Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous • Hoe het begon • 1943 • Tjihapit • Solo • Lampersari • Naar Nederland • Regerings Verklaringen

Tjipahit Bandoeng 20-7-1943 --- 13-11-1944

6-8-1943
Weer veel te vertellen. We zitten nu op Rijpwijk 84, Tjihapitkamp, Bandoeng. In een piepklein,
maar gezellig huisje. Nu zal ik het verhaal vanaf het begin vertellen.
Op 12 Juli werden er opeens 5 doktoren opgepikt. Toen schrokken we. Op 14 Juli kreeg pappie een lijst om
in te vullen: alles wat hij aan medicijnen en instrumenten had. Hiervan was het één en ander van andere
doktoren geleend. 's Middags kwam juffrouw Wessels opeens en ze vertelde, dat dr. Kampman tegelijk
met dat biljet zijn oproep gekregen had. We hadden het wel zien aankomen, maar we schrokken
toch. 's Middags ging ik naar de P.J.C., maar weer een grote teleurstelling: Alle kerkdiensten, protestantse
clubs en catechisaties werden verboden. Er mochten alleen nog kerkdiensten in het maleis gehouden
worden. Teleurgesteld gingen we weer naar huis. Wat ik verwacht had, was intussen gekomen: Pappie’s
oproep. De volgende morgen moest hij om 12 uur Nippontijd met koffer en bultzak in het Palacehotel
komen. Daar had je de poppen aan het dansen! De volgende mo rgen vertrok hij met twee koffers en twee bultzakken (om er anderen ook van te geven).
Roelie, Heleen en ik gingen mee. Onderweg moesten we nog eens stoppen voor een snert
Indische wachtpost, waarvoor we net allemaal de andere kant op keken. Mij heeft hij vroeger
al eens een steen nagegooid, omdat ik niet diep genoeg boog.
We kwamen aan bij het Palace-hotel. Pappie ging als laatste naar binnen met een vrolijk gezicht.
Zo leek het tenminste. We hebben nog even gewacht. Roelie en Heleen gingen daarna
naar huis, maar ik bleef nog even. Er kwamen weer doktoren naar buiten: Dr. Wisse, Stibbe,
Overman, Maier, van der Linde, Fast, de Roemer, maar geen pappie.Toen ben ik ook naar
huis gegaan. Daar gingen we meteen aan het pakken. Er waren net luchtbeschermingsoefeningen
aan de gang en dat was nogal lastig.
Zaterdag, 17 Juli, kwam ook onze oproep. We moesten notabene op Maandag om 4 uur Nippontijd
in het kamp zijn. Gelukkig hadden we een kamer gekregen naast het huis van tante
Emy, maar die mochten we niet eens bekijken. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat waren
we aan het pakken. Tot overmaat van ramp werd Heleen ziek. Dr. Linn constateerde: Blindedarm-
ontsteking! De volgende morgen werd ze door dr. Sie geopereerd. Alles ging goed.
En wij maar aan het pakken! We hadden een lijst gemaakt: Spullen meenemen, verkopen, op
Pasteurweg 24 zetten en aan andere mensen geven. Maandag kregen we per gratie één dag
erbij.
56
In de avond was er bij de Marzynski’s een hele Jappen-scène vanwege onvoldoende verduistering.
Maandagmiddag zijn er al twee grobaks weggegaan en in het kamp door tante Emy
opgevangen. Dinsdagmorgen is het heel druk geweest. Veel mensen gaven pakjes mee. Ik
verkocht vier kippen voor drie gulden. De Australors en de krielkippetjes gingen naar de
moeder van Honny Krijgsman. De aquaria gingen naar meneer Pasanea, die er goed voor zal
zorgen.
8-8-1943 (even een terugblik)
Dinsdagmorgen (20 Juli) gingen we
met twee karren naar het kamp. Bij de
eerste wacht hoefden we niet te stoppen.
Bij het kantoor juist erg lang. Wat
bleek nu? We moesten helemaal niet
naar Houtmanstraat 9, waar we ons zo
op verheugd hadden, want dan zaten
we vlak bij tante Emy. We kregen één
grote kamer en een goedankje op Tjihapit
34. “Meneer Boenjamin had het
zelf voor ons uitgezocht”. De kamer
viel erg mee en de dames, die er woonden,
waren best geschikt. Onze barang
werd gelukkig niet al te goed nagekeken.
Daarna was er nog een vervelende scène over mijn kiektoestelletje, dat ook in beslag
genomen werd. Mam had het niet goed genoeg verstopt, maar laat ik haar geen verwijten
maken . Het was toch al zo druk voor haar. Verder werden er nog 2 padvindersmessen en
onze ploertendoder ingepikt. Tante Emy en mevrouw van der Does hielpen heerlijk met de
barang. Daarna ging ik weer terug voor een volgende lading. Mam ging intussen nog eens
voor het laatst naar Heleen in het ziekenhuis. Eindelijk waren we om 6 uur in de middag
over. Roos en Endjoem mochten tot de poort mee. Eindelijk op ons adres aangekomen, waren
daar veel mensen. Aan velen konden we wat van buiten geven. Dat was wel leuk. Maar
ik zeeg bekaf neer en kon geen pap meer zeggen. Na een versterkend kopje koffie van één
der dames kon ik weer verder. Wouter werd door een ieder bekeken en bewonderd. Het is
toch zo’n schatje. 's Avonds lagen we om 8 uur of misschien wel eerder al in bed en sliepen
als ossen. Tante Emy bood aan Friso en Paul bij haar te laten logeren, zolang wij nog in de
rommel zaten. Dat vonden we fijn.
21-7-1943
Rommel, rommel, rommel! Met man en macht hebben we de kamer zo’n beetje gemeub ileerd.
Ik moest het servies uitpakken, Roelie onze kleren en mam de hare en die van Wouter.
Bij het huis was een hele grote tuin met hoog opschietend gras en verscheidene vruchtbomen.
De Marygolds bloeiden er prachtig. Er was ook een granaatappelboompje, een put, een
nogal goede schuilkelder, vier oude auto’s en een brandgang, waardoor je naar buiten kon.
Streng verboden, natuurlijk. Onder één van die auto’s vond Friso een half verroeste windbuks,
maar die hebben we er maar stil onder laten liggen.
22-7-1943
Groot nieuws: Soerabaia is gebombardeerd! Het staat zelfs ook in de Tjahaja. Die morgen
mochten er geen kranten het kamp in. Toevallig ontving mevrouw Loke, die hier woont er
57
toch één. Er stond in, dat 2 of 3 bommenwerpers wat bommen hadden gegooid. Andere me nsen
zeggen al: 200 of 300, dus het zullen er wel 20 of 30 zijn. Voor luchtalarm hoeven we
hier in het kamp gelukkig niet te stoppen. Officieel na tuurlijk wel maar niemand doet het.
23-7-1943
Weer nieuwe geruchten: Alle Blanda-Indo’s, die een 1 of een 2 op hun pendaftaran hebben,
komen over een paar dagen ook binnen. Alle eetkamers moeten ook ontruimd worden. Mam
is toen meteen naar het dameskantoor gehold en heeft de eetkamer op de Houtmanstraat gevraagd,
bij tante Emy. Het zou geregeld worden, zeiden ze. Op 24 Juli zou het doorgaan. Allemaal
weer aan het inpakken.
25-7-1943
Alles was ingepakt. De verhuizers waren er al
en toen kwam het bericht, dat Boenjamin er
geen toestemming voor gaf. We waren woedend.
En wat bleek? De N.S.B.-dames van dat
huis hadden geprotesteerd!
26-7-1943
In uitpakken hadden we niet veel zin. Het dameskantoor
zou nog wat anders voor ons zo eken.
We wachten dus nog af.
27-7-1943
Mevrouw Burgers, een gezellige dikke
dame met twee bruine tekkels kwam
naar ons toe en stelde iets leuks voor.
Haar zuster woonde met een andere
dame, mevrouw Schotte, in een klein
huisje op de Rijpwijk. Omdat ze er anders
mensen bij kreeg, vroeg ze, of wij
er in wilden, in ruil voor onze goedang.
Dat leek ons heel geschikt. We zouden
het hele huisje krijgen, behalve de
voorkamer. Dan hadden we twee behoorlijke
kamers (4 bij 5 m), een piepgoedankje,
keukentje, badkamer en
w.c., een put en een tuin met pisangbomen. Na met tante Emy overlegd te hebben, besloten
we het te doen en gingen naar het kantoor. Het lukte! En de volgende dag konden we een
verhuiswagen krijgen.
58
28-7-1943
De verhuizing verliep prachtig. De ijskast is
bij het ziekenhuisje af gezet. We zitten er best
en zijn er helemaal tevreden mee. De w.c. en
de badkamer stinken een beetje, maar daar
kunnen we wel wat aan doen. Er zijn wel erg
veel kakkerlakken. Achter ons huis is een riool,
die Friso af en toe doorprikken moet.
Vlak bij de put staat een groepje pisangbomen1, maar nog zonder vruchten.
1-8-1943
Van Heleen kregen we gelukkig steeds goede berichten. Ze was nu zo goed als beter en we
konden haar elke dag verwachten. Opeens verscheen ze vanmiddag in een sado, samen met
tante Emy. Ze was erg blij en vloog mam om de hals. Voor ons en voor anderen heeft ze nog
allerlei lekkers meegebracht: kaas, boter, vruchten en chocola. En de groeten van vele bekenden.
Later verscheen opeens juffrouw Wessels. Ze was stiekem met een zieke mevrouw mee gegaan
en kwam nu ook gauw even naar ons toe. Ze kreeg veel boodschappen mee. De meeste
heeft ze prachtig onthouden. Zaterdagmiddag spreken Hetty en ik haar aan het bilik. Ze moet
dan kleren halen voor juffrouw de Quaasteniet, die nog steeds in het O.A.B.- gebouw vastzit.
Heel zielig. Bij het bilik kunnen we haar even spreken en er langs meehollen, wat wel gevaarlijk
is.
17-9-1943
Ik heb de laatste tijd veel zitten lezen. Nu zit ik bij de put en het dagboek ligt voor me op een
laag bankje. Het is Vrijdag vandaag. Straks ga ik pingpongen bij Dieneke Merkelbach. Ik
doe nu ook al mee met de volksdansen. Op Dinsdagmiddag oefenen we in het Emmahofje en
Woensdagmiddag dansen we op het pleintje voor ons huis.
Ik vind het fijn om daaraan mee te doen, maar Roelie en Heleen vinden het flauw.
Twee weken geleden is de Oosterkerk verzegeld. Jammer, het liep juist zo fijn.
De vorige maand is het hele bloemenkamp bij ons gekomen, een hele proppartij! Ik heb mevrouw
Bonebakker nog wat kunnen helpen. Intussen is juffrouw de Quaasteniet weer vrij
gekomen, waar ze heel blij om was. Ongeveer een week geleden zijn alle buitenlandse vrouwen
in het kamp gekomen. Weet je, wie daarbij was? Solveig Polner, mijn vriendin van het
Lyceum. Ik heb haar vanmiddag even gesproken. Ze maakt het goed en is dolblij, dat ze nu
van haar kijvende oma af is, die nog buiten het kamp mocht blijven.
Laatste nieuws: Inval in Nieuw-Guinea, Holland, België, Frankrijk! Goed zo.
Lied over het Vrouwenkamp2
Daar komt het Vrouwenkamp,
zonder mannen, zonder centen,
in wijken saamgepakt,
bewaakt door Japagenten.
1 bananenbomen.
2 Parodie op ‘De schutterij’ (Daar komt de schutterij / met vaandels en met pluimen)
van de schrijver en cabaretier Koos Speenhoff, 1869-1955.
59
En toch zijn wij niet bang,
want laat ook vrouwen maar lopen
en al is de Jap ook kwaad,
toch spelen we op onze poten.
Daar komen de vrouwen,
daar komen ze an,
in bescherming genomen
door heel Japan.
Toch hebben we branie
en geen verdriet,
dat smerige Jappie,
dat blijft hier niet.
Wij vrouwen van het kamp,
wij laten ons niet kisten.
In Europa gaat het goed,
alsof we dat niet wisten.
De Russen houden stand.
De Mof, die kan het weten,
en Hitler’s bruine broek
is al vol gescheten.
Wij vrouwen van het kamp,
wij weten van geen wijken,
want éénmaal komt de dag,
dat 't Jappie zal bezwijken.
Ons Indië komt weer vrij!
De tijd zal het bewijzen.
Want 't is en blijft gezegd,
dat Neerland zal herrijzen!
60
19-9-1943
Het is nu Zondagavond. Ik zit bij een kaarslichtje te schrijven, omdat we geen licht hebben.
Tegenover ons en naast ons is het ook uitgeva llen. Het was vandaag prachtig weer. Jammer
genoeg kunnen we niet meer naar de
kerk, omdat hij afgesloten is.
Maar ik heb fijn kunnen lezen in “Ho llands
glorie”, geleend van mevrouw
Stevels.
Vanmorgen heb ik heerlijk pannekoeken
gebakken van toko-meel1. Er
zijn er maar twee mislukt. We gaven er
ook wat aan tante Emy en aan de dames
in het voorkamertje (mevrouw Nel
Schotte en mevrouw de Weeger). Ze
genoten er allemaal van.
Eergisteren kwam opeens juffrouw
Wessels het kamp in. Ze was op straat
opgepikt en zo zonder iets in het kamp
gezet. Haar vriendin zal nu voor haar
boeltje zorgen. Net de dag tevoren had
ze spullen van ons en van tante Nine
verhuisd naar de Kistlaan. In ons huis zitten nu Jappen. Meneer Klencke is opgepakt. De
Marzynski’s zitten er nog. Tante Emy kreeg een poosje geleden een postwissel van f1.- van
oom Bou, maar niet uit Soekamiskin, maar uit Ngawi. Verder had ze gehoord, dat de mannen
uit Struiswijk (de gevangenis van Batavia) naar Bandoeng zijn overgebracht.
Nieuws: Het gerucht gaat, dat Italië heeft gecapituleerd.
4-10-1943
“Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen”, klinkt het vrolijke harmonicageluid
van het pleintje voor ons huis. Hier en daar zingt er een kleintje mee, aangespoord door één
van de ouderen, die ook meedoen om te helpen. Op Maandagmiddag is er het dans uurtje van
de kleintjes. Nu zingen ze:”Heb je wel gehoord van de zevensprong?” Dit vind ik zo’n leuke
wijs, dat ik hem vaak onder het doen van de was aan het neuriën ben. Ik doe nog steeds de
was. Vooral Maandags is er heel veel, want op Zondag was ik niet.
Het is nu heerlijk weer: blauwe lucht, witte wolken, een zacht windje, een langzaam ondergaande
zon en de bomen van de Bengawanlaan, die zulk fijn groen hebben. dat het net lente
lijkt. Een hele troep prietjes2 zit in een grote struik naast ons te kwetteren van belang. Er zitten
veel kleintjes bij, ik zie ze fladderen met hun vleugeltjes. Een paar tjangkoerilungs 3 zingen
hun avondliedje boven op het dak. Als pappie nu nog bij ons was, zouden we bijna gelukkig
kunnen zijn, omdat we het nog tamelijk goed hebben. Geen ziekte, geen honger, rust,
geen ruzie en een lief babytje.
Woutertje, wat heb ik niets over je verteld. Hij heeft een heel lief humeur. Als hij gedronken
heeft, kan hij zo leuk schaterlachen. Hij levert maar ééns in de twee dagen een vuile luier,
erg fijn voor me. 's Morgen ligt hij zo lief en geduldig met zijn bruine ogen te kijken, al is hij
kletsnat. Pappie, wat zult u hem gegroeid vinden, want hij is nu al twee keer zo oud, als toen
1 Winkel, waar men van alles kan kopen. In Nederland een specifiek Indische winkel.
2 Snijdervogeltje met een klein puntig snaveltje. Komt met name voor op Java.
3 Soort Indische lijster.
61
u hem voor het laatst zag. Op de foto is hij nog echt een klein babytje, maar nu wordt het al
een beetje een jongetje. Tomatensap en pisang vind je heerlijk, maar mam’s melk is toch altijd
“the best of all”.
8-10-1943
Vandaag is het Paultjes verjaardag en ik, domoor, ben ziek. Gisteren voelde ik me al niet
lekker en 's avonds had ik koorts. Vandaag zakte de koorts gelukkig. Vanmorgen om half
zeven mocht Paultje binnenkomen onder het: “Lang zal hij leven!” Wat een cadeautjes lagen
er op tafel! Mevrouw Schotte en mevrouw de Weeger hebben er ook nog gauw een reep chocola
bij gelegd. Woutertje gaf hem het eerst wat: een rolletje pepermunt, dat hij zelf vasthield.
Zo’n enig gezicht! Pappie’s cadeautje was een zelf opgeplakt Bruintje Beer-verhaal.
Wij kenden het al van vroeger, maar voor hem was het een verrassing. Van mam een cake
met poedersuiker en “pareltjes”, van mij caramels, van Roelie een zakdoek met een rode P er
op, van Heleen duikelaartjes van zilverpapier met een kogeltje er in en van Friso een heerlijk
blikje sardines. Van de
verjaarsvisite kreeg hij een bende lekkers. Van oom Ies een enig leuk tolletje, gemaakt van
een langwerpige moer met een spijker er door. Van juffrouw de Quaasteniet een peujeumkoek1.
Met letters van stroop stond er op: “Paul”. Helaas houdt hij niet van peujeum. Tot slot
mag hij vanmiddag twee keer met een velocar mee. Dat is een kar met fietswielen, een autostuur
en trappers. Erg in de mode hier in het kamp.
Louk Woortman maakt er ook één. Vanmiddag aten we heerlijke pudding met vla toe. Gistermiddag
was het onze tokomiddag. We kregen: melk, rookvlees,zeep, suiker, goela-djawa
en vruchten (pisang, papaja2 en djeroek bali3). Wat zijn de “heren Nippon” toch goed voor
ons. 's Woensdags krijgen we arang4. Dat haal ik altijd.
Mevrouw Vink is plotseling teruggekomen uit het ziekenhuis en woont nu naast ons.
Van mevrouw Tonsbeek kreeg ik een rijksdaalder, omdat ik een maand lang eten voor haar
haalde. Die gaat samen met de gulden van mevrouw Vink in Wouter’s spaarpot. Ik stop,
want ik ben moe van het zitten, zo slap ben ik nog.
10-10-1943
Gunai gunaixi h sigh kosmon ferei.5 Als wat meer vrouwen hier in 't kamp dit spreukje
kenden, zou het er heel wat prettiger zijn. Ze kletsen en ze schelden, vreselijk gewoon.
Kamphoofd Boenjamin is weg en voor hem in de plaats kwam: Sarta. Eén van zijn nieuwe
maatregelen is, dat iedereen een pest-injectie moet hebben. Vandaag was de Rijpwijk aan de
beurt. Wij hebben die prik gelukkig al gehad, toen we nog buiten waren.
