Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen

Toerisme

 
Een reis en een rede. Oost Indië. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
28-06-1924, Avond
 
Oost Indië. Een reis en een rede.
(Particuliere correspondentie.) Weltevreden, 26 Mei. Do Plancius is teruggekeerd van een reis naar „den Grooten Oost". De directie van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij heeft haar nieuwste en grootste vaartuig, alvorens het in te leggen in den dienst van Singapore naar Priok, doen inwijden met «en vaart door den archipel. Een gezelschap toe«risten, particniieren, ambtenaren en enkele journalisten, vrij veel Chineezen ook, werd op di© wijz© in staat gesteld iets te zien van d© verre gewesten, die door slechts enkelen van wi© in Indië wonen worden gekend. D© proeve is zoo goed geslaagd, dat deze reis d© eerst© zijn zal van een reeks: telkenjare zal voortaan do K. P. M. een dergelijke vaart organiseeren om daarmede ons groot© eilandenrijk beter bekend ie maken, ook, naar men hoopt, bij vreemdelingen. Voor hen immers, die uit toet buitenland, uit Engeland of uit Amerika hier komen om iets van Indië t© zien, is dit een prachtige gelegenheid. Nn zien zij alleen iets van Java, den Preangor, de Vorstenlanden, Tosari, en op het allerbest eens iets van Sumatra. Doch indien aan d© jaarlijksche reizen voldoende bekendheid wordt gegeven, kunnen de vreemdelingen in drie weken met een ruim en weelderig stoomschip de blauwe zeeën van Indonesië bevaren en althans een glimp aanschouwen van dio wijde, onbekende wereld.
Men kan zelfs verder gaan. Er laat zich een organisatie deuken, welke het mogelijk zou maken eenig Nederlandsch toerisme naar Indië te leiden. De samenwerking tusschen do K. P. M. en de maatschappijen van de" groole vaart is uiteraard gemakkelijk tot stand te brengen. Voor dc tusseheuhaveus heeft nu-n co, regeling noodig en do beschikkingen, door do K. P. M. getroffen, leerden wel hoe goed zioh uitstapjes, recepties, borgtochten eu dergelijke toerist ische vermaken laten regelen door de transporlmaatschappijen zelf. Op die wijze zoudon. in drie tot vier maanden uit en thuis, toeristen-tochten ingesteld kunnen worden van Nederland naar Indië.
Waarom zouden Nederlanders niet naar ludië komen kijken?
Men gaat dan toch telkenjare naar Zwitserland, of naar Zuid-Frankrijk, men ontmoet landgenooten iv de Italiaansche steden en aan de Rivicra, men vindt hen des winters in het Zuiden van Europa en des zomers tochten makend naar de Noorsche fjorden. Waarom niet naar Indië?
Indien slechts do gelegenheid wordt geschapen van sncllo accomodatio en een tot in de geringste ouderdeden verzorgde regeling, dan zullen er stellig wel» gestelde Nederlanders zijn die. voor de afwisseling, toch ook wel eens enkele maanden wille» bestede» om, via 'Zwitserland eu Genua of Parij, en Marseille, naar Port Said eu Colombo te var. n, binnen enkele weken Sabang reeds te bereiken, IS inga po re te zie» e» hier te worden verwacht voor een verdere reis. Enkele weken voer Java, dan de „Plan<-iu-"»<ocr naar Borneo, Celelx!», Ambon, Tcrnate, Baud,-. I'.uli, overal rijtochten en tentoonstellingen, welke het merkwaardige in korten tijd doen zien: wafc den Amerikanen /oo goed bevalt zou ook deu Nederlander» niet mishagen.
Dit geldt de toekomst. Voor ditmaal was het voor» naamste van do „Plancius"-reis de eindelijk geschapen aanleiding voor veel meusehen-van-lndië zelf om iets van Grooter Indië te aanschouwen. Me» voer naar Balik Papan e,» bezichtigde er de moderne oliestad, geschapen aan de grenzen van het Borneosche oerwoud: een gemeenschap van Europeesche tuinhuizen op heuvelen gebouwd, electrische trams, clubs en theaters, de grootste centrale van Indië. tanks en landinrichtingen en gonzende machines, daar tusschen woud en zee gelegen onder de schroeiende tropenzon en aan drie zijden omgeven door 'het nict-verwounen oerbosch van Borneo's onmetelijk binnenland. Van daar voer men naar Menado en werd er ontvangen door een juichende bevolking, die toespraken hield, meisjes in de properste kloedij zond om welkomstliederen to zingen en bloemen te strooien; men waakte er een autorit naar Tondano, die als een zegetocht door do Minahasa werd, met feestelijke begroetingen in ieder dorp en allo blijken van hartelijkheid eener frissohe, vroólijke bevolking. Zoo wonderlijk 'was die ontvangst, dat zelfs de minst-ontvankelijken onder de bezoekers wel getroffen werden door de eigenaardige mengeling van verknochtheid aan Ne» derland en ihet vorstenhuis met den sterk ontwikkelden zin voor zelfstandigheid.
Van de Minahasa, van zijn zorgelooz© bewoners, di© eer bij do Zuidzee dan bij het Oosten behooren, van deze ver-Nederlandseht© Christenen met hun toch zoo sterk nationalisme, heeft men binnen zeer korten tijd een verhoogd© actie t© verwachten voor provinoialo autonomie wolk©, op straft© van de pijnlijkst© gevolgen, een zeer welwillende overweging eischt. Men bezocht dan nog Ternat© en Banda, zag d© overblijfselen van langverleden glorie, de marmervevloeide huizen der perkeniers in Banda, waar thans muskaat en kruidnagel nog slechts een armelijk bestaan verschaffen aan de nazaten van de grooten dier dagen en waar do rijkst© handel van de Compagnie is overgegaan aan Arabieren en Chineezen. Men be» zocht Ternate, nietig aan den voet van den vulkaan, schamel overschot alweer van vergane grootheid, waar do bewoners met wezenlek© smart het schip vertrekken zien, dat hen even aan de bewoonde wereld deuken deed en dat hen weer achterliet in eenzaamheid. Ambon deed men aan, en men zag de gestrande Heemskerck in de Staringbaai; men voer dan terug naar Makasser, het eigenlijk© bestuurs» en handelscentrum van de Oostelijk© eilanden, en men besloot met het schitterend effect van een tocht door Bali, als wilde men den archipel ten laagte zijn schoonst kleinood doen toonen.
