Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous • Hoe het begon • 1943 • Tjihapit • Solo • Lampersari • Naar Nederland • Regerings Verklaringen

Hoe het begon  ( 8-12-1941 --- 20-7-1943)

8 December 1941
Oorlog! We zijn in oorlog met Japan! Vreselijk!
Ik had me verslapen en hoorde om acht uur dit bericht pas van mam. Hoewel ik het verwacht
had, schrok ik toch. Deze morgen hield de Gouverneur-Generaal een toespraak: Japan had
Manilla gebombardeerd en was Thailand binnen gevallen. Dit betekende oorlog met het hele
A.B.C.D.-front. We beplakten de ramen met stroken papier en bedekten ze verder met donkerblauw
papier. Vanavond was alles hier verduisterd. Er werden verder nog vele andere
voorzorgsmaatregelen getroffen. Alle Japanners werden geïnterneerd. De mobilisatie is in de
buitengewesten begonnen en zal hier ook spoedig komen.
9 December 1941
Aanvallen op de Hawai-eilanden en op Goeam. Vandaag werd ook hier de mobilisatie afgekondigd.
We hadden onze laatste dag op school en hebben meegeholpen met het leegruimen
van de lokalen. Ik heb me opgegeven bij de L.B.D. (Lucht Beschermingsdienst) en werd reserve-
telefoniste (Sector 8 op de Grote Postweg).
Pappie kon even thuiskomen. Heerlijk. Hij had als reserve-officier van Gezondheid bij de
luchtmacht een goed leventje gehad in Kalidjati. Daar had hij ook ons Sinterklaaspak ontvangen.
Deze avond was ook alles weer verduisterd.
10 December 1941
Onze school is gesloten. Het wordt waarschijnlijk een hospitaal. De stommelingen in Tha iland
hebben zich overgegeven. Aanvallen op Malakka en bommen op Singapore. De Duitsers
zeggen, dat ze Moskou deze winter niet meer zullen aanvallen. Een smoesje of de waarheid?
Ze hebben in Rusland al heel wat manschappen verloren. Koningin Wilhelmina en
prinses Juliana hebben ons bemoedigend toegesproken over de radio.
11 December 1941
Vandaag is alles gewoon verlopen. Van 1 uur tot 3 uur dienst bij de LBD. Bijna niets gedaan.
Af en toe ging de telefoon en dan namen Judith of ik hem op. Judith is een aardig, maar toch
ook een beetje bazig Indisch kind. Juist toen we naar huis wilden gaan, hoorden we de sirene
loeien. We schrokken wel even, maar waren heel gauw weer rustig, want er gebeurde niets.
Het hele verkeer stond in een oogwenk stil, behalve soms een legerauto, al of niet met afweergeschut er achter aan.
Twee vliegtuigen patrouilleerden over de stad. Weldra klonk het sirenesein: Alles veilig!
12 December 1941
Twee grote slagschepen van de Engelsen: de “Prince of Wales” en de “Repulse” zijn gisteren door de Jappen bij Singapore tot zinken gebracht.
Vanochtend had ik LBD van 9 tot 11 uur. Daarna moesten we naar het ziekenhuis om een typhus-cholera- injectie te halen.
Wat zag ik daar tegen op! Paultje stond te trillen op zijn benen. Thuis hebben we nog een hele poos naar hem moeten zoeken, want hij wilde geen “prikje”. Daarom verstopte hij zich naast de regenton.
Hij kwam het eerst aan de beurt, wat met veel geblèr gebeurde. Toen ging ik op het bankje zitten. Ik zette mijn tong tussen mijn tanden om er desnoods op te bijten, maar het viel reusachtig mee. Daarna
kwamen Roelie en Heleen , die mam goed vasthielden. Ik werd nieuwsgierig en keek
hoe het naaldje er in werd gestopt, maar kon het niet lang aan zien en viel flauw tegen Roelie
aan. Roelie dacht eerst, dat ik het als grapje deed, maar zag al gauw dat het menens was. Ik
werd op de operatietafel gelegd en kwam al gauw weer bij. De zuster gaf me wat wijn en
daar knapte ik gauw van op. Omdat er geen opelette was, fietste ik gewoon weer naar huis.
We krijgen misschien inkwartiering van soldaten.
13 December 1941
Nog geen soldaat gekomen. Mam gaat vandaag even met Heleen en Friso naar Kalidjati om
pappie wat spullen te brengen. Vannacht is de sirene gegaan. Wat klonk dat griezelig en hol!
Het was weer een oefening, maar die had een goede reden. Wat die reden was zei men echter
niet. Ik had LBD van 7 – 9 uur, maar er kwam geen enkele telefoon door. Er is nu een Japans
slagschip getroffen. Amerika is nu ook in oorlog met Duitsland en Italie.
1942
19-2-1942
Er is veel gebeurd. Singapore is gevallen en ook Palembang, Balik Papan en Banjermasin.
Vandaag is Bandoeng voor het eerst gebombardeerd. We stonden eerst nog allemaal buiten
te kijken, toen er opeens schoten vielen. We hadden wel een heleboel vliegtuigen gezien,
maar dachten dat het de onze waren. We holden de schuilkelder in. Wat was het een lawaai
17
in de lucht! We roken ook een brandlucht en er kwam veel gras, blaadjes en bamboe naar
beneden. We zaten allemaal met een rubbertje in de mond en watjes in de oren. Meneer Stevels
(de vader van de familie, die uit Batavia is geëvacueerd en hier nu logeert) hoorde, dat
er 3 bommenwerpers van de Jappen waren neergeschoten, dat er op Andir veel kapot was en
dat er op de Riouwstraat een bom viel. Ot van der Brug vertelde, dat het 18 bommenwerpers
en 50 jagers geweest moeten zijn. Er werd een man gedood door een voltreffer. We zijn later
nog even op Andir gaan kijken, maar mochten er niet door.
Tante Ina schreef, dat ze misschien wel hier zou komen.
20-2-1942
Vandaag luchtalarm van half 10 tot kwart over 10. Daarna van kwart voor 1 tot 2 uur. Niets
gebeurd.
21-2-1942
Weer luchtalarm. Nu waren er wel Jappen, maar ze gooiden gelukkig niet veel bommen.
22-2-1942
Driemaal luchtalarm, maar er gebeurde niets.
24-2-1942
Vandaag kwamen ze opeens . Ze bombardeerden Andir. We hoorden ze knallen en zagen
van de Andirkant rookwolken opstijgen.
2-3-1942
Vier dagen geen luchtalarm gehad, maar de Jappen probeerden te landen. Vandaag ging de
sirene weer. Weer werd er geschoten.
Vanmorgen om ongeveer 10 uur stopte er een legerauto voor ons huis. Er stapte iemand uit
en wat bleek? Het was pappie! Hij was met nog een aantal mensen van Kalidjati helemaal
naar Lembang gelopen. Daar hebben ze een vrachtauto kunnen krijgen en zo zijn ze naar
Bandoeng gekomen. Ze hadden 19 uur gelopen! Ze moesten weg zonder iets mee te nemen,
want de tanks reden plotseling Kalidjati binnen.
Vanmiddag weer luchtalarm. De vliegtuigen bevochten elkaar. Paultje zat te trillen als een
espenblad. Roelie en Roos moesten een slokje hebben, maar hier gebeurde er
niets.
3-3-1942
Er gingen 52 Jappenkasten over, keurig in formatie. Ik kon alles zien, omdat ik in de schuilgang
van de fam.Klencke zat. Van die 52 keerden er 18 terug. Ze gooiden een
paar bommen op Andir en gingen er weer vandoor. Er steeg een grote rookkolom op van het
vliegveld. Het afweergeschut knalde van jewelste.
4-3-1942
Luchtalarm van 9 uur tot kwart over 9. Ik ben in onze eigen lobang1 gekropen, omdat die
open is. Pappie heeft goed kunnen uitslapen, maar zijn benen zijn nog wel stijf. Later kwamen
er 25 Japse vliegtuigen over, maar er gebeurde niets. Om 2 uur weer de sirene. Nu was
het menens. Een geknal van jewelste. Roelie en ik vonden na afloop allebei een metalen
scherfje, wat we in onze allerlei-trommel stopten.
1 gat; hier zoiets als ‘dekkingsputje’
18
Achter het Julianaziekenhuis en bij Andir zagen we grote rookkolommen opstijgen.
Naar we hoorden is er grote schade aangericht. We leven in deze tijd eigenlijk meer onder
dan op de aarde. 's Ochtends gaat onze barang1 in de schuilkelder en 's avonds er weer uit.
5-3-1942
Vandaag is het record gebroken: 7 keer luchtalarm! Alleen in het begin vielen er een paar
bommen in de buurt van de ACW. Het afweergeschut deed zijn best. Jammer genoeg werd er
niet veel geraakt. Om 7 uur klonk eindelijk het alles-veilig.
