren de eersten die hier ooit geweest waren,
dat was goed te merken,want ze waren meer nieuwsgierig dan aardig.

We waren nu pal zuid,nog maar een kwart van de reis te doen
en het was drie uur,prachtig op schema dus.
De weg was een pad geworden door laag struikgewas,
het zag er dor en droog uit,dus waarschijnlijk geen riviertjes meer,
we schoten lekker op,we reden niet meer langs de kust,
maar door het binnenland,prettig want dan was de route korter,
ik had alleen geen orientatie meer,
maar steeds lag er wel een boerderijtje langs het pad
en als we dan eerst HORAS en dan Tuk Tuk riepen
wezen ze steeds in de richting die voor ons lag,dus we gingen goed.
Het terrein werd flink heuvelachtig
en het werd steeds moeilijker het buffelspoor te volgen,
we passerden een oude bus,
half weggezakt in het zand,
waar wat kippen in woonden,
zonder ramen en wielen
hij was uit de tijd van onze kaart waarschijnlijk,
een mooi antiek exemplaar,
ik maakte een flauw grapje en zei dat die bus de laatste was ,
die ook had geprobeerd rond te rijden..
Het landschap was heel mystiek geworden,
geen landbouw meer, hier en daar kwam heet water uit de grond
en het stonk er erg naar zwavelwaterstof,rotte eieren,
de oerknal was hier nog wat aan’t nasudderen
en de heuvels leken ook op kleine vulkaantjes, net een maanlandschap.
Die oerknal was de grootste uit de wereldgeschiedenis geweest,
de vreselijkste vulkanische uitbarsting aller tijden
en had zo dit gigantische meer en deze minivulkaan erin gevormd
en wij reden nu over de top ervan..
De zon begon te zakken en Carin werd bang dat we zouden verdwalen
en toen brak de ketting ,
We vonden hem vijftig meter terug
als een vod op het pad
en Carin had het niet meer
nou moeten we hier gaan overnachten
bij die primitievelingen in die vieze hutten,
ze had gelijk elke keer als we een huisje naderden,
gromden de honden en vluchtte iedereen hun huisje in..
Dat kwam omdat niemand ooit een geruisloze brommer had gehoord,
stelde ik Carin gerust,
moed inspreken en rustig blijven dus.
We gingen er even bij zitten,
staken een sigaretje op en namen een slok water.
Ik trachtte haar op te beuren door alle dingen positief te laten zien,
We waren boven op de hoogvlakte,
alleen was het niet vlak maar heuvelachtig,

hij was dus niet te vroeg gebroken,
de wielen konden gewoon draaien, dus we konden er lopend mee verder,
In de verte was, soms als we op een top waren
de “skylights” van tuk tuk al te zien,dus ver kon het niet meer zijn.
Bergop moesten we samen duwen,
maar bergaf kon ze achterop weer uitrusten
en we waren op het hoogste gedeelte en Tuk Tuk lag onder aan de kust
en hier waren geen tijgers enzo..
we hielden van elkaar en we hadden er mooi weer bij..
We begonnen met duwen,
Boven gekomen zei ik, spring maar achterop en rust maar lekker uit
En dat ging zo diverse malen door
En bij elke hoek die we omgingen
hoopten we dat het de laatste zou zijn
en het werd alsmaar donkerder
en Carin alsmaar banger
en het pad steeds minder zichtbaar
en Tuk Tuk ook..
en bij de afdalingen waren de stenen op het pad
en de rotsblokken waar we omheen moesten
steeds minder zichtbaar
en we stonken als ratten van het zweet..
Het was nu donker en we zagen niets meer
En toen we weer eens boven waren
hielden we weer een pauze,
met een sigaretje en onze laatste slok water.
Ik zie het niet meer zitten zei mijn lieve Carin,
ik wel zei ik, want ik heb het dorp weer zien liggen,vlak bij,,
je liegt zei ze,
ik ben langer dan jij opperde ik zachtjes
wou je terug vroeg ik lief..
Opeens brak de maan door het wolkendek
en als door een schijnwerper verlicht
zag zij nu ook de lichten van de losmans
en de talloze kaarsjes die een vaag licht verspreiden
Spring achterop zei ik,we kunnen naar beneden.
En blauw van de schrammen van de doornstruiken
die ik niet kon vermijden met mijn snelheid
met beestjes in onze haren,oren en ogen
en zonder speeksel meer,
reden we in een paar minuten naar het dorp.
Bij de eerste de beste warung stopten we
en dronk ik als in een teug twee grote flessen bloedheet bier op.
We hadden het gehaald en werden als helden verwelkomd,
want het travellersgroepje was maar klein en iedereen wist van ons plan af.
Het meest verheugd was de familie die mij de brommer had verhuurd,
want het was hun enige bezit.
We keken op ons klokje
Het was negen uur,we stierven van de honger,
liepen naar onze kamer en vielen in bed,
zonder te eten en te wassen
en werden pas de volgende morgen wakker..