De kazerne aan het uiteinde van de Rijpwijk wordt nu tot ziekenhuis voor ons gemaakt. Alle
doktoren moeten daar hun praktijk doen. Dr. van Ouwerkerk en Dr. Fast zijn een poosje geleden
vrij gelaten en hier in het kamp gezet. Ze brachten goede berichten van pappie mee.
Hij had geen last meer van zijn spruw en was iedereen erg behulpzaam. Mevrouw Cob was
er aangedaan van, toen ze hoorde dat pappie haar man zo fijn hielp.
1 Gegist meel van de ketèla (cassave).
2 Vrucht, lijkend op een grote knotsvormige komkommer met meloenachtige smaak.
3 Citrusvrucht, afkomstig van Bali met rood of wit vruchtvlees.
4 Houtskool, gebruikt als huisbrandstof.
5 In Romeinse letters: Gynai gynaixi hê sigê kosmon pherei. Voor vrouwen onder elkaar is het zwijgen een sieraad.
62
12-10-1943
Alle jongens van 13 – 16 jaar hebben gistermiddag een oproep gehad om vandaag met bultzak
en koffertje bij de poort te komen. Weer vele moeders in angst en zorg. Louk Woortman
moet ook weg en Martin ook, maar Guus Giese Koch nog niet.
Het was vanochtend een droeve stoet, die er heen ging. De meesten hielden zich heel goed,
maar vele moeders en zussen huilden. Van de gaarkeuken kwam er nog brood met pindakaas.
Eén jongen na m ook zijn gitaar mee op zijn rug. Er kwamen politieagenten en mannen
van het kantoor en ook een paar Jappen.
De poort ging open en daar stond een grote, groene bus met gesloten raampjes. Er werden
namen afgeroepen. Het stond daar stikvol met vrouwen en meisjes, de agenten hadden er hun
handen aan vol. Toen de eerste 30 à 40 jongens instapten, wuifden alle handen. Je zag een
heleboel handen en het “Dàààààààg” rolde over 't pleintje.
Bij het wegrijden van de bus nog een keer. De eerste auto ging, de tweede, de derde, de vie rde.....
hierin kwamen Louk en Martin, daarna de vijfde en de zesde. Niemand bleef over van
de ongeveer 200 jongens. Bij het vertrek van de allerlaatste bus zetten alle vrouwen in: “Van
je hela, hola, houd er de moed maar in!” Het klonk heel fijn!
Maar ach, er waren zulke kleine jongens bij!
Een poosje later kwamen de vrachtauto’s voor de bagage. We lachten ons naar. Te lkens als
er een auto binnenkwam, werd de man, die er in zat, haast bedolven onder de lawine van
bultzakken en koffers. Iedereen hielp mee.Als je iemand zag, die je niet aardig vond, liet je
“per ongeluk” een bultzak op zijn hoofd vallen. Er waren geen auto’s genoeg, maar 's middags
is de rest opgehaald. Een poosje later kwam het bericht, dat alle jongens veilig in Tjimahi
waren aangekomen en dat velen door hun vaders opgewacht werden. Zoals wij hier een
vrouwendorp hebben, bestaat daar een mannendorp, met een zwembad zelfs. Het klinkt heel
mooi.
Nieuws: Italië is echt gecapituleerd! Het stond zelfs in de Tjahaja.
23-10-1943
Mijn verjaardag, maar zonder pappie. O God, laat het het volgend jaar beter zijn. Eerst wilde
ik het helemaal niet vieren, maar hoe langer, hoe meer mensen kwamen het te weten. Op het
laatst kwam er een heleboel bezoek en veel pakjes. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar
van pappie een prachtige pyama, van mam een mooie broek en een onderjurk, van mevrouw
Schotte een hartjes-broche, waarin ik een kiekje van pappie met Paultje heb gedaan. Van
Woutertje een lekker zeepje, van Roelie een zakdoek met een A, van oom Ies een bamboe
vaasje, dat je aan de muur kunt hangen en van Wieneke een leuke ceintuur van filmband. Erg
veel voor deze tijd!
We hebben nieuwe buren gekregen: Mevrouw Groenewegen met twee kleinzoontjes,
die gelukkig meevallen. Peter en Teun. Hun moeder zit in het O.A.B. Naast ons hebben mevrouw
de Ridder en mevrouw Switser een clubje opgericht om Sinterklaascadeautjes te maken
voor de kinderen van de Rijpwijk. Er worden ook al Sinterklaasliedjes ingestudeerd. Hoe
lang zullen we hier nog moeten blijven?
63
31-10-1943
Het is Zondagavond. Ik zit te
schrijven, Roelie en Heleen
lezen, de jongetjes slapen,
mam is aan het handwerken en
wat zou u doen, pappie? Mam
werkt aan een grote zakdoek
voor u. Al onze handtekeningen
staan er op, zelfs van
Woutertje, de poes en Akka.
Mevrouw Schotte en mevrouw
de Weger hebben er ook hun
naam op gezet.
Eerst dachten we stellig, dat u
in Tjimahi zat, maar nu weten
we het niet meer. Er zijn namelijk
transporten geweest
van mannen boven de 45 jaar en u bent net 45.
Verder wordt er rondgefluisterd, dat er in Europa een wapenstilstand is gesloten. Zou dat het
begin van het eind zijn? O God, geef ons vrede! Dan komt pappie ook weer thuis. Hoe groot
zou Woutertje dan zijn? Hij groeit nu zo vlug. Hij kan zo leuk kraaien, lachen, schateren en
lief zijn. Zijn haartjes worden al wat langer. Dagelijks is hij ons tweede zonnetje. Huilen doet
hij gelukkig niet veel. Zijn armen en benen zijn heerlijk bruin. Vaak wensen we, dat pappie
hier even zou kunnen komen kijken.
14-11-1943
Weer Zondagavond. Buiten giet het pijpestelen. Vandaag is Woutertje een half jaar oud. Zijn
ruggetje is prachtig recht, als je hem optrekt. Zijn hoofdje gaat dan ook goed mee. Hij vindt
het fijn om te zitten, dan kijkt hij met grote ogen rond. Alles wat in zijn bereik ligt, pakt hij
en stopt het in zijn mond. Ook het rijden in zijn wagen vindt hij prachtig. Hij heeft het ook al
een paar keer gelapt zich helemaal om te draaien. Een grote wieg dient nu voor box. Daar
kan hij naar hartelust in heen en weer rollen. Mam schrijft nu in zijn babyboek en in haar eigen
dagboek. Ze vertelde zonet: “Het is nu precies tien jaar geleden, dat Roelie onder een
fiets kwam. Juffrouw Bokma (mijn schooljuf) bracht haar thuis.”
Van alle geruchten over vrede bleek niets waar te zijn. De zakdoek voor pappie met al onze
handtekeningen is klaar. Hij is heel leuk geworden. Wouter weegt nu 6 kg.
Dat is er ook op geborduurd. Maar we hebben nog geen gelegenheid gehad om hem aan iemand
mee te geven. Misschien kan Mickey van der Klei hem meenemen.
19-12-1943
De tijd holt voorbij. We worden ouder en ook Woutertje is merkbaar veel gegroeid sinds
pappie is weggegaan. Hij kan nu al zitten, maar zelf opkomen nog niet. Hij kan zo lief en
leuk zijn. Wat mist pappie toch veel! Wanneer zouden we hem weer terugzien en hoe? Zou
Wouter dan al lopen? Kom, laat ik mijn donkere bril afzetten en de zonzijde opzoeken.
Een paar weken geleden mochten alle vrouwen een briefkaart schrijven aan hun man.
Mam heeft geschreven over Wouter, dat hij tegen pokken ingeënt was en hoeveel hij woog.
We hebben er al onze namen op gezet. Het mochten maar 25 woorden zijn, namen inbegrepen.
We hadden nog één woord te kort en toen hebben we tante Emy er ook haar naam onder
laten zetten. Alles moest natuurlijk in blokletters (handtekeningen natuurlijk niet). Wat zal
64
pappie er blij mee zijn! De zakdoek met onze namen is meegegeven aan Mickey van der
Klei, die ongeveer een week geleden met een stel andere grote jongens is opgepikt en hoogst
waarschijnlijk naar Tjimahi is ge bracht. Mevrouw Schotte heeft op haar kaart geschreven,
dat ze bij ons in dit huis was. Haar naam staat ook op de zakdoek. Zouden pappie en meneer
Schotte elkander kunnen vinden? Gisteren konden we pappie per geheime bode een heel
klein briefje sturen. Ssst! Verder zeg ik niks!
Het is ook alweer Sinterklaas geweest. Hij kwam op 5 December met Zwarte Piet hier op het
pleintje gereden op een velocar! Alle kinderen zongen liedjes en kregen een cadeautje. Er
waren hele leuke dingen bij. Zelfgemaakte poppen, legpuzzels, karretjes, naaimandjes en nog
veel meer. Het was jammer genoeg geen echt leuke Sint en maar een saaie Piet. Toch
schreeuwden sommige kinderen van angst. Friso kreeg een leuk golfballetje, Paul een autotje
en Wouter een prachtig wollen bal. Hij keek ernaar met grote ogen. 's Ochtends had hij in
zijn”schoentje” een bijtring gekregen en een leuke band met kleine bandjes eraan om speelgoed
aan te hangen.
Mam maakte voor ons allemaal borstplaat in puddingvormpjes. Paul kreeg een kleine roe,
die ik gemaakt had. 's Avonds kwam Zwarte Piet twee keer. De eerst gaf ons een zak vol
lekkers. De tweede kwam binnen met een roe en een zak. Hij riep Friso en Paul bij zich en
hield een korte rede voor hen, die er op neerkwam, dat ze altijd lief moesten zijn en helpen.
“Ja, Zwarte Piet”, knikten ze zoet. Toen opende Piet zijn zak en gaf ons allen een reep chocola.
We zongen nog een liedje en toen verdween Piet (Het was Greet Donselaar). Iets later
hoorden we “Plof!” in de andere kamer.
Daar lag een groot pak! Voor ons allemaal zat er wat in. Mam een kleedje, Roelie een heel
leuk broche, ik een ceintuur, Heleen, Friso en Paul lekkers. We zijn er nog niet achter van
wie die verrassing is. Van tante Emy kregen we zelfgemaakte pepernoten.
Mmmmm!
Vanaf 1 December zijn we bij de Mangga-gaarkeuken, omdat Saninten hersteld moet wo rden.
Het bevalt er ons best. Binnenkort krijgen we echte kippensoep. Vandaag hadden we
bruine bonensoep en djeroek Malang1. Gisteren visragout, erg lekker.
Van 1 tot 10 December hebben we ons geld moeten storten op de Japanse Bank. Per gezin
mocht je twintig gulden houden. Omdat ik al 17 ben, mocht ik ook een bankrekening openen
en 20 gulden houden. Die bankrekening hebben we niet geopend, maar de 20 gulden wel gehouden.
Iedereen is nu dus “arm”!
Ik had ook een kampzweer, die maar niet dicht wilde gaan. Nu na 14 dagen is hij bijna over,
gelukkig maar.
Morgen zijn Wieneke en Quirientje jarig. Dan gaan we bij hen theedrinken. Quirientje is zo
leuk. Ze heeft al wat tandjes en kan al lopen. Morgen wordt ze één jaar. Te genover hun huis,
buiten het bilik, is een poosje geleden een schijnwerper opgesteld. Eén avond heeft hij geschenen.
De jongens waren er opgewonden van! Het is te begrijpen, want zoiets hadden ze al
zolang niet gezien. 1 Geel groene citrusvrucht.

26-12-1943
Vandaag is het tweede Kerstdag. Gisteravond hebben we het alleen met elkaar gevierd. Vanavond
komen tante Emy, mevrouw Schotte, mevrouw de Weeger en mevrouw Vink ook bij ons. Van
mevrouw Vink kregen we gisteren een groot pak voor onder de kerstboom.
Er zat voor ons allemaal iets in. Roelie en Heleen hadden ook leuke dingen gemaakt. Mam was zo blij
met de zakdoek. Ze kreeg tranen in haar ogen, toen ze pappie ’s naam zag, die ik van een
handtekening op een briefkaart had nagemaakt. Woutertje’s naam staat in het midden en de
onze er omheen.
Mam las ons het kerstverhaal voor. De engelen zongen:”Vrede op aarde”. Och, moge
die vrede, echte vrede ook gauw op deze aarde komen.
Woensdagmiddag vierde ik Kerstfeest op de C.J.C. (Christelijke Jeugd Club). Er werd ook
een gedicht voorgelezen, heel mooi en diep gevoeld. Ik mocht het overschrijven. Het drukt
zo goed de gevoelens uit van vele mensen in deze tijd.
Stille Nacht
Na een jaar van strijd en onrust, weinig vreugd en veel verdriet. Na een jaar van vele moeilijkheden,
Zware zorg op elk gebied, wordt temidden van emoties het feest van Vrede ingeluid.
En met ongesproken woorden Zegt de kerstboom ons: “Rust uit!” Juist dit jaar, nu 't boompje schittert
met zijn troosten held’re schijn, zullen o, zovele harten zwaar en droef en somber zijn.
Vele honderdduizend ogen kijken peinzend naar de boom. Ieder kaarsje wekt gedachten,
ieder lichtje is een droom, blijde droom van blijde toekomst, droeve droom van wat verging.
Eén blik op één enkel kaarsje wekt een jaar herinnering. Het verleden gaat herleven.
“Weet je nog, verleden jaar
66
stond de boom op’t zelfde plekje. Weet je nog? Toen zat hij daar!” Even komt de geest in opstand,
triumfeert de bitterheid, even klinken dissonanten, maar dan komt de Dankbaarheid.
Dan komt Moed, dan komt Vertrouwen, Rust, Berusting, Levenskracht. Lichtjes schijnen dubbel helder.
Troostend klinkt het: “Stille Nacht” Laat ons ook dankbaar zijn en met moed de toekomst in zien. Dank U, Heer Jezus.
31-12-1943
Het is nu 31 December, de laatste dag van het jaar. Dit jaar met zijn grote vreugde en met
zijn groot verdriet. Immers wij kregen Woutertje, als een schattig engeltje en toen na twee
maanden moest pappie van ons weg.
Het is nu avond. We hebben gegeten en mam gaat ons een paar kerstverhalen voorlezen.
Mevrouw Schotte, mevrouw de Weger en mevrouw Vink zijn ook hier. Ik heb vanmiddag
oliebollen gebakken, tenminste als je ze zo noemen wilt. Het zijn geen bollen, maar platte
koekjes geworden, maar lekker! Onze laatste gedroogde appeltjes gingen erin en ook wat
sucade, die we van djeroekschillen hadden gemaakt. Voor het laatst gingen de kaarsjes bij de
kerstboom aan. Paultje wilde ze graag zelf aansteken.
Mam gaat nu voorlezen.
Kwart voor 12. Heleen, Friso en Paul zijn op de bank in slaap gevallen. Mam vertelde drie
verhalen: “Jimsy’s Kerstfeest”, “Heggehannes”, en één over de geboorte van een kindje in
een ingesneeuwde trein.
Ik ben ook wat slaperig, maar de koffie deed me goed. Zo dadelijk zal ook dit jaar 1943 om
zijn. Het is ontzettend vlug om gegaan. Aan één kant is dat fijn, omdat we dan hoe langer,
hoe dichter bij de vrede komen. Maar andere kant: onze jaren gaan voorbij. We leren wel
heel veel, maar het leren op school is er niet bij. Daar hebben we haast geen tijd
voor.......Wacht, daar slaat de klok!
Het is nu kwart over 12, een kwartier in het nieuwe jaar. Wat zal het ons brengen?
Niemand weet het, maar we vertrouwen op God.
We zongen samen: Uren, dagen, maanden, jaren
vliegen als een schaduw heen.
Ach, wij vinden waar wij staren
niets bestendigs hier benéén.
Op de weg, die wij betreden
staat geen voetstap, die beklijft.
Al het heden wordt verleden,
schoon 't ons toegerekend blijft.
Gelukkig Nie uwjaar!

1944
4-1-1944
De dagen gaan heel gewoon door , alleen aan de kalender merk je, dat er een nieuw jaar begonnen
is. Ik word ouder en ik merk duidelijk, dat ik groei, zowel in mijn lichaam als in gedachten.
Veel moeilijke dingen begrijp ik nu beter. Ik groei ook in spreken en in denken en
in bidden. Gaat dat altijd zo op deze leeftijd? Gaat je denken dan altijd een stuk omhoog?
Maar hoe bestaan er dan bij zovele oudere mensen nog zoveel kleinzielige en domme gedachten?
Hun denken moet toch veel hoger zijn?
Misschien is het heel menselijk of hebben ze slechte ervaringen gehad. Soms voel ik ook, dat
ik er in weg zak. Maar ik hoop niet blijvend onder die invloed of in dat slechte humeur te
komen. Vooral hier in het kamp.
13-2-1944
Het is alweer 13 Februari. Onze tijd vliegt voorbij. Wat hebben wij er aan en wat le ren we
ervan? Toch zie ik gelukkig veel goeds, maar ook veel slechte dingen om ons heen. Het zal
ons des te sterker maken om er tegen te vechten. Ook moet ik vechten tegen het slechte in
mijzelf, dat het zuivere Leven vertroebelt. Help mij, Here Jezus.
Het is nu Zondagavond. Ik moet dadelijk gaan tafeldekken, maar schrijf nog even door. Ik
heb de laatste tijd weinig geschreven, vooral over ons lief Woutertje. Daarom zal ik eens in
zijn babyboek kijken:
14 December. Woutertje 7 maanden oud. Hij heeft net iets geweldigs gepresteerd:
hij zit! Zelf kan hij nog niet gaan zitten, maar als we hem helpen, gaat het best. Als je hem
nog verder optrekt, gaat hij staan en heeft daar dan ook veel plezier in. En schateren , dat hij
kan! Dr. van de Broek d ‘Obrenan, onze dokter hier in het kamp, vindt dat ook zo leuk. 's
Middags zijn we bij tante Emy geweest en heeft hij voor het eerst in de Sanssouci gezeten en
dat vond hij hééééérlijk! Hij geeft nu ook zoentjes, maar het zijn meer likjes dan zoentjes,
maar hij bedoelt het goed. Hij houdt ook erg van suiker en borstplaat. Verder krijgt hij
Hoenkwee-pap (een soort pap van Kindermeel)1 en verder nog melk van mam. Als hij 8
maanden is, gaat hij beginnen met nassi-tim2, een rijst-groentesoep.
25 December. Vandaag ging hij voor het eerst zelf zitten in zijn wagen en hij lachte toen zo
vrolijk. Tante Emy heeft ons nu de Sanssouci te leen gegeven, wat Wouter heel fijn vindt.
Soms valt hij erin in slaap.