6-3-1942
Vandaag gelukkig maar twee keer luchtalarm.De Jappen waren boven Lembang bezig. Dat
moet bijna plat zijn.
7-3-1942
De hele dag alarmtoestand. Alleen bij direct gevaar gaat de sirene. Vanmiddag waren ze
steeds weer boven Lembang bezig. Er is niet veel meer van over behalve Kajoe Ambon,
waar mevrouw de Haas met 9 kinderen zat, maar ze waren tevoren al naar Bandoeng gekomen.
Roelie en ik waren om half 4 djagoeng2 aan het planten, toen we opeens 5 bommenwerpers
zagen aankomen. We holden gauw naar de kamer van familie Stevels en ja hoor,
daar begonnen de knallen. Ze kwamen hier recht over, dus we zaten wel in de piepzak. Er
vielen 5 bommen bij ons in de buurt aan de Nijland
weg. Later kwamen ze nog eens terug. In de buurt van het Residentiehuis steeg een grote
rookkolom op. Roos, Idoen en andere bedienden hebben er daar midden in ge zeten, omdat ze
net naar de pasar3 waren. Gelukkig was er hun niets overkomen.. Ze brachten wel een paar
scherven mee. Mam was erg zenuwachtig toen ze weer over kwame n. In de stad is er heel
veel vernield. Er kwam ook een bom op de aloen-aloen4, waar juist veel schuilkelders waren,
waardoor er veel doden vielen. Ook een tante van Rietje Ensering werd getroffen bij het station.
Hier regende het scherfjes op ons dak, waarschijnlijk van het afweergeschut. 's Avonds
hoorden we, dat er tot de ove rgave beslist was, omdat het zo niet door kon gaan.
1 bagage.
2 mais
3 markt
4 centraal veld of plein in dorp of stad met vaak een grote waringin in het midden.
19
20
8-3-1942
Precies drie maanden hebben we oorlog gehad en nu al komt de overgave. Vanmo rgen heeft
de Gouverneur-Generaal over de radio gesproken en gezegd, dat het zo wel het beste was.
Gelukkig geen sirene meer. 's Middags kwamen de troepen binnen. Ze legden beslag op een
heleboel huizen op de Nijlandweg, o.a. op dat van Fietje Notenboom, die toen naar het huis
van mevrouw Marzynski (de buren) is overgebracht.
Van mam moesten we direct onze tassen weer pakken en in de kamer van Roelie en Heleen
gaan zitten, maar ze durfden niet te komen. Al een paar dagen hebben we voor ons huis een
aantal legerauto’s staan. In enkele daarvan zaten ook paarden. Gisternacht zijn ze losgelaten.
Wij mochten er ook één hebben. Het mooiste zochten we uit en we kregen er nog tuig, 3
zakken gabba1 en 1 zak meel bij. Pappie en meneer Stevels hebben stilletjes ook nog benzine
getapt. Ons paard heet Bango, een heel lief dier. Onze hele achtertuin is al kaal gegeten.
Vanmiddag zag ik nog twee Japs, één op een paard en één op een fiets. Ze zien er smerig uit
in hun vieze pakje.
27-3-1942
Rietje Ensering was de 23e jarig, Ot van der Brug de 25e en gisteren Pimmie Stevels. Hij
had een leuke verjaardag, voor zover dat leuk kon zijn. We hebben er nu nog 7 personen bij
in huis, n.l. tante Willy en oom Guus Giese Koch met Gwen en Witha.
Nu zijn we hier met ons vijftienen, maar het is een gezellig potje.
Fietje zit alweer in haar eigen huis. Ons paard is vanochtend door Idoen naar Immanuël gebracht,
omdat we het waarschijnlijk niet mogen houden.
Met Janneke gaat het goed, zover we weten, maar ze zitten niet meer in hun eigen huis. Er is
over heel Java ontzettend veel gerampokt en gerampast2, vooral door de
inlanders. Naar buitenlandse radio’s mogen we niet meer luisteren, maar we doen het lekker
toch. Sst! De vijand luistert mee! Deze tijd ben ik heel wantrouwig. Vooral tegenover de inlanders,
die zich zo rot gedragen hebben. Je ziet nu overal Jappen, waar je maar kijkt.
16-4-1942
Weet je nog wel, dat ik je vertelde over de vrachtauto’s voor ons huis. Nu, uit één van die
auto’s kwam een teil en een koffer vol kleren, foto’s en zilver van een mevrouw uit Lembang.
Er zaten ook babykleertjes en een babyboek in, waar we haar naam in vonden. We
hebben toen overal gezocht en gevraagd naar mevrouw Kraak (zo heette ze), maar hoorden
niets.Vanochtend belde ze mam op, omdat ze te weten was gekomen, dat haar barang hier
was en ze was erg blij. Ze kwam het om 11 uur halen en was ons erg dankbaar. Haar man
had ook bij Kalidjati meegevochten. Ze was zo blij, dat we nog wat van haar hadden. Het
was ook een leuk ogenblik voor ons.
Gistermiddag kwam er heel laag een vliegtuig over en even daarna zagen we een stuk zwart
papier naar beneden wapperen en nog meer kleine stukjes. Het leek of er pamfletten gestrooid
werden, maar het papier was verbrand, dus we dachten er al gauw niet meer aan.
Fries ging er achter aan en ik klom op het dak om te kijken of er ergens brand was. Niets te
zien. Mam ontcijferde intussen het papier en wat stond er op? .....”Aan het Comité van de
Medische Zending”, en dan een hele tjerita3, ondertekend door v.d.B. (van der Brug). O, o,
wat hebben we daarom gelachen!
Vandaag hoorden we, dat er werkelijk pamfletten zijn uitgestrooid, waarop stond:
1 ongepelde rijst.
2 geroofd en geplunderd.
3 verhaal
21
“Houdt goede moed. Over 14 dagen zijt ge vrij.” Ook hoorden we dat Batavia en Kalidjati
helemaal plat zijn gebombardeerd.
Op Soerabaia waren ook pamfletten gestrooid, waar op stond: “Houdt goede moed. Wij komen
je spoedig bevrijden. Houdt je schuilkelders gereed!” Dat geeft ons weer goede moed. O
ja, dat moet ik ook nog vertellen. Ongeveer een week geleden werden pappie en meneer Stevels
opgehaald om naar het kamp gebracht te worden. Haast je, rep je, alles ingepakt. Meneer
Stevels ging direct naar het kamp, maar pappie probeerde het eerst in Immanuel, wat
hem totnutoe gelukt is. Daar konden we hem ook bezoeken. Maar van Donderdag af mochten
we er niet meer komen. Gisteren kwam ds. Oberman langs en vertelde dat het weer wel
mocht, maar een poosje later belde pappie op, dat Komarsi nog geen bezoek mocht hebben.(
dat is onze code voor pappie en voor de radio zeggen we “de sokken”.)
Van Janneke heb ik ook een briefje gekregen, waarin ze schreef, dat alles goed was. Zij kende
ook al wat Japanse woorden. Haar vader en de jongens hadden van de Jappen bier en koek
gekregen. Ik heb haar gauw een lange brief teruggeschreven met een kiekje van ons drieën
op het paard er in. Dat zal ze wel leuk vinden.
18-4-1942
Vandaag mocht mam met Friso naar het ziekenhuis, maar ze vertelde, dat het helemaal niet
zo leuk was en dat ze daar helemaal niet “reçu”was.
Zoëven kwam oom Ot hier en vertelde, dat Tokio, Jokohama, Kobé en nog een Japanse stad
gebombardeerd waren.
20-4-1942
Hoera! Hoera!
een Prins geboren !
't Is Oranje, 't Blijft Oranje, 't Is Oranje boven!
“Al is ons prinsje nog zo klein....”
(Zekerheid hebben we nog niet, maar ik hoop zo, dat het waar is.)
Vanmiddag toen mam naar het ziekenhuis was om pappie weer te bezoeken, kwam oom Ot
hier. Hij zei tegen Heleentje: “Zal ik je eens een geheim vertellen! Juliana heeft een zoon!”
Wat waren we blij! Om kwart voor 7 kwam mam thuis en riep: “Weten jullie het al?” Zij had
het van meneer de Groot gehoord. Allemaal hebben we oranje strikjes opgespeld. En de vo lgende
dag zouden we prinsesseboontjes eten.
22-4-1942
Vanmiddag zijn mam, Roelie en Heleen naar pappie gegaan en om 7 uur waren ze
nog niet terug. Even daarna kregen we een telefoontje, dat ze daar bleven, omdat
pappie morgen toch naar het kamp moest. Wat een teleurstelling was dat! Wat zal
mam weer huilen. Morgen ga ik met mevrouw Stevels naar het kamp toe met Friso en Paul.
We moesten 4 emmertjes met brood , kaas, boter en djeroeks1 meenemen.
Mevrouw Stevels komt dadelijk bij ons slapen met Pimmie en Truusje.