Eén diepe indruk bleef bij allen achter. Het is di© van de ontzaglijk© uitgestrektheid van het Indische rijk. Van dc wijdheid dier tropische zeeën, van de afstanden welke de eilanden scheiden, van hun vergoten eenzaamheid en hun door weinigen gekend© schoonheid. 0, — in theorie weet hier een ieder ho© groot Indië is» dat men Nederland vele tientallen malen zou kunnen verliezen in Borneo en Sumatra, dat d© archipel, over Europa uitgelegd, afstanden van Amsterdam tot IJsland, van Nederland tot den Kaukasus, van Rotterdam tot ver achter Moskon bevat; men weet hoe Merauke weinig dichter bij Medan ligt dan Sabang bü d© Middellandsoh© Zee Maar men moet, naar het schijnt, van dio afstanden zelf iets hebben afgelegd om ze werkelijk te begrijpen^ Men moet weken varens do Moesi of d© Kapoeas op zijn geweest, getrokken hebben door het oerwoud van Sumatra of Borneo, men moet ervaren hebben hoe lang het duurt aleer men Timor of Manokwari, Ceram of Halmaheira van Java uit bereikt heeft. Dan weet men, dat Nederlandsch-Indië geheel iets anders beteekent dan men, op Java georiënteerd, vermoedde. Dan eerst begrijpt men. ho© groot en uitgestrekt, hoe ver en wijd en onafzienbaar dat rijk van eilanden is, van duizenden eilanden, welke toch all© het gezag hebben t© erkennen van dio Nederlandsche vlag, zooals di© daar waait van de gezaghebberswcning op eiken feestdag. En die ook alle recht hebben op de vervulling van verplichtingen, door d© uitoefening van zulk een gezag ontstaan. Nederland! en Indi© hebben tot heden op den ©pos» dichter van dit grootsch© rijk vergeefs ««wacht. Kipling heeft, behalve een geromantiseerd imperialisme, het Engelsch© volk het begrip kunnen scheuken van d© grootheid en d© beteekenis van hun Rijk; Jack London bracht, met zijn, al evenzeer geromantiseerd, realisme, den Amerikanen iets bij van d© schoonheid der zeeën en eilanden van het Oosten en den Pacific. Deze schrijvers hebben, welke verder hun beteekenis zij, in elk geval d© verdienste gehad van ©en begrip t© populariseeren. Zij hebben niet duizenden, maar millioenen hunner landgenooten een glimp doen zien van do groot© wereld»; zij heb» ben, vooral Kipling, d© menschen van het moederland doen weten ho© uitgestrekt, ho© verscheiden, hoe groot en wonderlijk hun rijk is, en welk oen verantwoordelijkheid dit oplegt aan hen di© het besturen. Het is te betreuren, dat Indie niet op die wijze be- zougen en beschreven weid. D© beteekenis van da „Plancius'»io!s is vooral deze: dat door eigen aan» schouwing het begrip verkregen werd hetwelk anden» alleen uit het werk van dichter» en schrijven, t» erlangen is. En nu zon men zoo gaarne zien, dat dit begrip, deze rijksgoda.htc, di© erkenning vau d© verantwoor» (lelijkheid eener bestuursvoering over een 200 mate» loos groot gebied, ook uitdrukking vond in d© woorden en daden van hen, di© dat bestuur metterdaad! hebben to voeren.
*
Jui.t toen d© „Plandus" op d© thnis-vaart wa«, sprak voor den nieuwen Volksraad d© landvoogd _iijn jaarix.de uit. Men vernam, ho© eindelijk d© sluitend© begroot ing voor 1925 weer is bereikt en hoe ©r zelfs weer een overschot is; men hoorde ho© d© regeering dc lovlilo Inlandsche bewoging welgezind is doch illoyalc leidere met streng© straf bedreigt; men leerd© hoe de toestand dor cultures bevredigend wordt ge» acht, hoc do beteekenis der buitengewesten wordt erkend en hoe daar concessies grif verleend zullen worden, zonder overdracht echter van publiekrechtelijke bevoegdheden; men hoorde d© verzekering, dat dc onncl wijsje'egenheid steeds vorder verruimd zal worden en dat het ambtcuai>en-«orp» het vertrouwen van de regeering bezit.
,'at dc landvoogdelijk© redo vel© vragen onbeantwoord liet, dat zij niet gewaagde van vol© zaken, welke dc openbare aandacht bezighouden en dat zij het, tijdstip van de invoering der boswurshervoi'ming evenmin aanduidde als den stand van het salarisvraag-tuk — veel van dat alles kan men wijten aan het feit. dat dc gouverneur-generaal thans nog d© bevoegdheden mist, hem bij do nieuwo staatsinrichting toebedacht, zoodat men van het Haagsch© Plein meer nieuws omtrent het lot van Indië t© wachten heeft dan van het Bataviasche Hertogspark. Mot uitzondering van dc passage waarin d© instelling van den Volks.!».»! werd verdedigd en in krachtig© b©» woordingen het nut en de beteekenis van dit instituut! werd vastgesteld tegenover hen die, zoo hier al» in; Nederland, op zoo onverwacht© wijz© critielc uitoefenen en Indië een vertegenwoordigend lichaam willen onthouden, bevatte do redevoering weinig hoogtepunten. Ook dat kan men wijten aan «en zeker© vermoeidheid, aan een natuurlijk verlies aan idealisme van een landvoogd, di© zijn bewind voortnamelijk te wijden had aan het herstel van d© financiën en die nit hoofd© daarvan, zoo tallooze maleis het onverbiddelijk© „neen" moest spreken. Doch hetgeen men, te scherper door do gebeurt©» nis van do „Plan.ius"-reis, wel nood© mist©, dat wa«j de breedheid van opvatting, do grootheid van lijn, do flinkheid van taal, welke toch de kenmerken zouden moeten zijn eener beginselverklaring van een regeering, welke zich weet t© heersohen over een zoo wijd en uitgestrekt domein als Insnlind©. Indië heeft, in Nederland «oowd als binnen 6© eigen landsgrenzen, bewindvoerders gekend, di© w©l doordrongen waren van de grootheid van hun rijk. De beteekenis van Indië is aan het Nederlandsch© volk ook op ander© wijze uiteengezet dan, zooals thans zoo veelvuldig geschiedt, met voorrekening van hetgeen er aan verdiend wordt. Dio herhaald© verklaringen van do ©economisch© beteekenis van Indië voor Nederland wekken, nuttig als zij mogen zijn, goeddeels denzelfden indruk als landvoogdelijk© redevoeringen van het ook dit jaar gegeven type j den indruk van een gemis.
Een gemis aan geestdrift namelijk, een tekort aan bezieling. Men zou hier zoo gaarne den klank ver» nemen, welken men kent uit vroeger jaren eu nit andere koloniën, getuigend van de erkenning der grootheid van de bestuurstaak, van de zwaarte onzer verantwoordelijkheid en den omvang onzer plichten. Juist thans zijn de bestnursproblemen zoo overtalrijk. Juist thans wachten zoo tallooze vraagstukken oplossing, zoo velo belangen behartiging, zoo vel© nooden leniging, De laatste jaren kenden een wellicht noodwendigen stilstand. Wat in 1921 te doen was moet ook thans nog gedaan worden. Thans stelt de werkelijkheid aan de bewindvoerders een schier onoverzichtelijk complex van eischen. Lang voorbereide maatregelen op elk gebied wachten op voltooiing en invoering.
De erkenning van dit alles zon men zoo gaarne vernemen. Het vertrouwen, dat inderdaad d© over» heid in Nederland en in Indie dez© taak zal kunnen volbrengen, zou er door gestaald worden, „Met d© begroeting 1925," zeide de G.-G., „is ©en tijdperk afgesloten." Men kan slechts hopen, dat d© volks-, raad, aanstonds zijn openbare zittingen aanvangend, blijk zal geven de eischen van het ingetreden nieuwe' tijdperk te beseffen.
BALI EN LOMBOK. De ontwikkeling van het toerisme Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
18-12-1927, Ochtend
 