1 Februari. Toen hij 8 maanden oud was, ging hij staan in zijn box-wieg. Gisteren deed hij
dat in zijn eigen wieg, maar o wee, hij gooide zijn borsteltje eruit, ging staan om het na te
kijken, wilde het pakken en dook voorover de wieg uit! Wat een schrik was dat! Friso, die in
een teil er vlakbij zat te baden, raapte Wouter op. Hij schreeuwde natuurlijk en Friso trilde
op zijn benen en zag bleek van de schrik. Mam troostte Wouter, die toen erg bleek zag, maar
hij at, dronk en sliep later weer gewoon. Met de zijkant van zijn hoofdje, waar hij op viel, is
het ook in orde. Nu zullen we extra goed moeten oppassen. Hij kruipt nog niet. Al een paar
keer heeft mam hem op de pot gezet. Daar we geen kleintje hebben, wordt de grote gebruikt.
Dat staat zo grappig! En het heeft succes! Vanaf 15 Januari krijgt hij nassi-tim van de gaarkeuken.
De eerste keer dat hij het kreeg, keek hij mam met grote, ronde vraagogen aan, alsof
hij wilde zeggen: “Wat is dat nu toch weer?” Maar het gaat er goed in, maar pap vindt hij
lekkerder en pisang het allerlekkerst! Hij heeft zijn eerste ziekte ook al gehad. Op 22 Januari
1 Chinese benaming van katjang idjo, kleine groene erwtjes.
2 zachtgekookte rijst met groentensoep.
69
werd hij wakker met koorts en rode vlekjes. Twee dagen zag hij er ziekjes en zielig uit. Mam
dacht, dat het zoiets als Rode Hond was. Na twee dagen was hij koortsvrij, maar toen hoestte
hij een beetje. De vijfde dag waren de rode vlekjes het ergst, daarna verdwenen ze langzaam.
Gisteren ontdekte mam in zijn mond een klein wit puntje links onder. Zou dat zijn eerste
tandje zijn? Mis, het punt je is weer verdwenen.
16 Februari. Nu is ons Woutertje al 9 maanden oud. Hij ziet er heerlijk uit. Al een paar dagen
krijgt hij zijn bad buiten in de zon, wat hij heel fijn vindt. Dokter van de Broek kwam
ook eens kijken en vond, dat hij er lief en gezond uitzag. En schateren , dat hij kan, vooral
als Friso gekke sprongen maakt. Je moet dan wel meelachen.
Maar aan het eind van de morgen als hij honger en slaap heeft, kan hij flink huilen.
Roelie kan daar niet tegen en haalt hem dan uit zijn box. Als mam het niet goed vindt, gaat
hij er weer in en brult dan nog harder.
Ongeveer een week geleden kregen we een box te leen met een matrasje. Wouter ging er
meteen in staan en vond het prachtig. Hij begint nu ook al allerlei te begrijpen. Als je vraagt:
Waar is de klok? kijkt hij naar de klok. Zo ook met de lamp en de poes. En als mam zegt:
“Wouter kindje van pappie”, zoekt hij met zijn ogen even de kamer rond tot hij pappie’s foto
gevonden heeft. En als mam dat portret van dichtbij laat zien, lacht hij er zo leuk en lief tegen.
Ook met oom Ies is hij goede maatjes.
20-2-1943
Zondag. Zo dadelijk ga ik naar een doopdienst. Zelfs hier in het kamp is dat moge lijk. Wouter
werd gedoopt toen pappie nog bij ons was. Twee maanden oud en nu al negen maanden.
We zijn niet meer bij de Mangga-gaarkeuken, maar bij de Oranje-keuken. Het bevalt ons
best, want het gaat nu veel vlugger. Alleen ....er is geen mevrouw Schotte, die voor Wouter
het bovenste van de melk geeft. Laatst kregen we karnemelk, ook lekker.
19-3-1944
Weet je nog, dat we in December geld moesten storten op de Yokohama Specie Bank en we
dachten, dat we er nooit iets van terug zouden zien. f 20.- mochten we houden voor boodschappen
bij de toko. Elke maand moesten we opgeven, hoeveel we daarvan gebruikt hadden.
Hebben we trouw gedaan en ziet!.....Een paar dagen geleden konden we dat opgegeven
bedrag ophalen bij het straathoofd. We stonden stomverbaasd. We hebben toen f 36.- gekregen,
allemaal in Japans geld natuurlijk. Het kost hun toch alleen maar wat papier, maar in
ieder geval: hebben is hebben!
Op 15 Maart is het bestuur van dit kamp overgegaan van de Indische tot de Japanse lege rmacht.
Er werd toen gezegd, dat er veel beter voor ons gezorgd zou worden, maar dat was
zeker Japanse beleefdheid. Sindsdien hebben we geen brood meer ge kregen en ook van de
toko maar bitter weinig. Gelukkig krijgen we wel meer rijst. Vanochtend hebben zelfs man-
Pamflet 9-3-2604
Zoëven vlogen over ons heen drie nieuwe toestellen,
geschenk van de Japanners op Java. Alle drie gaan
ze naar het front om daar te verpletteren. En wij, inwoners
van Java?
Met eigen kracht zullen wij arbeiden aan de verdediging
van ons vaderland.
70
nen van het bloemenkamp zakken rijst en mais voor ons binnen gedragen. Waarom dat
moest, weten we niet. Af en toe krijgen we van de gaarkeuken ook rauwe groente, zoals lobak1
en laboe-ajer2, één keer zelfs worteltjes. Maar geen kippensoep of vis meer. Gelukkig
wel melk. Morgen is het onze beurt weer. Veel mensen hier in het kamp lijden honger, omdat
ze niet toekomen met de gaarkeukenrijst. Oebi komt er ook haast niet meer binnen. Wat
ben ik blij, dat we van buiten zoveel rijst hebben meegenomen.
Gistermiddag is er boven ons een echte wolkbreuk geweest. Een verschrikkelijke bui! Het
lekte overal in dit gammele huisje, tenminste in de bijgebouwen. Binnen lekte het op de kast.
De riool achter ons huis stond tot een heel eind boven de rand vol en werd dus heerlijk
schoongespoeld.
Mam en Friso waren net in het ziekenhuis, maar zijn toch door alle stromen naar huis gebaggerd.
Bij de Oranje-gaarkeuken was het één zwembad. Sommigen jongens van die keuken
zijn er ook echt in gaan zwemmen.
20-3-1944
Gisteravond had ik zo’n slaap, dat ik niet verder schreef, maar in bed ben getold. Er is gisteren
bij die harde regen een akelig ongeluk gebeurd op de Ananaslaan. Er is door het hoge
water een meisje meegesleurd en verdronken. Ontzettend voor de moeder!
Zonet ging de gong en ons straathoofd, juffrouw van Dam, deelde mee, dat er morgen hoog
bezoek zou komen. Dit kamp moest als kazerne beschouwd worden en wij dus als soldaten,
die de bijbehorende consequenties ook moesten aanvaarden. Dus bijvoorbeeld om 10 uur de
lichten uit. Verdere regelementen zouden we weldra te horen krijgen. Voor dat hoge bezoek
morgen moet je de romp buigen, dus niet het hoofd. Er mag geen was of een kinderbox in de
voortuin staan en de tuinen moeten er netjes uitzien. Onze tuin houden we vanzelf al netjes.
Alle planten doen het goed. De tomaten groeien prachtig. De eindjes prei uit de vuilnisbak
van de gaarkeuken lo pen ook al uit. Onze Mexicaanse zonnebloemen doen het zo fijn, elke
dag hebben we bloemen binnen. Roelie heeft ook terrongpitjes3 gezaaid. Ze zijn opgekomen,
maar het duurt erg lang voordat er daar vruchten aan komen. De framboos hebben we naar
een zonniger plekje overgeplant en die schiet nu ineens veel harder op.
Woutertje staat nu elke dag met zijn box in de tuin, tenminste als het mooi weer is. Hij voelt
zich goed thuis in zijn box. Hij kruipt en loopt er al een beetje in en amuseert zich vaak tijden
lang. Als het erg lang duurt, zoekt hij iets om op te sabbelen, een stukje tikar4, een blaadje
of een draadje. Hij kan nu al zo enig naar pappie’s foto op het gele kastje kijken. Als je
met hem voor het raam gaat staan en hem naar buiten laat kijken, is hij zoet en stil. Dan legt
hij vaak één armpje op je schouder en dat is toch zo’n lief en vertrouwd gebaar. Als hij in de
box staat en je steekt hem je handen toe, dan kan hij je zo verrukt aankijken. Dan zwaai ik
hem hoog in de lucht en dan schatert hij van plezier. Zijn ogen zijn ook zo mooi, die lieve,
donkerbruine schitteroogjes! Pappie, wat mist u veel.
We hebben net weer een geheim briefje van hem gehad. Iemand schreef in een briefje aan
zijn vrouw: “Heb dagelijks contact met Friso, fijne kerel!” Toen volgde er een stukje, dat
pappie zelf waarschijnlijk gedicteerd had: “Het gaat goed met me, ik weeg 66 kg en ben pas
één dag ziek geweest. Erg blij met de zakdoek. Ik werk dagelijks op de ziekenzaal. ” Een
poosje later hoorden we ook, dat hij op de zaal met besmettelijke ziekten werkt en daar elke
Zondag preekt en dat de mensen daar veel aan hebben. Hij zag er ook heel goed uit. We zijn
1 rettich, lang soort radijs
2 peervormige vrucht met veel water
3 soort aubergine
4 mat
71
o, zo blij, dat het goed met hem gaat en dat hij werk heeft. Heel leuk, dat hij onze zakdoek
met namen werkelijk ontvangen heeft! Wat zou hij grote ogen opzetten, als hij hoorde, wat
voor wondjes Friso aan zijn voeten heeft. Het is namelijk Framboesia. Het was de diagnose
van dr. van de Broek en een bloedonderzoek bevestigde dat. Nu krijgt hij elke week een injectie
en we zijn erg benieuwd, of het zal helpen, want aan het personeel van Pasteur wordt
nogal getwijfeld.
De volksdansen op het pleintje gaan nog steeds door. Donderdags kan ik wel, maar op
Woensdag niet, dan moet ik juist naar de C.J.C., die erg lijkt op de P.J.C. buiten het kamp. Ik
vind het erg fijn. Je hoort af en toe eens over dingen spreken, waarvan je allang iets had willen
weten. Bijvoorbeeld over: Het communisme en het christendom, of: Het beeld van Christus.
En nog meer interessante dingen. Verder hebben we muziekmiddagen met gramofoonmuziek
natuurlijk. Af en toe ook een thee-middag, kopje met suiker meebrengen. Eens was
er ook een lezing over het prediken van het christendom onder de Chinezen in Holland. Heel
interessant!
Ik heb nu ook een bijbelklasje van kinderen van zes jaar, hier uit de Rijpwijk. Er zijn in deze
wijk ongeveer acht clubjes voor kinderen van 4-12 jaar. Mevrouw Mostert heeft dit georganiseerd
en ik heb toen de kinderen van 6 jaar gekregen. Friso en Paul gaan ook naar zo’n
clubje. Het is op vrijdagmiddag om 6 uur Nippontijd, dus om half vijf. Daarna gaan we met
hen zingen bij mevrouw Mostert of houden alleen de “juffen” een voorbespreking met haar.
Er is zelfs al eens toverlantaarn vertoond van platen uit de bijbel. Dat vonden ze prachtig.
72
Als de kinderen er Vrijdags allemaal zijn, begin ik met ze en vertel dan een verhaal, leer hun
een versje en eindig met een gebedje. Dat klinkt nu heel gemakkelijk, maar dat valt soms
heel niet mee.
Een poos geleden is er een gebod uitgegaan van “toean1 Nippon”, dat de dames, die nog buiten
het kamp worden aangetroffen, kaal geschoren zullen worden. Dat is ook werkelijk gebeurd!
Een paar van hen wonen achter mevrouw Oliviera. Ze kleden zich nu helemaal als
jongen en dragen een petje. Er wordt ook nog erg gesmokkeld bij het bilik, hoewel het erg
gevaarlijk is. Mevrouw de Weeger heeft laatst van ie mand nog een pond spek op de kop weten
te tikken voor f 3.50. Het was ook gebilikt en erg goedkoop, vergeleken bij wat sommige
andere mensen er voor vragen.
Ik stop nu, want het is laat en mijn teen moet nog verbonden worden, want ik heb er een
kleine ontsteking aan.
28-3-1944
Er werden pamfletten verspreid met de datum 9-3-2604 en de volgende inhoud:
Instructies aan geïnterneerden in de kampen:
Ik ben van plan u te beschermen, zo doende uw bewegingsvrijheid te belemmeren.
Onvermijdelijk, dat uw dagelijks leven moet verschillen van dat in vredestijd.
Ik zal u zeker met recht behandelen met navolging van de regels der mensheid en met beschouwing
van uw manieren en gewoonten. Mijn principes zullen wellicht
verschillen met die in het verleden werden toegepast. Maar ik zal mijn uiterste best doen om
u redelijk te behandelen zelfs in de kleinste geschillen met een besliste
1 meneer (Japan)
73
toewijding. Te straffen degenen, die zouden willen opstaan en beledigingen begaan, of geheime
plannen zouden willen uitvoeren tegen mij persoonlijk. Tegenwoordige
toestand realiseren met vermijding van vrijheidsplannen, alle orders nakomen. Dagelijks leven
door te brengen met inachtneming van gezondheid, zowel geestelijk
als lichamelijk. En zodoende gewend geraakt aan deze zaken, hoop ik, dat u een gelukkige
tijd zult doormaken in de toekomst.
Getekend: Nakita Nasayaki.
2-4-1944
Vandaag is het Palmzondag en de volgende week Pasen. Veel herinneringen aan vo rige jaren
komen terug. Wat hebben we het goed gehad en wat moeten we daar dank baar voor zijn.
De laatste briefkaart aan pappie hebben we teruggekregen, iedereen trouwens. Jammer, er
stonden juist zulke leuke dingen over Wouter in. Gisteren ontdekten we Wouters eerste tandje,
links onder. Mam heeft het 't eerst gezien en vanavond hoorden we het allemaal tegen zijn
bekertje tikken, toen hij dronk. Zo’n leuk geluidje!
Mam vertelde vanmiddag, dat precies 25 jaar geleden pappie haar op Palmzondag met een
sjees kwam afhalen voor een toertje. Mam was toen 16 jaar en pappie 20. Ze vond het heerlijk
door zo’n grote student afgehaald te worden en zo fijn te rijden.
Dat zou ik ook erg fijn vinden, maar nu zitten we in een kamp en gebeuren er zulke dingen
niet.
Van de gaarkeuken krijgen we geen brood meer, maar 's middags een beetje rijst, tapioca-meel en gaplek1
(smerige stukken gedroogde ketella2). Eén of twee keer in de week een beetje suiker, zout en olie.
Ook van de toko wordt het al minder en minder.
Heleen en Friso hebben nu een zoutloos dieet, want er is iets niet in orde in hun bloed. Ze krijgen veel groente en bijgerecht, maar het is allemaal zo smakeloos zonder zout.
De brief hierboven kwam van de Japanse commandant van het legerbestuur en was aangeplakt bij het dameskantoor.
9-4-1944
Pasen! Wat betekent het voor ons? Is het wel: “De Heer is waarlijk opgestaan” of denken we
daar niet meer aan? Zijn we, of liever, ben ik al te diep gezonken in de zielige kleinigheden
van deze tijd? Is er wel plaats en tijd in mijn hart?
Ja, Heer, ik geloof in U en ik geloof, dat U waarlijk opgestaan bent. Help me U voor ogen te
houden bij alles wat ik doe.
Vandaag werd de kerk voor het eerst weer geopend. Iedereen was er zo blij om! Eerst was er
een jeugddienst, zo verschrikkelijk vol, dat alle kinderen onder de 13 jaar naar huis gestuurd
moesten worden. Maar het was toch een fijne morgen.
's Middags een dienst voor ouderen. Mam is daar geweest.
1 stuk van een ketella
2 ketella (eigenlijk ketèla of singkong) cassave
gaarkeukenkaart
74
25-4-1944
Mevrouw Mostert begon vandaag weer met nieuwe aannemingscatechisaties. Ik heb me er
ook voor opgegeven. Vanmiddag was de eerste samenkomst in de kerk. We waren ongeveer
met zijn twintigen. Tineke Kuylaarts was er ook en dat vond ik heel leuk, want ik ken haar
nog van de zevende klas. Ze zit ook in de jeugdraad.
14-5-1944
Vandaag wordt ons Woutertje één jaar! Het is een heerlijke dag en er kwamen veel mensen
op bezoek. Haast iedereen zegt: “Het volgend jaar met zijn vader erbij!”
We hopen het van harte. Hij is zo verwend met cadeautjes. Het begon vanmorgen vroeg al
met een suikerklont, twee paar gebreide sokjes en een vaasje met bloemen van mevrouw de
Weeger. Vooral de klont vond hij prachtig.
Gisteren hebben we een taart voor hem gebakken. Mevrouw Vink, die sinds 1 Mei bij ons
inwoont, had nog wat echt meel en wij nog wat echte jam. Er stond één kaars in het midden,
echt feestelijk! Wouter zelf merkte wel, dat er iets aan de hand was, maar begreep het toch
niet goed. Maar de cadeautjes en de “Boe, boe’s” (bloemen) vond hij prachtig. We hebben
pappie’s foto tussen de bloemen gezet.
Om half 10 ongeveer kwamen oom Ies, tante Emy, Rob en Quirientje om samen met ons te
ontbijten. We aten heerlijke citroenrijst. Voor de visite hadden we chocolade-pudding gemaakt,
wat erg in de smaak viel. Tot onze grote verrassing kwam oom Walter Dake ook nog
even. Dat mocht eigenlijk niet, maar hij ging dan zogenaamd even naar een patient. Natuurlijk
kreeg hij ook een stuk van de lekkere taart.
Nu even tussendoor iets over de doktoren:
Ongeveer 4 weken geleden zijn er 10 doktoren uit het 15e Bat gehaald en in dit kamp gezet:
Dr. Dake, dr. Fraenkel, dr. Fischer, dr. Lagros, dr. Damen, dr. de Keizer, dr. Padtberg, dr.
Teunissen, dr. de Priester en dr. Deenstra.
Het gerucht ging toen, dat hun vrouwen ook hier zouden komen, maar daar is nog niets van
gekomen. Drie weken geleden zag ik oom Walter voor het eerst, toen ik op de korfbalclub
was, waar Hanneke Schuurmans me voor had uitgenodigd. We spelen in een tuin van een
klooster, waar de doktoren zijn ondergebracht, vlak bij het ziekenhuis. Oom Walter leek me
langer en veel magerder geworden. Hij vertelde over tante Hettie, over Het, Jaap en Maarten,
die nu waarschijnlijk in een kamp in Semarang zitten. Mam vond bij onze foto’s nog twee
leuke voor hem, één waar hij met tante Hettie op staat en de ander met hun hele familie. Hij
was er erg blij mee, want hij had er zelf geen. Ik heb nog een potje citroensmeersel voor hem
kunnen maken.