1 Soort citrusvrucht
22
23-4-1942
Vanochtend zijn we er vroeg heen gegaan. Niet mevrouw Stevels, maar oom Ot ging mee.
Dat was beter ook. Op Immanuel hebben we nog geholpen met inpakken. Om 10 uur Nippontijd
zouden de Jappen komen, dus om half 9 onze tijd. Om half 9 waren alle doktoren bij
het antiopiumpaviljoen. Ongeveer een kwartier later kwame n er 4 kleine Japjes op 4 kleine
fietsjes en er klonk:”Wo, wo ,woa!” en nog meer onverstaanbaars. De 6 doktoren werden
betast, of ze geen wapens bij zich hadden. Daarna werd hun bagage onderzocht. Ze haalden
bij pappie een zakmes uit zijn zak, maar hij mocht het houden. Alle bagage ging in 2 sadotjes,
1 maar alle doktoren moesten lopen. Eén van de Jappen richtte zijn pistool op een mantri2
om hem bang te maken. Een ander aaide Heleen over haar hoofd, dat ze gauw terugtrok. Friso
had een busje, waar chloorkalk in gezeten had. Eén van de Jappen maakte het wantrouwend
open, maar er zat niets in. Wat keek hij op zijn neus!
Om 9 uur vertrokken ze. We hadden stilletjes afgesproken, dat Zeger Bonebakker er achter
aan zou gaan om te kijken, waar ze heen gingen. Om 11 uur kwam hij moe en warm thuis en
vertelde, dat ze naar de Kampementstraat waren in het oosten van Bandoeng. Maar 's avonds
belde meneer Stevels op en even daarna: pappie! Dus ze waren in het Opvoedingsgesticht
beland. Leuk dat ze bij elkaar zitten en af en toe kunnen opbellen.
26-4-1942
Vandaag is het Zondag en we zijn vanmorgen naar de kerk geweest. Er was een jeugddienst
en ds. Oberman, een jonge dominee, preekte. Hij had het er over, dat wij kinderen het zout
der aarde zijn. Na de dienst ben ik met Richt naar huis gegaan. Toen we een poosje thuis waren,
hoorde we ineens: “Boem! Boem! Boem! Boem!”
Het was of ze aan het schieten of bombarderen waren. We holden naar buiten, maar er gebeurde
niets helaas.
De berichten over de geboorte van een prins worden hoe langer hoe minder waar. Er wordt al
gezegd, dat Tokio dat bericht verspreid heeft. Eén van de soldaten schreef aan zijn vrouw:
“Leuk dat de sinaasappel (Oranje) weer een klein vruchtje heeft. Ik vind de kleur van de sinaasappels
zo mooi tussen al die bessenstruiken.”
Gisterochtend belde pappie op en vertelde ons, dat alles goed ging. Opeens brak meneer Stevels
af met een: “Nu is het uit.” Hij groette zijn vrouw nog even en belde af. Even later belde
hij weer op en zei, dat de oorzaak van het afbreken was, dat het “zonnetje” naar binnen
scheen.
Van de soldaten worden alle hoofden kaalgeknipt om te voorkomen dat ze weglopen. (de
officieren gelukkig niet!) Net “bazuinengeltjes” vond één van de soldaten.
Alle Nederlandse vlaggen en platen van de koninklijke familie moeten ingeleverd worden,
maar dat doe ik niet, hoor. Veel te jammer!
Mevrouw Buziot, een kennis van mevrouw Stevels, wacht op een kindje. De ooie vaar is misschien
ook geïnterneerd, dat hij zo laat komt.
Tante Nine en oom Ot hebben een poosje geleden Ot in Tjimahi kunnen opzoeken, wat ze
erg fijn vonden.
De avondklok is nu op half 10 gesteld. Op 27, 28 en 29 April moeten we weer die rotte Japvlag
uithangen aan een zwart-witte stok. Wij gebruiken onze ragebolstok weer.
Laatst fietste ik langs het Julianaziekenhuis. Daar waren een paar Jappen aan het fotograferen.
Ik was al bijna voorbij, toen ik opeens “Non, non”, hoorde roepen. Maar ik ben verder
1 Rijtuigje, waarin de passagiers rug aan rug, ‘dos à dos’ zaten.
2 Verpleegkundige
23
gereden, alsof ik nergens van wist. Roelie maakte vanmorgen een lange neus tegen een Jap.
Hij begreep dat niet en salueerde terug. Wat hebben we daarom gelachen!
28-4-1942
Vandaag is het de eerste van de drie dagen, dat we voor de verjaardag van de Japanse keizer
moeten vlaggen. Onze vlag staat voor in de bougainville.
Toen tante Willy en oom Guus Giese Koch nog hier waren, hebben we 6 kippetjes gekocht
om op te fokken. Twee gingen er direct dood en de derde hebben we vandaag opgegeten. Nu
zijn er nog drie over. Onze grijze poes heeft deze week drie keer moeten paren. Eén keer met
Trix van de Bruggen en één keer met Billy van de Bone bakkers.
Van de komst van een prinsje geloof ik niets meer.
Onze baboe1 is net naar de stad geweest en zei, dat het nu lang niet zo’n ramèh2 was, als toen
de Koningin of de Prinses jarig was. De straten waren stil, je zag er alleen maar Jappen. Ik
krijg nu les in het rolschaatsen van Henny Ensering, de zus van Rietje. Ik hoop, dat het gauw
gaat regenen, dan lopen er veel vlaggen door en gaat het Japanse feest niet door.
De ooievaar is nog niet aangekomen bij mevrouw Buziot.
3-5-1942
Vandaag is tante Marie Smalbraak jarig. Hoe zou het met haar gaan?
Mam en mevrouw Stevels gaan nu om de beurt naar het kamp aan de Daendelsstraat. Totnutoe
ben ik meegeweest. Eergisteren ging ik met mevrouw Stevels mee en trof een groep soldaten,
waar toevallig ook meneer Stevels bij was. Wat was ze blij! Hij ook trouwens.Tevoren
hadden we een groot stuk tabak van oom Guus gekocht, dat in kleine stukjes gedaan en hier
en daar op straat gelegd op hun route. Alles werd opge raapt. We konden zelfs af en toe even
met ze praten. Pappie was binnen en hij maakt het goed. Ze hadden platte karren bij zich om
manden eten te fourageren. Gisteren en vandaag waren er geen bekenden bij, maar aan de
vuilnismensen hebben we nog wat mee kunnen geven. Gisteren hebben we pappie’s bril mee
kunnen geven. Een poosje daarna hoorden we het Bosman- fluitje . We keken naar het gebouw
en bij het dertiende raam zagen we een hand wuiven. Wij zwaaiden hevig terug! Vandaag
werd daar ook gewuifd, maar we wisten niet door wie. Onder de vuilnismensen zijn
ook Aussies3. Ze komen het laatst en zijn half naakt. Maar het zijn zulke grappenmakers.
Ik heb hun ook twee stukken goela-djawa4 gegeven. Kapitein Willing, de man die de soldaten
telkens begeleid, is erg aardig. Hij zei, dat als hij morgen dezelfde wacht had, wij veel
kans zouden hebben onze pakjes af te geven en dat we goede moed moesten houden.
Gistermorgen rolschaatste ik weer met Henny vlak bij de Jappenschool. Plof....daar zat ik.
Een rolschaats was losgegaan. Henny kwam al naar me toe met de sleutel en ik strompelde
naar haar toe. Opeens riep een Jap ons en hij wees op zijn kiektoestel, met de bedoeling ons
te kieken. Maar ik wees op de rolschaats, die Henny aan het vastbinden was en toen bleef hij
aan de kant staan wachten. We zijn toen toch naar de andere kant gegaan.Wat zal hij op zijn
neus gekeken hebben!
6-5-1942
Vandaag is tante Emy jarig. Wel gefeliciteerd Krijgertjes!
1 vrouwelijke bediende.
2 gezellige en lawaaiïge drukte
3 Australiërs.
4 Javaanse bruine suiker, bestaande uit losse stukken.
24
De vorige keer ben ik vergeten te vertellen, dat wij hier ook bezoek hebben gehad van de
Jappen. Er stopte een vrachtauto vol met die gelen voor ons huis en ze stapten uit. Ik zat in
de zitkamer en dacht: “Zouden ze nou hier komen of niet?”en ja hoor, een stuk of negen
kwamen hier binnen en de rest ging gelukkig aan de overkant naar binnen. Ik riep mevrouw
Stevels en vroeg aan de Jappen: “Mau apa? 1” Ze zeiden: “Mau doedoek2”. Maar intussen
liepen er een paar slimmerds naar de achterdeur, kwamen de achtergalerij binnen en ploften
neer. Weldra volgde de rest. Dus zo zaten we opeens met 9 Jappen in onze maag en mam
was niet thuis. Ik herhaalde mijn vraag nog eens en toen vroegen ze om: “Es, ès!3” Ze bedoelden
zeker ijs.We gaven hen wat ijswater en toen bleven ze rustig wat kwekken. Ze aaiden
de poezen een beetje, maar die waren er niet erg van gediend. Oom Ot was erg bezorgd
om ons, maar er was niets om bezorgd om te zijn. We hebben in het achterhuis gegeten.