 

De antiek aankopen

Het hele eiland zat vol met antiek wat we nog nooit gezien hadden
het was zo uniek dat we het wilden kopen voor onze winkel in Nederland,
we waren nu negen dagen op het eiland
en hadden vanaf de eerste dag overal spullen opzij laten zetten,
de prijzen aangehoord,er foto’s van gemaakt
en het primitief gestickerd met plaksel en schoolschrift papier
maar nog nergens op gepingeld,
de mensen hadden het niet meer
en liepen ons de godganse dag achterna,
bang dat we ergens anders zouden bestellen.
Op het laatst, als we ergens kwamen
werden gelijk de deur en de luiken gesloten,
zodat de buren niet konden zien dat wij binnen waren
en wij in het donker ook niks meer zagen..
Ik had een lijsr gemaakt met de namen en de prijzen in dollars
en daarachter in guldens en daarnaast de prijs die ik ervoor wilde geven
en dat was ongeveer een vierde,wel erg weinig voor onze begrippen
maar we liepen ook een groot risico dat het nooit aan zou komen
en in roepies was het nog steeds een godsvermogen.
De eyecatchers van onze verzameling waren
een doodskist uit een stuk hout met een pop erop
die zijn tong uit kon steken en kon lachen
en die boven uit de bergen aangedragen was.

Een toverstaf van wel twee meter lang,met fraai bewerkte kop
En twee grote rijstbakken uit een stuk hout van wel een meter in doorsnee en verder veel voorouderbeelden, sirihdoosjes en andere kleine dingen.
Genoeg om er een hele winkel mee te vullen.
We hadden alles naar de man laten brengen
waar we het meeste “besteld” hadden
want die had een grote lege schuur,
en was bereid om het voor ons met de bus naar Jakarta te brengen,
hij had daar familie die ons transport naar Nederland kon regelen.
En nu kregen we een overzicht van onze verzameling.
En daar was dag en nacht een wacht voor de deur.
De mensen kwamen daarna met van alles en nog wat aan,
stapel werden we ervan,maar na een blik op onze verzameling
konden we nu eenvoudig ja of nee zeggen.

En toen kwam de grote pingeldag,
We hadden iedereen verteld dat Damal zo heette onze “vertrouweling”
pas in Jakarta het geld van ons zou krijgen,
om te voorkomen dat ie met de handel zou verdwijnen
en daar hadden ze in toegestemd
rondom de schuur en erbinnen stond het zwart van de mensen,
met baby’s aan de borst en wel
en veel ouwe vrouwtjes met grote open rode monden,
want die vertrouwden hun zonen niet.
Onrustig riep iedereen dat we met “tawarren” moesten beginnen,
want ze waren allemaal nerveus van de spanning
en de schuur stond allang blauw van de kretek.