Nu weer terug naar Wouters verjaardag. Ik gaf hem mijn witte beer, die ik op mijn eerste
verjaardag van opa kreeg. Van Roelie kreeg hij geborduurde bretels en flanellen schoentjes,
van Heleen een wollen bal, van Paul en Friso een ketting van grote kralen (gisteravond nog
geregen). Verder een bende slabbetjes, speelgoed-beesten, vruchten, bloemen, een paardentoom
van mevrouw van der Does en een leuk, eigengemaakt houten eendje op wieltjes van
oom Ies. Werkelijk heel leuk!
Op 1 Mei is mevrouw Vink bij ons komen inwonen. Ze slaapt nu samen met mij in de achterkamer.
Eigenlijk moest ze samen met mevrouw de Weeger in het voorkamertje, maar daar
was die helemaal niet op gesteld. Nu hebben we het zo geregeld, dat Roelie daar 's nachts
slaapt en mevrouw de Weeger die kamer overdag vrij heeft.
Een paar dagen was het volle maan en Wouter zag hem voor het eerst. We zeiden hem voor
hoe hij heette en nu zegt hij ook: “Maam” en wijst er dan met zijn handje naar. Ook alle
75
lichtplekken heten nu Maam. Dat zegt hij zo leuk! Als je 's ochtends bij zijn wieg komt, is
het eerste wat je hoort: “Papa”. Wat mist je vader veel, kaboutertje!
21-5-1944
Op deze Zondag zijn we druk bezig voor mam’s verjaardag. Ik ben zes klerenhangers van
bamboe aan het maken en geef ze een blauw randje. Roelie had haar cadeautje al een poosje
klaar. Ze had de oude vliegenkap opnieuw bekleed en met een leuk geel roesje versierd. Heleen
snijdt een suikerlepel uit bamboe en maakt er een oranje L op. Friso heeft op een paar
oude klompen nieuwe bandjes gespijkerd en die ook een blauw randje gegeven. Paul weet
niets en zal daarom een L-broche geven, dat Heleen gemaakt heeft. Wouter geeft iets van
zich zelf, namelijk een stuk van zijn onderlegger. Mevrouw Vink heeft er een oranje randje
langs gehaakt en nu kan het prachtig als pannelap gebruikt worden. Ze heeft zelf ook iets
leuks bedacht. Onze Hongaarse poppentheemuts, die er verschrikkelijk groezelig uitzag,
heeft ze opnieuw aangekleed en ook een nieuw gezicht gegeven. Het ding is er zo van opgeknapt
en ziet er nu weer heel leuk uit.
Verder besloten we een oebi-taart1 te bakken en er kandijklontjes op te strooien. We hebben
een beetje meel, geen eieren, geen melk, een klein beetje suiker en veel oebi’s. Maar we maken
hem Dinsdag pas.
Nu nog even terug in de tijd. Vanaf begin Maart hebben we vrij water en licht. Daarom moet
nu om 10 uur het licht uit en verder moesten alle electrische apparaten ingeleverd worden,
zoals kookplaten, strijkijzers, broodroosters, föhns, enzovoort. Er kwamen er heel veel binnen.
Een poosje later moesten we opgeven, hoe sterk onze lampen waren (per kamer mocht
er één lamp zijn). Toen er aan het eind van de maand uitgerekend werd, hoeveel electriciteit
er verbruikt was, lag dat veel te hoog en bij het dameskantoor kwam te staan, dat er alsnog
apparaten ingeleverd konden worden. Ik geloof niet, dat er veel binnen gekomen is. Ook alle
gramofoonplaten moesten ingeleverd worden, want ze wilden op het mannenkantoor wat
mooie platen uitzoeken en dan zou de rest teruggestuurd worden. Dat is nog niet gebeurd.
Ook oud ijzer moesten we inleveren en voor het huis van het dameskantoor brengen. Er verschenen
ook heel veel fietsonderdelen (?!) en een bende rommel. Een heerlijke plaats voor
jongens om in te grasduinen, wat ze dan ook ijverig deden.
Een poos geleden zijn eerst mam en toen ik op een avond uitge nodigd, waarop mevrouw
Homann gedichten voordroeg. Ik heb er zo van genoten en ben van plan later ook veel gedichten
te lezen. Dit waren o.a. : De Merel, Het Draaiorgel, Ik ben geboren in zonnegloren
(uit: “De Mei” van Gorter), Kindersproke, Een werkeloze, De soldaat, Het schrijvertje.
Op de C.J.C. heeft iemand eens verteld over haar reis naar Italië. Ze was er een jaar geweest
en had daar veel meegemaakt. Dat lijkt me toch zo leuk om zo te reizen en van alles te leren
kennen. We hebben ook wel eens een muziekmiddag, meestal muziek van gramofoonplaten.
Laatst speelde er een mevrouw op de piano en werd bege leid door een jongen op de viool.
Misschien wel mooi, maar ik houd niet erg van vioolmuziek.
Ongeveer twee weken geleden kreeg mevrouw Tonsbeek twee briefkaarten van haar man,
die als militair gevangene op Sumatra zat. Ook heel veel andere vrouwen kregen briefkaarten,
allemaal uit de militaire kampen. Toevallig ontdekten we, dat mevrouw Tonsbeek een
kennis was van de familie Smalbraak en dat ze ook in Poerwakarta en in Wanajasa gelogeerd
had. Heel grappig!
Op 24 April moest het ziekenhuis weer verhuizen en nu naar het klooster. Ook een deel van
de Bengawanlaan, de Orchideelaan en het Tjibeuning-plantsoen moesten ontruimd worden.
Daar moesten de zusters en de rustpatienten dan in. Alles moest natuurlijk weer in één dag
1 Verzamelnaam voor eetbare, zoete knollen.
76
klaar zijn. Heel veel mensen hebben geholpen met het verhuizen. Ik kreeg vrij van Franse les
en ben ook gegaan. Alles wat maar kar was, werd gebruikt. Het kwam natuurlijk niet klaar,
maar de volgende dag mochten ze verder gaan. De Katholieke zusters hebben zich reuze
flink geweerd.
Elke elfde van de maand moeten we onze tuin in orde en netjes hebben. Dan wordt Han II
geïnspecteerd, d.w.z. dat deel van het kamp, dat eten haalt van Gaarkeuken II en dat is de
Oranjekeuken. Het is al twee keer gebeurd. De eerste keer zijn er hier in de Rijpwijk wat tuinen
afgekeurd, maar de tweede keer was het: “Semoea bagoes”
(alles mooi). Onze tuinschaar komt vaak goed van pas.
We hebben ook weer geld mogen wisselen. Nu mochten we niet f 20.- per gezin hebben,
maar f 10.- per persoon. Zodoende hebben we plotseling dus f 60.- in bezit, in Japans geld
natuurlijk. Wat we nog in Hollands geld hadden, moesten we wisselen.
Wat we ook wel gedaan hebben.
Nu iets over Heleen. Haar hart is niet helemaal in orde. Daarom moest ze nu een hele maand
blijven liggen of liever rust houden. Wat lijkt me dat saai zo’n hele maand niets te kunnen
meehelpen. Omdat Friso nu ook net die Framboesia-geschiedenis achter de rug heeft, hebben
ze nu allebei een zoutloos dieet, niet zozeer om het zoutloze, maar omdat er zoveel groente
in zit. Het is erg flauw, maar ze geven altijd wel veel van het lekkere bijgerecht, waar we allemaal
van meesmullen. Het doet Heleen ook werkelijk goed. Ze begint zelfs al wat dik te
worden, wat ze zelf niet leuk vindt.
Mijn laatste wens voor de toekomst is nu : verpleegster worden. Laatst zijn er weer een heleboel
meisjes bij het ziekenhuis aan het Houtmanplein aangenomen. Ze hebben dienst van 8–
2 uur of van 2–8 uur of een nachtdienst van 8–8 uur. Na 10 dagen krijgen ze f 1,50.
Maar....ik kan moeilijk van huis en ze krijgen nog geen lessen, waar het mij eigenlijk om te
doen is. Het zou fijn zijn, als pappie later terugkomt, dat ik dan al een deel van de opleiding
gehad zou hebben. Ik ga me daar niet uitsloven zonder lessen, terwijl ik thuis zo nodig ben.
Er was ook sprake van dat ik in het kloosterziekenhuis zou kunnen komen. Oom Walter heeft
daar voor me geïnformeerd, maar het is daar nu een klein kampje op zichzelf geworden. Als
ik er heen ga, kan ik niet thuiskomen en moet er alleen blijven wonen of: we moeten er met
zijn allen heen verhuizen, maar daar denken we niet over. Ik kan er wel een opleiding krijgen
in het verplegen van operatiepatienten, maar verder wordt er geen les gegeven. Dus dat kan
niet; dan later maar. Roelie was erg jaloers, toen ik misschien naar het Houtmanplein zou
gaan. Ze wil ook dolgraag, maar ze is nog te jong.
Roelie, Heleen en ik hebben een mooi plan bedacht voor later: we gaan allemaal in een ziekenhuis
werken. Roelie wordt dokter, ik verpleegster en Heleen gaat in het laboratorium en
de apotheek werken. Zo gaan we alle drie pappie in zijn ziekenhuis helpen. Een prachtplan,
maar wat zal er van komen?
Er komen hier dagelijks mannen uit het Bloemenkamp werken. Ze moeten het bilik herstellen,
goten schoonmaken, verstopte leidingen doorsteken, enzovoort. Ze kregen een bijnaam,
die niemand raden kan: de “kneusjes”!
We hebben weer twee keer spek van de toko gehad: 40 gram per persoon. Wat smaakt dat
toch verschrikkelijk lekker!
Het bijbelklasje gaat nu geregeld door. Ik heb ze een nieuw versje geleerd: “‘k Breng mijn
kleine gave...” Het bidden voor en na het verhaal vind ik niet zo moeilijk meer. De kinderen
77
komen vrij geregeld, vooral de twee dikke vriendinnen Mieke Tonsbeek en Mieke Bakker
zijn er altijd.
23-5-1944
Mam’s verjaardag!
Roelie en ik waren al vroeg op om nog wat dingen klaar te maken. Gisteravond hebben we
alle cadeautjes op het ronde tafeltje uitgestald en er een wit laken overheen gedaan. Er stak
een grote punt boven uit, dat was de Hongaarse pop. Onder Roelie’s vliegenkap hebben we
de taart met klontjes gezet. Toen we allemaal aangekleed waren, de box buiten stond en
Wouter zijn feestpak aan had, heb ik mam naar binnen gebracht, terwijl we zongen: “Lang
zal ze leven.... “ Toen ging het laken weg en .....daar lag de kleurige verzameling cadeautjes!
Eerst werd de taart onthuld, die z.g. uit Tjimahi kwam. Mam vond hem erg mooi en had niets
van het maken gemerkt. Toen kwam de theemuts aan de beurt, bijna onherkenbaar, zo mooi
was hij geworden. Toen volgden de klerenhangers, het L-lepeltje, de klompen, het L-broche
en de pannelap. Mam was erg verbaasd, dat we nog zoveel hadden kunnen maken. Mevrouw
de Weeger had geprobeerd Wouter uit te tekenen, maar dat was een mislukking helaas.
Tante Emy gaf mam een snoezig klokkleedje en oom Ies een lepel en vork, kunstig gesneden
uit bamboe. Van Wieneke een hartvormig speldekussentje met bloemetjes, van Rob een
kaartje voor een voorstelling van Corry Vonk en Quirientje kwam zelf een zakje koffie aandragen.
Zo leuk! Er kwam nog heel wat bezoek, een gezellige drukte. Bep van Wijk kwam
ook nog even en bracht twee zelfgemaakte schouderbandjes en een heel mooi kleedje mee,
dat ze in haar pap gesteven had. (Wat we al niet moeten eten tegenwoordig!) Van tante Nine
en Richt een stel aanpakkers, die we heel goed kunnen gebruiken. Van mevrouw Schut (één
van onze buurvrouwen) vier leuke knopen in de vorm van de Hollandse Leeuw (uit triplex).
Er stond met grote letters bij: “Vrijheid, blijheid!”
Van mevrouw Tonsbeek en Mieke een heel toepasselijk Kamp-a.b.c. Van juffrouw de
Quaasteniet een blauw schort en van mevrouw de Ridder een lekker zeepje.
Iedereen prees de oebi-taart en mam vond hem ook heerlijk. Het is een fijne dag geweest,
alleen pappie ontbrak aan ons geluk. Veel mensen zeiden dan ook: “Het volgend jaar beter....”.
We hopen het van harte.
Vorige Vrijdag zijn “Tolen en van Lier” hiernaast bij de apotheek geweest. Het waren mevrouw
Schneider en juffrouw Richter, die in smoking gekleed allerlei liedjes, vooral spotliedjes
over dit kamp, ten beste gaven. Wij waren ook uitgenodigd, maar ik kon net niet, omdat
ik toen mijn bijbelklasje had. Dat was vrij gauw afgelopen en toen ik eens door de heg
gluurde, zagen de andere luisteraars me en riepen me binnen. Fijn! Zo heb ik nog het grootste
gedeelte mee kunnen luisteren. Werkelijk enig!
Eén liedje had als refrein: “Ome Piet ging naar Formosa, Hij voelde zich een G.G. , die hij
dadelijk tutoyeerde, want daar reisde hij toch mee”.
Verder waren er liedjes over de vuilnisbak, de schoenenwinkel in het Emmahofje, het “Paradijs”(
d.w.z. het Bloemenkamp), de tapdansen, een Engels liedje, het menu, kippensoep, de
bonnen en nog enkele andere. Ook een paar ernstige liedjes: Herinnering en Troost. Daarvan
weet ik alleen nog een slotzin: “Dan denk je bij je zelf: Wat is het leven toch mooi!” Het
geestige openingslied miste ik helaas, maar aan het eind kwam een leuk sluitingslied. In elk
geval was het een reuze fijne middag en ik hoop de liedjes later nog eens te pakken te krijgen.
Onze lessen Frans en Engels gaan nu geregeld door, van elk twee uur in de week.
Soms is het huiswerk wat veel, maar meestal komt het wel goed af.
78
Familie Krijger
24-5-1944
Vandaag hadden we in de kerk een Pinksterwijding voor de jongerengroepen C.J.C. en de
A.C.J.C., heel mooi. Mevrouw Mostert heeft gesproken en Janneke Boersma heeft een lied
gezongen. Het vorig jaar zongen we dat lied met het koor. Morgen is er ook Pinksterwijding
voor de oudere mensen.
25-5-1944
Het hele kamp is in opwinding, want er zijn Rode Kruis-pakketten van Amerika gekomen,
grote en kleinere. Op het dameskantoor is er één opengemaakt en de inhoud ervan is uitgestald.
Mmmmmm! Wat zag dat er lekker uit!
26-5-1944
De uitdeling! Vanmiddag om 4 uur bij het appèl zei juffrouw van Dam me, dat ik bij haar
huis zo’n pak mocht afhalen. Ik holde erheen en bracht het triomfantelijk binnen.
79
Eén pak was voor 9 personen. Er stond op: “Amercan Red Cross Prisoner of war. Invalid
food package no. 1 for distribution through international Red Cross Commit tee”. Er zat in : 9
Pakjes cigaretten (Chesterfield), 3 blikjes boter, 2 blikjes Ham and Eggs, 3 blikjes Corned
Pork loaf, 1 blikje rose Paté, 1 pakje Kraft kaas, 4 pakjes soeppoeder, 8 pakjes bouillonpoeder,
1 pak gedroogde pruimen, 1 blik Orange Juice,
1 pak biscuitjes, 1 pak suikerklontjes, 1 blik Kup Kafay, 1 blik Bakers cacao, 1 blik Milko
(melkpoeder) en twee stukken zeep.
Het verdelen was niet erg moeilijk, want Wouter kreeg alle biscuitjes en de rest werd in achten
verdeeld. Eén blikje boter en het pakje kaas hebben we al open gemaakt. Als we over een
poosje andere blikjes open maken, krijgen mevrouw de Weeger en mevrouw Vink er ook
hun deel van. Zondag zullen we een Amerikaans kopje koffie drinken. Mmm! Ik verheug me
er al op. De kaas en de boter zijn heerlijk.
28-5-1944
Pinksterzondag en pappie’s verjaardag! Twee fijne dingen tegelijk. Maar helaas ook vervelende:
De kerk is weer gesloten! Van Pasen tot Pinksteren was hij open. Het was vandaag
mijn beurt om de spreekster binnen te leiden en dus ook om het eerste gebed te doen. Dan
voel ik me altijd wat zenuwachtig, dus ik ben een klein beetje blij, dat het nu niet hoeft. Maar
ik dwaal af, ik was bezig met de vervelende dingen.
Het ergste is, dat pappie nu zelf niet bij ons is. Maar we denken aan hem en hij zal vast ook
aan ons denken. Ik heb mam vanochtend vroeg de verjaarszoen namens hem gegeven en de
foto in de bloemetjes gezet. Ook Wouter vond het prachtig. Hij zei: “Boe, boem, papa, boe!”
En om de feestelijkheid wat te verhogen, zijn we bij tante Emy gaan ontbijten. Heel gezellig!
We zaten allemaal op banken voor hun garagekamer. Quirientje en Wouter zaten samen in
Quirien’s grote box, wat prachtig ging.Wouter vond er heleboel nieuw speelgoedjes, vooral
een doosje grote knopen trok zijn aandacht. Quirientje zat er zo leuk parmantig bij. Jammer,
dat hun vaders dit nooit kunnen zien. We kunnen ook geen foto’s maken. Ik heb met mam
afgesproken, dat we voor pappie een soort dagboek zullen aanleggen van onze tijd hier in het
kamp. We hebben er al een geschikte blocnote voor.
1-6-1944
Er gingen al een poosje geruchten, dat het Rama-kamp (het hele oude mensjeskamp) in ons
kamp gestopt zou worden. En ziet, vandaag is het gebeurd! Er kwamen na tuurlijk eerst inschuivingen,
maar wij hoefden er gelukkig niemand bij te hebben. Waarschijnlijk omdat we
mevrouw Vink net op tijd erbij genomen hebben. Mevrouw Koch en mevrouw Groenewegen
zijn verhuisd. Daarvoor in de plaats kwamen er twee Amsterdamse vrouwen met hun zoontjes.
Mevrouw Tonsbeek moest helaas ook haar leuk kamertje uit. Wij hadden haar bij ons willen
vragen, maar ze had al een afspraak met haar vriendin, mevrouw Hooghoudt. Haar dochtertje
Heleen is een leuk vriendinnetje van Mieke. Beiden zitten ze in mijn bijbelklasje. Een poosje
geleden had Mieke waterpokken en even daarna mond-en-klauw-zeer. Heel zielig, maar nu is
ze gelukkig weer beter. Ze wil er ook zo graag een klein broertje bij hebben. Roelie en ik
hebben mevrouw Tonsbeek ook geholpen met de verhuizing.
Er zijn ongeveer 900 mensen bij gekomen, waardoor het op de gaarkeukens heel druk was.