Mam schrok gelukkig ook niet zo erg, toen ze het hoorde. Om half vier hoepelden de luitjes
weer op met een vriendelijk: “Trima kasi4” en met achterlating van een heleboel as en een
vreselijke stank.
Eergisteren waren Henny, Rietje en ik (Roelie was net naar huis) weer voor Pasteur aan het
rolschaatsen, toen er opeens een Jap (een hoge meneer met drie strepen en drie sterren) voor
de 3e keer op ons af kwam. “Drie keer is scheepsrecht,” dacht ik, “Nu doet hij het beslist.”
Hij vroeg het ons eerst wel, maar toen we ons terugtrokken, kiekte hij eerst Rietje, die op de
grond tegen een boom geleund zat. Hij kiekte haar net toen ze een lange neus tegen hem
maakte, waar wij veel plezier om hadden. Toen kwamen Henny en ik aan de beurt. Misschien
heeft hij mij gekiekt toen ik de weg over stak. Maar intussen waren er nog een paar
Jappen bij gekomen en werden we brutaalweg samen met 3 Jappen gekiekt. Brr... We hebben
het maar toege staan, anders zouden ze de volgende keer weer terugkomen. Toen verdwenen
ze gelukkig. Thuis hebben we het niet aan de kleintjes verteld, want die vertellen het misschien
weer door.
Die middag ben ik met mam naar het mannenkamp geweest, maar geen bekende gezien. Er
was een snertwacht bij de vuilnismensen, zodat we niets konden afgeven. Een mevrouw riep
haar man goedendag en werd door de Jap weggejaagd. Bij de Aussies was dezelfde rotvent
en gisteren ook weer. Een leuke Aussie lachte tegen een meisje en wilde een grapje tegen de
wacht maken. Maar wat deed die poepvent? Hij gaf de Aussie een klap in zijn gezicht en
joeg het meisje weg. De Aussie zette een zielig gezicht, omdat hij niets terug mocht doen.
We hadden allemaal medelijden met hem.
Gisteren was ik net bezig de was op te hangen, toen...hiep, hiep, hoera! daar was pappie! Wat
waren we blij! Mam vooral! De zes doktoren van Immanuel waren vrij gekomen. Wel zielig
voor de anderen, die moesten blijven. Fijn, pappie weer thuis!
Hij was helemaal kaal geknipt, maar dat groeit wel weer aan. In het kamp was alles goed gegaan.
Genoeg te eten? Ja, maar steeds rijst met soep en soep met rijst. 's Morgens alleen een
boterham met jam. De stemming was er best. Gistermiddag ben ik meegeweest met mevrouw
Stevels. Net was meneer Stevels buiten aan het plaggen halen. Met angst in ons hart
hebben we drie pakjes kunnen doorgeven. Toen ze weggingen riepen ze ons toe: ”De mazzel
en de goochem5”, wat volgens mevrouw Stevels betekent: “Geluk en voorspoed”.
Gelukkig heeft pappie zijn snor afgeschoren. Daar komt hij net thuis!
1 Wat wilt u?
2 We willen even zitten.
3 IJs.
4 Dank u wel.
5 Letterlijk ‘de voorspoed en de wijsheid.’ Een misverstane wens van het Jiddische ‘brooche’, dat ‘zegen’ betekent.
Het zou dus ‘geluk en voorspoed’ moeten zijn.
25
14-5-1942
Vandaag is het Hemelvaartsdag. We zijn vanmorgen naar de kerk geweest. Oom Ot preekte
goed, maar zijn vorige preek vond ik nog mooier. Het is vandaag ook de dag, dat hij 25 jaar
geleden zendeling werd. Ter ere van hem hebben we na de slotzegen een lied gezongen. Lied
103:4, maar in plaats van ons en onze zongen we hem en zijne.
Ach, blijf hem met Uw zegen
nabij, genadig Heer!
En zend op zijne wegen
Uw kracht en goedheid neer.
Oom Ot was ontroerd, geloof ik, maar hij liet het niet merken.
Ik heb een hopeloze infectie aan mijn vinger, die soms flink pijn doet, vooral vanmorgen,
toen ik hem in warm sodawater moest houden.
26
27
30-5-1942
Vorige Zondag en Maandag was het Pinksteren en toen zijn we naar de Oosterkerk gegaan,
waar zendelingleraar Woortman preekte. Pappie ging ook mee. We kwamen helemaal achteraan
te zitten, maar we konden alles goed volgen.
Dinsdag kwam mam met een voorstel, dat zij en pappie hadden bedacht. Hun plan was om
naar het ziekenhuis te verhuizen! Roelie meteen aan het huilen en ik daarna ook.We hadden
duizend en één bezwaren. Ik ben de voors en tegens gaan opschr ijven. De meeste tegens vind
ik nu belachelijk. Ik ben nu wat bekoeld, trouwens pappie leerde me een spreukje:
“Mh moi genoiq a boulom, all a sumferei”1. Dat betekent: “Moge mij gebeuren, niet
wat ik wil, maar wat goed voor mij is.” Erg toepasselijk! We weten nog niet, of dit gevalletje
doorgaat of niet. Maar het is bijna zeker en het zal een grote verandering ge ven.
De verjaardagen van pappie en mam zijn leuk gevierd met allerlei cadeautjes. Pappie heeft
twee foto’s gekregen, die hij in Kalidjati was kwijtgeraakt, n.l. de Bongenaarfoto en het
bruidsmeisje. Hij was er erg blij mee.
Ongeveer een week geleden liep Henny weer langs de Jappenschool op de Pasteurweg. Ze
riepen tegen haar:”How do you do?” Ze liep rustig door. Opeens kwam er een Jap achter
haar aan en hij gaf haar een enveloppe. Ze keek erin en wat zag ze? De kiekjes, die een Jap
van ons gemaakt had, o.a. die waarop ook twee Jappen staan.
Die heb ik verscheurd. De foto van Rietje met haar lange neus is leuk geworden. Op één
kiekje sta ik heel krom en zei ik juist wat. Gelukkig houdt Henny net haar hand voor de helft
van haar gezicht. Ik moet nog lachen, als ik aan die gekke situatie terugdenk. Het rolschaatsen
is nu afgelopen. Het mag niet meer. Nu gaan Henny en ik tennissen. Het valt me mee,
wat ik er nog van kan.
Gisteren ben ik naar mevrouw Hazewinkel geweest, de paardenmevrouw. Bango heet nu Petertje.
Met An van Son heb ik haar geholpen met de verzorging. Ze hebben nu tien prachtige
paarden en ze woont daar ook. Er waren daar ook een paar jongens, die zomaar van Soerabaja
weggelopen waren.Ze wilde hen niet langer houden, omdat ze zo onbeschoft waren.
26-6-1942
Vandaag hoorden we weer een bekend geluid: de sirene! Ik was verrukt, toen ik hem hoorde,
maar er gebeurde niets. Waarschijnlijk een oefening. Het gebeurde ongeveer om 12 uur, net
toen ik croquetten aan het bakken was. Verleden Zondag gebeurde er echter wel wat. Vijf
Japanse jagers mitrailleerden opeens (ook een bekend geluid). Ze draaiden boven ons om,
gingen een eind naar het Zuiden, kwamen weer terug en schoten dan als ze vlak boven ons
waren. We dachten eerst, dat het een oefening was, maar naderhand hoorden we, dat er twee
Amerikaanse verkenners waren geweest. In de stad waren er een paar mensen door projectielen
getroffen. Wij hadden n.b. ook buiten staan kijken.
De vorige week ben ik vier á vijf dagen ziek geweest. Ik had allemaal rode vlekjes op mijn
lichaam. Een irritema noemde pappie het. De infectie van mijn vinger is nu beter en de nagel
ervan leeft gelukkig nog.
De Laboe-ajerplant 2 wordt reusachtig. Hiernaast bij mevrouw Klencke hebben we ook twee
plantjes geplant.
Meneer Stevels zit nu bij oom Ot in Tjimahi en mevrouw Stevels hoort nu dus niet veel meer
van hem.
1 In Romeinse letters: Mê moi genoith’ ha boulom’, all’ ha sympherei.
2 Klimplant, die peervormige vruchten voortbrengt.
28
Laatst kwam er hier een waarzegger aan de deur en vroeg of hij mocht waarzeggen. Van
mam zei ik: ”Nee,” tegen hem. Voor hij wegging zei hij tegen mij: “You sweetheart denkt
aan you en you zal later veel geluk hebben. Ik zal in jouw hand kijken, wanneer jij met hem
verloof.” Ik zei toen maar:”O, dat duurt nog erg lang”, maar moest toch erg lachen. Pappie
en mam later ook. Als die vent iemand bedoelt, wie zou hij dan bedoelen? Ik ben er wel erg
nieuwsgierig naar.
