Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous
Java Sukamade
Java Bromo
Java Padanganan
Java Yokja
Sulawesi Overland
Sulawesi Toraja
Sulawesi Tanah Biru
Komodo
Sumatra
Thailand
Australie en Nieuw Zeeland
India
 English click right 

To East Java from Bali to Sukamade

Het eind is niet het doel op zich,
het is de reis erheen..

Een stokoude bemo gehuurd met chauffeur Made
en Ratmaya als leerling gids.
s’Morgens vroeg vertrokken, Dolf, Carin,
Leo, Martha, Pieter en Marja 
op weg naar Pemuteran, noord west  Bali,
naar het mooiste onderwaterparadijs van Bali :
Menjangan eiland.
Ubud-Tabanan-Pupuan,
Koffie op het mooiste plateau van de wereld,
onvergetelijke rijstterassen,

na 11 jaar verzwik ik hier nog steeds mijn ogen,
het lijkt gewoon niet echt! Levende,
wisselende kunstwerken van boerenvernuft,
blootgesteld aan weer en wind.
Langs de randen van de vulkaan Batukao,
waar volgens Ratmaya, die daar geboren is,
nog steeds een oude tijger woont,
priesters brengen hem eten,
alleen zij kunnen hem zien...
langzaam afzakkend naar de noordkust van Bali..
‘t is overal groen,
want we zitten nog in het natte seizoen.

We stopten voor een lunch in een oud haventje
waar de pinisi’s uit Kalimantan
wel of niet gestolen hout aan wal brengen.
’t Is nog Idel Fitri-tijd, dus het was er erg stil,
in stromende regen nassi goreng gegeten met kip,
schoon en netjes, veel gastenkamers, allemaal leeg...
Alles pas gebouwd met een minimum aan privacy,
zelfs op vakantie kruipen Indonesiers nog bij elkaar...
Op CNN gekeken naar de riots in Lombok,
onbehaaglijk gevoel, gelukkig nog ver weg...
We hadden een 16 persoons bus gehuurd,
dus we konden met 8 personen ruim genoeg zitten..
de zijdeur stond altijd open voor de ventilatie, heerlijk.
Gestopt in Gondol, een baai met een rif,
waar Han 30 jaar in zijn eentje heeft geschilderd,
de laatste jaren 14 dagen op,14 dagen af,
tot 3 maanden voor zijn dood..

De stille baai, de prauwen en de zee, zijn huis en alles
lag er maar verlaten bij,
zijn boot nog voor de deur, de vlerken tegen de muur,
de barbecue waar we s’avonds onze gevangen vis op roosterden,
roestte langzaam weg, met zijn historie.
Zijn visserman herkende ons nog, gaf ons wat mooie schelpen cadeau,
wij wat geld voor zijn kinderen.
Uren schelpen gezocht,
Carin en Marja struinden door de golven het hele strand af..
als die twee een strand zien zijn ze uit de wereld
en geldt maar een passie: schelpen zoeken....
In de namiddag naderden we het dorpje Pemuteran,
verwelkomd door veel apen die daar een tempel
in het oerwoud “bewaken”
in ruil voor bananen.


Slimme dieren, Han vertelde eens
dat hij ze s’morgens in de zee zag zitten,
waarna ze zich lieten opdrogen
en bij elkaar het zout uit de haren smikkelden...
We telden 4 hotels langs de weg, kozen er een uit
en maakten een rondgang, mooi
en uitgestrekt tot aan het strand,
4 gasten geteld,prijs gevraagd 25 euro per kamer, konden niet afdingen
en over het strand naar een ander gelopen.
Zelfde prijs 2x zo mooi,
echte villaatjes aan het strand met airco,
Carin boekte met haar
” Orient Travelservice Belgium” businesskaart
en wij kregen een klein paleisje.
C&M waren al weer weg schelpen zoeken,
ze brachten er zoveel mee,
dat ik een nieuwe hobby ontdekte
het determineren ervan, uren was ik er mee zoet,
thuis gekomen ontdekte ik meer dan 3000 webpages over schelpen,
ik ben dus niet de enige...
Leo en ik aan het bier en Pieter aan de schijterij,
s’avonds gedineerd in alle stilte
bij kaarslicht op het strand
en genoten van een voortreffelijk menu...
s’Morgens om 5 uur in het donker
waren C&M alweer aan het schelpen zoeken,
bang dat iemand hen voor zou zijn...
Ieder had een luie dag,
Leo en ik struinde de omgeving af op zoek naar jungleavontuur.
Ik wil Ratmaya helpen bij het opzetten van nieuwe reisdoelen met meer avontuur,
vandaar dat hij meemocht, hij heeft 7 jaar bij mij gewerkt
en wil nu voor zichzelf beginnen,
als gids en driver voor toeristen, niet makkellijk in deze crisistijd,
met Timor Ambone, Lombok enz...