Vanaf vandaag is de Oranjekeuken gesloten en moeten we eten halen bij de Manggakeuken
en dat is een heel eind weg. Mevrouw Tonsbeek gaat met me mee. Zij zorgt dan voor de dieeten
en de babymelk, terwijl ik de gewone soep haal. Dat is heel gemakkelijk, want zij heeft
een doktersattest en mag meteen naar binnen. Het brood en de rijst krijgen we 's middags bij
de Sanintenkeuken. We hebben pas ook weer vis gehad, heerlijk! Heleen en Friso hebben
80
nog steeds hun zoutloos dieet. Op de plaats waar vroeger het brood van Ellenbroek werd gebakken,
is nu voor dit kamp een bakkerij in orde gemaakt. Er zijn weer veel vrouwen voor
opgeroepen. Een paar dagen vroeg men er ook om bakvormen, ook wij hebben er twee gegeven
voor het goede doel.
Verder moesten we ook een wit omzoomd lapje van 2 bij 6 cm per persoon inleve ren. Vandaag
kregen we ze terug met een Japans tjap1 en een nummer. Ik ben nummer II 16892. (Tjihapit
is kamp II). Nu zijn we echt gevangenen geworden, niets anders dan nummers. Het
dameskantoor is verhuisd naar: hoek Orchideelaan – Bengawanlaan.
7-6-1944
Roelie is jarig! Ze wordt 16 jaar. Toen ik dat werd, voelde ik me al zo oud. Dat vindt ze nu
zelf ook. Van mam kreeg ze een enig leuke jurk van een sarong2, gemaakt door mevrouw van
1 stempel
2 aan de korte zijde dichtgenaaide, gebatikte doek, die als rok gedragen wordt
81
Papen. Van mevrouw Vink een grappig schort met een weegschaal en andere tokodingen erop.
Tante Emy gaf een mooie corsage van oranje viltbloemetjes. Verder nog vele andere cadeaux.
Mam bakte weer een oebitaart met een versiering van 5 marasquin kersjes uit een
flesje, dat we nog hadden. Heel feestelijk!
De Maiers zijn ook nog even geweest. Robbie wist te vertellen, dat hij een vliegtuig met
doorgeschoten vleugels had gezien. Dat schijnt wel waar te zijn, want vele andere mensen
hebben het ook gezien.
Er komt haast geen hout en arang1 meer binnen, wel voor de gaarkeuken, maar niet voor ons.
Nu zijn de mensen zelf bezig overal hout te halen, d.w.z. ze kappen de bomen om. Het Oranjeplein
is al erg leeg en ook andere straten zijn helemaal kaal ge plukt. Voor ons huis is er
ook een magere boom omgehakt. Wij hebben er ook een deel van “getjoept”(het nieuwste
werkwoord voor ingepikt). Het is erg vervelend op hout te koken.
Een paar dagen had Paul erge kiespijn en heeft dr. Fraenkel zijn kies eruit getrokken. Zonder
verdoving, want Paul wilde geen injectie. Natuurlijk erg pijnlijk. Bleek en door mam gedragen
kwam hij thuis. Maar de pijn ging gelukkig gauw over.
14-6-1944
Woensdag. Weer een fijne C.J.C.-middag gehad met een lezing over Martin Niemöller. Hoe
hij streed in de Duitse kerkstrijd. Een geweldig man. Als ik nog eens een boek over hem te
pakken krijg, zal ik het zeker lezen.
27-6-1944
We dachten, dat de blikjes, die een poos terug hier in het kamp waren opgehaald, al lang weg
waren. Maar ze zijn bewaard in de toko en vanochtend was er een grote verloting op het dameskantoor.
Wij hadden geen geluk, maar allebei onze buren troffen wel wat. Maar wij hadden
ook niets ingeleverd. Juffrouw de Quaasteniet had een blikje ingemaakte worteltjes gekregen
en dat aan Heleentje gegeven, alvast voor haar verjaardag. Erg aardig van haar!
Verder hebben we ook weer dengdeng van de toko gekregen, geen gewone, maar dengdengtjèlèng2.
Het ziet er heel lekker uit.
Die arme Mieke Tonsbeek is nu weer ziek: mazelen. Een paar dagen lang had ze heel hoge
koorts, zo zelfs dat haar moeder het ergste vreesde. Maar gelukkig knapt ze weer op. Heleentje
Hooghoudt is ook ziek, dus ze kunnen elkaar gezelschap houden
Al onze kinderboekjes zijn al uitbekeken.
Ons laatste Blue Band-blik hebben we nu aangebroken. Mevrouw Tonsbeek kreeg er ook een
potje van. Wouter is ook vijf dagen ziek geweest, waarschijnlijk door Quirientje aangestoken.
Hij was verkouden, had twee dagen koorts, at niet veel en was vervelend en huilerig,
vaak tot onze wanhoop. Toch ook heel zielig. Nu is hij weer beter en lief en vrolijk. Een
“boem” of een takje met blaadjes vindt hij prachtig speelgoed. Als de maan schijnt, kijkt hij
heel eigenwijs naar boven en zegt: “Maam, maam”! Als je hem dan vraagt: “Waar is de
maan?”, dan roept hij heel triomfantelijk: “Dáá!” en wijst naar boven. Soms ook wel:
“Weggg!” en dan houdt hij zijn rechterhandje omhoog. Als hij met een doosje speelt en het
dicht doet, zegt hij soms: ”Ticht!” Dat klinkt allemaal zo grappig. Het lopen gaat ook al hoe
langer, hoe beter, maar nog niet alleen. Hij kent ons ook allemaal uit elkaar. Als je vraagt:
“Waar is Friso?”, dan kijkt hij naar Friso, enzovoort.
1 houtskool als brandstof gebruikt
2 wild zwijn.
82
10-7-1944
Op Zaterdag, 1 Juli, voelde ik me wat vervelend en bleef in bed liggen. Toen was de koorts
nog laag, maar later op de dag steeg de temperatuur hoger en hoger. Telkens buikpijn en naar
de w.c. Gelukkig geen erge buikpijn, maar ik voelde me heel akelig. Ik kreeg niets anders
dan thee en toost.
Juist op die dag zijn de tijden van het appèl veranderd. In plaats van 9 uur en 4 uur is het nu:
8 uur en 7 uur. Soms komt dat goed uit, soms niet.
Op 2 Juli werd Roelie ook ziek: influenza! Wat had mam het druk! Maar een hele boel mensen
hebben ons geholpen met eten halen en de was. Een paar dagen later kwam dr. van de
Broek toevallig langs. Toen ze ons zo ziek zag, was ze verbaasd, dat we haar niet geroepen
hadden. Mijn dieet was ook niet goed, want het brood was erg slecht. Eerst moest ik een paar
dagen op rijstewater leven en toen op nassi-tim en karnemelk, die dr. van de Broek me voor
14 dagen voorschreef. Ze dacht, dat ik bacillaire dysenterie had. Mijn buik hield zich prachtig.
Wel moest ik veel rusten, want ik voelde me heel slap.
Vandaag mocht ik voor het eerst weer naar de gaarkeuken. Nu nog de Manggakeuken, maar
morgen gelukkig Saninten, wat veel dichterbij ligt.
Onderweg zagen we iets vreselijks. Vier Hollandse mannen kwamen de Bengawanlaan afgehold
met in hun midden een brancard met een man erop. Over zijn lichaam lag een wit laken.
Achter die mannen reed een dikke Jap op een fiets, die hun steeds woedend iets toeschreeuwde.
Natuurlijk een doodzieke man, die vlug vervoerd moest worden, maar de manier
waarop...... De volgende dag hoorden we er meer over. Het was een man uit het Bloemenkamp,
die zo door een Jap geslagen was, dat hij een hersenbloeding had gekregen. Toen
moest hij natuurlijk: “Lekas, lekas!1” naar het ziekenhuis, maar onderweg stierf hij al. Is het
niet treurig!
13-7-1944
We kregen van dr. Flaumenhaft een Mantoux- injectie om te onderzoeken of onze longen in
orde waren. Nu werden Roelie en ik geprikt met een heel klein naaldje. Zaterdag komen Friso
en Paul aan de beurt. Paul begon al bij voorbaat te huilen, de held!
14-7-1944
Vandaag kon er weer Hollands geld gewisseld worden. Een heleboel mensen (de domoren)
hebben het gedaan. Zo hebben de Jappen het beste bewijs, dat er nog best wat Hollands geld
in het kamp is. Wij hebben het niet gedaan.
Er wordt hier in het kamp overal reuze veel gas gebruikt, terwijl het eigenlijk alleen aan het
ziekenhuis toegestaan is. Wij doen het stiekem ook. Om het aansluitpunt klemmen we een
stuk van een binnenband van een fiets, daaraan een gordijnroe en die eindigt in een komfoor
met een spreidingsplaatje. Dat werkt prima.
Laatste verbruik was 7000 kubiek per maand, wat vroeger 200 kubiek was geweest.
“Wij kunnen niet zoveel gebruiken”, zeiden de zusters van het ziekenhuis.
“Dan wordt er in het kamp gas gebruikt”, zei de Jap. Streng verboden!
16-7-1944
Omdat Heleen morgen op de drukke Maandag jarig is, hebben we het alvast een beetje bij
tante Emy gevierd. We hebben er ontbeten en een heerlijke kruimeltjeskoek met Amerikaanse
pruimen gegeten. Mmm!
1 gauw, snel, vlug
83
De tomatenplanten van tante Emy doen het uitstekend, vooral één plant is een reus en heeft
geweldige vruchten. Het geheim ervan was, dat hij met plasjes van Quirien werd begoten.
Nu gaan wij Wouter natuurlijk ook uitbuiten!
Het schort, dat we Heleen voor haar
verjaardag wilden geven, hebben we
nu al gege ven, hoewel het nog niet af
is. Er zijn allerlei kampdingen op geborduurd,
zoals een anglo 1, een
droogrek, de gong, een kakkerlak,
enzovoort.
Onze Mantoux-injecties zijn allemaal
goed uitgevallen.
17-7-1944
Heleen 14 jaar! Hoewel we al een
jaar in het kamp zitten, was er toch
een tafel met cadeautjes en een oebitaart
met “kersjes”. Van mevrouw de
Weeger kregen we alle-drie een leuke
breedgerande zonnehoed. Vooral ik
ben er erg blij mee, want zo’n ding is
reuze fijn, als je in de rij voor de
gaarkeuken staat. Paul gaf een zelfgemaakt
bamboe-hangvaasje met de letters H.B. erop. Heel leuk! Van Friso een zakdoek,
van mam de taart en van “Tjimahi” een uitnodiging voor ons drieën voor een opvoering van
Corrie Vonk, a.s. Zaterdag. En Wieneke gaat dan ook! Enig!
Ik had Heleen een paar klompschoenen willen geven, maar ze waren nog niet hele- maal af.
Ik gaf ze dus maar onaf. Ze vond ze heel leuk. Het is een drukke dag ge-weest, want ik had
een grote was en vanmiddag Franse les. Ik ben heel erg moe.
19-7-1944
Alle jongens van 13 jaar en ouder moesten vandaag bij de poort komen met een tikar en één
of twee koffers. Joan den Boestert is er ook bij. Gistermiddag is mam nog naar de familie toe
gegaan om te vragen, of hij wat voor pappie kon meenemen. En fijn, dat kon! We vinden het
jammer, dat de tekening van Wouter mislukt is, anders hadden we die meegegeven. Een
poosje geleden hebben we via oom Walter, die naar Tjimahi moest om een zieke te brengen,
een handdoek en een boek (“Houd je roer recht ”) mee kunnen geven. Tot onze blijdschap
lukte dat. Nu heeft mam andere nuttige dingen meegegeven o.a. een donkerblauwe dikke trui
(die bij het boerenpak hoorde). Voor Joan zelf kon ze ook nog wat doen, n.l. zijn haar knippen.
De jongens moesten om half 9 aantreden. Toen hoorden we, dat ze eerst al hun barang buiten
de poort moesten brengen en dan nog tot kwart voor 12 naar huis mochten. Ook Hans Streef
was erbij. Guus en zijn vriend Beer zijn al een poosje geleden opgepakt en in het Bloeme nkamp
gezet met vele andere jongens, maar ze mogen nog wel hier in de gaarkeuken werken.
Zo hoorden we, dat ze het goed maakten en volop
1 houtskooloventje.
84
85
Gaarkeuken-tekeningen door Maud van Ganswijk
te eten kregen. Een paar dagen geleden kwamen Roelie en ik Guus en Beer tegen bij de
Manggakeuken. Ze zijn toen ook nog even naar hun huis geweest. Leuk dat dat kon! Aan
Guus hebben we een potje Savora- mosterd en een flesje echte Maggi mee kunnen geven
voor pappie. Het is te hopen, dat het hem bereikt.
22-7-1944
Vandaag zijn we naar Corrie Vonk geweest. We dachten allemaal, dat het om zes uur begon,
maar opeens zei mevrouw Leefers, dat het om half vijf begon. Toen was het al 10 minuten
voor half vijf. Wat hebben we gehold! Natuurlijk waren we te laat, maar we konden toch
naar binnen en hadden maar weinig gemist. Mam is direct Wieneke gaan waarschuwen, maar
zij was ook te laat en is niet meer naar binnen gegaan. Jammer, want het was erg leuk! O, die
gezichten van Corrie Vonk, je lachte je naar! Verder speelden er nog mee: Puck Meier, Pam
de Hartog, Greet Hanneman en nog enkele dames. Dit cabaret heette: “Les deux ânes”. Ik
vond het A.B.C.-cabaret, dat ik op het lyceum had gezien, toch nog veel leuker.Toen was
Wim Kan er nog bij en meneer de Hartog. Toch was dit ook heel grappig en soms heel ernstig.
86
Greet Panneman droeg een stukje voor, waarin ze de rol speelde van een meisje, van wie de
ouders net gescheiden waren. Het heette: “Ik heb voor school een reuze nieuwtje....!” Maar
het was zo zielig.
Roelie en Heleen vonden het stuk het leukste, waarin Corry Vonk voor Amsterdamse schooljongen
speelde. Reuze goed!
23-7-1944
Vanochtend ben ik naar een “stille” dienst gegaan, dus zonder preek en zonder zang. Ik vond
het heerlijk, zo stil en rustig. Je kunt God al je gedachten wijden zonder door iets gestoord te
worden. Af en toe speelt het orgel en dan kun je de liederen volgen, die op een bord aangegeven
staan. De volgende week ga ik weer.
25-7-1944
Een dag vol emoties!
Om half één ging opeens in alle straten de gong of de bel. Extra appèl en huiszoeking! Roelie
en ik waren juist op Engelse les en zijn naar huis gehold. Gauw de nodige dingen verstopt of
opgeborgen. Een poosje later kwamen er inlandse soldaten om de straten te bezetten en de
mensen te beletten hun huis weer in te gaan. Tot ongeveer 4 uur hebben we op de berm van
de weg moeten wachten. Toen kwam er een stel Jappen aan, waarvan elk telkens een huis
doorzocht. Ze kwamen al dichter en dichter bij. Eindelijk ging er één bij ons naar binnen.
Een dame van het kantoor ging met hem mee. Na een hele poos kwamen ze naar buiten
met...... onze gereedschapskist. Ach, wat jammer! Maar die mevrouw deed of ze het haast
niet kon dragen en wij schoten toe om te helpen dragen. En onderweg gooiden we links en
rechts er van alles uit. De bijl, de hamer, de nijptang en nog meer! Ook de kist van mevrouw
Vink moest mee. Daar hebben we ook nog eerst het nodige uitgehaald. Maar toch, er zat nog
genoeg in om het jammer te vinden. Bij andere mensen zijn nog landkaarten, schemerlampen,
fietsonderdelen en -banden, medicijnen, foto-albums, enzovoort weggehaald. Wat de
huiszoeking betreft. die was knudde. De Jap had alleen maar even in onze kasten gesnuffeld.
We hadden er helemaal niet aan gedacht, dat gereedschappen ook meegenomen zouden worden.
We zijn toch blij, dat ze geen andere dingen meepikten.
26-7-1944
Vandaag zag ik Geeke den Boesterd bij de gaarkeuken en ze vertelde, dat Joan waarschijnlijk
bij zijn vader zit. Daar kan hij pappie dan in het ziekenhuis vinden.
Vanmiddag op de C.J.C. hield Liselot van de Veen een lezing over het leven van Franciscus
van Assisi, maar het was jammer, dat ze de zinnen nogal door elkaar haalde. Maar ik ve rheug
me al op de volgende keer, want dan moeten we allemaal in het kippenhokje van Corrie
Vonk komen en krijgen we declamatie met muziek van mevrouw Homan. Zouden het dezelfde
gedichten zijn van de vorige keer?
30-7-1944
Zondag. Tegenwoordig kunnen we met dat vroege appèl nooit uitslapen. Ik ben toch niet
naar de stille dienst gegaan, want mam is hier bij ons een preekgroepje begonnen. De preek
krijgt ze van mevrouw Mostert. Meerdere dames hebben zulke groepjes, die uit ongeveer 10
personen bestaan. Roelie en ik mochten ook meeluisteren.
De tekst was echt voor deze tijd, uit Job: “Zou ik de goede dingen wel uit Gods hand aannemen
en de kwade niet?”
87
9-8-1944
De vorige week Woensdag zijn we naar mevrouw Homan geweest. Ze heeft prachtig
voorgedragen: “Lucifer” en daarna nog drie kortere gedichten, o.a. “De werkeloze”, dat ik de
vorige keer al gehoord had. De andere waren: “Terugkeer” en “De triomftocht der tege nwoordige
eeuw”. Het was fijn!
Gisteren is mam met Heleen naar dr. Deenstra geweest om haar keel na te laten kijken.
Waarschijnlijk moet ze naar het ziekenhuis voor haar amandelen. Mam heeft aan juffrouw
Engel gevraagd, of Paul dan ook niet gelijk geholpen kon worden, want hij heeft er ook vrij
veel last van. Nu wachten we op het antwoord van dr. van de Broek. Arme Heleen en Paul.
We raken nu door onze rijstvoorraad heen en hebben vaak honger. We krijgen dan ook bitter
weinig. Van de gaarkeuken per persoon per dag: ¼ l dunne soep, 90 gr. rijst, 200 gr. brood
en om de drie dagen: 60 gr. suiker en 60 gr. zout. Af en toe een stukje tahoe of tempé en een
plantje selderie. Bij de toko zijn de ochtendbeurten ook al vervallen. Paul had laatst rode
vlekken op zijn voeten en dat bleek vitaminegebrek te zijn. Gelukkig vond mam nog een
Cenovis-blik met vitaminepoeder. Daar krijgen we nu elke avond wat van.
14-8-1944
Vandaag is het oma Willie’s verjaardig. Hoe zou ze het maken? Zou ze nog leven?
De mens wikt, God beschikt. Pappie zal nu ook wel aan haar denken.