Ik heb van Janneke, tante Hettie en Wieneke een brief gehad. Ze maakten het allemaal gelukkig
goed. We zijn nog steeds niet in het ziekenhuis gaan wonen, want in Poerwakarta is
het ziekenhuis Bajoe Asih1 door het regentschap ingepikt en alle Europeanen moesten weg.
Als dat hier nu maar niet gebeurt!
In deze tijd volgen we nog wel wat lessen: één uur Latijn, één uur Grieks, één uur Frans, één
Steno, twee Engels, één handwerken, één Geschiedenis en één Aardrijkskunde. Zaterdag en
Zondag hebben we de hele dag vrij.
Het is nu half 9 en ik moet de poesen nog goedenacht zeggen en naar bed brengen.
11-7-1942
Gisteren en vandaag heb ik het druk gehad, want Endjoem was ziek. Daarom moest ik de
was doen. De volgende week hebben we vacantie, van huiswerk dan. Zodoende valt Heleentje’s
verjaardag toch in de vacantie. Zij wordt een knap meisje, bijna mooi te noemen, vind
ik. Ze lijkt veel op tante Alwy met dat donkere haar, die donkere ogen, rode lippen en een
mooie bleke teint. Maar jaloers ben ik niet, ik gun het haar best. Jammer dat Roelie ook niet
een beetje knapper is. Wat zit ik nu toch weer te zwammen! Ze is lief, vrolijk en maakt leuke
grapjes.
Mevrouw Stevels is één keer met oom Ot meegeweest naar Tjimahi. Toen hebben ze meneer
Stevels wel gezien, maar hij durfde haast niet te kijken. Hij gooide nog wel een sigarettendoosje
vol briefjes aan de kant. Op 8 Juli mochten er pakjes afgegeven worden aan het kamp,
waar veel vrouwen gebruik van maakten.
Er gaan telkens weer geruchten, dat nu alle mannen opgepakt zullen worden, maar het is nog
niet gebeurd. Soms worden er vrouwen, die naar de fourageurs gaan (soms om alleen maar te
kijken), voor vier dagen opgesloten. Ook worden ze soms op straat geslagen. Oom Ot is ook
al eens geslagen. Ook ds. Oberman een keer.
Ik hoorde van mevrouw Stevels een verhaal, dat zo luidde: In Batavia was er een soort waarzegster,
die voorspeld had, dat Japan Indië zou aanvallen en dat Java op 8 Maart overgegeven
zou worden. Op een goede dag kwam er een vrouw huilend bij haar, want haar man zat
ook achter het kawat2 en ze wist niet wat ze moest doen. Ze was redeloos, radeloos en reddeloos.
Toen troostte de waarzegster haar en zei: “Nu, wees maar niet bang, die rotjaps zullen
toch weer verdwijnen en tussen 29 Juli en 29 December zal alles weer goed komen”. De
vrouw had een jas aan en toen de waarzegster dit gezegd had, liet ze de binnenkant ervan
zien en daar was een hakenkruis!
Ze was van de Gestapo. Voor het huis van de z.g.waarzegster stond daarna elke dag een Jap.
Ik heb nu al zoveel voorspellingen gehoord, ik geloof er niets meer van.
Nu gaat elke dag de sirene als tijdsein van 12 uur Nippontijd. Altijd weer een “opwekkend”
geluid.
Laatst kwam ik bij Solveig Polner en toevallig was ze thuis. Ze moest natuurlijk aanmerken,
dat ik mijn haar eens moest laten groeien, want ze vond het te kort. Daar heeft zij niets over
1 Bron van Liefde.
2 prikkeldraad.
29
te zeggen. Ze vertelde, dat Henk Zwart in Amerika zit en dat ze hem ontrouw was geworden.
Ook zei ze, dat Henk Scheffer waarschijnlijk in Tjimahi zat. Hoe weet ze dat toch allemaal?
Janneke en de Maiers komen allemaal hier wonen. Voor ons is dat wel leuk, maar voor hun
niet, want ze moeten alle meubels achterlaten. Meneer Maier is ook inge pikt. Wat zielig voor
hun!
12-7-2602
De datum is Japans, he t is nu voor hen het jaar 2602.
Vandaag is het Zondag. Vanochtend preekte ds. Keers. Hij laat de kerk altijd een paar keer
lachen. Zijn preek ging over Paulus en Gallio, een Romeins gouverneur. Eén ding nam ik
hem kwalijk, want hij zei:”In Rome werden de Joden altijd ontzien, ja, lastige mensen worden
altijd ontzien.” Ik wist, dat er in de kerk een Joodse jongen en een Joods meisje zaten.
Hij liet ons lachen, toen hij zei:”In deze dagen drijven er vele mensen op de golven van de
zee (de geruchten namelijk), want is het een goed gerucht, dan zijn ze bovenop de golf en
heel blij, maar is het slecht, dan zijn ze down”. Hij bad ook voor de mannen in het kamp.
Ook voor hen, die wij altijd blijven gedenken en vereren. De Koningin natuurlijk!
Vanavond gaan we weer bij Oom Ot zingen. Dan wordt er ook een verhaal voorgelezen uit
het boek “Zondag”. Het zijn mooie verhalen. Ik ben van plan er een paar van over te schrijven.
Bij de Bonebakkers stond onder een plaat van Beatrix het lied:
“Moet dan het onweer ook opnieuw in onze streken
den staatshulk zeil en treil en roer verbreken,
brengt d’onverbid’bre wil van Gods besluit dit mee?
Hijzelf verzekert ons van een behouden ree!
Gij, dierb’re Vorstentelg, aan ons gebed geschonken,
In’t midden van d’orkaan, dien we om ons horen ronken,
Gij blijft ons het onderpand, dat God ons niet begeeft,
want Nederland kent geen nood, zolang Oranje leeft.”
Geschreven door W. Bilderdijk in 1792.
Ik vind het zeer toepasselijk voor deze tijd. Het leek wel of die man de tijd vooruitzag.
6-8-1942
Gisteren was het 5 Augustus, de verjaardag van Prinses Irene. Ze vierde haar derde verjaardag.
Wat weten we nu nog maar weinig van hen af. De hele koninklijke familie lijkt nu zoveel
verder van ons af, dan toen ze in Holland waren. Maar we hopen op: Nederland zal herrijzen!
Roelie, Heleen en ik zijn pas ziek geweest. Heleen het langst en ik het kortst gelukkig. Morgen
komen de Maiers hier wonen. Hun barang kwam vanmorgen al aan. De kamers zijn nu
na veel passen en meten allemaal in orde. Lex, Robbie en Peter komen in mijn kamer en mevrouw,
Janneke en Ruth in de garagekamer. Het wordt een huisje volgeladen, maar hoe meer
zielen, hoe meer vreugd. Ik vind het leuk, dat ze komen, maar Roelie en Heleen niet zo erg.
Roelie en ik hebben vanmiddag nog even voor het donker werd de sla en de kool uitgeplant,
want dat was hoog nodig. We hebben nu negen groentebedden in de achtertuin met: bajem1,
1 Spinazie.
30
tomaat, djagoeng, sla, kool, katjang-pandjang1, selderie en peterselie en snijbieten. De laboeajer2
in de tuin van mevrouw Klencke doet het uitstekend.
Vandaag kwam pappie al om 11 uur thuis en heeft ons meegeholpen. Ik ben soms zo blij, dat
we hem nog bij ons mogen hebben. Hij is nog erg mager, maar zijn tong is gelukkig niet zo
rood meer.
7-8-1942
De Maiers zijn gelukkig goed bij ons aangeland en ze zijn blij er te zijn. Janneke en mevrouw
zijn veel magerder geworden. Mam en ik hebben hen van het station afgehaald en ik
vond al gauw een sado voor hen. De anderen waren allemaal op de fiets. De sado was propvol.
Janneke en Ruth hebben al veel van hun wedervaren verteld. Ze zijn veel met Jappen
omgegaan.Vanmorgen zaten de jongens allemaal voor in het huis, toen er een Japanse officier
langskwam. Robbie stond op, salueerde en ging weer zitten. Maar die manieren hebben
we hem gauw afgeleerd. Haast elke dag horen we zware knallen van de Andirkant. Dat zal
wel geen oefenen zijn, maar opblazen. Mevrouw Maier heeft gelukkig veel etenswaren kunnen
meebrengen, o.a. meel, dat daar f 3.30 per kg kostte, maar hier f 8.- .
Mijn bureau staat nu in het kantoor naast de boekenkast, verder ook dat van Janneke en van
mevrouw Maier en nog is het ruim.
16-8-1942
Vandaag is het weer Zondag. We zijn naar de kerk geweest. Ds. Tichelaar sprak over:
“Tact”, maar geen “Tactiek” . Na de kerk hebben we een poosje achter V. en W. gezeten.
