Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

De Reis door  India van West naar Oost

for English click right

Previous
Java Sukamade
Java Bromo
Java Padanganan
Java Yokja
Sulawesi Overland
Sulawesi Toraja
Sulawesi Tanah Biru
Komodo
Sumatra
Thailand
Australie en Nieuw Zeeland
India

 

De Reis door  India van West naar Oost

Daar waren we nog nooit geweest
Het was de droom van mijn leven
Zes weken met de stoomtrein door India
Zes weken lang,
als maar treinen
en alsmaar stoom
zes weken met mijn kop uit het raam
stoom en roet snuiven
tot het mijn strot uitkwam
en snelheid tellen
zoals ik dat als kind naar Doetincem had gedaan,
hele dagen lang
langs bergen door dalen
naar de kastelen van Radhjastan,
naar de taj’mahal
naar Varenasi dat al tweeduizend jaar oud was
toen ze Rome nog moesten bouwen
naar Calcutta,
naar Darjeeling met het oudste smalspoortje
van de wereld
en ga zo maar door
hier had ik mijn hele leven al van gedroomd
en nu zou het beginnen

New Delhi

We landden in New Delhi om een uur in de nacht
En de hotelbus stond klaar
Een taxi koste 20 gulden
En de bus was gratis
later begrepen we waarom
die reed de mensen niet naar de hotels waar ze om vroegen
maar naar de hotels waar hij commissie kreeg
zodoende waren we pas drie uur later in ons hotel...
en het laatste stukje liepen we maar
onderweg naar het hotel
zag ik bomen vol met gele papagaaitjes
kijk is een boom vol met gele papagaaitjes
zei ik,
da’s nie zei Carin
maar toen ze beter keek zag zij ze ook
ooh riep ze vol verbazing uit
ons avontuur was begonnen..
we hadden voor de eerste nacht een hotel gererveerd
en sliepen gelijk in als ratten

op een van onze feesten in Amsterdam
hadden we een Indier ontmoet
en die had ons zijn adreskaartje gegeven
Carin belde hem s’middags op
we waren uiters welkom
en hij stuurde zijn chauffeur
hij woonde in een groot huis in een villawijk
het huis stond vol antiek met de meest kostbare dingen
en hij had een aantrekkelijke jonge vrouw
hij vroeg hoeveel zaken ik had
ik gauw tellen want zo’n vraag was mij nooit gesteld
en ik zei vier
oh zei hij ik heb vijftig fabrieken
oh zei ik
En s’avonds hadden ze een feestje
of we wilden blijven
wij vertelden hem van onze plannen
en vroegen hem advies
hij begreep niet wat wij in zijn land kwamen doen
iedereen was hier onbetrouwbaar
ze hadden geen manieren
het was vies
overal vies
overal
en onveilig
voor je het wist was je van je geld beroofd of neergestoken
ga raften in Nepal,
trouwens als je dat wilt kun je beter naar Zwirserland gaan
toen we hem vertelde dat we met de trein wilden reizen
barstte hij in een schaterlach uit
dat is de beste manier om dood te gaan
zei hij gierend
ik reis zelf altijd per vlieguig zei hij
maar dan zie je niks van het land
riep ik uit
deste beter zei hij
de stemming zat erin de avond kon niet meer stuk.
Zijn gasten kwamen met westerse auto’s
die niet geimporteerd mochten
worden ze droegen spijkerbroeken en T shirts
ze dronken buitelandse whiskey die in India niet te koop is
en ze barbequeden en aten sirloin steak uit New York
en de dames spraken over shoppen in San Fansisco en Milaan

we waren blij toen zijn chauffeur ons weer naar ons hotel bracht
en we hoopten hen nooit weer te zien
de volgende morgen gingen we op zoek naar een goedkoper hotel
waar we nu sliepen was erg vies
en heel erg duur 460 gulden
we vonden een populair backpackers hotel russische stijl
Stalinistische architectuur het zag er niet uit
Maar het koste 28 gulden
in die tijd flirtte India met Rusland
en je zag veel van dat soort gebouwen in de stad
allen vielen op door protserige lelijkheid
we kwamen in een hal en gingen naar de receptie
daar stonden honderden wachtenden voor ons
we gingen maar ergens zitten
bij een man waarvan we hoorde dat hij Nederlands sprak
hij stelde zich voor als Arnold Karsten
hij kwam uit het oorlogsgebied van SriLanka
was met kano’s de zee engte overgestoken naar India
en zou over een paar dagen naar Nederland vliegen
hij zag er haveloos en smerig uit

we kregen een kamer op de zeventiende etage
het had een badkamer uit een stuk een bak granito

dat vroege rood van kleur was geweest
en een kleine kamer met een heel vies bed
na de meeste kakkerlakken doorgespoeld te hebben
en na dat Carin het weer gezellig had gemaakt

een week geleden hadden we thuis gelezen
dat er een hotel was afgebrand met vijfenveertig doden
en daarom probeerde ik lopend naar beneden te gaan
je weet maar nooit als het gaat branden
verder dan de negende kwam ik niet
de gangen en de trappen stonden vol
met nog ouder meubilair en bedden als we nu hadden

Arnold was hier vaker geweest en stelde voor samen de stad in te gaan,
hij moest naar de kapper want zijn haar was wel een halve meter lang
En we gingen op pad op zoek naar een kapper
na gewassen geknipt en geschoren te zijn
vroeg de barbier het tienvoudige van normaal
en Arnold loopt kwaad de zaak uit
de kapper grijpt hem in zijn nek
Arnold draait zich
en geeft hem een oplawaai
de barbier slaat terug
en in een mum van tijd
kwam de hele buurt aangerend
om mee te helpen slaan
er kwam een taxi voorbij
we lieten hem stoppen
sleurde Arnold erin
en wij weg net op tijd...
maar zijn portefeuille was achtergebleven op straat
en die durden we nooit meer op tehalen
en als we hem al vonden zou die leeg zijn
er zat niet alleen zijn geld in maar ook zijn paspoort
en daar hadden we thuis
in de lonely planet al de nodige verhalen over gelezen
eerst naar de Indiase immigretie dienst
voor een uitreisvisum

twee dagen in de rij als je geluk had
en dan naar de Nederlandse ambassade
en daar heel lang wachten
soms ook wel twee dagen
want in India mochten ze geen computers gebruiken
in verband met de werkgelegenheid
alles op de typmachine
en we gingen met hem mee
want hij was totaal overstuur
en in staat heel India uit te moorden
hij was zwaar overspannen en kon niets meer hebben
We hadden op de zaak een bruiloft gedraaid van een heel leuk stel
het feest was zo geslaagd dat we het verlengd hadden zonder bijbetaling
zo’n lol hadden we er zelf in
Hij werkte voor Buitelandse zaken 
en zou binnenkort uitgezonden worden
vertelde hij ons s’avonds
bij het laatste pilsje
aan de bar
waarheen
wist hij nog niet
We kwamen in de receptiehal en die was vol mensen
wij gingen zitten wachten
en toen kwam onze vriend van het feest voorbij
hij herkende ons onmiddellijk
en was verbaasd ons hier weer te zien
we stelden Arnold aan hem voor
en we vertelde zijn  probleem
een leuk klusje om iets terug te kunnen doen zei hij
kom in de namiddag maar terug
dan heb ik het gefikst
en de Indiase immigratiedienst dan
daar heb ik al vrienden gemaakt
en zo was het..
We lieten hem alleen en wenste hem goede reis
en gingen de stad in naar het redfort
het oudste gebouw van de stad
en verzwikte onze ogen
aan het fort
en de mensen en hun kleding
en de talloze winkeltjes
Wat een schatten lagen hier uitgestald
talloze juweliers met duizenden soorten sieraden
een onvoorstelbare collectie
opeens hoorden we een scherpe gil van een vrouw
wij vroegen de juwelier wat dat was
oh waarschijnlijk een vrouw die zichzelf in brand steekt denk ik
dat gebeurt hier zo vaak
dat we niet eens meer gaan kijken
haar ouders kunnen dan de bruidschat niet betalen
en de vrouw die bij de familie van de man inwoont
wordt dan het leven zo zuur gemaakt
dat de enige manier van die vrouw dan is
zichzelf in brand te steken
gebeurt zo vaak
verschrikt keken wij elkaar aan
onze confrontage met de geheimzinnege indiase cultuur
was begonnen