De volgende dag ging het schoolreisje naar het eiland,
een half uur door het oerwoud naar een klein haventje,
waar wel honderd mensen ons als enige toeristen opwachtte...
armoe troef..
We scheepten in op een glassbottom-boat, heel geriefelijk
en aanvaardden de barre tocht over een diepe zee
van een half uur
naar het eilandje, omringd door reusachtige vulkanen op Java,
met die van Bali achter ons,
voeren vele bootjes met ons mee, vol offers,
priesters, een heel orkest
en prachtig geklede mensen
die een ceremonie hadden op het herte-eiland.
De zee was ruw tot we onder de luwte van het eiland kwamen
en daar konden we onze ogen niet geloven,
er was een peilloze diepte tot 4-5 meter van het strand
en toen ineens rees er een bergwand loodrecht uit het water op
en beneden ons zagen we een wonderlijke vertikale wereld
van koralen
met de meest wonderlijke vissen,
en een kleuren, ongelooflijk,
de oohs en aahs waren niet van de lucht,
C&M zagen zelfs schelpen zwemmen...
4 uur langs het koraal gezworven,
ongelooflijk wat een ervaring.
Aan een klein steigertje aangelegd, stonden er 2 vuilnisbakken,
een voor organisch vuil en een voor anorganisch,
ze waren beide leeg en de troep lag ernaast op het witte strand.
Veel bijzondere schelpen, C&M groeven ze zelfs uit,
later las ik dat een ervan binnen 5 minuten
dodelijk kon zijn,
maar dat hadden de meiden er graag voor over...
Leo en ik hadden gewaarschuwd
dat we eten en bier mee moesten nemen,
omdat het er erg onherbergzaam was,
we werden natuurlijk weer niet geloofd
en zijn bijna stervend van honger en dorst naar het vasteland teruggevaren,
wat is Indisch eten dan toch lekker...
 

De volgende dag begon onze expeditie naar Java,
afscheid van onze bemo en de bus vol schelpen
en vuile was weer naar huis
Want hij had geen vergunning voor Java..
Op de vieze ferry, met de televisie,
de duikende jongetjes voor geld
en de verkopertjes met draadloze aanstekertjes..
Eerst koerste het wat onzeker door de felle stroom,
maar Leo stond al gauw boven naast de roerganger
en loodste ons veilig naar de overkant Banyuwangi
 