BALI EN LOMBOK. De ontwikkeling van het toerisme

Bali een Indisch Marken ?

 lyn voor en tegen. — Vooral veel tegen. — Misdragingen van toeristen. — Lrgeriyke ongepastheden. — Schending van beelden en diefstal. — Bestryding van dit kwaad Is dringend noodig.
Hen vertegenwoordiger van het Soer. Hbl. is op Ball Deweest en sohrytt nu o.a. over de ontwikkeling van et toerisme — sijn voor en tegen. Br is veel tegen en de schr. moet constateeren dat in vele gevallen het op» treden van toeristen „hoogst onaangename en ergeriyke historie" vormt.
„In Badoeng werd een feest gevierd waarby Ballsche dansen werden vertoond. Het was op het erf eener woning, en het particulier karakter der vertooning bleek du, wel zeer duidelijk.
Maar een toerist schynt nu eenmaal in dit land geen leest te kunnen zien. of hy denkt dat het te zijner «er wordt gegeven, althans, dat hy er by hoort. Eigenlijk niet: er by. doch er in, of vlak bovenop. Dus nam «en Amerikaan tusschen de dansenden plaats. De controleur zond er een oppasser op «f. die den vreemdeling met gebaren beduidde, heen te gaan. Zonder resultaat.
Tot tenslotte de controleur er zelf op af moest en den man in het Engelsch aansprak. Die haaide toen een brief voor den dag. waarin namens den Landvoogd de ambtenaren werd verzocht den reiziger, waar noodig, te helpen. Men schijnt met dit soort brieven wel een beetje te royaal te zyn; bovendien worden zy door de houden beschouwd als een recht om zich allerwegen in te dringen. Dus llet de controleur hem van het erf verwijderen met de mededeeling dat hy. als hij brieven had te toonen, dit den volgenden morgen op zyn kantoor kon" komen doen.
Er zou lijkverbranding zyn in het landschap Glanjar Voor verschillende gasten was gezorgd voor logies, ter» wyi ook een paviljoen voor den regent van Glanjar was ingericht. Zooals immer was het Oostersche hoofd een uitent correct gastheer, die het zyn gasten aan niets liet ontbreken.
Een gezelschap Engelsche en Amerikaansche toeristen «ing naar het paviljoen van den regent en eischte di an- Ken van den „native". Deze, met het air van den grand seigneur, bleef zich volkomen beheerschen en liet alle gewenschte dranken serveeren.
Bij een andere lijkverbranding zaten de gasten te eten. toen toevallig aanwezige vreemde toeristen zich bij de overigen aansloten en zeiden: „wy willen ook eten." Het ergerlijkste was wel het volgende: De resident was aanwezig by een lijkverbranding van dijzondere beteekenis, het gebalsemde lijk lag reeds op de katafalk — welke den vorm van een rund heeft — toen den resident, als uiting van respect jegens den hoogsten vertegenwoordiger van het Gezag, werd gevraagd of hy den doode nog even wilde zien. Een moment later werd de katafalk bestormd door toeristen, ziek van nieuwsgierigheid. Het was een tafereel, in de hoogste mate stuitend vooral voor de aanwezige Voorname Baliers.
Het was wel duidelijk dat het zoo niet langer ging. en hy de jongste lijkverbranding te Oboed liet de resident militairen van Badoeng requireeren. die het terrein hebhen afgezet.
En zóó ziet men dat toeristen-wangedrag dwong tot militaire maatregelen.
In of by de tempels komt mutileering van beelden of beeldhouwwerk herhaaldelijk voor; diefstal ls ver» «heldene malen geconstateerd. Net bestuur werd wel verplicht de meeste tempels te doen afsluiten, zoodat men er niet meer by kan komen zonder dat tenminste de djoeruekoentj! toezicht kan houden. De reiziger meent, dat toeristenbureaux hier ln de eerste plaats de schuldigen zljn. Vooral dient er tegen te worden gewaakt dat geen toeristenbureaux of concerns welke by toenemend personenvei". oer belang hebben, op Ball eenige leidende rol gaan spelen. Deze zetten maar van alles op hun veelkleurige programma's: tempels, een lustverbiyf van een Ballsch hoofd, eene oudheid. alsof dit alles d.ngen waren. waarover zij het beschikkingsrecht hebben verkregen. althans: welke zy in exploitatie mogen nemen. De Vesuvius. Toet-Ank-Amen en Jeruzalem zijn van Cooks Office, en dit Is al erg genoeg. Ik kreeg hier en daar den sterken indruk dat men in de laatste vyf of zes jaren op Bali ln deze richting veel verder is gegaan dan door my bij vroegere bezoeken Is waargenomen. Het bestuur is voor het tourisme inschikkelijk genoeg; ambtenaren van het eiland zelf — ik doe! niet op het heirieger ambtenaren van Java dat. behartiging van het landsbelang veinzend, voortdurend op Bali neerstreekt voor inspectie, voor bespreking, vooinformatie enz. — vinden op hun dienstreizen in de beter gelegen passangrahans soms ternauwernood plaats, terwijl het werken hun er veelal onmogelijk wordt gemaakt door bezoekers die van meening zyn dat 'eder en alles voor hen moet klaar staan. Per saldo heelt de ambtenaar van het eiland toch de meeste aanspraak op «en verbiyf ln de koelte waar hy rustig kan werken. Ik ben er van overtuigd, dat het huldig bestuur ten volle in staat en bereid !s den heeren exploitanten van Ball „hands off" toe te roepen Er moet snel een einde komen aan een systeem dat niet-Baiiërs gelegenheid biedt, uit zucht naar geldelijk voordeel godsdienst en cultuur van dit volk te beschouwen als in hoofdzaak te dienen tot bezienswaardigheid, tot rariteiten-kabinet, zooals by een bezoek an.: de slagvelden in Noord-Frankryk de gids met «ijn. „big eemetry on the left"; ..verv interesting battlefield on the rlghf. den indruk wekt als ware eigeniyk de groote oorlog in scène gezet om toeristenbureaux aan attracties en winst te helpen." En dlt alles klemt te meer. nu het aantal toeristen .stijgt
In 1925 kwamen er 200. In 1926 400 en in 1927 zal de IUX» wal worden bereikt.
 

Bali.... een Indisch Marken? Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
02-05-1927, Avond
 

Bali.... een Indisch Marken?