de volgende dag naar het New Delhi Railway Station
en wat we daar zagen ging onze voorstelling volkomen te boven
voor het station lagen overal heilige koeien
vlak voor de ingangen,in de hal op de perron overal
en niemand deed ze iets laat staan wegjagen
verder lagen overal hele gezinnen met alles wat ze hadden
ze woonden daar de paria’s
en niemand jong ze weg
en de apen sprongen over de daken van de perrons
en dan de treinen
er was speciale politie die met knuppels de mensen de trein uitjoegen
en de nieuwe er weer injoegen
en wat een bagage sommigen hadden hun hele huisraad bijzich.
en niet zachtzinnig..
we kochten onze 30 dagen railwaypas voor 150 dollar

en liepen Old Delhi in
heel schilderachtig
maar geen blanke meer te bekennen
en het werd al donker en we werden een beetje bang
we namen een tuk tuk voor een gulden naar ons hotel
toen we uitstapten vroeg hij een gulden ieder,
zo rekenen ze dus hier,
later bleek dat de rit maar twintig cent kostte
we leren het wel dachten we..
en gingen naar ons hokje 17 hoog
met de reservering voor Agra in onze zak.
En Carin bracht de nacht door op het toilet
ze had haar eerste diarrhea....
De volgende morgen vroeg met een scooter naar het station
Na het afrekendrama de grote hal in
tussen de koeien en de pariagezinnen door
alsof het gewoon was
en we vonden onze trein, een moderne TEE als het ware,
we zaten nog niet of de bestelling voor het ontbijt werd al opgenomen.
Drie uur naar Agra,
drie uur lang naar buiten kijken
naar mooie dorpjes met hutjes van leem
die als een negerkraal in een kring stonden,
de dag was begonnen iedereen waste zich in de riviertjes
en langs de hele spoorlijn zaten mensen te poepen
en dat hadden we nog nooit in ons leven gezien
zoveel blote konten op een rijtje
en tussendoor liepen de varkens en de koeien
en de kippen en de honden..
kortom het zag er weer gezellig uit,
 
 

Agra

Om tien uur waren we in Agra,
waar men op het perron alweer ronselde voor de diverse hotels.
Maar wij hadden onze keuze al gemaakt
onze scooter bracht ons er zomaar heen
het bleek dat hij daar ook commissie kreeg..
Een mooi guasthouse met een kamer met balcon met papagaaitjes in de bomen en een aap op onze reling
wat wil je nou nog meer voor een tientje..
We gingen in het zonnetje zitten
en waren na een paar uur al rood verbrand
de eerste tropenles.
Een scooter genomen naar het stadscentrum met zijn tapijtweverijen,
marmer werkplaatsen en souvenierwinkeltjes
ergens stoppen waar wij het wilden was er niet bij,
alleen waar hij commissie kreeg
een andere driver geprobeerd weer hetzelfde
uit arre moede maar gaan lopen in de hitte.
Naar het Red Fort
binnen zo’n zestien overblijfselen van een monumentaal paleis
bijgebouwen trappetjes en gangen overal een soort doolhof
theegedronken voor een dubbeltje
tussen de eekhoorns die gewoon uit je hand eten,
allerlei winkeltjes bezocht met sieraden en lappen voor Carin
en toen naar de kroeg en die was er maar een .
Kroegen zijn in India heel schaars
soms maar een of een paar in de grote steden, verder nergens.
Om aan drank te komen moet je naar de Wine and Spirit shop
en die is er maar een in elke stad
en vind die maar eens want niemand weet het..
En dit was een flikkertent,
gedempt licht, harde TV en elkaar beminnende kerels...
maar ze hadden tenminste bier..

De volgende dag zes uur op voor de zonsopgang bij de Taj Mahal.
Dit is inderdaad een droom
Een serene,maagdelijke,mystieke droom
die wakker werd in het strijkende ochtendlicht
je kunt niet vertellen hoe mooi dat bouwwerk is,
woorden schieten daarvoor te kort zo fragiel,verfijnd,ongelooflijk.
 Het heeft iets wat je niet kunt beschrijven
Dit gebouw is neergezet door een ontroostbare prins ,
wiens vrouw stierf bij de geboorte van haar veertiende kind.
Het is gebouwd in de zeventiende eeuw als liefdessymbool
en ik denk dat dit het is wat je voelt als je ervoor staat,liefde,aanbidding,opperste verering...
Alles is van wit marmer
en in tweeentwintig jaar door twintigduizend mensen gecreeerd .
We waren blij dat we zo vroeg waren ,
want met duizenden bezoekers die er overdag ronddwalen
 gaat er veel van de sfeer verloren..
Toen we op het balcon stonden zagen we in de verte de rivier
in het schitterende landschap
en bij een strandje stond een gier,
zo’n oud mannetjes achtige lelijke reuzenvogel met zijn poten in het water
en in een mum van tijd waren er wel tien,ze hadden een prooi
 we konden niet zien wat het was
en langs de toren van de Taj kwamer er meer alsof ze geroepen werden
en op het laatst waren er wel honderd,
die allemaal in een kadaver zaten te pikkken,
het leek wel een film.
India wat ben je toch mooi, kleurrijk,afwisselend,ruw, rijk en arm
en alles doorelkaar.
We genieten van je..
Na de maaltijd gingen ze zich in de zon staan te drogen
met hun grote vlerken wijd uitgespreid en hun lelijke koppen gebogen.
S’middags naar de markt die boven het fort lag volgens de kaart.
De stad heeft een miljoen inwoners en die wonen boven op elkaar.
Een rikshaw besteld naar de markt
en die bracht ons naar zijn shops,
uitgestapt een ander genomen naar de markt
en die bracht ons naar zijn shops,
uitgestapt en zo tot vier keer toe
radeloos wordt je ervan,
na twee uur waren we er nog niet,
hun commissie is hun beleg en daar doen ze dus alles voor,
ze luisteren gewoon niet,ze verdommen het om je te brengen waar je wilt,
na twee uur waren we er nog steeds niet,
dus ten einde raad maar weer gaan lopen..
We kwamen in de middeleeuwen terecht,
geen auto’s,maar alleen rikshaws,paardenkoetsjes,
ossen met een enorme vracht op de karren,
duwkarren trekkarren,loslopende koeien,varkens,

 

 
 

 

ezels zwaar bepakt met manden aan hun lijf
en mensen in allerlei soorten en maten,
kleurrijke vrouwtjes en schilderachtige mannen,
kindertjes in doeken gewikkeld,met kool oogjes en blote voetjes,
met ringetjes en armbandjes,enkelbanden,neusringetjes en zo voort..
de heilige koeien werden zachtjes opzij gedrukt
als ze de groentestalletjes leeg aten
en vrouwtjes die ruziede om de prijs van een ei met veel kabaal,
india oh india..
Weer naar ons paleisje met het balconnetje en de apen
en we hadden een nieuwe buurman gekregen,
een australier,een leuke vent, die om een praatje verlegen zat.
We gingen bij hem zitten
en hij begon te vertellen,
hij was op wereldreis in zijn eentje
en via Singapore in Bombay aangekomen
en daar zo geschrokken van de ellende die hij zag,
dat ie na een paar dagen de trein naar Delhi had genomen
om vandaar naar Europa te gaan.
In de trein nog wat gelezen
en in Agra gestopt om nog even naar de Taj te gaan...
Wij vertelden over onze ervaringen en dat wij het wel vol wilde houden
omdat tegeover alle ellende ook zo veel boeiends tegenoverstond
maar dat je dat niet in je eentje kon verwerken
je moest gewoon s’avonds even bij elkaar het eruit kunnen kletsen
laten we samen optrekken was mijn voorstel
en hij nam het in dank aan.
Nu waren we met z’n drieen en dat werd hardstikke gezellig.
Weer om zes uur op en naar het station.
de trein was twee uur te laat dus alle tijd voor een ontbijt
in een schone stationsrestauratie..
Het werd onze eerste stoomreis met alleen derde klas
mijn droom kon beginnen.
Houten banken en op de grond een puinhoop
en in een mum van tijd tientallen kinderen om ons heen
die hun engels kwamen oefenen..
Leo was reuze aardig tegen hen tenslotte was ie onderwijzer.
Hij had een jaar verlof opgenomen voor zijn wereldreis,
hij was van griekse afkomst

en woonde nog bij zijn moeder,een moederskindje dus.
Weer vanalles te zien onderweg,
nu zagen we dat de mensen van de stront langs de spoorbaan
die ze verzamelden,
strontkoekjes kneden en deze tegen hun huismuren aandrukten
om ze te laten drogen,om later als brandstof verkocht te worden..
De bus reed dit traject in drie kwartier,
wij deden het met de trein in vier uur,zo gezellig was het.
Toen we aankwamen zat iedereen onder het kolengruis..