We besloten met de kereta api –trein- te gaan naar Kalibaru
(1.20 euro p.p), hadden nog 2 uur en lunchten in een lokaal restaurant,
heerlijk met veel bier voor 1.5 euro de man, 
Java is zo goedkoop bij Bali vergeleken...
De trein vertrok op tijd,want de lijn begint hier.
Ratmaya had met de stationschef zitplaatsen geregeld,
waar we later erg dankbaar voor waren,
toen we zagen hoe vol die liep,
wat zitten er toch weinig mensen in een hollandse trein
en gezellig!
Aan eten geen gebrek nassi, vruchten, katjang,
tahu en kouseband,
drank en sigaretten.
De verkopers kwamen wel 100 keer langs
en en boden ons 100 keer hetzelfde aan,
Pieter kocht chocola voor alle kinderen in de de wagon
en dat waren er wel honderd en die gingen allemaal smikkelen
en gooiden alle rotzooi heerlijk op de grond,
hemel wat was het gezellig,
Marja had een mooie baby op schoot gekregen,
Leo stond voor een oud vrouwtje op,
waardoor een jong meisje zijn plaats innam (de oude was haar werkster)
iedereen zat bij iedereen op schoot en op elkaars leuning,
en oh wat was het heet, zo heet en langzaam reed de trein,
stationnetje in,stationnetje uit,
langzaam omhoog naar 700 meter Kalibaru, in bijna 3 uur..
Hartelijk ontvangst als enige gasten in ons mooie hotelletje
in de oude plantage.
Meneer Moestajab, de eigenaar, bijna 80,
was heel ziek en zojuist bestraald,
astraal, als doorzichtig leek hij wel.
Deze bijzonder aardige man,
die dit alles in zijn leven had opgebouwd en bestierd,
begreep maar niet waarom die Nederlanders maar niet meer kwamen.
Gelukkig kon hij iedereen nog betalen
van zijn plantage met nootmuskaat, foelie en koffie arabica
en zijn 40 koeien die s’ avonds om 10 uur gemolken werden,
waarna de melk in plasticzakjes van 250 ml werd geseald
en met de nachttrein naar Banyuwangi gebracht
en onmiddellijk verkocht voor 10 cent
aan moeders met kleine kinderen.  Er kwam maar weinig melk uit de magere beesten,
Ratmaya proefde het voor de eerste keer in zijn leven,
hij wist niet dat het drinkbaar was..
s’ Morgens ontvangen in het huis van meneer en mevrouw,
wat een gratie en wat lief, die oudjes
in hun levende museum van tempo doeloe, ontroerend...
duizenden bloemen in potten rondom het huis,
Marja wist niet wat ze zag, al die mooie neushoornvogels,
lorry’s, papagaaien, kakatuas en een super pratende beo..Paul, onze gids, was inmiddels gearriveerd, sprak Nederlands
alsof het normaal was voor iemand die er nog nooit is geweest
en we namen onze volgende expeditie door.
Hij keek bedenkelijk en wij gelijk verdrietig,
we moesten 4 rivieren oversteken zei hij
en met de vele regen van de laatste tijd,
veranderden ze ook voortdurend van bedding,
een halve meter water kon zijn 30 jarige landrover
nog wel hebben,
maar die stroom...
Hij zou met de korte golf kontakt opnemen en dan hoorden we het wel..
Kalibaru is een stadje dat weinig is veranderd in de laatste halve eeuw,
wat er toen stond staat er nu nog een beetje
en dat is het,
het is een marktstadje voor de streek die uit “ondernemingen” bestaat ,
oude Hollandse plantages, geannexeerd door de staat indertijd
en matig tot slecht onderhouden.
Niet mijn opinie,maar die van Paul
en die kan het weten,
hij is gepensioneerd administrateur(manager) van diverse plantages,
weet er alles van en heeft ons veel geleerd.
 

In afwachting van bericht uit het oerwoud
gaan we met paardekoetsjes een tocht door de dessa maken,
prive-auto’s zie je niet op het platteland,
alleen soms een bemo met heel, heel veel pasagiers
Onze zware lijven vergen drie dokars
en uren lang huppelen we door de stilte
van de uitgestrekte dorpjes,
het gewone zo rustige leven absorberend.
De meeste mensen zijn hele kleine zelfstandigen,
heel klein en heel zelfstandig,
het betekent dat je voor jezelf staat,
helemaal alleen.
Je kunt klei uit je tuin graven
en er stenen van vormen en bakken,
je tuin wordt dan steeds lager,
en je kinderen wonen later in een put...
of je wordt paardehoefsmid,
of je werkt op een rijstpellerij,
’t was de enige plaats waar Leo zich dorst te laten wegen,
het apparaat ging tot 200 kilo,
toen ik werd gewogen gaf hij 120 aan,
later bleek dat Pieter achter mij op de schaal stond te drukken,
och we zijn zo’n leuk stel en we hebben zo’n plezier...
Ploegend trokken spannen zebu’s door de sawahs,
bij een school die net uitging,
renden de kindertjes naar buiten,
waardoor we meteen tussen honderden schattige
“hello mistertjes” verzeild raakten
en op de foto natuurlijk
en zo hobbelden we door tot we moe, hongerig maar vooral dorstig
naar ons plantagehotelletje terugkeerden.
s’ Middags gingen de dames nog even stadten
om wat onnodige dingen te kopen
en toen kwam het goede nieuws, we konden gaan,
het was zojuist een truck gelukt de bergstromen te trotseren,
we spraken af om s’ morgens vroeg te vertrekken,
Paul ging zijn wagen reisvaardig maken,
wij aan het diner en vroeg naar bed,
Dat diner heeft mijn leven veranderd,
we kregen ayam-kip-semor-smoor-, zo lekker!
Konijn in de pot op z’n hoens.
Tegenwoordig eet ik bijna niets anders meer..
 