Ze wisten allemaal dat ik minder dan de helft zou bieden,
dus ze waren er op voorbereid
en ik verdacht er enkele mannen al van
dat ze al een motorfiets besteld hadden..
We werkten eerst de “kleintjes” af,
om wat lucht te krijgen in de menigte,
want we stierven van de hitte.
Het geweeklaag van bankroet en zo begon,
want ik bood een kwart en ging niet hoger..
Carin zat als secretaresse naast me en schreef alles op in het schriftje
en liet de mensen dan tekenen met een kruisje
en ze kregen een briefje van ons met het nog te betalen bedrag
en een klein voorschotje.
Toen de meesten waren vertrokken hadden we lucht
en kon de grote krachtmeting met Damal beginnen,
dat was niet met hem ,maar met zijn grootmoeder
die zich er ineens mee ging bemoeien,
alle afspraken negerend en alles bijna in de war schopte.
Het bleek een kreng te zijn,
wij stopten en gingen naar buiten een drankje drinken.
Na een kwartier werden wij weer binnen geroepen
en was alles in kannen en kruiken,
wat er was gebeurd zouden wij nooit weten..
In Nederlands geld was het achtduizend gulden
in roepies twee koffers vol,
zoals wij later in Jakarta zoeden merken..
We gaven hem geld voor de busreis die vier dagen zou duren
en men ging aan’t pakken,
na een tijdje was er geen papier
of karton meer op het hele eiland te vinden,
iedereen hielp mee
en in een paar uur zat alles op een speciaal gecharterde boot naar Prapat,
wij mee met onze eigen bagage en we voelden ons de koning te rijk.
Achter ons lag het mooie eiland te glinsteren in de avondzon
en weemoedig namen we afscheid van dit mooie sprookje
op weg naar een nieuw avontuur...
De bus van Perapat naar Bukittinggi
We zouden dus teruggaan naar Medan,
om met de boot naar Jakarta te gaan,
maar toen de bemo kwam,die al tjokvol zat,
wou Carin niet mee
en gelijk had ze..
Wij naar een “reisbureau” en die waren er veel,
want als er in dit land iemand iets begint en het loopt,
beginnen ze er allemaal mee
en na een jaar loopt het geen van allen meer..
Ze waren allemaal open
en bijna overal lagen de experts te slapen,
op eentje na en die sprak nog engels ook.
Hij vertelde ons dat die schepen geen cruiseschepen waren,
maar in Oost Duitsland gebouwde schepen,
die nu voor de Pelni voeren, de Indonesische staatsmaatschappij
die al het bootverkeer tussen de eilanden regelde,
voorheen de KPM.
Ze hadden er zeven en die voeren vaste routes,snel en efficient en veilig.
En in Sumatra kwamen er twee,eentje van Medan naar Jakarta
en een van Padang in het zuiden naar Jakarta,
de laatste reis duurde twee dagen en voer langs de Krakatou
en dat sprak mij wel aan.
Hoe kwamen we in Padang,heel eenvoudig met de bus naar Bukittinggi
en vandaar een klein stukje nog naar Padang,
er vertrok er al een over twee uur,
een aircobus
een Mercedes
met vliegtuigstoelen
en het duurde maar zeventien uur.
Carin had aandachtig mee ziten luisteren
en vroeg of er hoge bergen waren,
die waren er inderdaad,
maar de reis viel reuze mee,als je maar comfortabel zat en de ruimte had.
We kochten een ticket voor zeven gulden
en Carin maakte de bagage klaar voor de reis,
slaapspullen in de handbagage en ze sloeg wat koekjes en veel water in.
We gingen ergens wat drinken,want de bus zou zo komen
en hij zou stoppen voor het reisbureau en de jongen wist ervan
en wachtten in spanning op ons nieuwe avontuur.
En daar stopte een bus,niet de onze want het was een oud kreng,wel zei de jongen vriendelijk en Carin begon te sputteren,toen kwam het verhaal dat onze bus panne had gekregen en daarom deze bus was ingezet,maar dat hij voor ons twee riante plaatsen achterin bij nog twee buitelanders had kunnen reserveren,het was de laatste voor vandaag,