Het was er heerlijk koel en daarna zijn we langs “Beatrix” naar huis gefietst, waar een heerlijk
kopje chocola ons wachtte. Daarna las ik het boek “Roep deze Shoenamitische!” uit. Ik
vind het een mooi en fijn boek. Mevrouw Maier vond het te somber voor mij. Ook het boek
“Het stenen ventje” heb ik gelezen. Dat vond ik nog mooier. Ik heb pas leren breien en al een
pannelap gemaakt met picotjes er omheen. Maar ik heb wel nog veel fouten gemaakt.
Nu komt het grote, blijde en leuke nieuws: Richt van der Brug verwacht een kindje!
Ik vind het zo leuk voor haar, die zoveel van kindertjes houdt.
En weet je, wie nog meer? Tante Emy! Wat zullen Chris, Wieneke en Rob het leuk vinden,
vooral Wieneke. We mochten het vooral niet aan oom Bou vertellen, die hier in Bandoeng
gevangen zit en misschien weer vrij komt. Ze wilde het hem zo graag zelf vertellen. Dat kan
ik me goed indenken. En dan nummer drie is mevrouw Klencke. Daar wist ik het al van en
dat wordt nu ook al zichtbaar. Soms verlang ik er ook al erg naar om een kind te hebben.
Daarom schaam ik me er soms voor, dat ik nog niet met menstruatie begonnen ben. Nu zie ik
Richt ook met heel andere ogen. Vroeger was ze vriendin en nu al bijna moeder. Ik kan me
indenken, hoe heerlijk ze dat vindt en hoe blij ze is. Ik weet niet of Henk het al in Tjimahi
weet.
Mam heeft ons een poosje geleden ook voorgelicht over het ”cohabitare”. Wat is dat toch
allemaal mooi gemaakt in de mens! Mam vertelde het Roelie en Heleen ook, maar dat kan ik
eigenlijk niet goed vinden, hoewel zij er al wel iets van bleken te weten. Soms flappen ze er
vragen over uit, die alleen uit nieuwsgierigheid voortkomen. Dat kan ik over dat mooie en
heilige niet goed hebben.”Dat is niet tactvol” zoals ds. Tichelaar het laatst zei. Tact is voor
mij hetzelfde als gevoel.
De Maiers bevalt het hier goed. Ze zien er ook al beter uit. Mevrouw Maier kan nu veel uitrusten
van haar ziekte.
1 Lang soort boon.
2 Peervormige vrucht, die veel water bevat.
31
Van het laboe-ajerrek is een heel stuk afgehaald, zodat je er nu langs kunt lopen.
Ik kan me in deze tijd soms zo gelukkig en tevreden voelen, omdat ik alles nog heb, niet ziek
ben en om een heleboel dingen meer.
13-9-1942
Ik heb een hele tijd niets verteld. Intussen ben ik weer ziek geweest met hoge koorts, waarna
ik me lang heel slap voelde. Daarna is Roelie even ziek geweest. Toen vo lgde Janneke en nu
is pappie aan de beurt. Gelukkig knapt hij al weer wat op en gaat hij 's morgens in de tuin
van tante Nine en oom Ot liggen, want daar is het lekker rustig. Door de zon is hij nogal verbrand
en daarom ziet hij er gezond uit.
Er wordt al een poos lang eten door ons gebracht aan de mensen van Bronbeek. Eerst hielpen
er ook nog drie Indische jongens mee, maar nadat er een put met wapens ontdekt is (zo luidt
het gerucht), kwamen er een paar agenten bij de uitgang staan en de jongens mochten er niet
meer door. Bronbeek is eigenlijk een klein dorpje op zich zelf. Het bestaat uit drie delen: Het
gewone Bronbeek, het Indisch Bronbeek en de ouden van dagen. Ik heb drie dagen in de
week dienst. De mensen zijn altijd erg blij als je komt. Ze krijgen rijst, suiker, katjangidjomeel1,
koffie, zeep, vet en soms nog wat. Hierbij een paar van hun namen: Bloemhof,
Manders, Tjowa (een blinde familie), Henke, Groot-Oonk, Boerigter, Wolters, Thomas,
Knuifer en de rest ben ik vergeten. Als we er heen gaan, komen we langs een heleboel Jappen.
Eén keer kwam er één langs, die mijn arm wilde pakken, maar ik week op tijd uit. Die
vent had zulke vieze, zwarte handen! Een poosje geleden werd er verteld, dat er een zender
ontdekt was door de stommiteit van een paar jongens. Ze bewaakten de zender en schoten
opeens op een paar agenten. Naar men vertelt werden die jongens later gemarteld en ze
moesten toen namen noemen van hun medespionnen. Een ontzettend domme streek!
Een paar dagen geleden kwam Solveig nog even langs, maar ik had het toen juist druk met
mijn kamer. Ze leende het boek “Flierefluiters oponthoud” van me, want ze kende alleen het
eerste deel. Ze zocht ook naar iemand, die haar een microscoop zou willen lenen. Vanmorgen
had ze er één. Ze was zo enthousiast!
Weet je wie er hier nu in de stad is? Maart Dake. Helemaal op z’n eentje uit Modjowarno2
gekomen om te kijken, hoe het hier in Bandoeng ging. Ik heb hem nog niet gezien. Janneke
en ik hebben nu elke Woensdag en Zaterdag les van mevrouw de Vries. Woensdag Frans en
Zaterdag Engels. Voor Frans lees ik nu: “Mon petit Trott” en voor Engels: “Pinocchio”.
Onze kippen zijn aan hun laatste eieren toe. Achter bij de auto leggen ze die in een kist. De
sla, kool, snijbiet, katjang pandjang, peterselie, selderie en zes djagoengs groeien prachtig.
De laboe-ajer is alweer kleiner, want de mensen, die de riool repareerden hebben een heel
stuk kapotgemaakt.
Er zijn weer een heleboel Jappen weggetrokken uit Bandoeng, want ik zag weer een paar lege
scholen. Vanmorgen hoorden we van Richt prachtnieuws: 1 Italië heeft gecapituleerd, 2
de Turken hebben de Dardanellen voor de geällieerden vrij gegeven.
3 Amerika heeft Japan een ultimatum gesteld, dat ze voor 25 September zich moeten terugtrekken
tot Singapore. Het werd door San Francisco omgeroepen. We hopen van harte, dat
het waar is.
Vanmorgen zijn Rietje, Roelie, Heleen en ik naar de Oosterkerk geweest. Jammer dat mam
niet mee kon, want oom Ot had een prachtige preek. Hij vertelde over: “Hebt uw vijanden
lief” en dat we elkaar niet 7-maal, maar 70x7 maal moesten vergeven, want God vergeeft ons
ook zoveel. En ook dat alle haat uit ons hart moet verdwijnen en plaats moet maken voor
1 Groene zaadjes van de soja.
2 Modjowarno ligt helemaal op Oost-Java; op dat ogenblik vrijwel onbereikbaar.
32
blijdschap. Soms kreeg ik tranen in mijn ogen. Hij begon zijn preek met een vertelling over
een Chinees meisje in de Japanse oorlog. Misschien schrijf ik het nog eens in dit dagboek.
Na de dienst werd er voor de stichting ”Pa van der Steur” 1 een collecte gehouden en er is f
96.- opgehaald. Erg veel!
20-9-1942
Wat gaat de tijd vlug om! We zijn nu al zes maanden krijgsgevangen en het lijkt veel korter.
De geruchten, dat de 25e September alles zal gaan veranderen, geloof ik niet, maar we ho uden
goede moed. Eens zal de bevrijding komen. Het is wel opmerkelijk, dat de Jappen hier
veel beleefder tegen ons Europeanen zijn geworden. Er worden niet zoveel klappen meer
uitgedeeld. We merken haast niets meer van hen, alleen van hun vliegtuigen, die soms hele
dagen doorvliegen.
Gisteravond hebben we ruzie gehad met mevrouw Stevels. Ik weet niet wat ze gaat doen:
hier blijven of weggaan. Pimmie kan soms ook zo vervelend zijn. En dan geeft ze de schuld
aan anderen, vooral aan Friso.
Onze kippen zijn nu, geloof ik, allebei broeds en dat mag niet van pappie. Van hem mag er
maar één en de ander moeten we er dan van af helpen of z.g. “koelpoorten”. Zo noemen de
Vlaamse boeren dat.
Het is vandaag Zondag. We zijn naar de Oosterkerk gegaan, waar ds. Oberman preekte. Hij
sprak over het belijden van je schuld, dat je jezelf in de spiegel van het evangelie moest bekijken
en dat vele mensen tegenwoordig die spiegel weggooien.
Na de kerk hebben we nog even bij V.en W. gezeten. Roelie en ik hebben daarna op een
klein weggetje geleerd te rijden met twee fietsen. Mijn arm was lam op het laatst.