Grol gdld voor slechte waar. — Nieuw antiek! — Priesterbeeld je als auloniascette. Het Is goed, dat sr ook eens gewezen wordt op de demoraliseerendo werking, die een te -.Amerikaansch" opgezet toerisme op een uit zijn afgeslotenheid gehaalde bevolking kan oefenen. Mevrouw H-Glarkson—i Rooien, te Jogja. schrijft in bet Koloniaal Weekblad spijtige dingen over de verwording van de Balin.e-! sche kunst, en 'de Balineesche moraal, als gevolg van het toenemend toeristenbezoek aan het eiland: «Onder invloed van het toeristenverkeer is'de men» taliteit van.^.eeu deel. dor, ;bWolking ; hier zeer ; zéker veranderd. Om zich te overtuigen hoe men graag veel gold vraagt voor slechte waar, onderzoek, men maar het slordige weefwerk, dat aan den passanggrahan to iKloougkoeng wordt te koop geboden, door vrouwen, die daar don geheelen dag posten, om iederen toerist op te kunnen vangen. Opmerkingsgave kan hun zeer zeker niet ontzegd worden: hoe juist begrijpen ze wat het Engelsche en Amerikaanscho publiek verlangt door elk oud ding als „antiek" aan te prijzen. Een antieke kam (doek), ja, maar dan antiek geworden aan het lichaam van een BaliVr, die «en antiek stuk ruilt voor gold, genoeg om zich een paar nieuwe antieken aan te schallen. Een kop mét vleugels, afgebroken van een eertijds gave, maar grof gesneden garoeda (mythologische vogel), wordt met een geheimzinnig gebaar van iets heel kostbaars voor u neergezet, „antiek, duur". In Kloengkoeng zag ik alleen knnstvo! gesneden klapperdennen, en goed (afgezien van het gehalte, waarvan bedrog ter plaatse Moeilijk te constateeren valt) zilverwerk. Wil men echter een keuze doen, dan dient veel als foutief, met gaatjes en soldeerplekjes, op zijde te worden gelegd, en op den gevraagden prijs moet minstens 25- pot., soms meer worden afgedongen, waarbij men gelaten een- stortvloed, van Mal ei woorden ' over zich heen moet laten gaan, en niet verwonderd moet zijn, als na hardnekkig weigeren de koopwaar, als mon reeds in de auto is, wordt nagedragen. Steeds krijgt hun zucht tot overvragen voedsel door het leveren aan vreemdelingen, die noch de qualiteit van de geboden waar, noch do levensstandaard van het volk kunnen beoordeolen_ en waarmee bovendien slechts met behulp 'van do vingers onderhandeld kan worden. Het koporwerk, in de kampong .van de koperwerkers zelve, was zeer slordig van afwerking. Gaf een van die lui niet van aanpassingsvermogen blijk, door een koperen priesterbeeldje te vervaardigen, bevestigd aan den dop van een radiator, om als auto-mascotte dionst te doqp?" De schrijfster zegt ten slotte: „Het tourlst-hverkeer. juist op Bali. dat door zijn beperkten omvang vergeleken b.v. met Java de nadeoligo gevolgen ervan in versterkte mats. ondervindt, is een ernstige studie overwaard, waarbij dan tevens do voordeden, dio er tegenover staan, eveneens nauwkeurig onderzocht dienen te worden, Do oplossing moet gezocht worden in de richting, hoe, met behoud van het vreemdelingenverkeer, de nadeelige gevolgen ervan, zooveel mogelijk zijn te verkleinen. Immers, al heeft men te aanvaarden dat bij voortschrijdende beschaving bet Volkskarakter, zich wijzigt, en do kunst als volkskunst verdwijnt, toch eischt een goed beleid voor land en volk dat do lae, tor, die dit proces versnelt, het teeristenvorkeer geremd wordt, opdat men meester blijve over de ongei wilde gevolgen, welke dit verkeer op Bali te voor. schijn roepen". Wol kan Bali niet met prikkeldraad worden afgezet, maar men behoeft het daarom nog niet over te geven aan do willekeur van het bui» tenlandsche publiek, om ei» op zijn gunstigst een „tweeden Marken" van te laten maken.'
 
Bali en het toerisme. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
06-11-1928, Avond
 
Bali en het toerisme.
De K. P. M.. die enkels maanden geleden het hotel te Den Pasar op Bali van hst gouvernement overnam, heeft, naar wy in hst Soer Hbld lezen, in de sedert behaalde resultaten aanleiding gevonden, tot oen doelmatige uitbreiding en verbouwing over te gaan. De twee aangrenzende perseden, ongeveer 2000 M 2. groot, werden aangekocht: binnenkort wordt met bouw en verbouwing aangevangen. lnplaats van 16. komen sr thans 56 kamers, een behoorlijke lobby, restaurant. sciiri il k£iin6r etc. Ten gerieve der touristen laat de K.P.M, nu reeds de boot op de uitreis van Soerabaja Boelelei.g (aan de Noordkust) aanloopen. zoodat eenmaal per 14 dagen een werkelijk zeer gunstige gelegenheid voor een zesdaagsen verblijf op Bali geboden wordt. Ook zal nagegaan worden, of h? 5 aandoen van Bah door de Australië-lijn te eeniger tijl mogehjk zal wezen. Zooals wel te verwachten was. heeft de K.P.M, niet genoeg aan liet Bali-Hotel te Den Pasar, om op den duur den steeds meer en meer aangroeiende»! stroom van touristen op de meest aangename en practische wijze onder dak te brengen. Waarschijnlijk reeds per 1 Januari a.s. zal zij de pasanggrahan ie Kintamani vn het gouvernement in huur nemen, en wellicht later ook die te Singaradja. Beide pasanggrahans verkeeren in zeer goeden westand. terwijl die te Kmtamani natuurlijk door uiterste gunstige inging tegenover het Batosr-complex en Batoer-meer de trekpleister van eiken tourist is. Te Kintamani komt een waterleiding zoodat dan het gebrek aan voldoend bad- sn drinkwater verholpen zal zijn.
 
Het toeristenverkeer op Bali. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
02-07-1929, Avond
 
Het toeristenverkeer op Bali.
De toevloed van toeristen naar dit eiland neemt gestadig toe. Was in vorige jaren de maand Mei een der kalmste maanden voor Bali. wat betreft buitenlandsché bezoekers, ditmaal is de Mei-maand, naar uit Bali aan de locomotief wordt geschreven, zeer druk geweest, ook in verband met het Pacific Science Congres te Batavia. Vele buitenlandsché geleerden en bekende persoonlijkheden. o. w. jhr. Röell en prof. v. Eerde, hebben, alvorens het congres bij te wonen, eerst een tocht over dit eiland gemaakt en nog meer deelnemers aan het congres werden in den loop der maand Juni verwacht. Aan den neer Morzer Bruyns. den vertegenwoordiger van het Tourist Office te Singaradja, moest wegens de drukke "erkNamheden een employé worden toegevoegd. De __.P.M. heeft aan een aantal congressisten een reisje naar Bali aangeboden. Zü zouden met een apart schip hier arriveeren..
Aan de uitbreiding van het K.P.M.-hotel te Denpasar wordt hard gewerkt. Men hoopte eind Juni met het eerste paviljoen, waarin tien le klas hotelkamers, gereed te komen. De verdere uitbreiding zal op zijn vroegst tegen het einde van dit jaar gereed zijn. De nieuwe hotelkamers worden op de modernste wijze ingericht. Het hgt in de bedoeling om mettertijd ook een strijkje voor het hotel te engageeren. Was vroeger Singaradja de eenige ontschepingsplaats voor de toeristen, met de vermeerderde diensten der K.P.M. worden thans ook te Benoa en Padangbaai bezoekers aan land gebracht. Ja zelfs te Tjepoel en Djembrana komen toeristen met een prauwtje over van Banjoewangi. Zoetjes aan kan gesproken worden van een invasie van vreemdelingen en de tijd zal niet meer verre zijn. dat ieder zich respecteerend Amerikaansch huisgezin, behalve een pofbroek, een paar klompen uit Mar» ken en Volendam. ook een Balisch afgodsbeeldje of eèn Bauneesche kaïn in zijn bezit heeft.
 