Barathpur Vogelreservaat

 

 

We kwamen aan in Fatahpusikri een compleet ommuurde stad van vierhonderd jaar oud met een prachtige kasbah  en later door naar Barathpur het grootste vogelreservaat van India.
Het Keoladeo National Parc.
Guesthouse gezocht , alles vol,alleen een schuur was er nog vrij,er kwamen twee nederlanders aan en wij met z’n vijven heerlijk in het schuurtje geslapen.maar eerst fietsen gehuurd en naar het park ,
want we hadden nog een paar uur voor het donker zou worden.
Enorm veel vogels,dit gebied is een groot moeras in de wintertijd en dan overwinteren hier veel vogels uit Siberie en China,er moeten 365 veerschillende soorten zitten,overal gefladder om je heen van papagaaitjes,kraanvogels,oude mannetjes vogels,flamingo’s,gieren en noem maar op,we zagen een hert met jong,
de buffels en de wilde zwijnen completeerden het geheel.
Het werd donker en we verdwaalden,
het werd nog donkerder
en toen zagen we een bordje Pythonroad...
en toen werden we een beetje bang,
zeker toen ineens uit het struikgewas een rund over ons pad stoof.
We probeerden sterren te kijken en ons de plaats van de maan te herinneren en we prbeerden van alles
en toen zag ik een enorme dode boom als grote schaduw voor me uit
en die herkende ik van toen we vertrokken,
we zaten goed en om tien uur waren we thuis met de schrik in de benen..
In het guesthouse waren ze al ongerust
en wilden ons met landrovers gaan zoeken..
 

 

Jaipur

De volgende dag weer vroeg op en naar Jaipur met de trein en eerste klas.
na een reis van vier uur daar aangekomen,
een hotel gezocht dat iemand ons aanbevolen had
Hotel Bissau.
Geen rikshaw wou ons erheen brengen, want ze kregen er geen commissie ,
toen maar het openbaar vervoer,met honderd in een minibus
en nog een heel eind lopen in de hitte met onze zware bepakking.
Van verre leek het een zooitje en we twijfelden al,
maar eenmaal dichterbij was het een sprookje,
het was door een maharadja gebouwd als liefdesnestje in 1920
en zo zag het er nog uit,
mooie zalen met cretonnen gordijnen en veel antiek en juwelen in vitrines.
en een zwembad met zitjes in de tuin,het eerste op onze reis..
en dat voor dertig gulden,een kamer met badkamer met ligbad
en stromend water en schone lakens,
hier wilde Carin wel blijven wonen..
En ze wist niet hoe gauw ze het weer gezellig moest maken..
We sliepen net toen we door een giganties lawaai opgeschrikt werden.
Muziek en hoe,een gigantische herrie,
Wij ons bed uit en met een scooter er achteraan.
Het was een bruiloft,zo schitterend,zo sprookjesachtig,
de bruidegom geblinddoekt en letterlijk behangen met geldbiljetten
en zilver en goudkleurige slingers,
de paarden helemaal versierd en opgetuigd,
gaslantaarns in verschillende kleuren,
een accordionist op een wagen met vier enorme luidsprekers
en er achter een compleet harmonie orkest,
midden in de nacht op weg om de bruid te halen.
Een feest dat drie dagen duurt,hoorden we.
Wij werden ook versierd met bloemenslingers
en we moesten meedansen of we wilden of niet,
we hebben ons ongans gedanst tot we er bij neervielen
en toen werd ons vriendelijk verzocht te vertrekken.
Toen we wakker werden zagen we de bloemenkransen hangen
en wisten we dat we het niet gedroomd hadden..
Jaipur, een kleurrijker stad bestaat er niet,denk ik,
de vrouwen vormen de meest fantastische regenboog,
hele felle kleding,neusringen,oorringen,heupceintuurs,enkelbanden,teenringen,
blote voeten,vracht op hun hoofd,kind aan de borst.
 

 
 
 
 

Het verkeer en leven op straat

 

 

Over het verkeer alleen al kun je een heel boek schrijven.
’T Is eigenlijk geen verkeer,
iedereen gaat zijn’s weegs,dwars door elkaar,
er is geen stukje van de weg ongebruikt,
’t krioelt er,
alles wat lawaai kan maken laat het niet na,,
de koetsjes met de kittige paardjes,
de rikshaws,de kamelen met hun zwaar geladen karren,
de handkarren torenhoog bevracht,die geduwd of getrokken worden,
de ezels met hun bepakkingen om hun lijf,
de olifanten met mensen erop,
de paarden en de koeienkarren,
de buffels als een span van twee,
de scooters,de bussen,de brommers,
alleen  geen auto’s..
Overal op straat zitten mensen die hun goederen te koop aangebieden,
de apen die op de bouwvallige huizen spelen,
de geiten en de koeien die er gewoon los doorheen lopen,
de Sikhmannen met hun tulbanden en zwarte baarden
alles is een grote tolerante stroom van beweging,
ongelukken hebben we niet gezien.
Alle winkels zijn voorzien van een bed,iedereen ligt hier te werken,
De felle lappen en doeken keurig gedrapeerd,
vormen een schitterend decor,
ijdele mooie vrouwtjes laten de rollen “uitgooien”
en worden bedolven onder de prachtigste stoffen
en zitten echt op hun gemak te kiezen,
haast heeft niemand,
kan ook niet hier,
iemand jaagt de apen met een stok van zijn balkonnetje,
kinderen roepen Ta,Ta naar je,brutalen vragen om een ballpoint,
af en toe passert een holy man of een holy vrouw
in een schamele lendendoek,of gewoon naakt
die niets zegt alleen maar kijkt met zijn holle grote vreemde ogen
met dorre ongekamde haren en soms beschilderde gezichten
en een bloemenslinger om zijn hals,
maar niemand slaat er acht op,
een bedelaar met een stompje wat eens een hand is geweest,
een kind dat over de straat kruipt zijn benen achter zich aanslepend,
of kinderen die geen benen hebben
en zich op een karretje met de handen voortbewegen,
een slager die met het mes tuusen zijn tenen “vlees” uitbeent,
terwijl de gieren boven zijn winkeltje zitten te wachten
op de restjes,
varkens die de mestvaalten in de stad af stropen naar iets eetbaars,
de geiten en de koeien die midden op straat tussen het verkeer worden gemolken,
de enige manier om zeker te zijn van verse melk
en een ruzie omdat een rikshawrijder een volle emmer melk omrijdt,
vrouwtjes die hun chapadi’s bakken in een tandoori,
vuurtjes overal waar men “iets” op bakt,
rochelende mannen die overal spugen,
muziek uit antieke radio’s
een echte slangenbezweerder,
schurftige honden overal waar je kijkt
en vogels in alle soorten en kleuren die een veelstemmig concert geven.
Mens en dier vormen hier een wereld met elkaar
en men laat elkaar leven,zowel arm als rijk.

Wat is onze “beschaving” waard denk je dan
Als hier de stroom uitvalt pakken ze een kaarsje
bij ons ligt gelijk de hele wereld plat..
Hier leeft men zijn leven..
India zet je hersens aan het werk
en geeft je te denken....
Als je de enorme paleizen en forten ziet van de Maharadja’s,
die ze hebben laten bouwen met hun overdaad aan pracht en praal
en hun ongekende luxe

ben je geneigd te denken dat er hier iets scheef zit in de samenleving,
maar wie zijn wij om er over te oordelen..