De latex wordt elke dag naar de fabriek op de onderneming gebracht,
gelost in grote roestvrijstalen bakken,
vermengd met een beetje mierenzuur stolt het uit
tot sponzige rubberplaten die daarna gewalst worden tot 3 mm dikte.
Dan gaan ze naar de rokerij voor 4 dagen en klaar is Kees.

Cacao: weinig werk aan, niet moeilijk,
de rijpe vruchten worden geplukt,
ontdaan van vruchtvlees
en als een vieze troep naar de fabriek gebracht,
alwaar de pitten in grote bakken fermenteren
bij 50 graden in 5 dagen
onder de warmte die het gisten zelf produceert,
daarna drogen in de zon en hupsekee naar Leonidas,
de mensen zelf hebben nog nooit  chocola gezien, laat staan geproefd..

Koffie, was niet rijp, dus daar hoeven we niks van te weten..

Palmsuiker wel, in de klapperboom omhoog,
vrucht verwonden, honingsap vloeit verdrietig in yerrycan
uit de klapperboom omlaag, verzamelen,
koken in een grote ijzeren wok
op klappervuur, vier uur lang, gieten in vormpjes van 250 gram,
afkoelen en snoepen maar.Uitgewuifd door iedereen en de Beo vertrokken we vol goede moed
en dat was maar goed ook.
We pasten met z’n allen precies in de landrover
en daar ging het vrolijke stel op reis naar onbestemde verten
80 km in ongeveer 7 uur,
het laatste stuk 10 km in 3 uur...

We reden door eindeloze plantages, 1000-2000 hektaren groot,
over reeds lang verdwenen asfalt
onderweg gegroet door de bewoners van de dorpjes
in de “tuinen”
zoals ze dat hier noemen.
Deze mensen wonen er hun hele leven,
met gratis huisje,
met licht van 5-10 , wassen, drinken
en poepen in de kali
en gratis te sprokkelen hout
en een salaris van 0,5-1,5 euro per dag,
al naargelang hun vakbekwaamheid,
met een pensioen van 70%
van het laatstgenoten salaris als ze 55 zijn,
verzorgd tot het graf,
want de begraafplaats is ook op de onderneming.

Rubberbomen, 7 jaar mogen ze opgroeien,
als ze dan op 130 cm hoogte
een omterk hebben van 45 cm
dan worden ze elke dag geopereerd
met een insnede van 1 mm schuin omlaag
met een hoek van 130 graden
tot de helft van de boom, na 7 jaar volgt de andere kant,
dan na 7 jaar de andere herstelde kant, na 28 jaar wordt het brandhout.
Een man kan 200 bomen per dag aan.

 

 