Een Franschman over Bali. Krantentitel:
De Indische courant Datum, editie:
03-12-1929, Dag
 

Een Franschman over Bali.

ln L'lntransigeant schrijft Jean la Veyrie, een officier van de Jules Michelet, zeer enthousiast over Bali, dat volgens hem een sprookjesland is, waar wij er zorgvuldig voor gewaakt hebben, dat het inheemsche leven met al zijn tradities en gebruiken niet werd verdrongen door het indringen van Westersche invloeden.
Om een rijken schat toe te voegen aan hun klein maar zoo geliefd vaderland hebben de Hollanders, moderne Argoiiauten, Insulinde zoo goed als geheel gemonopoliseerd, en Koningin Wilhelmina, Die kan terugzien op een roemrijk verleden van Haar volk, mag Zich nu Heerscheres over vijftig millioen onderdanen aan gene zijde van den oceaan noemen Aan Haar kroon, die schittert van kolonialen luister, is Java zeker het kostbaarste kleinood van verblindenden glans, zoo dithyrambeert de heer La Veyrie.
Oh, indien gouverneur-generaal Pasquier, de landvoogd van ons Indo-China, en admiraal Stotz, de te vroeg ontslapen vlootvoogd, wiens verscheiden zulk een leegte heeft achtergelaten in de Fransche marine, indien deze twee trouwe dienaren van hun land, diein Mei j. I. aan boord van de Jules Michelet een officieel bezoek aan Nederlandsch-Indië hebben gebracht, de vrijheid hadden ronduit te spreken over hun indrukken, indien zij gezamenlijk een boek hadden geschreven overal het wonderlijke en buitengewone, dat zij hadden gezien en beleefd gedurende hun reis van tweeduizend kilometer door Indië, dan zou ik aan den uitgever van dit werk een overweldigend succes hebben voorspeld.
Maar zulke persoonlijkheden zijn, zooals men begrijpt, aan eenige reserve gebonden, en het eenige, wat ik van hun onmiddellijke omgeving heb kunnen loskrijgen, toen ik sprak over mijn impressies van zonnig Indië, was de overigens weinig compromitteerende confidentie, dat het lakensche groot-uniform en de geveerde steek in de tropen niel erg aangenaam te dragen zijn.
Omdat de hopge Indische ambtenaren zich bij voorkeur in gala steken, konden de twee Fransche vertegenwoordigers heel moeilijk een andere vestimentaire gedragslijn volgen. De hierdoor veroorzaakte overmatige ontwikkeling van calorieën heeft heel veel Franschen tijdens dit bezoek doen lijden.
Wat betreft de beweegredenen, waarom jhr. De Graeff, de gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indië, zulk een decoratieve kleedij aan, zijn ondergeschikten verplichtend heeft voorgeschreven voor de ontvangst van den heer Pasquier, moet men niet denken, dat dit enkel geschied. zou zijn, zooals sommige humoristisch aangelegde Franschen hebben beweerd, om te bewijzen, dat een Hollander, in welk klimaat hij zich ook bevindt, zijn koelbloedigheid nimmer verliest. Zijne Excellentie moet hiervoor wel zijn bijzondere redenen hebben gehad, omdat zij niets lichtvaardig doet. De heer De Graeff geniet daarginder van een zeer sterk prestige: hij is een groot Nederlander met hooge moreele beginselen.
Maar laten wij terugkomen op Insulinde. Bezoekt Java niet, Java met zijn honderd werkende of gedoofde vulkanen, •net zijn ten doode opgeschreven restje van oerwouden, dat aan het verdwijnen is als gevolg van het dagelijksch offensief der planters, wanneer gij geen gelegenheid hebt om, verzadigd van koloniale wonderen, kennis te maken met Bali, het nabijgelegen geheimzinnige eiland, waartoe a"e nieuwsgierigen zich voelen aangetrokken, dit einddoel van aller verlangens Gij hebt slechts een nauwen zeearm, zooiets als de Bosphorus, over te steken, en ge zijt er. En deze scheid'ig door de zee, waar zich de vliegende v'sschen vermeien, beteekent liet einde van de wereld.
Want hier houdt het Westen op, hier is de grens, waar, tegenover primitieve zeden en gewoonten, de beginselen en decreten, welke elders de grondslag zijn voor het bestuur van den archipel, van geen geldigheid meer zijn. In vergelijking met Java, een onmetelijken tuin, overbevolkt en gemoderniseerd, is Bali, dat kleine stukje aarde, eigenlijk van weinig beteekenis. Maar • wij treffen er, dank zij de delicaatste overwegingen, die ooit den geest van veroveraars Hebben beziggehouden, namelijk zelf hun voortdringen te stuiten terwille van een ideaal, een elementaire en bekoorlijke beschaving aan, welke elders verdwenen is. Omdat zij reeds veel, te veel, te veel eilanden zelfs, in den hidonesischen archipel bezaten, kwamen de Hollanders op het denkbeeld één dezer aan hun oorspronkelijke bezitters terug te geven (!!!)
Daarom hebben zij op Bali, en slechts pour la fonne, drie Europeesche bestuursambtenaren gehandhaafd. Zij laten den toeristen er ook niet toe dan onder conditie van een verblijf van korten tijd, gedurende welken dezen zich uitsluitend in het hotel van Singaradja mogen ophouden (het' staat er letterlijk : ils n'y ont accepté les touristes que sous la condition d' vn séjour litnité et au seul hotel de Singaradja).
Het Nederlandsche bestuur heeft bovendien uit deferentie voor de overgebleven tradities den missionarissen verzocht hun werkzaamheid elders uit te oefenen : zij hebben hiertoe ruimschoots gelegenheid in andere streken vaji Insulinde. Hetgeen gemaakt heeft, dat Bali, op last 'van hoogerhand, is geworden een onaantastbaar en prestigieus gebied van behoud van het eerbiedwaardige historische, de getuige van het verleden, dien men niet heeft trachten om te koopen, de weerspiegeling van het antieke en waarachtige. Dat is zeker iets zeldzaams.
Bali ? Het eiland als een wachter, domineerende een vulkaan, en aan den voet van dien vulkaan een meer, een vochtige kroon der vlakte, welke het tropische zonnelicht in gloeiende glanzen zet. Vanaf dit meer verloopen de dalen stersgewijze. In elk dezer dalen twintig a honderd dorpen, verscholen onder den mantel van het woud.
Het geluk heerscht er. Dit zachte volk heeft voldoende aan rijst, le père de la race, die door de mannen geoogst en door de vrouwen gekookt wordt.
Voor het overige brengt men den dag door met zingen en dansen, zonder nochtans de traditioneele riten te verwaarloozen, waardoor men de heilige dieren zou kunnen ontstemmen. Onder den zegenenden hemel van dit eiland kent men geen andere beslommering dan die van den dood, den universeelen leider van het menschelijk bestaan. En wanneer de dood is gekomen, wordt het stoffelijk overschot van den overledene in een buffelhuid genaaid, opdat het er zich op zijn gemak kan gevoelen—touchante intention.
Een eenvoudig leven zonder wreedheid en zonder complicaties. Men gaat er in volle naaktheid, zonder reclame en zonder bijgedachte. Men beleeft er in een gouden tijd een eenvoudige gelukzaligheid onder de discrete bescherming van een goeden meester.
Gelukzaligheid ? Waarlijk ? Zoo dwaas is de onverbiddelijke wet onzer Westersche samenleving, die ons gebukt doet gaan onder, allerlei zorgen, ons geld en onze telefoons, dat wij, weder op Java teruggekeerd, het gevoel hebben alsof wij uit een droom zijn ontwaakt.
Tot zooverre de beschouwingen van den zeeofficier-prozaïst La Veyrie. Wij willen geen onvriendelijke opmerkingen maken over dezen Franschman, die zooveel goeds weet te zeggen van Indië en het Hollandsche bestuur, maar wij achten het niet zoo heel onwaarschijnlijk, dat hij inderdaad op Bali zwaar gedroomd heeft. Aan een Fransch marine-officier, die misschien nooit van te voren van Bali gehoord en er slechts enkele dagen vertoefd heeft, is veel te vergeven, vooral als hij dichterlijke neigingen bezit....
 