s’Avonds gedineerd in een Maharadjapaleis het Rambagh Palace,
een van de mooiste van Rajastan en omgebouwd tot hotel.
het was een droom een sprookje
we knepen elkaar om te voelen dat het “echt” was..
een enorme oprijlaan compleet met Rolls Royces,
terwijl er in India haast geen auto’s rijden
een schitterend park met fonteinen
en een paleis zoals wij alleen maar uit sprookjesboeken kennen,
een onvoorstelbare luxe,
Bediendes in stijl met gele hoofdtooien,heel kunstig gedrapeerd.
We hebben ze zien vouwen van doeken
van een meter breed en veertien meter lang..
en groene tunieken en witte broeken.
De eetzaal ,sjiek , statig en imposant
Met wel tien meter hoge plafonds
en beschilderde muren met renaissance afbeeldingen,
marmeren lampen die transparant leken
en een tapijt uit een stuk geknoopt over de hele vloer,
tafels gedekt met het prachtigste zilver,
mandjes met echt vers brood en echte boter.
We bestelden een fles wijn de eerste in al die tijd voor twintig gulden..
We waren de enige travellers
de rest van de gasten waren uiterst sjieke mensen,
wij genoten zo omdat het voor ons zo uniek was,
voor hen was het waarschijnlijk doodgewoon..
zo kenden zij India,per vliegtuig van het ene paleis naar het andere
of met de Maharadja express,het Palace on weels..
wij wisten beter gelukkig..
Het eten was lekker,maar niet bijzonder.
De rekening was honderdvijftig gulden voor vijf personen..
Onze rikshawdrijver lag in diepe slaap
buiten de poort keurig op ons te wachten
en om twaalf uur waren we weer in ons lekkere bedje..
en s’morgens weer vroeg op,wat jammer toch dat alles zo snel went,
we vinden het al heel gewoon dat onze buren
s’morgens zich ongans staan te rochelen,oraal reinigen noemen ze dat,
dat je de thee altijd met een voetbad krijgt,
dat men ons terras altijd veegt als wij zitten te ontbijten in het stof,
dat de telefoon het nooit doet als je wilt bellen
dat het licht om de haverklap uitvalt
en dat er maar zelden water uit een kraan komt..

 
 
 
 
 
 
 
 

Rambagh-palace-Jaipur

Rambagh-palace-Jaipur

Rambagh-palace-Jaipur

Pushkar

Beroemd om zijn jaarlijkse kamelenmarkt maar die was er nu niet.
Een heel merkwaardig plaatsje met een groot meer
dat stikt van de vissen,
die mag je niet vangen want die zijn heilig,zes maanden staat ervoor..
De as van Nehru en Gandi zijn hier over het meer uitgestrooid.
Pushcar is een schone stad of je het geloven wilt of niet..
Brandschoon,hoe is het mogelijk..
Om er te komen eerst een bus naar Asjmer,
honderdveertig kilometer in drie uur
en met veel moeite kaartjes kunnen kopen,dat is altijd een sport opzich,
iedereen dringt voor,
je houdt het niet voor mogelijk hoe brutaal de mensen zijn,
als het gaat om voordringen,
als je het zelf ook niet doet krijg je er nooit een,
maar daar zijn we al aardig bedreven in geworden..
We waren uit Delhi vertrokken in de kou,
maar in veertien dagen was het al tien graden warmer geworden,
en we zweetten ons rot met al die bagage van donzen slaapzakken en zo,
die je nog goed moest bewaken ook..

In Asjmer weer een gevecht voor een kaartje naar Pushkar,
vijftien kilometer verder in een half uur,
wat een rotreis met een zelfmoordchauffeur in een ouwe overvolle bus
over de slechtste wegen van de wereld..
Pushkar is een heilige stad,geen auto’s,geen agressieve verkopers,
wel bedelaars erg veel bedelaars
en overal tempels met holy man..
Er zijn ook geen gieren,dus de dode dieren liggen gewoon op straat
en worden opgegeten door de honden,weer eens wat anders..
Langs de trappen naar het meer zitten de bedelaars bij honderden,

 

Pushkar

Alles wat een mens kan manken en blinden zie je hier.
Bovenaan de trap zitten de geldwisselaars met stapels muntjes,
Muntgeld is erg schaars in India.
hier kun je roepies voor paisa’s wisselen “centjes”,
een roepie is honderd paisa,
maar je krijgt er maar vijftig,
bisseness is bissenes roepen de smeerlappen dan,
maar dan blijkt dat de bedelaars geen paisa’s willen,
maar roepi

Eerst hadden we plannen om nog verder naar het zuiden te trekken,
maar het reizen in deze hitte
en met openbaar vervoer is dodelijk vermoeiend,
dus we besluiten het op ons gemakje te doen.
Heel India in een keer in zes weken is ondoenlijk,de helft is nog teveel..
Het fort op de berg bezocht,zo imposant en groot en hoog,
Als vroeger de Maharadja stierf en gecremmerd werd,
mochten zijn vrouwen ook gezellig mee op de brandstapel,
voor dat ze erop geworpen werden moesten ze een handafdruk maken
in verse klei,
hier hing zo’n exemplaar..
ze waren aan het restaureren
en dat deden ze nog steeds op dezelfde manier zoals het ooit gebouwd was
alles met de hand,ook het vervoer van de zware stenen en balken ,
niet te geloven...
Vanaf de grote hoogte had je een prachtig uitzicht over de stad met zijn overwegend blauwe huizen.
s’Avonds weer gegeten bij de Maharadja thuis
weer die pracht en praal als in Jaipur..
Een medegast in ons hotel kwam zeggen
dat we steeds beloerd werden door het sleutelgat,
hebben er maar een kurketrekker ingestoken,
zo wordt je wel als je hier wat langer bent..

Jodhpur

Met de bus door de woestijn,want de trein ging s’nachts.
Vijf uur rijden in de snikhitte in een ouwe gammele bus,
Achter de chauffeur zittend zagen we hem levensgevaarlijke toeren uithalen
bij het inhalen van vrachtwagens,een ervan sneed hij heel erg.
Onderweg in een oase gestopt
en daar sprongen een stel vrachtwagenchauffeurs op onze driver
en sloegen hem bijna dood
geholpen door de dorpelingen die verder toch niets te doen hadden,
wij dachten dat ons laatste uur geslagen was en wachtten bevend af,
gelukkig zat er een Sikh in de bus,een grote van twee meter,
die greep onze driver bij zijn haren,sleepte hem terug in de bus
en gebood hem plankgas weg te rijden,
en wij sloegen een zucht van verlichting..
Dwars door de dorre snikhete woestijn,
soms kleine dorpjes met prachtige kleurige vrouwtjes,
verder wat geraamtes van kamelen en honden en koeien
en soms wat antilopen.
Jodhpur,het Durag Niwas Hotel,
het inchecken duurde weer een eeuwigheid,
zoals trouwens in elk hotel,
blanken zijn ook van de laagste kaste,
het is het enige land wat ik ken
waar je als blanke minderwaardig wordt beschouwd
en dat laten ze je voelen ook,
je bent als laatste aan de beurt,
overal..

In de stad liep een olifant met een man er op te shoppen
elke keer als de man iets aanwees
pakte de olifant het met zijn slurf,
ook de betaling werd door de olifant verricht..
en dat vragen ze niet vriendelijk
ze krijsen erom...

Jaiselmer

De volgende dag met de trein van acht uur in de avond naar Jaiselmar,
het verste uithoekje van India tegen de Pakistaanse grens,
een afstand van driehonderd dertig kilometer,
met een oude stoomtrein van ver voor de oorlog,
fantastisch in een coupe voor ons tweetjes.
Carin had het in no time alweer gezellig gemaakt..
Het was een express trein en hij stopte te pas en te onpas
Alsmaar blazend op zijn hoorn.
Van slapen kwam niets,alsmaar naar buiten kijken in de nacht,
hij stopte bij elk stationnetje
en daar was het steeds een drukte van belang.
smerige stationnetjes met petroleumlampen,
de stationwachters met rode en groene seinlampen,
de paria’s die er sliepen,tussen de krioelende menigte,
de eindeloze stroom mensen die de boordevolle trein in en uitgingen,
de tweede klas zat mudvol tot op het dak toe
met hun hele hebben en houden..
Een trein reserveren is een godswonder,
alles wordt met de hand in grote boeken geschreven
en doorgeseind naar het station waar je voor boekt met morse
en het klopt nog ook,wij zaten in een coupe met het bordje Mrs Sulu
in plaats van Slijk..
en dat voor mensen die alleen maar Hindi spreken en schrijven..
We hadden maar een flesje water bij ons en dat was vlug op,
want de ventilator deed het niet en het was bloedheet.
Thee kopen op de stations durfden we niet
want niemand kon ons duidelijk maken wanneer de trein weer vertrok,
dus de conducteur maar meegenomen en getracteerd op en kop thee,
de trein bleef er een uur en we dronken er vier..
Om zeven uur in de morgen kwamen we aan na acht uur treinen,
helemaal zwart van de rook en de roet en onze ogen en oren vol kolengruis,
een van de mooiste tochten van mijn leven elf uren lang..
Op het station stonden de ronselaars weer,
maar eens eentje geprobeerd,een aardig jong,
de hoteljeeps stonden klaar en het hotel zag er prima uit.
Jaiselmar is een vredig stadje,een beetje Pushkar
met een prachtig fort uit gele opgestapelde zandstenen,uniek in de wereld,
Het ligt met zijn fraaie schutkleur in de gele woestijn,prachtig..
S’Middags met een jeep op safari de woestenij in en het stormde,
 we voelden ons alsof we de Parijs Dakar meereden,zand,zand
en nog eens zand,in onze oren,neus,ogen en kleren,overal zand.
We gingen naar de zonsonsdergang kijken
op de plaats van bestemming stonden kamelen te wachten
om ons naar de zandduinen te brengen voor het beste zicht
maar het stormde zo,dat we niets ervan gezien hebben..
S’Avonds in het guesthouse gegeten,het was er stikgezellig,
als je al wat langer onderweg bent ken je steeds meer travellers,
want iedereen reist met dezelfde “bijbel” op zak
en je bent ook meestal van dezelfde bloedgroep..
De volgende morgen weer op kameelsafari met zingende drijvers,
echt gezellig,
alleen toen ze een slang zagen en er op afgingen om hem te doden,
lieten ze ons in de steek,
Carin had om een lief kameeltje gevraagd omdat ze bang was,
hij was heel erg lief,
alleen toe hijwat eetbaars zag tuusen stekelige cactussen,
boog t’ie zover voorover dat Carin er bijna afviel tuusen de stekelige dingen..
Carin zag weer andere sieraden dan ze al had gezien overal in Rajastan
en kocht er weer bij ,
ze had nu al zo’n vijf kilo
en ik mocht ze dragen als bagage..