Langzaam naderden we het einde van de wereld
en stopten we aan de oever van de grote zuidzee,
met ontzag kijkend naar de brullende golven
die zo recht uit de zuidpool hier op het eenzame strand spatten.
Geen schelpen vonden C&M.
Je kon er beter niet gaan zwemmen zei Paul, ik raad het je af,
verbieden kan ik het niet,
vorig jaar is een Duitse gast van mij meegesleurd,
na 3 uur spoelde hij aan, wou niet luisteren jah,
we hebben een truck moeten huren
om het lichaam naar Banyuwangi te transporteren,
soesah jah, veel soesah, adoeh..
We stonden aan de ingang van het oerwoud en de weg was weg,
het pad werd alsmaar slechter, Paul stopte om van bougies te wisselen,
zwarte hang-apen tuimelden door de bomen om ons heen,
en omhoog gingen we alsmaar omhoog,
heel hoog, heel smal, heel diep als je keek, zo diep,
en een modder en een keien, we gleden soms terug, maar onvermoeibaar,
met brullend geluid
een ware overgave van onze onvoltroffen chauffeur,
in lage giering en met onvoorstelbare kracht 
kroop onze echte oude oersterke landrover
meter na meter omhoog,
alsmaar hoger...
Toen we even stopten bij een onvergetelijk uitzicht over een purperen baai
hoorden we in de verte het geluid
van illegaal kappen in dit reservaat.
Langzaamaan wordt het oerwoud vernietigd,
als je op een berg staat en je ziet die oneindig hoge dikke bomen
van wel 80 meter hoog en wel 50 meter breed,
en je ziet ze in gedachten omvallen,
dan zie je hoe ze honderden bomen en struiken
die er in etages onder groeien,
waar de zwarte apen boven
en de bruine onder leven,
met zich mee slepen in een orgie van verwoesting,
het dak is van de wereld
en alle leven is vernield ...tot over honderd jaar of nooit meer...
We liepen de berg af naar beneden,
het ging net zo snel als rijden
en genoten van de stille  krachten om ons heen, het krijsen van de vogels
en het ruisen van de stroompjes
en kwamen bij de overbodige slagbomen
van Sukamade
 

1500 Hectare vallei in the middle of nowhere,
omringd door ruige bergen,
aangelegd door een Hollander in negentienhonderd en zeven,
nu nog nauwelijks bereikbaar..
toen met paarden en ossekarren en lopend sjouwend zwoegend..

Het was nog 5 kilometer en vier rivieren ver..
Ratmaya dronk van een waterval en wij stierven van de dorst.
We stapten weer in en reden weer stapvoets.
We hotsten en klotsten zwetend tegen elkaar,
het kon ons niets meer schelen, we waren er bijna,
maar nog niet helemaal..
We zagen de eerste rivier
en volgde hem om een oversteekplaats te vinden,
apen lachten ons toe,
we passeerden een gehuchtje met wat hutten,
wat kindjes en wat oudjes zittend in de deur,
de rest was op het hete land,
we reden door kuilen als meren en kropen van steen tot steen
tussen koffie en cacao.De eerste rivier, hier was hij breed en stroomde minder hard,
langzaam schoven we erin en brommend trok de Rover
zich naar de overkant, tot de motor in het water en de modder.
Opgelucht haalden wij de overzij en Carin ging weer praten..
Toen kwam nummer twee en drie en toen kwam nummer vier..
We stapten uit , keken naar Paul en zijn gezicht,

hij tuurde om zich heen en dacht het zijne,
toen zag hij iemand aan de andere oever
en schreeuwde hem toe,
de man liep naar een plek
en gebaarde ons daar aan wal te komen,
C&M zouden het lopend proberen, bewonderend staarden wij hen na,
ze liepen op aanwijzing van de man, hand in hand haalden ze de overkant, bleek maar trots.
Wij ook in onze car,
de wonderlijke machine viel niet stil,
dit was nog eens een wagen en dat al dertig jaar!
We prezen onze moedige chauffeur,
reden hotsend het kleine dorpje binnen
en stopten voor ons logement,
waar we heel spontaan ontvangen werden
met grote flessen warm bier,
hele grote en heel warm
en ze hadden er zat maar dat werden we niet,
want s’ nachts.....dan moesten we erop uit,
het einddoel was nog niet bereikt..
We spraken af dat we wat zouden rusten,
we kregen grote lege kamers
met een echte mandi met water
en spoelden de modder
en het zweet van onze vuile lijven.
Als de dorpelingen die hier wonen,
deze reis moeten maken,gaat het per truck,staande,urenlang..
Om 6 uur ging het schemeren en wij aan tafel,
dampend stond de nassi klaar
en smulden wij als nooit tevoren,
spoelend met warm bier.
 