 
CHARLIE CHAPLIN AMUSEERT ZICH En blijft nog vat op Bali Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
08-04-1932, Dag
 
CHARLIE CHAPLIN AMUSEERT ZICH En blijft nog wat op Bali
Singaradja 8 April (Aneta). CharlieChaplin die thans in het Bali Hotel te den Pasar verblijft, is dermate enthousiast over Bali, vooral over de Balische dansen en de muziek, dat hij besloten is zijn verdere reisplannen te wijzigen. Het vertrek van Bali naar Soerabaja, dat op 10 April zou plaats hebben is nu tot 17 April uitgesteld. Charlie heeft eenige van zijn films besteld en is voornemens de volgende week op de aloon te den Pasar voorstellingen voor de Balische bevolking te geven.
 
GEZELSCHAPSREIS OVER SUMATRA, JAVA EN BALI. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
18-04-1932, Dag
 
GEZELSCHAPSREIS OVER SUMATRA, JAVA EN BALI.
Het Reisbureau Lissone-Lindeman, dat de laatste jaren op zoo actieve en succesvolle wijze het tourisme in deze landen bevordert, heeft de gelukkige gedachte gehad een gezelschapsreis naar en door lndiö te organiseeren. 25 April a.s. zal een zestal dames en heeren met het m.s. „Marnix vanSt. Aldegonde" te Belawan aankomen. Het aantal deelnemers was van stonde af aan tot 12 beperkt, doch de economische toestand heeft een ongewild grootere beperking in de deelname opgelegd. Dientengevolge is aan gegadigden in Indië de gelegenheid open gesteld zich bij dit reisgezelschap, bij zijn aankomst in Indië, aan te sluiten. Voor degenen, die de tocht "Dwars door Sumatra" reeds gemaakt hebben of om andere redenen er de voorkeur aan geven alleen Java en Bali te bereizen, is het mogelijk zich pas te Batavia bij het gezelschap te voegen. De geheele reis geschiedt fa comfortabele luxe auto's en, voor zoover per boot, in de eerste klasse. In de reissora is alles begrepen: niet alleen bootpassages, auto's en logiezen en maaltijden in de beste hotels, doch ook een Nederlandsche gids, fooien, koelieloonen, entreegelden, e.d. Alleen de dranken zijn niet inbegrepen. De route—onvermeld latend de vele zijdeliDgsche uitstapjes en bezienswaardighede — is als volgt: Medan — BrastagJ — Parapat —(Samosir) —Bonan Dolok — Kota Nopan — Fort de Koek —Padang — per K. P. M. naar Batavia — Buitenzorg— Soekaboemi — Wijnkoopsbaai — Bandoeng — Garoet — Wohosobo — Djokja — Solo — Poedjon — Malang — Nongkodjadjar — Tosari — Soerabaya — per K. P. M. naar Boeleleng (Bali) — 10 Daagschetour op Bali — Boeleleng — per K. P. M. naar Soerabaya — per K. P. M. via Semarang naar Batavia — RL. (m. s. Indrapoeïa) naar Belawan. Aankomst te Belawan 18 Juni. Voor verdere bijzonderheden zie men de advertentie in ons blad van hedenterwijlalle inlichtingen en reisprospecti bij de Stoomvaart Maatschappij „Nederland" te Medan verkrijgbaar zijn.-
 
DOUGLAS FAIRBANKS Van Bali terug Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
25-11-1932, Dag
 
DOUGLAS FAIRBANKS Van Bali terug
De populaire Douglas Fairbanks is weder te Soerabaia aangekomen met de Melchior Treub, aldus de Ind. Cit. Hij heeft een oogenblik op Bali vertoefd en evenals Charlie Chaplin, dien wij ook biiv nen onze veste hebben gezien, was hij niet uitgepraat over de schoonheid van dit eiland, dat hij een wondertuin noemde. Fairbanks is een eenvoudig man, hy'meent wat hij zegt en het kwam hem uit het hart. Wat hem trof, was het ongekunstelde, het nog echte en onbedorvene, dat Bali onderscheidt van vele exotische „toeristen-eilanden." Not a fair, but natare! Bij zijn aankomst werd de filmheld, verwelkomd door Vincent Wee, als vertegenwoordiger van de United Artists films, en den heer Cohen, directeur van het Luxor. Het Luxortheater werd bezocht en Doug complimenteerde den heer The met zijn mooi theater. Hij bekende niet te hebben verwacht, dat Java zooveel en zulke mooie bioscopen had. Dat te zyner eere heden en morgen in Luxor de vertooning van Reaching for the Moon wordt gegeven, vond hij (en terecht) een aardige attentie. In deze film toch vervult hij de hoofdrol. Lachend zei hij; „De menschen, die mij hebben gemist, kunnen me dan toch nog zien." Inderdaad. Douglas Fairbanks' is hier niet anders dan op het beste zilveren doek in het schoonste theater der wereld. Dat is het verwonderlijke van de tilm, dat het kleinste stadje gelijk wordt aan een metropool, in het licht van de projectie-lenzen. Dat moest Douglas Fairbanks toegeven aan den heer Cohen, die, zooals men weet, zelf in Hollywood heeft gewerkt. „Ik kom terug met Mary", sprak hy eenvoudig. „Bali moet zij ook zien, dat is een wereldreis waard." Wij weten zeker, dat hij het doen zal ook.
 