1-10-1942
Gisteravond had er een grote gebeurtenis voor ons plaats. Geen wereldgebeurtenis, maar een
persoonlijke gebeurtenis, die ik me altijd zal blijven herinneren. Alleen Roelie, Heleen en ik
weten het nog. Mam bracht ons gisteravond naar bed en wachtte toen bij ons op pappie. Dat
gebeurt niet vaak, want pappie is meestal nogal laat. Maar hij kwam nu toch en vroeg ons:
“Wat zouden jullie liever willen hebben: een broertje of een zusje?” We stemden voor een
zusje. Toen vertelde mam, dat ze in het vo lgend jaar in Mei een kindje verwachtte. We konden
het eerst haast niet geloven, maar waren toen zo blij, zo blij! Ik huilde er een beetje van.
Ze vroegen ons alvast na te denken over een naam. Pas laat in de avond konden we slapen.
Wat zal het leuk zijn zelf nu ook te mogen helpen met de kleertjes en ook speelgoed en een
wandkleed te maken. We gaan een fijne tijd tegemoet. De volgende week is Paul jarig en
daarna kom ik aan de beurt.
11-10-1942
Vorige week Zondag is mam meegeweest naar de kerk om naar ds. Oberman te luisteren.
Dat had ze niet moeten doen, want de volgende dag voelde ze zich niet goed en vreesden we
voor het leven van het kindje. Maar Goddank is ze na een week rust weer zo goed, dat ze
weer mee kan eten binnen en op de bank kan zitten.
Vanmorgen zijn we ook naar de kerk geweest, waar nu ds. Keers preekte. Het was zo vol, dat
we op het balkon moesten staan. Er waren nu ook twee Jappen in de kerk. We zagen hen
naast ds. Oberman zitten, een hoofdofficier en een soldaat. Louk Woortman zat ook naast
1 Johannes van der Steur (1865-1945), zendeling-leraar, stichter van 1ste militair tehuis in Magelang en helper
voor onverzorgd achtergebleven kinderen van soldaten.
33
een paar Jappen en vertelde, dat ze elk een briefje van vijf in de collectezak deden. Dat lijkt
me sterk!
Van Jappen gesproken: verleden Dinsdag om twee uur kwamen er drie Jappen binnen. Ik
moest de deur open doen en riep mevrouw Maier meteen, want zij weet met Jappen om te
gaan. Eén van hen sprak goed Maleis en vroeg, of er hier een dokter woonde, die injecties
kon geven. Toen hebben we pappie geroepen. De Jap had zelf zijn obat1 bij zich. Pappie
spoot hem in en zei, dat hij over twee dagen terug moest komen om er nog één te laten geven.
Hij was erg blij niet te hoeven betalen. Ze zeiden mij tabé2, maar ik zei lekker niets terug.
Toch zijn ze niet teruggekomen.
Nu de grote verrassing van vandaag: De kip zonder het kuifje (ik zal haar de Kale noemen)
heeft kuikentjes gekregen. Zulke schattige kleine gele beestjes met een bruine streep over
zich heen. Ik aaide die kip vanmiddag en hoorde toen piepen.
Warempel, daar kwam er één onder de veren uit! Zo’n schatje! Ik ben bezig van de grote kist
een hok te maken. Nu moet de ren ook gauw af.
Pappie heeft vanmorgen een maandkaart voor het zwembad gekocht voor ons allemaal.
Woensdag gaan we al zwemmen. Fijn!
18-11-1942
Mam is gelukkig weer helemaal beter. Ik zal eerst wat vertellen over de gebeurtenissen van
hier in de stad. Er wordt een vrouwenkamp opgericht en dat moet voor 8 December klaar
zijn. Dat wordt in het oostelijk deel van de stad gemaakt, met ongeveer als omtrek de Houtmanstraat,
de Tjitaroemstraat, de Riouwstraat en de grote Postweg. Op het kaartje van Bandoeng
zie je ook dat de huizen daar het dichtst bij elkaar staan en dus het gemakkelijkst te
omheinen.
Alle mannen zouden verder worden opgepikt. Fijn dat pappie nog thuis is. Maar ik hoorde
zonet, dat al 70 doktoren een oproep hebben gekregen. Verder ook meneer Zijlstra, meneer
Vlaming (van wie ik Duits heb) en meneer Wisman. Oom Ot gelukkig nog niet! Ik heb nu
nog les van: Juffrouw Gruis (Latijn en Grieks), mevrouw Eyf
(Engels), mevrouw Heydeman (Frans), mevrouw Franke (Nederlands), meneer Vlaming
(Duits), meneer Zijlstra (Geschiedenis) en van meneer Suyderhoud (Aardrijkskunde). Als we
in kampen gaan, kunnen we misschien in wat grotere groepen les hebben en niet zo stiekem
in kleine groepjes. Heleen heeft nu ook les en volgt de
eerste klas van de H. B.S., dus zo slaat ze de 7e klas van de lagere school over. Alleen met
wiskunde heeft ze moeite. Roelie heeft nog steeds les van juffrouw de Quaasteniet.
20-11-1942
Vanmorgen is meneer Wisman vertrokken, maar een poosje later kwam hij weer terug. Ik
weet niet waarom. Op de Irene-boulevard worden nu ook al huizen leeggemaakt, namelijk
voor Indische mensen (de Prarindra, zoals dat stelletje heet). Ik hoorde het ook van de Beatrix-
boulevard. Het zou jammer zijn als er in ons mooie huis vieze inlanders komen te wonen.
Allemaal pesterij.
Vanmorgen had ik les op de Riouwstraat en daar waren ze ook al druk aan het ve rhuizen. Op
de deuren waren papieren geplakt met Romeinse cijfers. We hadden nu voor de laatste keer
daar les, in kamer V, waarnaast een 6 stond. Dat betekent dat er 6 personen in die kamer
moeten wonen. Die kamer was ongeveer: 3,5 x 4,5m. En dan al hun barang. Je zag er heel
1 medicijn.
2 dag (groet in het algemeen).
34
veel verhuiswagens en grobaks1 heen en weer rijden. Verder ook toekang-botols2 om allerlei
op te kopen. Het was me een drukte.
Wij zijn ook al een beetje aan het uitzoeken, wat we het liefst willen meenemen, bijvoorbeeld
van boeken, maar ook van andere dingen.
Nu wat over de tuin en de beesten: “Kaaltje” had nu weer vier kuikentjes gekregen, maar helaas
zijn er al twee van dood. Door de moeder vertrapt misschien. De overige spruiten maken
het best en krijgen al wat veertjes. Het nest van “Kuifje” is niet uitgekomen helaas, maar ze
heeft nu al weer zes eieren gelegd. Mooie grote eieren!
Nu iets treurigs. Onze kleine papegaai “Sterretje” is dood. Toch zijn we er blij om, want hij
was al lang ziek. Nu hebben we “Akka” nog en die is heel lief. We hebben een mooi grafje
gemaakt met bloemen er op. De poesen maken het best, vooral “Bontje” is lief. De tuin is
rommelig, de sla, kool, djagoeng en de katjang-pandjang zijn er uit.
Als hulp kregen we Sadeli en daarna Oedi, maar die was zo onbeschaamd, keek altijd naar je
en lachte om de gekste dingen. Nu hebben we Wagimin, wel een net ventje. Hij wilde zich
“Mini” laten noemen, maar daar protesteerden we tegen, want zo heet mevrouw Maier ook.
Ik ben ook nog jarig geweest en ik heb een heleboel gekregen: Sloffen, een jurk, een rokje,
haarlintjes, een stuk chocola, stukje zeep, een pakje boter, een klein fotoalbumpje, een Pinocchioboek
en nog wat dingetjes. Janneke wilde op haar verjaardag niets hebben, maar ze
kreeg wel 20 pakjes. Friso is over vier dagen jarig.
Voor Richt zijn we een wandkleed aan het maken. Het wordt vast heel leuk!
Ik zit nu ook in de Jeugdraad van de Oosterkerk en voel me heel gewichtig. We hebben een
vergadering gehad, maar er waren maar weinig leden aanwezig, waarschijnlijk omdat het zo
hard regende. Ik heb ook al een keer gecollecteerd en dat ging best.
Belangrijk nieuws is dat alle Europese doktoren van Immanuël zijn ontslagen. Pappie heeft
nu een particuliere praktijk. Het kantoor is nu als dokterskamer ingericht.
Hij heeft tamelijk veel patienten. Wij hebben gisteren weer een typhus- en choleraprik gehad.
Ik ben er gelukkig niet akelig van geweest. Er is ook weer een soort epidemie van vijfdaagse
koorts geweest. Bij de vorige was ik steeds ziek, maar nu is het aan mij voorbijgegaan.
Nu is Heleentje weer ziek.
Alle dominees zijn opgepakt, behalve ds. de Bruin en oom Ot gelukkig.