Om 8 uur gingen we weer op pad, nou ja pad,
er groeiden weinig planten op het spoor door de wildernis,
bonkend kwamen we bij een boswachtershuis tot stilstand,
we hesen elkaar eruit en stonden in het stikke donker van de tropennacht,
we roken de geur van de zee
en de kretek die uit het door een schamel met een kaarsje
verlichte huis naar buiten geurde,
in het schijnsel zagen we veel vrouwen en mannen kletsend roken.
Helemaal verlaten door de wereld zaten ze hier,
de wachters aan het einde van de wereld
te wachten op zeldzame idioten zoals wij,
die kwamen kijken naar het leggen van een schildpad ei..
We moesten nog een halfuurtje wachten,
tot het bijna hoogwater was,
dan hoefden die zeeschildpadden niet zo ver te lopen,
dacht ik slim.
Tien jaar geleden was dit pand er neer gezet door het wereldnatuurfonds,
het fonds was op, zagen we,
er stonden mooie gastenhuisjes waar niets het meer van deed,
zei Paul en er sliep dus niemand meer.
We mochten op het strand niet roken en niet praten
en dus gebruikten we het wachten voor het tij
door voor te roken
en te praten
en de tijd vloog om.
Met 4 wachters en 3 lantaarns gingen we opweg,
stikdonker door de tropennacht glibberend
over het donkere bospad
op weg naar de oceaan,
natte takken sloegen met hun doornen in ons gelaat ,
maar het deerde ons niet, het doel was niet meer ver..
In de nacht op een eenzaam strand aankomen.....
brr goed dat we met velen waren,
door het gebulder van de zee
en de gierende wind konden we niet roken en niet praten,
er was geen schelp te zien voor C&M.
De wachters verspreidden zich in het donker
en verdwenen uit het zicht,
een groep ging oost, de ander west..
Als ze iets zouden zien zouden ze een lichtsignaal geven,
Vol spanning zochten we beschutting bij elkaar..
Een flits!.. en wij gingen er opaf,
over stronken struikelend in het duister,
wegzakkend in het zand,
het kon ons niks meer schelen,
het moment van ons leven was daar..
 
En toen begon het te regenen, hard, zo hard, zo door en door,
we werden nat, zo ontzettend smerig nat,
doorweekd tot op het bot.
En toen zagen we het:
Een reuze moederzeeschildpad reuze moedig barensweeend
gravend in het rulle zand om een kuil te graven voor haar nakomelingen,
wel honderd of nog meer,
ze was meer dan anderhalve meter lang,
groenzwart met blauwe ogen,
verwonderd keek ze ons aan,
ze had haar eieren reeds verstopt,
wel een meter diep..
We waren helemaal van slag, verbaasd,
zij ook, gaf gas
en ging er tussenuit,
een tankspoor achterlatend wel duizend kilo zwaar,
we waren helemaal beduusd,
zij ook en wachtte op de golven
die haar langzaam in haar wereld trokken
Leo bijna met haar mee,
Het was weer de zee die hem trok.....
Wachtend op haar zuster, vertelde Paul,
dat hier de vorige maand op dezelfde tijd
zo’n veertig man
met kapmessen en klewangs aan kwamen stormen
en hen verjaagden,
ze zochten eieren...
We zagen gelukkig niemand,
behalve toch haar zuster,
die nog groter was, en ouder.
Wel honderdvijftig jaar zei Paul,
dan leggen ze pas goed,
zo’n honderdvijftig stuks...Leo keek mij veelbeteekenend aan
toen hij hoorde dat ze pas op vijftigjarige leeftijd geslachtsrijp waren
en het maar twee keer per jaar deden...
We liepen terug, de spanning had zich weer ontladen,
rokend pratend  sjokten we dicht bij elkaar over het smalle pad.
Het toppunt was bereikt, we hadden ze gezien,
het wonder was aanschouwd,
we waren klaar
en gingen terug,
de weg was lang,
we waren moe
en vielen op ons bed in slaap
en zeer tevree,
in die eenzame plantage van Sukamadee.
op de 15 de januari van het jaar 2000...

Previous / Java Sukamade English