In de middag het fort bezocht.
Het was nog helemaal bewoond en je waande je in de middeleeuwen,
Schilderachtige woninkjes en schoon
hier iedereen was zijn huisje aan het vegen
en het water liep vrolijk door de open riooltjes,
de verse koeienstront werd meteen opgeraapt door vlijtige vrouwenhandjes
die er ter plekke koeienstrontkoekjes van kneedden
en ze op hun stoepjes te drogen legden in de zon...

s’Avonds met de trein weer terug naar Jodhpur,
weer zo’n heerlijke reis,
nog sjieker als heen,
want nu hadden we een coupe met een ligbad op pootjes,
er was wel geen water,maar toch..
We passerden steenhouwersdorpen,
poepende mensen,vuurtjes,hutjes en tenten.
En nog geslapen ook..

We wilden naar Kashmir,maar dat was te gevaarlijk,dus naar Calcutta en Darjeeling,tweeen een half duizend kilometer verderweg.
We gingen terug naar New Delhi zeshonderd kilometer terug,
maar rechtstreeks en via een andere route.
En we zeiden Rajastan vaarwel,de mooiste staat van India...

 

Poep rapen om te drogen

En als het droog is kun je er op koken...

Van Delhi naar Varenasi

In Delhi namen we afscheid van Leo onze australier,
twee weken samen opgetrokken en vrienden voor het leven,
we hebben later vaak bij hen in Perth gelogeerd.

Een uur tevroeg op het station,
niet erg,
genieten,
kijken als de treinen stoppen
hoe de mensen zich naar buiten en naar binnen persen
en hoe de kruiers in het rood gekleed zich te barsten sjouwen
met al die zakken,dozen,grote ijzeren kisten en antieke koffers.
als de trein zich aan het ledigen was
sprongen de jongens al door de ramen naar binnen
en gingen dan zitten
en verkochten dan die plaats aan jou..
De rest zit dan op en onder elkaar ,
zelfs in de bagagerekken,in de gangen,er is geen doorkomen meer aan,
hoe een conducteur hier de kaartjes controleert is ons een raadsel.
Maar wij rijke stinkers hadden weer een sleeper met onze naam erop.
De trein is hier wel een uitvinding in dit enorme land,
Per dag reizen er tien miljoen mensen ,ze hebben twaalfduizend locomotieven
en er werken anderhalf miljoen mensen bij de spoorwegen.
Op elk station is gratis drinkwater,
je drinkt het uit je handen,terwijl een vrouwtje uit een tuitketel het volgiet.
Vaak zit ze achter een tralieraampje en zie je alleen maar het tuitje..
Voor het eerst rijden we op breedspoor.
Zo breed als bij ons dus.
De trein was een sneltrein en stopte bij geen enkel station,
maar om onduidelijke redenen wel vaak en soms heel lang.
Op verschillende stations stonden stoomlocomotieven stoom af te blazen,
of water in te nemen,een prachtig gezicht,
er zijn er nog zevenduizend van in heel India..
Op een groot station werd gestopt
en daar konden we thee kopen in aardewerk kommetjes,
deze zijn gedraaid en gedroogd,niet gebakken,
ze zijn voor eenmalig gebruik,
als het leeg is gooi je het gewoon uit het raam,
alle sporen in India zijn rood van de scherven bij de stations.
In de tweede klasse was een restauratierijtuig
met een grote open stenen oven fascinerend om te zien,
vooral s’nachts,de vlammen sloegen er dan uit..
Ik had de kaart van India tegen de muur gehangen en om de paar uur vertelde ik Carin waar we waren,ook deden we veel woordspelletjes
en na een paar dagen kenden we alle dertig indiase staten
met hoofdsteden uit ons hoofd.
We reisden vijfduizend kilometer met de trein in totaal
en waren nu ongeveer op de helft..
en de helft van de tijd sliepen we erin,
tenmiste Carin...
In Mogul Seray een uur wachten en overstappen op de trein naar Varenasi
en weer onze naam op de coupe.

 

 

En toen kwam het grote moment .
Ik was al vanaf vijf uur s’morgens aan het gluren in de nacht
met de ramen open en het kolengruis in m’n ogen
en langzaam werd het licht
en precies op het moment dat de zon opkwam
denderden we op de stalen spoorbrug over de Ganges
en zagen we Varenasi liggen in de eerste zonnestralen,
gekleefd aan de Ganges.
de stad die al oud was toen Rome nog gebouwd moest worden,
de heilige stad van India en we zagen waarom..
Dat we deze onvergetelijke aanblik mochten aanschouwen,
dat we uitgerekend op dit heilige moment hiewr mochten zijn,
we voelden ons vereerd..
Op het station waren ze niet zo heilig,
de rikshaw’s vertikten het om ons te brengen naar guesthouses
waar ze geen commissie kregen,
alleen brachten ze het hier anders,
elke keer als wij er een noemden zeiden ze dat die wijk afgesloten was,
omdat er gisteren vijf moorden gepleegd waren
en een ander was net afgebrand en ga zo maar door.
Ten einde raad bracht een scooter ons naar de binnenstad.
Om een guesthouse op eigen houtje te vinden viel niet mee,
de smalste,vuilste steegjes die we tot nog toe gezien hadden,
vol vuilnishopen,stront,ratten,honden en heilige koeien
en dat in een heilige stad..
Als je hier niet ziek wordt
hoef je van je leven nergens bang meer voor te zijn.
Dat zeiden we s’avonds als travellers onder elkaar toch vaak,
als heel de wereld door atoombommen wordt verwoest,
leven er alleen nog indiers,die kunnen werkelijk overal tegen..
Onder elkaar kon je s’avonds een beetje afreageren,
Zoals vandaag lekker veel blinde bedelaars,
die vallen je niet lastig enzovoort..
De Yogilodge had nog een kamer vrij die je kon bereiken
door door de dormitory heen te lopen,de goedkoopste slaapplaatsen vol
met snurkende travellers.
S’middags gingen we naar de Ghats de trappen naar de rivier.
Veel heilige mannen en vrouwen en veel bedelaars
en een prachtig uitzicht over de rivier
en de stranden aan de overkant.
De Ganges is een heilige rivier met het smerigste water van heel India,
men zegt dat het water zo vuil is dat zelfs ziektekiemen het niet overleven
en dat er daarom zo’n louterende werking van uitgaat..
De verbrandingsplaats.
Iedere Indier droomt ervan om hier verbrand te mogen worden,
de lijken worden aangevoerd met elk denkbaar transportmiddel
soms gewoon achter op de fiets op de bagagedrager gebonden
of op handkarren,
het is een zwart geblakerd stuk strand met grote brandplaatsen,
het gaat er ononderbroken door,het ene lijk is nog niet verbrand
of het andere ligt er alweer op,
de as wordt in manden gespoeld in de rivier,
om naar waardevolle overblijfselen te zoeken,
op weg naar de ghats zijn stalletjes met tweedehands kunstgebitten en zo,
Aan de crematie is voor ons niks heiligs aan,
iedereen staat gewoon te lachen en de honden spelen er gewoon omheen
en de koeien grazen rustig door..
Het hout is heel erg duur,want er is maar een kaste die het verkopen mag,
de armen worden gewoon in de rivier gedropt
en daar wachten de talloze gieren aan de overkant van de rivier
en die springen er gelijk op en in een half uurtje is het karwei geklaard....
De volgende morgen bij zonsopgang naar de ghats aan de ganges.
De Dobiman,met hun stapels wasgoed al zwaar in de weer,
het wasgoed werd nat op de stenen gelegd,met zeep ingesmeerd
en net zo lang op de rotsen slaan en boenen tot het schoon is,
een half uurtje drogen en klaar en thuis bezorgen,
alle was van Varenasi ligt daar,hele bergen
en ieder krijgt het zijne weer thuis,
ongelooflijk dat ze al die onderbroeken uit elkaar kunnen houden,
een geheim van India..
de ghats vol mensen die aan het baden en bidden waren,
mensen die hun tanden lekker poetsten
en mensen die in de rivier piesten,
van heinde en verre komen pelgrims
die denken hier beter te worden,ongelooflijk..
Met een bootje de rivier op,
aan de overkant zaten al hele kolonies gieren
te wachten op hun daaglijks maal.
hun gezicht bijzonder verlicht door de vroege ochtendzon
en de honden met honderden waren hier aan ’t stoeien en vechten
en als er een dood ging dan vraten ze hem op
met z’n allen,
ze waren soms blind of kreupel
of hun ingewanden sleepten er achteraan..
overal in de goten lagen nesten jonge hondjes
en daar tussen zaten de hand en kaartlezers
al hun eerste wonderen te verrichten
evenals de masseurs en de kwakzalvers
met hun tijgertanden en slangekoppen,
de nagelknippers,oorpulkers,barbiers,astrologen
en meer van dat soort ongeregelde zaken.
Je wist niet waar je kijken moest
wat een bijzondere wereld
Vaarwel Varenasi Heilige Stad.
Niet tot ziens...
 