dus we hadden geen keus,we stapten in
en baanden ons een weg door de drukte,
hij was vertrokken uit Medan,al acht uur onderweg,
dus de pindaschillen lagen al lagen hoog op de vloer.
Bagagerekken waren allemaal vol,
dus alles onder onze bank en voeten gestouwd.
We zaten achter de andere blanken,
de vrouw bleek hollands te spreken,ze woonde al tien jaar in New York
en hij was een Amerikaan,
het leken toffe lui,dus dat was meegenomen.
Als de bussen volraken hebben ze kleine bankjes
en die zetten ze los in het middenpad,
de onbenutte ruimte van een bus
en als die ook vol zitten,
heb je een aaneensluitende deinende mensen massa in de bocht,
niemand kan dan meer omvallen,vluchten ook niet meer,,
je komt er nooit meer uit ,want voor de ramen zitten tralies..
Er werden nog een paar vrachtwagenladingen goederen op het dak gestouwd en daar gingen we,
de einder tegemoet,
hij stopte nog een paar keer voor we de stad verlieten
en ook deze mensen zagen kans erin te komen..
Carin vroeg zich af waar die tralies toch in Godsnaam voor dienden..
De bus ging vreselijk tekeer,
want het asfalt was deels vervangen
door losliggende stenen ,rotsblokken en omgevallen bomen,
die onze chauffeur handig ontweek en wij botsten dan
met onze koppen tegen elkaar en tegen de tralies
en daar waren ze dus voor.
Het was vier uur
en de jongen had een reistijd van zeventien uur genoemd,
dus de hele aanstaande nacht tot morgenvroeg negen uur
zouden we in dit vehikel moeten zitten.
Carin vroeg of de bus geen vering had..
Vering heeft zo’n bus niet,zei ik,heeft ook geen zin,
want na een zo’n hellereis zouden die toch totaal versleten zijn..
Wij hadden een goede chauffeur,de radio stond niet te hard
en de video was gelukkig kapot,
hij wist alle varkens en buffels en ossekarren handig te ontwijken
en het leek dan alsof we in een rups op de kermis zaten.
Langzaam werd het donker en we kropen steeds verder omhoog.
Voor dat er zulk goed autoverkeer mogelijk was,
waren de Batakkers eeuwenlang volkomen van de buitenwereld afgesloten, door de hoge bergketens die het batakland omringden
n zo behielden ze hun unieke cultuur en waren wij zo bang,
want het ging nog regenen ook en de weg veranderde in een rivier
en dat had geen gevolg voor onze snelheid,
we konden niets meer zien en dat was maar goed ook,
want we reden langs ravijnen waarvan je de bodem niet kon zien,
zo diep waren ze en we gingen alsmaar hoger..
Er waren veel meer kinderen dan volwassenen in de bus,
logisch als je er wel tien hebt
en die kunnen niet tegen het geschommel,
hun maagjes liepen langzaam leeg op de vloer
en de ouders schopten dat dan weg
en ze blerden dan als gekken..
De ouders kotsten in plastic zakjes voorzover ze konden mikken,
die werden dan uit het raam gegooid,
maar door de wind vaak weer terugeslingerd de bus in
en na verloop van tijd zaten de ramen en de mensen allemaal vol
met de kots van een ander..
Het rook allang niet fris meer in de bus,terwijl de ramen openstonden.
De hele weg was werkelijk een S-bocht en de weg was zo smal,
dat als er van de andere kant in het donker ook een bus naderde
er werd gestopt en de spiegels naar binnen gedraaid
en dan ging het rakelings langs elkaar
en als je dan aan de ravijnkant zat,
oh oh,dan zweette je peentjes..
een keer in de nacht kon er zelfs geen speld meer tussen
en mochten we een kwartier pauzeren met ons geschud,
om de schadevergoeding te regelen.
De bus toeterde bij elke bocht,de hele nacht door dus.
De pindaresten kregen eierschalen op bezoek
vermengd met satestokjes,vruchteschillen,en papieren zakken,
de kots zorgde voor het vloeibaar maken
en na een paar uur was het een dikke brei
die langzaam met ons meebewoog in de vele bochten..
We waren op het hoogste punt gekomen,dus vanaf nu omlaag,op de pas was een “restaurant” en er werd een maaltijdstop en een plaspauze ingelast,
het was een uur of tien.
Toen we trachtten de bus uit te komen,
zagen we pas echt hoe vies het was,
we dorsten niet te kijken waar we liepen
en waadden met neus en mond gesloten door het moeras..
Nasi Padang,
wat schaaltjes met ongure dingen erop en grauwe gekookte rijst,
je betaalde wat je op at,
wij dus niet veel.
Na zes uur waren we beneden in Sibolga
en was de weg eindelijk vlak geworden,
we stopten weer,de marteling van de bergen was voorbij..
ook dit hadden we weer overleefd.
Omdat we onderweg veel hadden zitten praten met onze buren
en het weinige lief en het vele leed
een beetje samen hadden kunnen verwerken,
waren we vrienden geworden voor het leven
en samen gingen we de chauffeur bedanken,
die ons door de zwartste nacht van ons leven geloodsd had.
We omarmden hem en boden hem alles aan om te eten en te drinken
en we gaven hem alvast een flinke fooi,
waardoor we zelf een beetje af konden reageren.
Toen we weer in de bus stapten bleek die te zijn schoongemaakt..
Na Sibolga werd het minder bergachtig
en de weg werd breder en nog slechter van wege het drukke verkeer.
Het was nog steeds donker,maar er werd niet meer getoeterd,
men kon elkaar nu zien aan de lichten,voorzover ze die voerden.
We passeerden onderweg de evenaar,
maar wisten dat pas een dag later,
niemand had ons er op attent gemaakt,
we weten dus niet hoe ‘tie eruit ziet..