Gisteren kwam dr. van de Broek met het bericht, dat Heleen Woensdag opgenomen kan
worden. Maar Paul nog niet. Ze is er wel blij om, want ze heeft veel last van haar amandelen.
Het is ook fijn, dat ze onder de hoede van dr. Dake komt.
We krijgen weer een nieuw Japans kamphoofd, want Muruwi gaat weg, maar ik weet niet of
het een verbetering zal zijn.
Dan nog iets leuks: Wouter loopt en heeft al één kies. Op 4 Augustus deed hij zijn eerste drie
stapjes! En nu kan hij het al zo goed, een grappig dribbelpasje. Hij is vandaag 15 maanden
oud. Hij kan zo lief zijn, vooral s’morgens vroeg, als hij uit bed komt met: “Papa, papa!”
15-8-1944
Enige dagen geleden was het heel mooi weer. Ik zat 's middags bij de put te lezen in het boek
“Duikelaartje” van Nes-Uilkens. Dat verhaal over de belevenissen van een doktersvrouw
sprak me aan. Ondanks alle tegenslagen vond ze telkens de moed om verder te gaan. Ik
dacht: “Waar haal ik eigenlijk de moed vandaan om telkens weer verder te gaan?” Opeens
dacht ik aan de bijbelse verhalen, die pappie en mam ons verteld en voorgelezen hadden.
God was het, die telkens weer uitredding gaf en Jezus zorgde voor ons als een goede Herder.
Bij het denken over deze dingen werd ik heel blij van binnen. Zo’n intens gevoel van blijdschap
had ik nooit gekend. Dat gaf me nieuwe moed, ook hier in het kamp met zijn honger,
uitzichtsloosheid en trieste dingen.
20-8-1944
“Vele dingen zijn goed en grappig en vrolijk en hebben zonneschijn in hun diepte, en als je
ze maar doet, echt doet, goed doet, doet naar Gods wil, dan moet alles immers goed komen”.
Dit las ik laatst ergens en het trof me, doordat het zo juist gezegd is. Tenminste, zo voel ik
het.
Zondag vandaag. Vanochtend hadden we hier thuis weer “kerk”, d.w.z. er wordt een preek
en een paar gezangen voorgelezen. Verscheidene dames waren ziek en daarom waren we
maar met ons zessen. Mam las de preek voor over de tekst: “Hij klopt aan onze deur...”.
Daarna ben ik ook nog naar een stille dienst in de kerk geweest, want ik moest na afloop de
deuren sluiten.
88
Op weg naar huis had ik erge honger, maar het eten stond gelukkig al op tafel. Rijst en bamie,
heel lekker, maar het deed zo’n pijn op mijn tong. Die is vanaf Donderdag rood en ontstoken,
een allernaarst gevoel. Het begon met keelpijn, die ik ook nu nog heb. Veel mensen
in het kamp hebben er last van, tante Emy ook. Nu voel ik zo’n beetje, wat pappie gevoeld
moet hebben bij zijn spruw. Bah, niks smaakt je en het is erg pijnlijk.
Gistermiddag kwam mevrouw de Weeger terug uit het ziekenhuis. Ze was goed uitgerust,
maar was weer drie en een halve kilo afgevallen. Heleen zou op Woensdag naar het ziekenhuis
gaan, maar op Dinsdag kregen we het bericht, dat: “De Nipponse autoriteiten geven er
geen toestemming toe”. Stel je voor! Paultje is ook onderzocht door dr. Deenstra en moet
ook opgenomen worden, maar ze zijn nog allebei thuis.
Gelukkig is Heleen wel van haar angina af.
Op Woensdagmiddag zijn mam en ik schoenen gaan kopen. Ik heb een leuk paar gekregen,
helemaal van lichtgeel rubber. Ze kosten f 5,50, nogal goedkoop, vergeleken bij andere prijzen.
Daarna zijn mam en ik nog even gaan “winkelen”, d.w.z. even gaan kijken bij de stalletjes
op het Oranjeplein. Haast alles, wat kleren betreft, kun je er krijgen, ook wel boeken en
speelgoed, maar duur!
Die dag hebben we ook eindelijk weer eens djagoengmeel van de gaarkeuken gekregen, 120
gram per persoon. We kunnen er ongeveer drie keer van ontbijten.
Donderdag hadden we weer toko en kregen: jam, goela-batoe1, een half ons dengdeng (per
persoon), koffie en een viscroquetje, waar geen vis in zat. Vooral met de dengdeng zijn we
blij.
's Middags kregen we van het straathoofd de briefkaarten, die we mochten schrijven aan familie
of kennissen. Per gezin één briefkaart. Maar omdat ik vorig jaar December al 17 jaar
was, mocht ik er ook één schrijven. We hebben er toen één aan pappie en één aan opa en
oma Schrieke in Holland geschreven. Uit een rijtje standaard-zinnen mocht je er drie uitkiezen
en verder nog er 20 eigen woorden aan toevoegen.
In de standaardzinnen schreven we aan pappie in het maleis: “Onze gezondheid is uitstekend.
We denken voortdurend aan u. Het zal wonderlijk zijn, als we elkaar weer ontmoeten. Wilt u
de groeten doen aan Boudewijn, Chris, Ot, Piet, Rhijn en Ad Vink (de man van mevrouw
Vink).” En de 20 woorden waren: “Wouter 15 boelan, djalan, 9 Kilo. Manis. Anak2 sakola.
Saja koewat. Friso 66 kg? Kita diberkati. Banjak tjinta, Landa, anak2.2”
Op de kaart naar Holland stond in het Engels: “We zijn nu in een Japans interneringskamp
op Java. Onze gezondheid is uitstekend. De Japanners behandelen ons goed. Maak je dus
niet bezorgd over ons en wees nooit ongerust.” De 20 woorden:
“Wouter prosperously born on 14-5-1943. Friso, Boudewijn allright, Japina no news, children
studying, clever housekeeping. God bless you all. Landa, Emy.” Als afzender
1 suikerklontjes.
2 Wouter, 15 maanden en loopt al. Hij weegt 9 kilo en is lief. Twee kinderen gaan naar school. Ik ben sterk.
Friso is 66 kilo? Heel veel zoenen. Landa en kinderen.
89
moest mijn naam er op en ook mijn nummer. Wat zou het leuk zijn als ze werkelijk aan zouden
komen! Wat zouden ze opkijken!
90
21-8-1944
Brr! Wat een dag! Vanochtend vroeg hoorden we, dat een Japanner een inval had gedaan bij
een paar huizen op het Houtmanplein. Hij had toen gezien, dat ze gas gebruikten en had al
die vrouwen aan de kant van de weg gezet. Na het eten kwam Rob opeens en vertelde, dat
het niet op het Houtmanplein gebeurde, maar op de Houtmanstraat, juist waar zij woonden.
Dus tante Emy was er ook bij. Wat schrokken we! Mam en Heleen gingen meteen naar hen
toe, want er werd ook verteld, dat ze naar een ander kamp moesten verhuizen. Mam zag een
Jap komen, die beval, dat alle betrapte vrouwen voor het huis moesten gaan staan. Ze werden
als wilde beesten met touwen aan elkaar vastgebonden en geslagen met een stuk bamboe op
hun kuiten en op hun wang. Ik ben blij, dat ik dat niet gezien heb. Daarna zijn ze buiten de
poort gebracht en met z’n allen in één klein kamertje gepropt. We zijn Wieneke wat gaan
helpen met inpakken, voor het geval ze er uit moesten. De hele verdere dag hebben we nog
in spanning gezeten of ze terug zouden komen. Gelukkig werden ze eindelijk om 8 uur losgelaten.
De hele dag hadden ze niets te eten of te drinken gehad, wel een reuze speech.
Tante Emy kwam eerst even naar ons huis, maar mam was net weer weg naar Wie neke. Ik
heb haar gauw twee boterhammen met jam in de hand gestopt. Samen met Roelie brachten
we haar naar huis. Wat waren we allemaal blij met deze afloop.
22-8-1944
Door die gebeurtenis van gisteren was de was niet half afgekomen en moest ik er vandaag
dubbel hard aan werken.
Vanochtend kreeg Heleen haar oproep voor het ziekenhuis. Jammer genoeg niet tegelijk met
die voor Paul. Morgenochtend komt een velocar haar halen.
Bij het appèl hoorden we een gerucht: “Frankrijk is vrij en De Gaulle is met gejuich in Parijs
ontvangen”. Zou het waar zijn? Het tweede gerucht ging over: “Een nieuwe Prins, Willem
Frederik”. Maar dat geloof ik nog niet, al zou het leuk zijn.
23-8-1944
Heleen is vanochtend opgehaald. Mam ging mee en ook......Wouter! Hij mocht achter op de
velocar mee en hij genoot. Roelie en ik zijn toen gauw door de brandgang gegaan en hebben
hem bij het ziekenhuis weer opgepikt. Hij vond het toch zo prachtig. Heleen is op een kamer
gekomen bij een paar aardige meisjes van haar leeftijd.
Ze ziet gelukkig niet zo erg tegen de operatie op.
Vanmorgen kwam Els Kleist met de bestelde medicijnen naar de apotheek terug en ze had
bij zich.......zes kleine marmotjes. Ze waren voor dr. Ouwerkerk, waarschijnlijk voor proeven.
Ze hadden zo’n honger. Toen ik ze wat gras gaf, begonnen ze er hevig aan te knabbelen.
Een lief gezicht.
91
25-8-1944
Vannacht is er wat raars gebeurd. Om twee uur ging de gong opeens en kwam het ongelooflijke
bevel: “Lichten laten uitstralen en naar buiten komen!”
Al slaapwandelend ging ik naar buiten. Het was een onwezenlijk gezicht al dat licht en al die
mensen midden in de nacht. Wat bleek? Er waren vrouwen aan het vechten bij het gedèk1
met stenen en stokken. Nu probeerden de Jappen op deze manier uit te vinden, wie er aan
mee had gedaan.
Heleen is vandaag geopereerd en alles is goed gegaan. Bij de poortzuster kreeg mam een
briefje van haar, dat ze voor de operatie nog geschreven had. Er stond in, dat ze gisteravond
vetgemest was, want dan mag ze twee dagen niets eten. Een kamerge nootje schreef na de
operatie nog een klein stukje onder dat briefje. Dat alles goed gegaan was en dat Heleen zich
flink gehouden had. En ook, dat ze in de kamer allemaal stil zouden zijn voor haar. Dat vind
ik toch zo aardig!
Maar wat minder leuk is: Wouter is ziek. Hij heeft gespuugd en hij heeft buikpijn. Hij kan zo
zielig huilen. Mam gaat het een paar dagen met rijstewater proberen. Als dat niet helpt, roepen
we dr. van de Broek.
Vanmiddag moest ik voor het bijbelklasje een reis van Paulus vertellen, maar ik vind die
verhalen vrij moeilijk voor kleine kinderen en liet de helft weg.
31-8-1944
Koninginnedag! Vroeger een belangrijke dag, maar hier in het kamp hebben we er nauwelijks
wat van gemerkt. Waar en hoe zou onze koningin Wilhelmina haar verjaardag gevierd
hebben? Vele mensen hadden gedacht, dat ze die dag weer in eigen land zou kunnen vieren,
maar helaas is het zover nog niet. De geruchten zijn wel mooi, maar ik geloof lang niet alles.
Vanmiddag reed er een dikke Jap rond om te kijken of we geen oranje droegen en onze
nummertjes wel op hadden. Er liep een meisje op straat met een vaasje bloemen. Er waren
1 omheining (van het kamp)
92
ook een paar oranje bij en daarom kreeg ze een standje. Een andere mevrouw had een oranje
corsage op haar jurk en zij kreeg een klap in haar gezicht.
Idioot toch!
2-9-1944
Zaterdag. Met Woutertje gaat het gelukkig wat beter. Vanochtend lachte hij alweer
vrolijk tegen tante Mies. Maar gisteren is mijn buik weer raar gaan doen. Ik heb nergens trek
in en als ik wat eet, krijg ik al heel gauw een vol gevoel in mijn maag en stop met eten. Mijn
tong is ook nog erg lelijk en prikt een beetje. Ik kon dus vanmiddag niet meedoen met de
korfbalwedstrijd, maar ik ben toch gaan kijken. Het eindigde met gelijk spel.
Na de wedstrijd, het was al bijna donker, zagen we opeens een heleboel mensen de kant van
de toko ophollen. Even later hoorden we, dat er spek, rookvlees en eieren gestolen waren
door mevrouw van der Kam, het hoofd van de toko. Een heleboel vrouwen waren zo woedend
geworden, dat ze haar ramen en dak met stenen bekogeld hadden en een flinke rel
maakten. Al gauw kwam er een Jap bij, die de vrouwen wegjoeg, maar ze kwamen telkens
weer terug. Mevrouw van der Kam beweerde, dat
dat spek en rookvlees bedorven waren en dat ze het daarom niet had willen uitdelen.
Maar heel wat vrouwen hebben het gezien en bevoeld en zij zeggen, dat het nog heel goed
was. Ik vind het toch zo’n rotstreek van dat mens!
3-9-1944
Gisteravond om 11 uur ging opeens de gong. Appèl! De vrouwen hadden het bij de toko te
bont gemaakt en wilden maar niet weggaan.We moesten een hele poos buiten staan wachten,
maar ik ben toch gauw weer naar binnen gegaan, omdat ik buikpijn kreeg. Het straathoofd
zei ons nu alsjeblieft geen relletjes te maken, want de Jappen waren des duivels. Toen zijn
we zoet naar bed gegaan.
Vanochtend kregen we weer een briefje van Heleen. Ze schreef, dat ze zich weer heel goed
voelde en weer alles kon drinken en bijna alles kon eten. We hebben hier vaak erge honger.
Alleen ik heb haast geen trek en kan haast niets op.
Ook met onze waterleiding hebben we de laatste tijd veel gezeur gehad. Als oplossing hebben
we in de badkamer een gat in de muur geslagen naar de badkamer van de buren en daar
een rubberslang doorheen gestoken. Hun kraan loopt namelijk wel.
Tegen de avond maken zij de slang aan hun kraan vast en al gauw is onze bak vol. Dat gaat
reuze! Ook veel andere mensen tobben ermee.
93
Vanmiddag kregen we opeens mangga’s1 van de gaarkeuken. Ze smaakten verrukkelijk!
De geruchten, die nu rondgaan, zijn heel goed: Radio Moskou zei, dat geheel Frank rijk al
vrij was en dat het leger van de geallieerden nu door België trok en al op een
afstand van 8 km van de Hollandse grens was. Verder ook, dat Prinses Juliana naar Engeland
vertrokken was. Veel mensen geloven niet in deze Radio Moskou en wachten eerst af, wat de
B.B.C. zegt. Die uitzending is meestal wat later. Ik bewonder de vrouwen, die hier in het
kamp ondanks alles toch nog durven te luisteren.
4-9-1944
Vanochtend kregen we bericht, dat Heleen Woensdag weer thuiskomt. Fijn, dat ze weer helemaal
beter is. Haar kamergenootjes zijn al eerder weggegaan en nu heeft ze weer nieuwe.
In een andere kamer lag een vriendinnetje van haar, Mia Blaas. Anne ke Corts, die bij Heleen
lag, bleek familie te zijn van oom Bertram en tante Hendrika Corts. Een nichtje dus.
Weer hoorden we opwindend nieuws: Het leger der geallieerden was nu door België heen.
Eén deel ervan trok onder leiding van Prins Bernard Limburg binnen en een ander deel ging
onder Eisenhouwer naar Duitsland. Amsterdam was vrij gemaakt door patriotten en parachutisten.
De Koningin en de Prins hielden een toespraak Wat hoop ik toch, dat dit alles waar is!
Wat zullen ze in Holland dan juichen!
Zou pappie nu ook al zulke berichten horen? Mam denkt van wel. We missen hem zo. Wouter
loopt nu al en heeft al tandjes.
5-9-1944
Mijn buik is nog lang niet in orde. En o schrik, Roelie en Paul hadden vanmorgen ook dunne
ontlasting. Nu hebben we alle drie dieet gekregen van dr. van de Broek.
Veertien dagen lang kindersoep en karnemelkse pap, maar volstrekt geen brood.
Verder moesten we 3 maal daags een kopje thee drinken van een vies goedje: Sariawan. Ook
schreef ze ons een recept voor een fles honing en dat is fijn, want onze suiker is bijna op. Mij
verdacht ze van geelzucht.
Dan nog iets leuks. Vanmorgen kwam er opeens een mevrouw, die vertelde dat Heleen va nmiddag
wordt thuis gebracht met een velocar. Mam is van plan haar af te halen om dan
meteen nog even te proberen tante Wine Huitema op te zoeken, die aan een buiktumor is geopereerd
en nog een poos moet rusten.
Er komen steeds nieuwe geruchten: De hele Prarindra ( de Indische Nationalen) schijnt ingerekend
te zijn. Verder moesten alle Jappen weer naar hun land teruggaan, alleen de bezetting
moest nog even blijven. Vele mensen waren vanochtend heel enthousiast en optimistisch,
want ze hadden gehoord, dat het Wilhelmus al vanuit Holland uitgezonden was en dat heel
Holland vrij was. Ik geloof er nog niet veel van.
Vanmiddag wordt er in elke “Han” (wijk) van dit kamp een vergadering gehouden voor de
verbetering van kampbestuur en ongerechtigheden en voor het kiezen van een nieuw tokobestuur.
Elke Han stuurt dan één afgevaardigde naar het dameskantoor, waar dan de grote vergadering
over dat alles komt. Ik ben benieuwd, wat ze daar bekokstoven.
12-9-1944
Heleen kwam de vorige week thuis. Ze zag er gezond en wel uit, maar bij nader onderzoek
bemerkte dr. van de Broek, dat haar hart nog niet in orde was. Nu moet ze weer geregeld rusten.
Zijzelf denkt, dat het alleen nakuren is van de operatie.
1 In Nederland bekend als mango.
94
Op 7 September, vorige week Donderdag, werd ik ziek. 's Avonds had ik hoge koorts en
voelde me vreselijk naar. De volgende morgen was ik dat ook nog, maar had minder koorts.
In de avond voelde ik me al weer wat beter. Totnutoe heb ik het kalmpjes aan gedaan en zoet
dieet gehouden. Vanmorgen mocht ik weer voor het eerst wat broodpap. Ik lig nu weer geregeld
buiten, want ik ben o zo slap.
Maar wat erger is: Roelie is Zondag ook ziek geworden. Gelukkig is tante Mies van Noppen
ons drie dagen komen helpen. Dat was zo fijn! Mam haalt nu het eten van de gaarkeuken. In
de nacht van Zondag op Maandag brak de eerste flinke bui van de regentijd los.
Tante Emy ligt nu ook in bed. Ze is met Quirientje in de armen over een muurtje gevallen en
heeft flinke wonden aan haar benen, maar Quirientje gelukkig niets. Toch stuurde ze, hoewel
ze in bed lag, ons zes bonencroquetjes. Zo lief!