 
 
 
India oh India..
Wat ben je toch gruwelijk mooi,
Gruwelijk..
Geen land ter wereld is zoals jij..

Het land is ook heel opvoedkundig bezig
Overal staan grote billboards langs de weg van de regering
Houdt uw land schoon..
Soms staan ze alleen in ’t engels
Wat de rotzooi verklaart
want nog geen tien procent spreekt het laat staan lezen
Twee kinderen is zat en de tweede pas na drie jaar..
Op de stations
Spugen in het daarvoor bestemde bakje
etcetera etcetera
Het is een land dat stikt van de burocratie
en waar iedereen zijn eigen gang gaat
het lijkt alsof er geen verboden zijn
alles mag lijkt het
bij een rijke juwelier ligt een paria gezin voor de deur
te “wonen” met niks,
hij geeft ze ook niks
maar hij stuurt ze niet weg..
de bedelaars worden overal geduld
en niemand geeft ze wat..
niemand windt zich op,
lakoniek wordt alles aanvaard
langzaam leer je je les
en ga je meer relativeren
in de suiker en de rijst zitten altijd zwarte “dingetjes”
volgens kenners ratteshit
in het begin zit je ze er nog uit te pulken
op het laatst laat je ze maar zitten..
Erger je niet,verwonder je slechts..

Van Varenasi naar Calcutta

Na een uur of twee vastgezeten te hebben in het verkeer
hadden we de vijf kilometer naar het station overbrugd
en kwamen we van de vuiligheid in een kraakhelder station
wat een verademing,alsof je van de hel in de hemel aankomt.
Groot,licht en modern
refreshrooms,retiringrooms,waitingrooms
en alles mannen en vrouwen gescheiden,
er zijn zelfs aparte treinstellen alleen voor vrouwen..
Soldaten en politie met geweer en wapenstok op de perrons
dus ons kon niets meer gebeuren.
De trein kwam maar een uur te laat
en was de meest moderne die we tot nu toe gezien hadden,
metaal en formica,geen hout meer
en weer een eigen coupe,
we waren zo moe van de hitte en ontzetting
dat we de wekker zetten op zes uur
en onmiddellijk in slaap vielen,
zes uur wakker en ontbeten met mandarijnen,koekjes en water.
De trein heeft ook vaak een “vendorsrijtuig” aangekoppeld
hierin mogen straatventers gratis meereizen
om de passagiers van eten en drinken te voorzien
en die kwamen na zessen in vrolijke getale langs
we kochten gekookte eieren,koffie en thee.
De hele reis van zes weken
heb ik alleen maar gekookte rijst,eieren en bananen gegeten verder niets
nooit ziek geweest
Carin probeerde vaak de indiase keukengeheimen
en heeft de helft van de tijd op het toilet doorgebracht
als er uberhaupt een in de buurt was..
Het landschap leek indonesisch,
rijstvelden,palmen,meertjes en mooie plaggenhutjes.

Calcutta

Slechts twee uur te laat de aankomst in Calcutta.
We kwamen binnen op het Gare du Nord in Parijs zo leek het
En we moesten de brug over,
want om een spoorbrug over de ganges uit te sparen
stopt de trein aan de verkeerde kant
als U maar een paar uur de tijd heeft
om iets bijzonders van India te zien,
vlieg naar Calcutta en ga een paar uur bij die brug staan,
dan heeft U India gezien,
een miljoen mensen moeten over dag over die brug
en wel van beide kanten en het lukt
je wilt het niet geloven
maar het lukt ze
hoe dan ook,
wat zijn mierennesten toch geordend..

We boekten in het Fairlawn Hotel,
gerund door een brits echtpaar uit de achttiende eeuw,
je mag daar een rol mee spelen als in een toneelstuk,
dit mag je niet missen,moeilijk om te beschrijven.
Een poppehuis van tweehonderd jaar oud
en alles zoet rood en zoet groen geschilderd,
de talloze bloempotten op piedestalletjes,de stoelen de tafels,alles,
overal hangen gebloemde gordijnen met bloemetjes,
alles in zoete kleurtjes,en elk bad staat op pootjes,
na Varenasi een verademing.
en de bazin ook in zachtroze
met een smetteloos wit poedeltje op haar schoot,
altijd.

Als de gong gaat moet je binnen een paar minuten aan tafel zitten
anders krijg je een uitbrander..
en alles brand en brandschoon..
bediendes met witte handschoenen aan
och ik hou maar op ga zelf maar kijken..
en in deze wijk van de stad geen bedelaars,
terwijl er nergens zoveel stakkers zijn als in deze stad.
een brandweer auto reed voorbij,zo uit een museum,
de mannen bovenop en alsmaar de klok luiden,

We wilden naar de Andamanen eilandengroep
waar nog primitieve stammen leven,
we konden alleen maar enkele reis tickets krijgen
en terug dan opnieuw onderhandelen,
nee dus..

Veel gebieden in India zijn voor buitelanders verboden gebied,
zoals heel Oost India bijvoorbeeld,
Assam en zo
Voor sommigen moest je een permit halen
en dat was voor Darjeeling in de Himalaya het geval
omdat daar twintig jaar geleden een oorlog met China was geweest
en daar wilden we naar toe.
Dit permit was nog steeds niet afgeschaft
 want het gaf wel honderd mensen werk
en wat moeten die anders doen..
Dus naar de Writersbuilding het administratieve gebouw uit de britse tijd
En dat werd een belevenis.
Een prachtig enorm groot imposant gebouw van buiten
en van binnen een doolhof van gangen en kamertjes,duizenden,
en die waren volgepakt met stapels dokumenten,
in onze ogen oud papier,verbruind en onder dikke lagen stof.
Geen zinnig mens kan hier ooit iets terugvinden,

maar dat hoefde schijnbaar ook niet.
Bij de ingang stonden de bewakers en de portiers te hangen en te liggen
We moesten formulieren invullen,
met de namen van onze ouders er ook bij en de schoenmaat
en ik weet niet wat nog meer,
dat duurde wel een uur,
we gaven het af,
ze keken er even naar
en verscheurden het,
echt waar
en toen mochten we naar binnen.
Overal hingen en sliepen mensen over hun tafels heen
’t was niet te geloven wat hier gebeurde,
niets namelijk.
Het klaarmaken van de permit zou twee dagen duren,
maar met wat extra geld kon het ook in een halve dag,
Het typen van ons formulier maakte een ratelend geluid
in de anders zo stille ruimte
en stoorde ineens slapende mensen
velen keken verschrikt op ..
Naar het station voor de treinreservering naar Darjeeling,
was in tien minuten geregeld,
zo’n efficiente morgen hadden we nog niet gehad..
Mocht ook wel want het was vochtig,tropisch weer,snikheet.
We verdwaalden in de binnenstad
en zagen daar de afgrijselijkste armoe die we ooit gezien hadden,
alleen hier lopen de mannen nog voor de rikshaws
met alleen een lende doek als kleding,mager tot de graat,
in een straat woonden tienduizend vluchtelingen uit Bangladesh,
gewoon op de groenstrook in het midden van de weg,
onder plastic zeiltjes,
wachtend op niets,
ze wasten zich in het riool
en aten de etensresten van de restaurants
en de kinderen speelden er omheen in ouwe lappen..
Ineens kregen we een bak water over me heen van drie hoog
het stonk naar pies en stront
we wisten niet hoe gauw we in ons hotel moesten komen om ons te douchen..