Bij Richt kun je al duidelijk zien dat ze zwanger is, bij mevrouw Klencke en de vrouw aan
de overkant ook, bij mam nog maar een beetje. Ze zei, dat pappie had gezegd, dat het kindje
al in April zou kunnen komen.

1 Ossenwagen, grote wagen.
2 Voddenmannen; toekang = man (voor alles en nog wat) en botol = fles (bottle).
35

Sinterklaas 1942, bij een hamer voor pappie
9-12-1942
Gisteren was het 8 December, precies een jaar geleden, dat de oorlog hier begon. De Japanners
vierden een groot feest met veel toespraken. Vanaf 5 December zijn we in een luchtalarmtoestand,
die de Jappen zelf ook ernstig vinden. De Jap, die wel eens bij mevrouw Marzynski
komt, zei ook: “Ini boekan main” (Dit is geen spelletje meer)1
Eerst hadden we constant luchtalarm tot 10 December, maar nu is het weer verlengd.
Aman, een chauffeur, die we van vroeger nog kennen, ze i ook, dat in de kampong de mensen
allemaal wisten, dat het nu ernst was. De eerste twee dagen is de sirene vrij vaak gegaan,
maar sinds eergisteren niet meer. Er kwamen ook haast geen vliegtuigen meer.
Richt en tante Riek hadden ook prachtig nieuws: Amerika zei: ”Japan heeft op 8 December
ons een verrassing gebracht, nu zullen wij hun dit jaar een verrassing brengen.” De Koningin
had ook gesproken. Ze wisten alles van de kampen hier en de tijd van vergelding was nabij.
Eén of andere hoge piet van de Jappen had ook in een toespraak gezegd, dat ze niet wisten,
dat Amerika en Australië zo sterk waren en dat deze feestdagen eigenlijk niet feestelijk, maar
ernstig waren. In Europa gaat alles best. In Afrika ook. Verder wordt er beweerd, dat alle
mannen uit Tjilatjap weg moeten. De vrouwenkampen hier schieten ook al op. Pappie heeft
ook al een oproep gehad, maar kwam terug met een briefje van vrijlating. Daarom hoeven
wij gelukkig nog niet in het kamp. Brantasstraat 2, kamer 2 was ons al toegewezen. Mevrouw
Maier en mevrouw Stevels kregen ieder met de kinderen maar een heel piepkleine
kamer, maar na veel geprotesteer hebben ze nu samen een klein huisje in de Nangkalaan.
Meubels hebben ze er ook al, o.a. van juffrouw Gruis. Met les houdt zij nu ongeveer een
maand op. Daarna hoopt ze weer verder te gaan. Zij moet nu ook het kamp in. Meneer Zijlstra
is opgepikt en mijn leraar Duits ook. Sommige lessen hebben we nu weer van andere
mensen. We maken het gelukkig allen goed.
1 Ini = dit, boekan = niet, geen (bij zelfstandige naamwoorden), main = spel.
36
Van Ruth ontdekten we, dat ze kaas snoepte uit de ijskast en we noemen haar de “kaasmuis”.
De kuikentjes van Kaaltje, Kiki en Kuku, worden al groot en over een week komen Kuifjes
eieren uit. (8 stuks).
Over een week verwacht Richt haar kindje. Mevrouw Klencke heeft een week geleden een
schattig zoontje gekregen: Peter Jan. Ik mocht het de eerste dag al zien. Een lief, klein wezentje!
We hebben geen Sinterklaas gevierd, maar hielden wel een spelletjesavond met wat lekkers,
o.a. wat eigengemaakte taai-taai.
Van Pimmie Stevels hoorde we nog een leuke uitspraak. Bij het wakker worden riep hij:
“Mammie, ik heb niet piest in mijn gebed.”
21-12-1942
Mevrouw Maier en mevrouw Stevels zijn het kamp in gegaan met hun rumoerig kroost. Wat
is het hier nu rustig. Er gingen ook geruchten, dat de vrouwen van Soekaboemi en Buitenzorg
hier zouden komen, maar dat geloofde we eerst niet zo erg. We hebben toen aan tante
Nel Alers gedacht, maar helemaal niet aan tante Emy, die toen in Toegoe zat. Drie dagen geleden
kregen we opeens een telefoontje, dat ze op het station hier zat en op weg moest naar
Karèes, maar dat ze liever bij ons zou willen komen. Dat kon heel goed, want de Maiers en
de Steveltjes waren net weg.
's Middags na het eten zijn pappie, Roelie, Heleen en ik naar Karèes gegaan. Er waren daar
heel veel vrouwen en kinderen, groten en kleintjes. Dat Karèes lag in de Boerangranglaan,
een zijstraat van de Papandajanlaan. Roelie had weer een platte band. Haar fiets hebben we
bij mevrouw van der Does (je weet wel van de schilder!) neergezet en toen een andere geleend.
Toen op zoek. Eerst vonden we niets en toen zijn we ieder apart de straten gaan doorzoeken.
Ik reed mijn straat uit en wonder boven wonder kwam ik hen daar juist tegen in een
sado. In een tweede zat al hun bagage. Ik ben eerst meegereden naar de kamer, die hun was
toegewezen op Galoen-goenglaan 5 en toen weer gauw terug om de anderen te waarschuwen.
Wat waren we blij! Ze hadden een snertkamer gekregen zonder raam en oom Ies kreeg
een piepklein schuilkamertje. Daarna gingen ze met ons mee naar huis. Wat was Bab groot
geworden! We noemen hem nu Chris. De volgende middag verscheen ook tante Nel opeens,
die ook naar Bandoeng was gestuurd. Ze had Louk in een kamp moeten achterlaten, wat ze
natuurlijk vreselijk vond.
De volgende dag, dat was gisteren (Zondag), precies op Wieneke’s verjaardag kreeg tante
Emy een allerliefst kindje, een meisje. Ze heet Quirientje naar een zus van haar moeder. Een
grappige naam! Op dezelfde dag kwamen er twee kuikentjes uit. We waren in de wolken en
aten beschuit met muisjes. En vandaag taartjes, want die waren gisteren niet te krijgen. Wat
is zo’n klein kindje toch iets liefs en moois! Ik heb het al mogen zien en gistermiddag mocht
de wieg bij ons staan, omdat ze zo huilde en tante Emy moest rusten. Ze is heel zoet geweest.
Ze woog 6 pond en 3 ons, een half ons meer dan Peter Jan van hiernaast. Richt wil ook het
liefst een meisje hebben. Het wandkleed schiet al aardig op. Aan tante Emy heb ik mijn kruikenzakje
gegeven, waar ze erg blij mee was.
Pappie heeft een poosje geleden een prachtig schilderij van Wanajasa van meneer van der
Does gekocht. We hebben het samen stilletjes naar binnen gesmokkeld. Mam was zo verrast
toen ze het zag!
31-12-1942
Vandaag is het de 31ste, Donderdag, de laatste dag van het jaar. Vandaag oudejaarsdag en
morgen het nieuwe jaar. Vanavond kunnen we toch nog oliebollen eten. Van een Chinees,
een patient van pappie, kregen we zelfs nog twee flessen Anker bier. Zouden ze in Holland
37
ook nog zo rijkelijk voorzien zijn? En in Holland denken ze misschien het omgekeerde.
Straks eten we worteltjes en gebakken vis. En vanmiddag van tante Emy taartjes! Mmmmm!
Gisteren hebben we nog een poos in angst gezeten, want toen moest pappie opkomen in een
leeg gebouw (het gebouw van de Topografische Dienst). Ik ben met hem meegegaan en ben
daar heel lang gebleven. Wat waren er veel mannen! In lange tijd had ik niet zoveel mannen
bij elkaar gezien. Meneer Wisman, die wat vroeger gegaan was, had zijn barang opzij gezet.
Maar pappie zette die slim zoveel mogelijk vooraan en kwam zodoende veel eerder aan de
beurt. Toen hij binnen was, heb ik wel even in de piepzak gezeten, maar weldra verscheen
zijn barang uit een raam en even later kwam hij zelf. Pappie kon zelfs meerijden met een auto
van een kennis. Toen ben ik gauw naar huis gefietst. Het was een blijde thuiskomst! Meneer
Wisman is niet thuis gekomen.
Richt’s kindje is er nog steeds niet. Eergistermiddag zijn Wieneke, Roelie en ik bij haar geweest
en hebben een potje citroensmeersel gebracht. Ze was al langer dan een week in Borromeus
en het kindje wilde maar niet komen. Op de twee Kerstdagen hebben we onze haan
en de dikke kip van Dhoematiar opgegeten.
Nu is het kwart over 12: 1 Januari 1943. Ik ga gauw slapen. Friso en Paul hebben
het niet vol kunnen houden. Ze lagen op de bank te slapen. Gelukkig Nieuwjaar!

 

Previous • Hoe het begon • 1943 • Tjihapit • Solo • Lampersari • Naar Nederland • Regerings Verklaringen