Nu nog een verhaal over de hanen van mevrouw Schut. Vroeger, toen ze nog naast ons
woonde, had ze ons één haan beloofd, omdat ik heel lang voor haar dieren had gezorgd. Vlak
voor de 31e Augustus kregen we een briefje, dat zr. Stoel ze zou komen ophalen, want ze
wilde met de mensen van het Rusthuis samen de verjaardag van de Koningin vieren met een
kipmaaltijd. De dag daarop werd ons een schaaltje gestuurd met twee dikke poten erop. Eén
was er voor de zuster, maar ze gaf ze ons toch alle twee. Erg lekker, maar mevrouw Schut
had haar belofte niet gehouden. Ik heb nog een beleefd bedankje geschreven en verder ...hup
in de doofpot ermee!
Gistermiddag is mevrouw Koch, de moeder van mevrouw Groenewegen (een buurvrouw)
overleden na een lang ziekbed. Vreselijk dat ze geen afscheid heeft kunnen nemen van haar
man.
Laatste nieuws: De Hollandse regering is al van Engeland naar Holland gegaan. En Eisenhouwer
zit al in Aken.
Wouter kan zo leuk lachen en kraaien. Hij is erg voorzichtig met de dingen, die hij aanpakt.
Mam zette laatst een warme ketel neer en zei tegen Wouter: “Pas op, Wouter, warm!” Toen
hij een andere ketel zag staan, ging hij er heen en zei: “Wam, wam!” We schaterden het uit
en toen moest hij ook zo meelachen.
14-9-1944
Vandaag is het Wouters 16e maanddag. Hij werd vanmorgen wakker, ging staan en zei weer
zo lief: “Papa, papa!” Arme papa zal hem zeker missen. Voor ons en vooral voor mam is hij
een kleine, grote troost. Hij kan al zo parmantig rondstappen. Het begint al echt een jongetje
te worden, geen baby meer. Hij is nu gelukkig gezond en flink. Vandaag is ook tante Quibs
jarig. Ik heb haar nooit gekend.
Vanmorgen kregen we opeens bezoek van oom Giel Meesters, die hier voor zaken in het
kamp moest zijn. Hij woont nog steeds in het Bloemenkamp. Bert moet erg groot geworden
zijn. Leuk weer eens iets te horen van wat ze daar denken en doen.
Wat het eten betreft, hadden we weer een goede dag. Bij de toko kon je voor 50 cent per persoon
7 zakjes suiker (met in elk 120 gram) kopen. Verder kreeg ieder ook één pakje Hoenkwee.
Mam kwam vanmiddag langs het bord van het straathoofd en las, dat binnenkort alle jongens
en mannen tussen 11 en 80 jaar opgeroepen worden. Heel veel dames wilden direct al een
protest gaan indienen, maar op het appèl werd gezegd, dat we dat nog niet moesten doen,
want de order was nog niet gegeven. Wel erg als het zou gebeuren. Al die zielige oude ma nnetjes
en dan die nog zo kleine jongens! Dan zouden oom Ies en Rob Krijger allebei weg
moeten bij tante Emy. Akelig!
95
15-9-1944
Vanmorgen kregen we 330 gram suiker en wat rijst van de gaarkeuken. Heerlijk!
Ik ben nog erg verkouden en hoest ook wat, maar toch ben ik naar de Engelse en Franse les
geweest. Voor Engels kregen we een repetitie en ik had gelukkig geen enkele fout. Juffrouw
Wessels leest op de Franse les samen met ons de “Barbier van Sévilla”, een heel geestig toneelstuk.
En af en toe lezen we een paar gedichten.
Vanmiddag had ik mijn bijbelklasje weer. Helaas maar weinig kinderen, want de meesten
waren ziek.
17-9-1944
Gistermiddag mochten er weer voor het eerst winkeltjes geopend worden, nu niet op het
Oranje-plein, maar op het Tjibeuningplantsoen. Voortaan op elke Woensdag- en Zaterdagmiddag
van 4 – 6 uur. Bij het dameskantoor kun je een stand bespreken. Zij krijgen 5% van
het verdiende geld voor het fonds van de onvermogenden.
Mevrouw Leefers heeft er gisteren ook een winkeltje geopend. Wij hadden ook nog een paar
dingen te verkopen en die hebben we haar meegegeven. Zij krijgt 10% van wat dat opbrengt.
We hadden geluk, want we verkochten een knikkerspel voor f 5.-, een pak Goalpara-thee
voor f 6.-, een doosje borstplaatvormpjes voor f 1,50 en nog een paar kleinigheden. Fijn,
want we hadden juist deze maand weer geld nodig. Deze maand moeten we waarschijnlijk
weer geld storten voor de toko.
Paul en Friso gaan de volgende maand van hun school af, omdat het te duur is.
Paul is nu ziek en heeft hetzelfde, wat Roelie en ik gehad hebben: koorts, keelpijn en verkouden.
Wij beiden zijn gelukkig weer beter en morgen doe ik de was weer. De laatste dagen
heeft Bep van Wijk het voor ons gedaan en dat was fijn, want mam had er haast geen tijd
voor en ik was nog niet op krachten.
Heleen heeft nu wat wij allemaal gehad hebben, toen zij in het ziekenhuis lag: een rode, ontstoken
tong, heel naar! Dr. van de Broek heeft voor Paul (omdat hij zo mager is) en voor Heleen
(om aan te sterken) melk voorgeschreven. Een maand lang krijgen we een halve liter
melk. Het beste was om er yoghurt van te maken. Mam heeft al yoghurtplantjes kunnen krijgen.
Zij zag gisteren weer op een bord in de Barendsstraat, dat er weer jongens en mannen opgeroepen
zouden worden. Een stel vrouwen maakte meteen een opstootje bij het dameskantoor,
maar dat werd gauw bezworen. Vanmiddag hoorden we, dat het uitgesteld was tot de vo lgende
maand.
De vorige nieuwsberichten bleken allemaal vals te zijn, uitgezonden door een Japanse ze nder.
Het laatste nieuws is, dat Maastricht vrij was en dat er nu in Holland veel parachutisten
zijn geland, die nu naar Duitsland optrekken. Arm Holland, wat zal er veel in je vernield en
vermoord worden!
Onze groentetuin doet het geweldig. Vandaag kregen we ieder een hapje bajem, ook Wouter
in zijn nassi-tim. Hij eet toch zo goed en ziet er ook best uit. Lopen dat hij kan. Dribbelen is
er echter een beter woord voor. Hij begint ook al wat grappige woordjes te zeggen. Als 's
morgens de appèlgong gaat, wordt er vaak geroepen: “Appèèèèl !” Dat weet die slimmerd zo
goed en dan roept hij zelf ook: “Babè, babè!” en dan wil hij persé mee naar buiten. Behalve
papa, mama en tata zegt hij nu ook: “Pijke” en daarmee bedoelt hij het spijkertje van het
wandkleed, waar hij altijd aan ligt te peuteren, als hij op de babytafel is. Bij het aan- en uitkleden
is hij haast niet meer te houden, zo’n draaitolletje!
Een paar dagen geleden heeft mam in het geheim een briefje kunnen sturen aan pappie. We
konden het meegeven aan mevrouw de Boesterd, die voor röntgenonderzoek naar Tjimahi
moest. Ze werd er onderzocht door haar eigen man. Dat lijkt me heel leuk! Alles had ze kun96
nen afgeven, ook de tien gulden, die mam bij het briefje had gedaan. Het was wel vrij moeilijk
geweest, want er bleven steeds vier Jappen in de kamer. Maar telkens als het licht uitging,
dan.........
Van iemand anders, die naar Tjimahi moest, kregen we het bericht, dat pappie ons de groeten
deed en het goed maakte. Wat is dat fijn!
20-9-1944
Vanavond kwamen er drie C.J.C.-clubs bij elkaar voor declamatie van mevrouw Ho man. Ik
hoorde weer een paar gedichten, die ik al eerder van haar hoorde, o.a. “Landjuweel”, “Kindersproke”,
“De Prunus”, “Het Berkensprookje”, “Het ruisen van het ranke riet” en weer
voor de derde keer: “De werkeloze”. Ik vind het heerlijk.
Zij doet het ook zo goed. Ik begin echt van gedichten te houden.
Nu stop ik, want we hebben maar half licht en dat is afschuwelijk.
22-9-1944
Woensdag heb ik op de pasar een heleboel postzegels kunnen verkopen. Netjes op kaartjes
geplakt en zelf de prijzen bedacht. Ik had ze toch dubbel.
Vanmiddag kwam er op de gaarkeuken een “koe” binnen, d.w.z. grote stukken vlees.
De laatste tijd krijgen we weer wat meer vlees. Heerlijk!
Nu heeft Friso het in zijn buik, gelukkig niet erg, maar hij moet wel dieet houden.
Vanmiddag gebeurde er iets vreselijks. Mevrouw Rientsma, een kennis van ons die een eindje
verderop woont, werd naar het mannenkantoor geroepen. Daar ze blanda- indo is, dacht ze
dat ze toestemming kreeg om het kamp te verlaten. Vrolijk en wel ging ze er met haar twee
dochters heen. Toen kreeg ze het vreselijke bericht, dat haar man gestorven was, een maand
geleden al. Ach, arme vrouw!
We zijn blij, dat pappie het goed maakt.
Vanmiddag had ik mijn bijbelklasje weer en vertelde de kinderen over Adam en Eva.
Helaas waren er veel kinderen ziek.
24-9-1944
Vannacht hebben we een flinke bui gehad. Alle planten staan nu weer fris en fleurig,
maar het paadje langs het huis is erg modderig. Daarom zijn Friso en Paul na het eten met
een mand uitgegaan om stenen te gaan zoeken. Nu is het prachtig weer.
Vanmorgen om 9 uur ging opeens de sirene, een poosje daarna de tong-tong1 en ongeveer
een kwartier later de gong. Luchtalarm! We hebben er ons niets van aange trokken. Er waren
wel een paar vliegtuigen in de lucht, maar we zagen of hoorden niets bijzonders. Ongeveer
om half één kwam het all-clear sein.
29-9-1944
Hoera! De Y.S.Bank betaalt uit, weliswaar allemaal Japans geld, dat niets waard is, maar nu
kunnen we het toch goed gebruiken. Van mevrouw de Weeger kreeg ik toen
f 10.- voor de moeite van het eten halen en zo. Daar mocht ik iets voor mezelf van kopen op
de markt, zei ze. Lief van haar. Ik denk aan dat leuke schilderijtje van
f 1,75 en aan die overgooier, van saronggoed gemaakt. Misschien voor mevrouw de Weeger
ook iets aardigs en voor mam. Ik verheug me al op morgen.
Vanochtend kon tante Wine even bij ons aankomen. Vooral voor mam heel gezellig.
Ze vertelde een heleboel over kamp Karèès en het werk daar.
1 uitgeholde boomstam, die als alarmklok gebruikt wordt.
97
Ik hoor nu net de taptoe blazen in de kazerne en ga ook naar bed.
30-9-1944
Ik heb het schilderijtje! Het is zo leuk gemaakt op een stuk van een klapperdop1. Voor mevrouw
de Weeger vond ik een aardig vaasje, wat ook als drinkglaasje te gebruiken is. Met
wat bloemetjes erin heb ik het haar gegeven. Ze was er wel blij mee, geloof ik. Mevrouw
Leefers kreeg weer wat postzegels mee, maar had dit keer geen succes.
Vanmiddag konden we goela-djawa kopen bij de gaarkeuken, 1 kilo per persoon voor f 0,65.
Ik haalde voor 11 personen, een heel vrachtje. Gelukkig hielp Friso me met dragen, want ik
had ook nog brood , asem2 en mangga’s bij me. Het duurde erg lang voor we aan de beurt
waren, maar we zijn er dolblij mee.
Vanmorgen is er een demonstratie geweest van vrouwen, die hun zoons niet wilden sturen.
Allen waren in het wit gekleed, de Japanse rouwkleur. Mam is ook meege gaan. Een mevrouw,
die goed Japans kende, heeft tot Moeroewi gesproken en hij antwoordde nogal welwillend.
Hij zei, dat hij er niets aan kon doen, want een hogere lege rleiding had dit bevolen.
Maar hij zou nog een goed woordje voor ons doen.
Over de oude heren is nog niet bekend, of ze mogen blijven. Ik vind het zo zielig, dat al die
oude mensjes zomaar weggerukt zullen worden uit alles, wat hun hier nog lief is. Oom Ies en
zovele anderen.
Er gaan nu weer geruchten, dat er in Holland zo gevochten wordt bij Arnhem. Hoe houden
die Duitsers het zo lang vol! Vreselijk dat het juist in Holland moet gebeuren. Die arme mensen
daar!
Vanmiddag leende ik een boekje van Dieneke met gedichten van De Genestet. Er staan
mooie gedichten in, bijvoorbeeld “Een kind in de mei”, zo toepasselijk op Woutertje, dat we
het meteen in zijn babyboek schreven. De Genestet schreef dat over zijn enigst zoontje, Peter
Adriaan, dat echter een poos later stierf. Het tweede gedeelte is dan ook heel treurig. Ik
schrijf veel van die gedichten over in een klein boekje om te bewaren.
1-10-1944
Vandaag ben ik voor het eerst naar een dansclubje geweest, bij Hettie Bergman in de kamer.
Als begin moest ik de driepas leren, de basis van de wals. Maar wat maakte ik daar al een
fouten in en wat trapte ik vaak op andermans tenen. Het zijn meisjes onder elkaar en dat vind
ik wel prettig.
6-10-1944
Hoera, het weggaan van de jongens en de oude mannen is uitgesteld! Zo u de demonstratie
dan toch geholpen hebben? Of zou het alleen maar een uitstel zijn?
7-10-1944
Vandaag kwamen er een heleboel briefkaarten binnen van de burgerkampen. Veel mensen
kregen er al één, maar wij nog niet. We hoorden echter, dat er op het kantoor nog veel kaarten
liggen. Tante Emy kreeg er één van Chris en één van oom Bou. Op die van Chris kun je
tussen de regels doorlezen, dat hij zijn vader wel eens ziet. Leuk voor tante Emy, dat ze dat
nu weet. Verder schreven ze allebei, dat ze gezond en “gemoek3” waren. Mevrouw Woort-
1 dop van de kokosnoot (< klapa)
2 zure peulvrucht, tamarinde.
3 dik.
98
man kreeg ook een briefkaart van Louk, waarin hij ons de groeten stuurde. Mevrouw Vink
kreeg er ook één van haar man.
We hebben een grote overwinning op ons zelf behaald, we zijn namelijk slakken gaan eten.
Je weet wel, die grote, vieze, slijmerige agaatslakken! Eerst griezelden we ervan, maar toch
hebben we het geprobeerd. Van mevrouw van Waning ( zij kende pappie nog uit zijn studententijd)
hoorde ik hoe je ze moet schoonmaken, koken en door de vleesmolen halen. Het is
me reuze meegevallen. Van alle manieren van bereiding, die ik geprobeerd heb, vinden we
croquetjes en “sambal kering1” het lekkerst.
Vele andere mensen hebben het ook geprobeerd met dat gevolg, dat nu haast alle slakken
uitgeroeid zijn. Vanmiddag heeft Friso er no g wat kunnen vinden en die eten we dan morgen
op Paul’s verjaardag bij de gele rijst. Hij zelf wilde er graag een saté2 van hebben. Ook wilde
hij ergens buiten picknicken en uit pisangblaadjes eten.
Omdat dat nogal moeilijk zal gaan, wilden we in de eettkamer wat ruimte maken en dan met
wat tikars op de grond zitten. Vervelend, dat ik nu weer buikpijn heb.
Er is nu een grote sterfte in ons kamp. Veel oude, maar ook jonge mensen gaan dood.
Laatst nog een moeder van 9 kinderen (mevrouw Liesker), waarvan er 6 hier in het kamp
zaten. Bij deze zending briefkaarten waren er bij van haar man en van 3 zoons.
Afschuwelijk, die weten nog van niets!
Ik wou, dat wij ook een kaart van pappie kregen.
19-10-1944
Vandaag moest oom Ies met nog dertien andere, nog krachtige oude mannen uit het kamp
vertrekken. Wat zal tante Emy hem missen! En wat zal hij de kinderen en vooral Quirientje
missen! Zullen we hem nog terug zien? Eerst hoopten we nog, dat hij in het “oude-en-ziekemensen-
kamp”zou komen, waar al een poos sprake van is.
Dan mochten tante Emy en de kinderen mee, maar dat ging niet door.
Mevrouw de Weeger en mevrouw Vink komen ook in aanmerking voor dat kamp.
Als dat doorgaat en de voorkamer vrijkomt, kan tante misschien bij ons intrekken.
Wat zou dat leuk zijn! Maar misschien gebeurt alles heel anders, dus laten we er maar niet
over piekeren. Ieder, die naar het ziekenkamp moet, mag een gezond iemand als verzorgster
meenemen. Zo had tante Emy met oom Ies mee kunnen gaan.
Roelie en ik krijgen al een poosje dienstbroodpap van de gaarkeuken. Roelie, omdat ze voor
mevrouw Vink werkt en ik, omdat ik vrijgesteld ben en thuis werk. Het is meestal een behoorlijke
portie, maar we delen het natuurlijk met z’n allen. Friso krijgt ook pap van de babat-
dienst3, maar die eet hij meestal daar op.
Er heerst nu erg veel bacillaire dysenterie in het kamp. Solly Rientsma en haar moeder liggen
nu ook in het ziekenhuis. Woutertje heeft het nu ook een beetje in de buik.
Arm manneke! Ik moet een bende vieze luiers wassen, maar gelukkig gaat het nogal gemakkelijk.
Een paar dagen geleden zijn er weer mensen betrapt op het gebruik van gas. Ieder kreeg 20
klappen en daarna moesten ze op een rijtje buiten de poort gaan staan. Omdat ze vlak bij het
bilik stonden, konden er wat boterhammen en pepermunten overgegooid worden, want die
arme mensen hadden nog niets gegeten. Ook Anneke van Zeyl de Jong was er bij. Voor haar
heb ik nog een boodschap thuis kunnen afgeven.
1 droge (= kering), fijngewreven Spaanse peper (= sambal).
2 geroosterde stukjes vlees, geprikt aan een toesoek (dun, puntig stokje).
3 soort sikkel. Babat-dienst = gras maaien met een babat.
99
Later kwam ze me er nog voor bedanken. Lief van haar.
Vandaag zijn er op het dameskantoor veel Rode Kruis-briefkaarten aangekomen, notabene al
in 1942 verstuurd. Noch voor ons, noch voor tante Emy was er iets bij.
22-10-1944
Het is Zondag, de laatste dag van mijn 17e jaar. Het was een goede dag en een goed jaar, ondanks
vele zorgen en moeilijkheden. God heeft voor ons gezorgd, telkens weer. De preek
van deze morgen ging over: “De storm op zee”. Het ging over de stormen op onze levenszee,
die soms zo hard en ruw kunnen zijn. Maar ik weet Eén,
die ons bootje sturen wil door alle stormen heen!