s’avonds gedineerd bij onze britse moeder
die kookte zoals onze moeders het ook deden,
gekookte aardappels met jus en vlees en spersiboontjes met nootmuscaat,
nog nooit zo lekker gegeten..

De volgende dag een gemeterde taxi genomen
voor een rondrit door de stad,
een aardige man met voldoende engels
om zich aan ons verstaanbaar te maken,
we zeiden als je lief bent en doet wat wij vragen
en nooit en te nimmer stopt bij een souvenierwinkel
dan krijg je op het einde van de dag er de helft bij
and we had the best man from India for the whole day..
Calcutta is de grootste stad van India met vijftien miljoen inwoners
net zo veel als toen in heel Nederland
We lieten hem maar rijden en vroegen niets,hij was fantastisch
we genoten en verbaasden ons,
waren ontroerd en geroerd en verdrietig door elkaar
langs tempels vol met mensen die hun bijzondere geloof
voor ons niet te begrijpen
daar intensief beleden,
als je naar binnen ging moesten de schoenen uit
en dan vochten de bedelaars wie er op mocht passen,
er stond een man met een aapje
en die kon de Calcutta policeman nadoen
en dan sloeg die zijn baas met een stok
en iedereen lachen..
door de armenwijken,waar je je schaamde met je taxi
en geen foto’s durfde te nemen omdat dat al te beschamend zou zijn
mensen lagen ziek in de goot
sommigen bewogen niet meer en de honden snuffelden er al aan,
ik stop ermee,te erg om te beschrijven
Langs de Saint Paul’s Cathedral,
zo mooi dat ie hier niet thuishoort,
het paardenracesstadion,
het memorial voor Queen Victoria,
en langs haar witmarmeren paleis een en al luxe en rijkdom,
wat een contrasten toch,

weer door een andere wijk,met tempels van Brahma,Krisna,Vishnu en Siwa,
we kenden ze onderhand wel,
hier liet een rijke vrouw in een prachtige felblauwe sari
een geit slachten
het bloed liep over het bordes en de bedelaars hingen aan het muurtje
en likten het op..
De gids wist goed de weg ,hij liet ons uitstappen
en toen als in een droom
werden we binnengeleid in Mother Theresa’s Hospital
en wat we daar zagen ging onze voorstelling te boven,
het leek een immens grote lange stal met in het midden een watergoot,
op de schuine hellingen lagen honderden mensen als skeletten
in witte doeken gewikkeld,
het was net wastijd,de doeken gingen af
en iedereen werd schoongespoten,afgedroogd
en kreeg weer nieuwe witte doeken,
daarna werden ze gevoerd met een lepeltje..
hier lagen de arme havelozen te sterven,
omringd door lieve verplegers en verpleegsters uit de hele wereld,
 hier moesten we huilen om zoveel liefde en barmhartigheid
Wat heerste hier een serene rust en vrede
midden in deze stad van barre ellende..
Daarna gingen we naar de Saint John’s Church
een lieflijk kerkje uit 1796 nog prachtig intact
en een aardige koster,trots op zijn kerk leidde ons rond
er stond een prachtig oud pijporgel te lonken
en ik vroeg of ik er op mocht spelen en het mocht
Ik achter het orgel
en in die doodstille kerk,
waar de zonnestralen
door het glas in lood binnenvielen
midden in die verderfelijke stad
met als enige toeschouwers
Carin en de koster
klonken toen de melancholieke orgeltonen door de ruimte
en denkend aan moeder Theresa speelde ik
Mocht gij Uw plaats
hier op aarde verlaten
dat blijft bestaan
wat in liefd is gedaan..

Het was genoeg geweest
voor vandaag,
meer konden we emotioneel
niet aan.

 

Calcutta-Fairlawn hotel

 
 
 

 

Darjeeling

Een reis van dertien uur naar het noorden in de nacht,heerlijk geslapen
en om half negen kwamen we aan in New Jalpaiguri
het grote treinstation dat Oost India
met de rest van het land verbindt,
India is hier maar heel smal,
net breed genoeg om de weg en de spoorweg door te laten .
En hier gingen we op zoek naar de Toytrain
die ergens op het immense station langs een perron moest staan puffen..
We vonden hem en ik was verrukt,
helemaal nog zoals ik er over gelezen had,authentiek
en nog steeds in dienst als een normale trein
geen toeristen trein dus
hoewel de meeste passagiers er voor hun lol inzaten
Mijn droomwens ging eindelijk invervulling.
We gingen met de Toytrain,
de enige ministoomtrein op smalspoor ter wereld.
Honderd jaar geleden aangelegd, tot hoog in de bergen,
van nul naar zesentwintig honderd meter hoogte,
met vier loopings en ontelbare bochten.
Een heel klein babylocje, een bagagewagonnetje,
een eerste en een tweede klas coupeetje,
een kolenschepper, een machinist en een watervuller en een conducteur
die op ieder stationnetje iets af moet tekenen.
1ste klas alleen maar travellers, 2e klas stampvol.
slechts tachtig km te gaan, duur van de rit: acht uur..
’t Locje was er een waarvan je ging houden,
hij floot altijd, soms was ie vrolijk, soms huilde hij, 
soms een ongeduldig toeteren,
de brokken kool werden onderweg klein gehakt
en vaak reed hij zo langzaam dat je gewoon uit kon stappen en mee kon lopen
en als je moe werd weer instapte.
Op de hele route kinderen die aan de trein hingen
en ook bovenop de trein zaten passagiers,
boven ijzellingwekkende afgronden, alsof ’t heel gewoon was.
soms bleven ze wel vijf kilometer meehangen.
De trein reed dwars door allerlei dorpjes,
Waarvan de straatjes soms zo smal waren ,
dat we vanuit onze raampjes hun winkeltjes zouden kunnen beroven.
’t treintje zigzagde over de weg die paralellel liep aan ’t spoortje.
Leuk voor de jeeps en bussen die steeds moesten wachten.
Wat een belevenis.
Nooit zullen we zoiets meer meemaken.
De Himalaya in met een speelgoedtreintje!
Een treindtje om van de houden.
Om je laatste fototrolletje op leeg te schieten.
De Darjeeling mail, een droom..
Carin was natuurlijk weer bang, zoals gewoonlijk
en het ging maar hoger en hoger,
hij sjokte en moest echt “alles geven”.
Af en toe werd er gestopt om wat schroeven en moeren vast te draaien
of om water bij te tanken.
Vaak moesten we in z’n achteruit op een zijspoortje,
omdat er een wissel omgezet moest worden
of om een tegenligger te laten passeren.
Totaal hadden we ongeveer anderhalf uur vertraging.
Op tachtig km..
Wat een avontuur en dan te weten dat er nog steeds travellers
met de bus naar Darjeeling gaan, omdat dat veel sneller gaat!
Hoe hoger we gingen, hoe frisser, iedereen trok iets warms aan, behalve wij, wij hadden dus niks bij ons.
Vaak reden we zo dicht langs de huisjes
dat we het eten van de tafels konden pakken.
Jij kijkt hier zo tweeduizend meter naar beneden
en de rails is vaak op een een meter aftstand van de afgrond.
De mensen hier zien er helemaal niet meer Indiaas uit.
Ze hebben hele brede jukbeenderen en spleetogen
en zijn ook anders gekleed
en ze zijn veeeeeeeeeeeeeeel vriendelijker en ze lachen zelfs!
Bivakmutsen, dikke jassen en truien, handschoenen en omslagdoeken. en wij stierven van de kou met onze blote benen.
Het is was nu maar vijftien graden.
Aankomst in Darjeeling, het land van de thee