Bukittingi,de Menangkabouwers.

Half tien reden we Bukittingi binnen,wat hoge heuvel betekent.
Met Vera en Bill,want zo heetten onze nieuwe vrienden een losman gezocht,
We waren te moe om echt moeite te doen,het werd Hotel Benteng,ekonmieklas voor veertien gulden.
Bukittingi was een schone stad met vriendelijke mensen,
niemand was opdringerig,ze waren hulpvaardig
en hoefden er niet gelijk iets voor terug te hebben,
veel minder agressief en krijgshaftig dan de batakkers.
Ook de prachtige huizen die ze bouwden zagen er minder dreigend uit,
meer vrouwenhuizen met gordijntjes en zo,en dat klopte ook ,
want we waren in het enige matriarchaat ter wereld aangekomen,
de vrouwen waren hier de baas..
De man trekt bij de vrouw in
en heeft geen zak te vertellen
en ze werkten,dat zagen we gelijk..
We boften want het was grote markt,
in een coffeeshop echte koffie gedronken,
het was een travellersnest dus kregen we veel informatie over de streek,
we hadden nog een extra dag en dan ging de boot vanuit Padang,
dus bespraken we gelijk een gids voor de volgende dag.
Lekker over de markt geslenterd,
kwakzalvers met allerlei griezelige dingen op sterk water,
slangenbezweerders met grote slangen in kisten
en een echte chirurgijn,een kiezentrekker,met een stoel,
een spiegeltje een paar tangen en een fles met arak-sterke drank- ,
helaas nog geen klanten,

hele rijen barbiers met spiegelscherf en een krukje voor de klanten,
die allemaal bezet waren en zo maar door,
we keken onze ogen uit,
en waren bekaf,eten en naar bed.

De volgende dag de tour,met negen man in een busje gepropt de bergen in.
Negen punten stonden op het programma.
Het eerste was “nice mountain vieuw”,het stortregende en we zagen niets.
Toen suikerriet malen met een molen
aangedreven door een geblindeerde buffel,erg mooi.
Een watermolen die rijst maalde,erg schilderachtig,
Houtsnijwerk,
een weverij waar ze prachtige dingen maakten
door zilver- en gouddraden door de stof te weven,
een titanenwerk,vier centimeter per dag schoten ze op.
En een prachtig meer,een klein Tobaatje,
Maar wat de meeste indruk op ons allen maakte
waren toch de dorpen met de prachtige huizen,
in drie ervan mochten we binnenkijken,
ze waren enorm groot,er was maar een kookplaats,
maar wel allemaal gescheiden slaapvertrekken,
die als een soort balkonnetjes achter aan de huizen hangen.
We kwamen langs een canyon
en daar boven zweefden levensgrote dieren,het waren vleerhonden.
Op het einde van de dag inkopen gedaan voor de bootreis,
want we hadden horen zeggen dat het eten aan boord
niet van “cruiseschip” kwaliteit was.