 

ARCHIPEL NAAR HET „ISLE OF PARADISE". Rage voor Bali voorspeld. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
06-09-1932, Dag

ARCHIPEL NAAR HET „ISLE OF PARADISE". Rage voor Bali voorspeld.


De correspondent te New-York van het Hbld." schrijft: De dagelijksche medewerker van de „Evening Post". Karl K. Kitchen, heeft een rage voorßali voorspeld van deuzelfden omvang als er voor Hawaii is geweest. Waarin hij wel gelijk kon hebben, indien de huidige teekenen ons niet bedriegen. Het Amerikaansche menschdom schijnt alsmaar op zoek te zijn naar een plek op deze aarde, waar nog een ideale toestand heerscht en nog een onveranderd paradijs bestaat. Men meende eerst, dat op Hawaii gevonden te hebben, op andere eilanden in Stillen Oceaan, zoodat binnen enkele jaren wolkenkrabbers aan Waikiki Beach verrezen als hotels voor den eindeloozen stroom toeristen.
Hula-hula, de ukulele, sentimenteele songs geraakten en vogue, surf board" werd nagedaan achter motorbooten en al is de populariteit wat verminderd, toch worden de eilanden stelselmatig en natuurlijk geheel onbewust ont-paradijsd. Is Bali op denzelfden weg'? Ik hoop dat ons Indische gouvernement het niet zoover zal laten komen, maar dat de Amerikaansche nieuwsgierigheid naar Bali stijgend is, kan niet worden ontkend. Er is maar eene verklaring voor dit phenomeen te geven en wel de opvallende en goed doorgevoerde reclame-campagne over het eiland door het New-Yorksche kantoor van de K. P. M., die nu een jaar of vier, vijf aan den gang is „Why don't you include Bali?" En het stereotype antwoord was: „Where the devil lies Bali?" Tegenwoordig komen er aanvragen voor Eassage „to Bali" en geen enkele wereldruistocht is compleet zonder een bezoek aan het toovereiland.
Veel tot deze bekendheid hebben ook bijgedragen de film van André Roosevelt en Hickman Powell's boek „The Lost Paradise", benevens de opgetogen verhalen van de velen die er geweest zijn. Onder de laatsten behoort een groot deel der Amerikaansche monde, lieden als Gould Whitney. Van Rensselaer, Paul Cravat, Porter d.d. terwijl ook kunstenaars als Zimbalist, Seidel, Stokofsky Godotski, Heifetz Schelling en Ruth St., Denis er vertoefden. Dat Charlie Chaplin er eenige weken bleef in plaats van de beraamde paar dagen, is ook genoegzaam bekend geworden.
De nieuwste propagandistische aanwinst voor Bali is een superbe film opgenomen door Charles Trego en vertoond op een liefdadigheidsvoorstelling in het Vanderbilt Theater onder patronage van een aantal societyleden.
Het was de slotavond van een Ballneesche tentoonstelling in het Waldorf Astoria, waarvoor schilderijen en kunstvoorwerpen door de K.P.M, in bruikleen waren afgestaan, welke laatste zich ook in een groot succes mocht verheugen. De film werd door pers en publiek met groote instemming ontvangen en een der critici merkt met verlangen op: „All thelovely, lazy life of the „Isle of Paradise" is unfolded in a marmer to make you curious about the steamer fore to Bali". Er wordt letterlijk eiken dag naar geinformeerd en ofschoon het heel moeilijk is, om juist te schatten, hoeveel Amerikanen het laatste jaar op Bali zyn geweest en hoeveel geld zij er inbrachten, toch kan men een voortdurende toeneming constateeren. De film van Trego is, wat wij zouden willen noemden, een typische reisfilm. Er ligt geen verhaal aan ten grondslag als in de Roosevelt rolprent, maar het is een dag uit het leven op Bali, een beetje overladen met bijzonderheden als dansen en een lijkverbranding. Trego, die alleen werkte, zag kans om alle beelden zonder pose opgenomen te krijgen, het schijnt zelfs of de menseben zich niet eens bewust waren voor de lens te staan. Het gevolg daarvan is geweest een zeer zuivere indruk van het leven op Bali, als propaganda voor een bezoek aan het eiland van groote waarde. Het staat nog niet precies vast wat er met de film zal gebeuren, maar het is te hopen,, dat ze in de groote theatercirculatie komt, zoodat de massa ermede kennis zal kunnen maken.
Niet dat er een volksverhuizing van toeristen naar Bali en Ned.-Indië het gevolg ervan zal zijn, maar het is weer een klein, hoewel broodnoodig stuk propaganda voor onze Oost.
Rest mij nog mede te deelen, dat het een „sound film" is, waarop veel gesproken wordt, waarvan de bezoeker zich later niets meer herinnert en die verder is voorzien van muzikale begeleiding, deels Westersch orkest, deels met authentieke gamelan-rauziek. Misschien was het een gevaarlijk experiment geweest voor Westersche door Jazz gedegenereerde ooren, maar waarom niet desnoods alleen zuivere gamelan-muziek van het begin tot het eind?
 
PORNOGRAFICA BALICA „Le Rire" op Bali. Krantentitel:
De Sumatra post
Datum, editie:
09-09-1932, Dag
 