 
 
 
 

 
 
Schitterend uitgestrekt stadje, gekleefd tegen de voet van de Himalaya,
beetje westers aandoende huizen, geen armoede.
Was al donker toen we in het Pagoda Hotel aankwamen.
’t Licht viel om  de vijf minuten uit.
Redelijke kamer, moesten gelijk voor 2 nachten boeken.
Stad in op zoek naar iets eetbaars,
niets continentaals,
allemaal restaurantjes, piepklein, met gordijntjes
en schotten tussen de tafeltjes, dus heel prive! Heerlijk gegeten.
Licht viel om de haverklap uit,
in de meeste winkeltjes hebben ze een generator die helaas zo stinkt
dat je er niet voor je lol binnengaat.
Echt toeristisch stadje, overal uiteraard Darjeeling Thee te koop
alhoewel ze hier nog steeds niet weten hoe ze thee moeten zetten,
hij ziet wit van de melk en mierzoet van de suiker.
Meeste mensen hebben een Tibetaans/Nepalees uiterlijk.
Van de kou maar naar bed, we waren verkleumd,
geen licht, geen water en geprobeerd te slapen.
Slecht geslapen dus, veel lawaai en nog steeds diaree, verdomme.
nog steeds geen water en ons gewassen met een emmertje.
het dorp in om te ontbijten
want ik had gezien waar ze in ons hotel mee afwasten,
lekker op een terrasje in de zon.
Toen op de bonnefooi naar het Tibetan Refugee Camp gewandeld.
Een grote afdaling, op zich niet zo’n punt, maar we moesten ook weer terug!
’t Zonnetje verdween helaas weer.
De Tibetaanse vluchtelingen zitten hier sinds 20 jaar
een grote, zichzelf bedruipende commune.
een hondenkennel, grote gemeenschappelijke keukens, spinnetij, weverij,
houtsnijderij, schoenmaker, wolverver, anzichtkaartentekenaar, breisters
en een ziekenhuisje en wat hoger gelegen, de boerderij.
Heel schilderachtig, mooie verweerde mensen, sombere kleding,
lange rokken met schorten en mannen met lange vlechten.
In de gemeenschappelijke winkel wat Tibetaans geld gekocht
en een paar handgemaakte schoentjes.
Met een sharejeep terug naar de stad, vijf km over de weg.
Een grote mist als je naar beneden keek.
Toen vergaderd over onze verder plannen,
we hadden nog maar 12 dagen.
Nepal doen we toch maar niet
en eigenlijk willen we hier wel weg,
we hebben het wel gezien,
we sterven van de kou.
Naar het stationnetje om  te informeren naar de trein,
bleek vol te zitten voor de komende dagen.
Gaan morgen toch maar kijken of we niet een vriendelijke stationschef,
superintendant of railway officer  kunnen bewerken.
Nog steeds koud, wel een mooi uitzicht op golfplaten daken in de mist
en prachtige enorme rorodendronbomen. zo groot als beukenbomen,
vol bloemen. madeliefjes en een soort pinksterbloemen
en hier en daar een reusachtige den, gigantisch hoog en heel fijn genaald.
Thee gekocht, proviand voor morgen en van de kou om 18.00 uur naar bed.
Geen licht, geen water, brrrrrrrrr.
Lekker morgen weg.
Wekker op zes uur.
Om half zeven op het stationnetje,’t locje kwam net uit bed,
er stonden er vijf in totaal al te blazen en te stomen,
zich voorbereidend op de lange afdaling van de komende dag.
Wij hadden de oudste een uit 1917.
Nagenoeg zonder kolen begon hij aan de afdaling.
Het eersteklas coupeetje was een schatje,
twaalf oude “lees”fauteuitjes keurig op een rijtje achter elkaar
en alles van mooi hout en oud blauw leer.
We moesten alleen de hele reis achteruitrijden..
Het werd onderweg steeds minder koud,het zonnetje kwam
en het werd zelfs al weer warm.’t Ging aanmerkelijk vlugger dan omhoog,
We reden door de jungle met apen in de bomen,
langs theeplantages,en rotspartijen
en we konden eindelijk de besneeuwde toppen van de Himalaya goed zien.
een fascinerend gezicht.
De indiers in de trein die keken niet naar buiten maar naar ons alsmaar,
iedere beweging die we maakten volgden ze nauwgezet
en ze bleven je maar aankijken en naar je ogen
dat zijn wij westerlingen niet gewend
het maakt je ongemakkelijk en onrustig,
maar goed,’s lands wijs,'s  lands eer.
Halverwege de reis werd alles weer India,
de mensen in sari’s,de koeien,en weer armoedige nederzettingkjes
Het treintje ging braaf naar beneden,
om vaart te minderen stonden er tussen de wagons mannen
die permanent remden,door op een lange staaf te staan dansen
Op de hele reis drie tegenliggers gepasserd
en steeds maar weer raden wie er achteruit moest op een zijspoor..
Langs het hele traject staan er piepkleine wachthuisjes
waar een mannetje in staat met een rode en een groene vlag,
die heeft niet veel te doen,
maar hij heeft wel Supervisor,Inspector of Intendant voor zijn naam staan..
Om drie uur s’middags waren we weer beneden in een tropische hitte
en werden weer verwelkomd door een stel bedelaars,
we waren weer terug in India..

Terug naar New Delhi

We namen de trein terug naar New Delhi,maar via een andere route
en alles ging weeer zoals we al zo langzamerhand gewoon waren gaan vinden.
Na een paar dagen kwamen we weer in de oude stad.
We hadden nu nog een paar dagen om Carin’s sierradencollectie af te bouwen
en te kijken of er handel te doen viel.
Op het plein in het centrum van de stad,
waar de westerse restaurants gelegen zijn en wij dus vaak te vinden
wemelde het van de bedelaars
en eentje daarvan een jongen met beenstompen op een karretje
was altijd erg vriendelijk.
We voelden ons zo beschaamd voor onze onmetelijke rijkdommen
ten opzichte van al die miljoenen sloebers hier
dat voor we het land gingen verlaten
we iets terug wilden doen
al was het nog zo gering.
We bespraken het op het dakterras van ons hotel
met de eigenaar een aardige vent.
We wezen hem de jongen aan
En zeiden tot hem,als we nou eens een rolstoel voor hem kopen
en wat handel,dan kan die toch een bestaan opbouwen
of zien we dat verkeerd..
Ik denk dat het niet veel uithaalt zei hij
al zijn vrienden zullen stikjaloers zijn
en hij zal niets kunnen verkopen
want hij ziet er dan niet slemielig genoeg meer uit.
We wilden het toch proberen
vroegen hem adressen waar ze die dingen maakten
en gingen de volgende morgen naar hem toe
en namen hem mee naar zo’n fabriekje in een straatje
waar wel honderd van die zaakjes waren.
Eentje kon hem in een dag afleveren,
want wij moesten over twee dagen weg naar huis.
Handel voor hem kopen
in zijn verkoopgebied waren al die restaurants waar de rijken kwamen eten
en die namen altijd hun kinderen mee,
kinderspeelgoed dus,
we kochten een busje vol met plastic hebbedingetjes,
poppetjes en autootjes en zo
en de jongen straalde
en wij ook
De volgende dag om een uur of vier kwamen zowel de rolstoel fabrikant
als de speelgoed leverancier
Glunderend pakten we alles uit
er was een grote plank achterop zijn stoel
en daar werd alle handel opgebonden,we hesen hem erin
en gaven hem een douwtje
op weg naar zijn nieuwe toekomst..
We liepen terug naar ons hotel
En op het dakterras troffen we de eigenaar
en trots vertelden wij hem ons verhaal
Prijs de dag niet voor het avond is zei hij zachtjes
Om onze vreugde niet te verstoren.
We hadden een warm gevoel iets teruggedaan te hebben
India we hebben van je genoten
zoals we nog nooit op een reis ergens genoten hebben,
het was zware kost maar we hebben het kunnen verteren,
vaarwel en tot ziens..

S’morgens vroeg alles inpakken en reisklaar maken,

nog wat laatste dingen kopen in de stad,
lunchen,uitchecken taxi bestellen en weg,

 
 

toen we de hoek omdraaiden keken we achterom
in de verte zwaaide er iemand  op een karretje...

• Previous • India English •