De gids had voor ons allemaal een fles sterke drank kunnen bemachtigen,
die vind je zelf nooit in een moslimstad,waar de vrouwen de baas zijn...
Gegeten in de coffeeshop en daar weer een grote fout gemaakt,
een bifstek besteld,
ik had op de markt voor het eerst schoon vlees zien liggen
dus ik was hooggespannen wat het worden zou,
een soort knakworstjes in een sausje met een vreemde kleur,
we hadden onderhand visioenen van lekker eten,
maar we zouden toch nog even moeten wachten blijkbaar..
Om vier uur gewekt door Allah,hij schreeuwde het uit over de hele stad,
We waren hanengekraai gewend en waren hier niet blij mee,maar wat wil je..
Om half zes met z’n vieren in een bus naar Padang
en met een andere naar de haven

Met de Kerici naar van Padang naar Jakarta
en toen begon de strijd om het ticket,
eerst moest je in de rij voor een formulier,
dat moest je dan invullen
en dan moest je terug in het strijdgewoel.
De boot was nieuw,hij lag al in de haven te pronken,
maar het ticketreserveringsloket nog uit de middelleeuwen,
een houten hokje van twee bij twee,met twee loketjes,
voor tweeduizend man........
Ze hadden ons gewaarschuwd,
dat dit het enige indonesische transportmiddel was,dat op tijd vertrok
en dat zou tien uur zijn,we waren er al om zeven uur
en dachten tijd genoeg te hebben,
we dronken zelfs eerst nog koffie,voor we ons in de strijd zouden begeven.
We gingen in de rij toen hij nog maar een paar honderd meter lang was
En waren in het begin meer verbaasd dan kwaad

als we zagen hoe iedereen door en langs elkaar heendrong,
als je je handen in je zijden zette
om te voorkomen dat ze langs je heen drongen
sprongen ze als het ware door dat gat.
Langzaam vorderden we veel te langzaam,
we gingen er om de beurt in om het vol te kunnen houden
en de zon begon ook al aardig op ons gemoed te werken,
want het werd steeds warmer
en het werd al half tien..
en er ging maar een boot per week
en toen werd ik kwaad,ik wist dat je dat hier nooit mocht worden,
maar voor de eerste en ook laatste keer in mijn leven werd ik het
en deed hetzelfde als zij,
alleen was ik veel groter en veel langer,
ik maaide de laatste tien meter voor me uit,
bereikte het loket
en brulde om vien tickets,
sloeg op alle handjes die langs mijn ellebogen
probeerden geld in het loketje te leggen
en kreeg gelijk wat ik hebben wou
van het verschrikte personeel.
En toen ging de eerste fluit.
Duizenden mensen stonden op de wal al hun nabestaanden uit te wuiven..
Nu nog snel de formulieren invullen en naar loketje twee,
daar hielpen ze mij gelijk,want ze hadden mij bij loket een bezig gezien.
Als gekken rennen naar de boot
en bij de grote trap ging fluit nummer twee
De trap werd binnengelierd net toen we boven waren,
vele anderen vertwijfeld achterlatend met hun tickets zwaaiend in de lucht..

 

 