Het was een rustige en fijne dag. Woutertje is gelukkig weer helemaal beter. Hij loopt als een
kievit en begint onze namen al een beetje te brabbelen: Anke, Joei, Jien, Ies en Pau. Dat
klinkt toch zo grappig! Toen Heleen en ik vanmiddag met hem op straat liepen, zag hij opeens
een klein sikkeltje van de maan. Direct stond hij stil en riep: “Maam, maam!” Vuur is
ffffff! en lichtje: igje. Verder heeft hij grote aandacht voor steentjes, stokjes, grasjes en
.....frambozen! Hij heeft vanmorgen alle rode van ons struikje geplukt, de ondeugd. Met het
opgaan van muurtjes en stoepjes is hij heel voorzichtig. Het is toch zo’n lief jongetje.
Ons licht is al een paar avonden uit en dat is heel vervelend. Nu behelpen we ons met een
paar petroleumlampjes en dat gaat ook wel.
23-10-1944
Nu ben ik 18 jaar! Wat zal er allemaal op me af komen?
Toen ik vanmiddag thuis kwam van Franse les, zat er een kamer vol mensen op me te wachten.
We konden echt nog wat trakteren, want onze kruimeltjeskoek was goed gelukt en heel
lekker. Er kwam een bende cadeautjes, ongelooflijk! En dat hier in het kamp! Erg aardig van
allemaal. Pappie zal nu ook wel aan ons denken. Zal hij er de volgende keer bij zijn? We hopen
het van harte.
23 October 1944
Wat ik kreeg van alle lieve mensen:
Van mam en tante Mies: een pyama
Woutertje: een opschrijfboekje.
Roelie: een omslag om dit boekje.
Heleen: een denappeltjesbroche.
Friso: mica voor kampnummer.
Paul: 2 stukken glas (afdekken aquaria)
Pappie en mam: gebedenboekje.
Mevr. Vink: 2 haarbandjes.
Mevr. de Weeger: hondjesbroche.
Willy Zegwaardt: broche en bloemen.
Zr.te Winkel: Broche
Mevr. Leefers: twee corsagebloemen.
Mevr. Bouhuizen: een armband.
Mevr. van Nie: Een chinees kleedje.
Tante Emy: een jurk.
Wieneke: een broche met een A.
Rob: een stukje spek.
100
Quirientje: bloemetjes.
Oom Ies: een brievenopener.
Richt: een zakdoek.
Bep: corsage-bloemetjes.
Mevr. Maier: een ceintuur.
Janneke: een zakdoek.
Ruth: een haarbandje.
Dieneke: een zakdoekje.
Mej. de Quaasteniet: Y.W.C.A.-speldje.
Mevr. van Eyk: een chocolade-reep.
Mej. Wessels: een ceintuur.
Tante Jeanette: een blikje melk.
Wat veel!! Dank jullie wel, allemaal!!
24-10-1944
Vanmorgen heeft er een “honger-demonstratie” plaats gehad op het Orchideeplein,
maar die is jammerlijk mislukt. Deels ook omdat heel veel vrouwen er niets van af wisten.
Mam is er ook heen geweest. Ongeveer om 10 uur verzamelden zich daar heel veel vrouwen.
Toen kwam plotseling Moeroewi er zelf op zijn motorfietsje aan en zei bars: “Tida boleh1.
Pigi, pigi2!” Maar mevrouw van Gulik, die het woord zou doen, bleef dapper staan en vroeg
hem om een onderhoud. Even later mocht zij de poort uit met nog een paar andere dames.
Later bleek, dat ze voor straf half kaal geschoren was en een poos met de anderen gevangen
gezet is. Toen zij dus de poort uit waren, bleven de andere vrouwen allemaal op het plein
staan wachten. Even later kwamen er een paar Jappen de poort door rennen en die sloegen op
de vrouwen in. Deze vluchtten eerst een eind weg, maar kwamen toen joelend en jouwend
terug. Eén Jap trok zijn revolver al. Maar toen ging één van de hoofden van het dameskantoor
op een stoep staan en verzocht om stilte. Ze zei: “Laten we allen nu rustig naar huis
gaan. Ons doel is nu toch bereikt, want mevrouw van Gulik is nu de poort uit en Moeroewi
weet waarom het gaat. Anders kunnen er hier wel ernstige gevolgen van komen.” De Jappen
waren inmiddels alweer verdwenen. De vrouwen gingen wel naar huis, maar met een onvo ldaan
gevoel. Waar je ook komt, overal hoor je er over spreken. Zou het echter wat geholpen
hebben?
25-10-1944
Woensdag. Vanmorgen kwam er plotseling een zuster van het klooster om Friso Bosman af
te halen voor het knippen van zijn amandelen, maar hij was niet thuis.
Hij had babat-dienst vlakbij het klooster. Toen heeft mam Paultje maar mee laten gaan, want
hij stond ook op de lijst. Bleek en wel ging hij met de zuster mee, achter op de fiets. Mam
pakte toen meteen een koffertje voor hem in en bracht dat naar het ziekenhuiskantoor. En
wat zag ze daar staan? Een heel bekend rantangbakje3 en de babat van Friso! Toen begreep
ze, wat er gebeurd kon zijn. Friso was ook geopereerd. Dat bleek ook zo te zijn. Het derde
kind, dat geholpen zou worden, had koorts en kon dus niet komen. Zo kon Friso die vrije
plaats innemen. Een zuster had hem zo van het babatveld geplukt en naar de operatiekamer
gebracht. Die arme jongens!
1 Dat mag niet!
2 Ga weg!
3 etensbakjes in een houder
101
Gelukkig, dat ze niet veel tijd hadden om bang te zijn. De operatie is bij beiden goed gelukt.
Paul is in slaap gemaakt, maar Friso heeft plaatselijke verdoving gehad. Hoe zou het nu met
hen zijn? Zouden ze goed slapen vannacht? Toch wel fijn dat ze bij elkaar zijn.
Mevrouw van Gulik is nog steeds niet terug.
26-10-1944
Daar heb je het al! 3700 Mensen, die voor het kamp hier in Bandoeng woonden, moeten verhuizen.
Dat is ongeveer 100 personen per Han. Waarheen? Wanneer?
Waarom? Men zegt: als strafmaatregel. Al veel mensen van Han 1 tot en met de helft van
Han 14 hebben al een aanzegging gekregen. (o.a. Dieneke Merkelbach en de Woortmannen)
Wij denken, dat we in de volgende groep zullen zijn, want juffrouw van Dam zei, dat er ruim
100 mensen in haar Han zijn, die er voor in aanmerking komen en daar zijn wij bij. Verder
weet zij ook niets. De lijsten met namen liggen al klaar, maar mogen nog niet bekend gemaakt
worden. Brrr! Ik zou het zo naar vinden.
Tante Emy was toen niet in Bandoeng, dus zij is er niet bij. Iedere volwassene (vanaf
17 jaar) mag twee handkoffers en een rugzak meenemen en ieder kind een handkoffer en een
rugzak. Dan ook nog per persoon 2 dekens en per twee gezinnen een teil en een emmer.
Vooral niet teveel. Alle opgeroepen mensen moeten als oefening Dinsdag met al hun barang
op het Oranjeplein verschijnen en daar zal dat gecontroleerd worden. Of het niet teveel, te
zwaar of onnodig is. Ik ben zo benieuwd , wat er dan gebeuren zal. Kinderwagens mogen
gelukkig mee, mits er een kind in zit. We zijn nu ook voor alle zekerheid aan het uitzoeken
en inpakken. Wat hebben we toch nog verschrikkelijk veel.
27-10-1944
Vrijdag. Ongeveer om twee uur kwamen Friso en Paul weer thuis, nog bleek en stil.
Alleen Friso vertelde met een klein mondje (want hij kon zijn mond nog niet wijd open
doen) van alle gebeurtenissen in het ziekenhuis. Gelukkig heeft de dokter hen melk voorgeschreven,
5 dagen lang ieder een ¼ liter. Ze hebben het echt nodig. Wat zijn we blij, dat dit
weer achter de rug is. Verdere berichten over de verhuizing hebben we nog niet. Wel, dat je
per persoon slechts f 10,- mag meenemen en de rest
“mag” je op de Y.S.Bank storten.
28-10-1944
Vanmorgen kwam juffrouw van Dam bij ons en vroeg mam even te spreken. Toen ze weg
was, hoorden we het nare bericht, dat alle jongens van 1933 niet mee mogen, maar in een
apart jongenskamp zullen worden gestopt. Friso is daar ook bij. Dus als we moeten verhuizen,
blijft Friso hier achter. Arme mam, arme Friso! Hij is nog geen elf! Ik vind het schandelijk,
dat ze zulke jonge jongens al weghalen. Zulke kinderen nog! De verhuizing zou lang
niet zo erg zijn, als hij maar bij ons mocht blij ven. De verhuizing van de eerste groep is weer
uitgesteld.
30-10-1944
Maandag. Zelf zijn we ook nog steeds druk met uitzoeken en inpakken. Friso krijgt natuurlijk
een eigen koffer. Tante Mies helpt heerlijk met het naaien van broeken voor hem. Hij
zelf is bezig met het verven van zijn naam op zijn emmertje, bord, bekertje, gajoeng1 en
klompen.
Onze lessen hebben we voorlopig afgezegd.
1 bakje om water over je heen te gieten bij het ‘mandiën’ (Indische manier van douchen)
102
Donderdag moeten de mensen met al hun bagage op het Oranjeplein komen. Dat zal me wat
worden.
31-10-1944
Er waren bij die eerste groep mensen zoveel zieken, dat er van de volgende Han’s ook mensen
mee moeten. Bij die mensen is ook juffrouw Wessels, echt jammer!
Maar misschien zien we elkaar in het volgende kamp weer terug. Ze had zo gehoopt en ve rwacht
er uit te blijven, maar het heeft niet zo mogen zijn.
1-11-1944
Vanmiddag hebben Roelie, Heleen en ik bij Mieke Meurs naar “Tolen en van Lier” mogen
luisteren. Friso en Paul mochten later ook nog even binnen. Het was enig!
Natuurlijk ook een lied over de “Spekrel” en over “Jatten”. Eén lied had een heel goed refrein:
“Zoek de zonzij van het leven, hoewel je meters in de soesah1 zit. Keep your smile and
make the best of it!”
De C.J.C. ging vanmiddag niet door. Na het appèl ben ik nog even naar juffrouw Wessels
gegaan en heb haar wat zeep en nog wat andere dingen gebracht, waar ze erg blij mee was.
We hopen toch zo, dat we later weer bij elkaar komen.
2-11-1944
Vandaag moesten alle opgeroepen mensen op het Oranjeplein komen. Moeroewi en
Sesuka gaven er bevelen, die soms erg tegenstrijdig waren. Het eind van het liedje was, dat
alle mensen weer naar huis moesten, maar de koffers, bultzakken, teilen, emmers en dekens
moesten buiten de poort gebracht worden. Die werden vooruitgestuurd. In de teilen mocht
helaas niets zitten. In de emmers alleen een paar pannen.
Alleen het hoofd van het gezin mocht een rugzak hebben. Dat is erg jammer, want we hebben
er allemaal één.
Het vertrek van de eerste 650 mensen is op Zondag gesteld en dat van de tweede groep op
Maandag. Ook mevrouw Woortman en Hannie moeten weg in de tweede groep, maar Wim
moet achterblijven.
5-11-1944
Zondag. Vanmorgen heeft mevrouw Hakkenberg hier nog een preek voorgelezen.
Zou het de laatste zijn? Daarna zijn we naar het Oranjeplein gegaan. Juffrouw Wessels was
erg zenuwachtig, maar Dieneke Merkelbach vatte alles moedig op. Iedereen was zwaar bepakt
en bezakt met regenjassen, rugzakken, tassen, mandjes, enzovoort.
Eén mevrouw had zelfs haar witte kakatoe op haar schouder. Een klein babytje werd in een
slendang2 meegenomen. Veel vrouwen huilden. Na een hele poos ging de stoet eindelijk de
poort uit. Telkens kon je Moeroewi horen blaffen en brullen, als hij verboden bagage ontdekt
had. Aan beide kanten van de weg werd er een ketting van vrouwen gevormd om de toeschouwers
wat tegen te houden. Buiten de poort moesten ze nog een hele poos aan de kant
van de weg in de felle zon wachten. Door allerlei gaten in het gedèk konden we hen zien en
wat water geven. Het was toch zo’n allertreurigst gezicht. Wat is het toch wreed al die me nsen
weg te halen van het beetje, dat ze nog hadden en ze zo weg te slepen. Die rotjappen!
1 moeilijkheden
2 draagdoek
103
6-11-1944
Vandaag vertrok de tweede groep en dus ook de Woortmannen. Maar deze keer moesten de
mensen alles wat ze hadden aan de kant van de weg leggen. Later werden al die rugzakken,
regenjassen, etenstassen en dekens door vrachtauto’s opge haald. Moeroewi stond er als een
dikke dictator bij te kijken. Wat had ik graag eens een harde klap in dat papgezicht gegeven.
Hij verbood de mensen rantangs mee te nemen. Die moesten achterblijven. Er gaan geruc hten,
dat deze mensen naar Mangarai of Tjitjoeroeg zijn gegaan en ondergebracht zijn in de
schoenenfabriek van Bata.
Dat ligt allemaal in de buurt van Batavia.
Er gaan ook geruchten, dat eerst de jongens opgepikt zullen worden, daarna zou het ziekentransport
gaan en dan de andere mensen pas. Niemand weet er het rechte van.
8-11-1944
We zijn allemaal in spanning, want vanmiddag moest Han 20 opeens 12 teilen inleveren. Wij
hadden er twee, dus konden we er wel één geven. Toen ik vanmiddag brood haalde, ging de
gong. We holden allemaal naar het straathoofd en lazen, dat dit hele kamp binnen korte tijd
geliquideerd moest worden. Dus hebben we zekerheid.
9-11-1944
Donderdag. Zonet zijn de namen bij juffrouw van Dam bekend gemaakt. Wij zijn er ook bij
en verder ook mevrouw Groenewegen, Leefers, van Nie en Bouhuizen. Maar de mensen in
huizen met nummers boven de 86 gaan nog niet. Op Zondag 12 November moeten we weg.
Per persoon mogen we een koffer van 20 kg menemen en per gezin maar één rugzak en dat is
heel weinig. (natuurlijk wel matrassen, klamboes1 en dekens.) We moeten hier allerlei achterlaten,
want we hebben nog
1 beschermnet over het bed tegen muggen
104
zoveel. Dat is allemaal niet zo erg, wel dat er op de lijst maar “6 personen” stond bij onze
naam, dus Friso mag niet mee. Dat doet mam toch zo’n verdriet en ons ook! Eén troost is,
dat hij zolang bij tante Emy mag blijven. Er is nog heel veel te doen, maar tante Emy en tante
Mies helpen ons heerlijk.
105
Op de dagen, die hierna kwamen, heb ik niet kunnen schrijven, maar ik herinner me alles
nog zo goed, dat ik toch elke dag beschrijven kan.
10-11-1944
We hebben gelukkig één dag uitstel van vertrek gekregen. Morgenmiddag moeten om 4 uur
alle koffers, dekens en bultzakken buiten de poort gebracht worden. Op Zondag moeten we
een oefening houden voor de opstelling van onze reisgroep.
Het vertrek is op Maandag om 8 uur gesteld. Dat is dus heel vroeg. Friso kan eerst bij tante
Emy blijven en als zij ook weg moet, kan hij bij mevrouw Brunt komen, die bij juffrouw van
Dam logeert. Rob moet ook achterblijven, een kleine troost voor Friso.
Per gezin mogen we één rugzak van 10 kg meenemen en ik een kleine tas. Het is nu zo’n
rommel in de kamers. De poes laten we bij mevrouw de Weeger achter. Akka en Maantje
zouden eerst naar Robbie van de Poel gaan, maar daar zat steeds een kat op hen te loeren. Nu
zal tante Emy voor hen zorgen, zolang dat kan. Erg jammer, dat we helemaal geen boeken
mee kunnen nemen. Ik heb ze in één van de theekisten gepakt. Wat we van kleren of goed
niet mee kunnen nemen, kunnen we brengen naar nr. 24. Ik heb de foto’s al uitgezocht, die
we mee willen nemen, maar er blijven er nog zoveel achter. Bah, wat is het toch allemaal een
rotzooi!
11-11-1944
De Jappen hebben weer iets leuks uitgedacht. Er kwam weer eens hoog bezoek en daarvoor
hebben ze ons een uur in de zon laten staan. Roelie voelde zich niet lekker en is in bed gekropen.
Heleen kon niet tegen de felle zon en is naar binnen gegaan.
Woutertje had het ook erg warm en ik ben toen met hem in de schaduw gaan staan. Maar in
één woord: verschrikkelijk. Vanmiddag voelden Heleen en Friso zich ook niet lekker. Maar
met hulp van tante Emy kwamen de koffers toch klaar en buiten de poort.
12-11-1944
Zondag, maar wat voor een Zondag! Roelie is ernstig ziek: Bacillaire dysentrie. Heleen en
Friso voelen zich gelukkig al wat beter. Om 2 uur hadden we de oefening bij de poort, die
gelukkig vrij vlot verliep. We moeten morgen eten meenemen voor 5 maaltijden. We mogen
met één van de meisjes Pieterse nog een halve rugzak delen. De vrouwen, die buiten de poort
de koffers moesten wegen, tilden die een beetje op met hun tenen, zodat ze minder zwaar
schenen. De Jap, die er bij stond, merkte niets. Woutertje gaat mee in een slendang1.
Er gaat een gerucht, dat we naar Batoe zullen gaan, maar niemand weet iets zeker.
Per persoon worden er twee broden uitgedeeld voor de reis, dus we krijgen in het geheel 12
broden mee. Gelukkig mogen we 2 etenstassen meenemen en ook nog 2 omhangtassen. Dat
is fijn, want daar kunnen we ook nog veel in proppen.
We sliepen vannacht zonder matrassen, behalve Roelie en Woutertje. De anderen sliepen op
kussens en geleende dekens. Ik sliep op een paar tikars, maar ik sliep best, want ik ging pas
om 3 uur naar bed. Tante Emy helpt ons heerlijk met uitzoeken en inpakken. Ik heb in mijn
regenjas een heleboel zakken genaaid en daar stop ik nog van alles in. Mam en ik trekken
onze overalls aan. Daar kan veel in en het beschermt ons tegen het vuil van de trein.
Dr. van de Broek en zr. Engel zorgen fijn voor Roelie met injecties en andere medicijnen.
Dr. van de Broek kwam zelfs een speciaal klaargemaakt papje voor haar brengen voor op
reis. Ze waren reuze aardig.
1 brede doek om babies en peuters in te dragen.

 

 

 

Previous • Hoe het begon • 1943 • Tjihapit • Solo • Lampersari • Naar Nederland • Regerings Verklaringen