We waren in een westers aandoende wereld aangeland,
wat het schip betreft tenminste,het was pas vier maanden in gebruik
en bij het inchecken bleek
dat alle kamersleutels van de honderden hutten al kwijt waren,en naderhand bleek bij onze inspectie van de hut het met alle kastjes precies zo gesteld was.
We deelden met nog zes andere travellers een hut,
Waarvan twee meisjes die we in Bangkok ook al ontmoet hadden,we kwamen onderweg vaak dezelfde travellers tegen,blijkbaar hadden we allemaal dezelfde gidsen..
We spraken af om beurten de wacht te houden,
twaalf uur gedeeld door acht is ieder anderhalf uur per dag,
moest te doen zijn..
Vera en Bill hadden tweede klas geboekt,
wij de vierde,zoals dat hoort met travellelers..
Een paar uur later troffen wij elkaar in de chaos aan boord,
samen gingen wij op onderzoek,het was een prachtig schip,
alles glanzend in de verf,en schoon,tenminste toen we vertrokken.
Eerst wilden zij ons hun hut laten zien,een hut voor hun tweeen,
maar wij mochten niet naar hun deck,dus dan de onze maar,
was ook netjes,alleen een hut met vier kooien
we gingen naar beneden,naar de ekonomie,
en daar lag tweeduizend man op een voetbalveld zo groot,
op plekjes die waren afgezet met krijtstrepen,twee bij twee meter,
met gangpaden van een halve meter,
we schaamden ons om er rond te lopen,
want we werden door iedereen aangestaard
als waren we bovenaardse wezens
en iedereen was al aan ’t eten en het was nu al een rotzooi van jewelste terwijl we net vertrokken waren,hoe zou dat morgen zijn..
De hoorn ging voor de sloepen rol,
alle hens aan deck,
de luidsprekers gingen als een razende te keer
en iedereen vloog naar de dekken waar hij thuis hoorde,
en dan moest je naar je sloep en niemand wist waar die was,
want niemand wist dat het nummer op je ticket stond
en bovendien hadden maar weinigen het bij zich,
dat was nu al een gekkenhuis,
laat staan als het in de nacht in het echt moest gebeuren,
alles ging in het indonesisch dus we begrepen er geen jota van,
maar we volgden de bemanning en dat werkte,
na een half uur hadden we onze sloep gevonden
en we kregen zwemvesten uitgereikt
en nu maar hopen dat we het nooit nodig zouden hebben..
Het was tijd voor onze lunch en wij naar ons restaurant,
ieder deck had zijn eigen eetzaal,
we gingen naar het buffet en namen een bord en schepten elkaar op,
gekookte rijst en een bruine saus waar iets in dreef,
we namen een mok met thee en we zochten een zitplaats uit
en we zaten nog niet of rondom namen andere indonesiers plaats,
nog voor we een hap in onze keel hadden weten te krijgen,
barste de vragen lijst al los,het gebeurde bijna overal
en we waren er al aardig aan gewend,maar hier was vluchten onmogelijk,
dus lieten we ze maar gaan..
“Excuse me sir,can i praktise my english please”
en zonder toestemming ging het door,
”Where do you come from and what is your name”,
we hoefden niet eens te antwoorden,
want de meesten wisten niet wat ze zeiden,
het waren spreuken die hoorden bij hun verkoop gesprekken
en de vreemdelingen luisterden dan naar je en dat was voldoende,
”What is your religion and do you have children,how many”
en ga zo maar door,
wild werd je ervan,we namen een hap van de saus
en liepen gelijk rood aan,een luid gelach aan de andere zijde,
pedes,riep iedereen lachend en ze sloegen zich op de dijen van plezier.
We aten alleen de rijst zeiden permissie en gingen naar onze hut
Waar de corned beef,sardines in tomatensaus en bananen op ons wachtten..
Onze vrienden boven zaten aan de sirloinsteak...
We passeerden het beruchte eiland Krakatau.
En kwamen keurig op tijd aan in de haven van Tandjong Priok in Jakarta.
We begaven ons naar het adres van Dalam’s familie met een taxi
en vonden hem daar temidden van onze spullen.
Een hartelijk weerzien,dit was goed afgelopen dus.
De familie had al een shipper gevonden en wij daar naar toe,
een aardige man die nog een nederlandse klant had,
hij maakte een vertrouwde indruk,
hij kwam de goederen ophalen,we betaalden iedereen
en we hoopten er weer het beste van.
Dit alles duurde een paar dagen,die wij doorbrachten in de Jalan Surabaya, het antiekstraatje van Jakarta,vlak bij onze losman aan de Jl Jaksa.
In de duurste hotels steaks gegeten voor weinig,
naar Singapore en naar huis.
De reis zat erop,we hadden vijfduizend kilometer gezworven.
Een biertje koste toen twee dollar,dat was zeveneneenhalve gulden,
Carin schreef altijd alles op.
Ik was tweeduizend gulden meer kwijt,voor vier biertjes per dag..
De hele reis had ons samen twaalfduizend gulden gekost,
tweehonderd gulden per dag...
We hadden weer een heerlijke avontuurlijke vakantie gehad.
Een maand later stonden onze reliquien voor de deur
en begon de vakantie weer opnieuw...
   


Previous
Sumatra Eng