PORNOGRAFICA BALICA „Le Rire" op Bali.
De sanging en oenagi, de schilders en beeldhouwers van Bali, hebben door de eeuwen heen ccn—volgens onze Westersch- Europeesche op vattingen—zeer ruim begrip gehad van wat wel en wat niet betamelijk is, wat zich wel en wat zich niet leent tot uitbeelding met beitel en penseel, schrijft de Balische correspondent van de Ind. "Crt.
Onze goed-burgerlijke inzichten doen ons vaak onthutst, doch steeds raet zekeren schroom, opzien naar die al te levendige, al te intieme scènes, die de menigvuldige kunstenaars van het kleine Eiland der Vele Goden, ter afwisseling van hun ernstige werk, uitbeelden. Op linnen, op tempelwanden, waar men voornamelijk voorstellingen uit Goden- en Sagenwereld aantreft, waar men de koele onbewogenheid en vorstelijke allure van de heldenfiguren uit Raraayana en Mahabharata bewonderen kan, daar ziet men somwijlen ook onthullingen van boudoirgeheimenissen en liefdesavonturen, die stellig voor Bocaccio's op-den-man-af—en op-de vrouw-af!—geteekende verhalen niet onderdoen.
Laat me er echter onmiddellijk den nadruk op leggen, dat deze voor ons soraietwat ontstellende plastieken schilderins gen, uitzondering, bijzaak, toegift zijn; nimmer hoofdzaak. Het zijn als het ware de ironische tegenhangers, de realistische keerzijden van den ernst en de vergeven heid van de Balische kunst als geheel, eene kunst, die in wezen sterk dramatisch demonisch, hooggestemd en vau nobele spanning is. De adel, de kracht en de reinheid van het voornaamste werk der Balische artisten komen er eens te meer door tot hun recht. Slechts rauggenzifters en kwezels kunnen dit anders zien.
Het zou hoogst onrechtvaardig zijn, ora bijvoorbeeld Shakespeare's dramatische scheppingen te veroordeelen wijl — ter onderbreking van een al te sterke spanning — daarin tooneelen en samenspraken voorkomen, die, op zich zelf beschouwd, de grenzen van hetgeen wij betamelijk en oorbaar achten, overschrijden.
Niemand zal de onnavolgbare Grieksche beeldhouwkunst haar beteekenis en grootte ontzeggen, op grond van bepaalde voorstellingen, die wy thans niet dadelijk boven onze huisdeur zouden laten inmetselen. Noch zal men er een Rembrandt minder om achten, wijl enkelez\jner etsen en schilderijen zoodanige tafercelen te zien geven, dat wij ze stellig niet uitkienen zou den ter versiering van onze ontvangkamer.
Bovendien — en dit is eigenlijk het allervoornaamste — zal men moeten bedenken, dat de oer-oude polynesische opvattingen, (animistisch) begrippen en overtuigingen van de onze aanmerkelijk verschillen en dat onnoemelijk veel van die oude opvattingen in het Balische „Hindoeïsme" zijn overgegaan. We moeten daarmede vrede hebben. We moeten bewonderen, wanneer het werk ons daartoe dwingt en .... ons oog maar uitrukken, wanneer dit ons hindert!
Nu wil het geval —en hier begint eerst de geschiedenis, die ik u hoop te mogen vertellen —nu wil het geval, dat Bali in zekeren zin aan de touristen is prijsgegeven. Prijsgegeven is wellicht wat zwak ge zegd. De wegen, die deze touristen gaan, ziju uitstekend verzorgd en geaphalteerd. De bevolking wordt op bepaalde plaatsen en op gezette tijden opgetrommeld — zij het ook op tijden dat het niet voor haar pastl — om vertooningen voor deze touris ten te geven, welke, gezien de offeranden daarbij gebracht, een geheiligd karakter dragen. Met medeweten en onder goedkeuring van net bestuur werd niet lang geleden zelfs een heilig jaarfeest — het Menyepi, het reinigingsfeest der desa — verzet opdat de touristen toch maar daarvan zouden profiteeren Etc. etc. De bestuursambtenaren, die hieraan hun ne „medewerking" verleenen, weten stellig wel hoe vér zij gaan kunnen. Ongetwijfeld beseffen zij bereids te ver gegaan te 'zijn! Doch dit is een andere geschiedenis.
De touristen. Onder hen zijn vogels van diverse pluimage. De besten onder hen komen wel raet het doel kennis te maken met de rijke en levende cultuur van het merkwaardige eiland; zy plegen verrijkt en nadenkend huiswaarts te keeren. Het zijn onder de touristen de ontvankelijken, de weetgieiigen en leergierigen, misschien zelfs soms wel de wijsgeerigen. Een andere categorie — de meest algemeene — pleegt zich aan één stuk te vergapen. Men herkent hen aan een eenigszins stupiden en beaten glimlach. Zij vinden, zonder onderscheid, alles verrukkelijk, merveilleux, interesting — al naar gelang. Zij zijn volslagen ongevaarlijk. Gevaarlijk zijn die touristen, die belust zijn op sensatie, op prikkeling. Het is een kleine categorie, doch zoo klein is zij niet, of zij gaf teekenaars opdracht ora nu eens speciaal scabreuze voorstellingen te maken. Zij zagen daarin iets, deze touristen. Zij vonden die voorstellingen amusant, als de
„Petit Parisien", ja nog amusanter en gedurfder. Zij behooren tot die groep onzer medemensehen, die gnuiven bij het aanschouwen van onbetamelijke dingen; die in het Louvre en in het Vaticaan museum onmiddellijk naar bepaalde hoekjes hollen, die zich in het Museo Nazionale te Napels onmiddellijk meester maken van de sleutel der „Geheime Kamer". Het zijn deze heden, die de pornografie als industrie in het leven geroepen hebben. En—hun aard getrouw — deden zij dat ook prompt op Bali. Toen nu echter enkele Balische teekenaars zagen wat soort werk het was, dat door deze lieden zoo bij voorkeur Jgezocht werd toen was meteen deze industrie geschapen. Een nieuwe industrie. En een lucratieve.
Doch eene industrie geschapen door en vcor touristen van dit slag. Men houde dit wel in het oog. Nimmer iseenßaliër zelf op dit denkbeeld gekomen. Nimmer zou hij zonder deze touristen, op zulk een denkbeeld gekomen zijn. En voor de hotels van Bali hadden nu de koopvrouwtjes een nieuw glansrn'k artikel. Pornografica Balica. En de touristen zochten snuffelden, snoven gnuifden en giechelden Het artikel was gewild En wat vraagt een koopman meer? Ook al begrijpt hij niet waarom die groote blanke menschen die met zulk een gezag bekleed zijn en zulk een overwicht op hen nebben waarom die nu zoo in het bizonder verzot zijn op dit artikel ja daarvoor veel schoons en goed minachtend Voorbij zien Op een goeden — of kwaden — dag echter ziet een inwoonster van Badoeng een dier bedenkelijke prenten en schrikt zich dood. In ieder geval half dood. Zij rent er mee naar de Hoogere Machten en beweegt hemel en aarde om aan dit schandaal een eind te maken.
Dat zullen we doen, zeggen de Hoogere Machten.
Dat doen we zoo. We nemen voor de hotels alles in beslag wat we van deze „kunstproducten" vinden kunnen, we arresteeren de verkoopsters. En dan gaan we naar de desa's waar ze gemaakt worden, om ook daar direct opvoedend te werken.
Men ziet het: de touristen gingen vrij uit. Een politieman, iv burger, betreedt de desa en vertelt, dat hij zulke aardige prenten voor een hotel gekocht heeft, maar dat ze hem te duur waren, en dat hij wel meent ze hier, in de desa zelf, goedkooper te kunnen krijgen, en wie die prenten dan wel maakt?
Bereidwillig, o, heel bereidwillig was men tegenover dezen afgezant van de Hoogere Machten in Badoeng.
Men toonde hem wat er heel of half gereed was. En toen werd ook hier alles in beslag genomen en volgden de arrestaties.
Zoo doen we dat. Men ziet het, het is alles heel eenvoudig provocatiewerk. Het begint raet de touristen. En het eindigt met de politie.
Of neen, het eindigt nog niet met de politie.
Het eindigt met een deftige zitting van de Balische rechtbank, den Raad van Kerta, in het befaamde gebouwtje, de Kerta Ghosa, te Kloengkoeng. Daar zaten de „schuldigen", de vijftien koopvrouwtjes en teekenaars. En zij hoorden zich eenpariglijk veroordeelen tot vijf dagen gevangenis, of vijf gulden boete. Voor zoover mij bekend is, konden of wilden slechts twee hunner de boete betalen. De overigen gingen het gevang in. Op de vraag, aan een dezer vrouwtjes gesteld, of zij den Hoogen Heeren vertelde, dat zij te voren geen enkele waarschuwing terzake van bestuur of politie ontvangen had, antwoordde zij:
,Dien Hoogen Heeren iets zéggen ?! Wie zou dat durven? En bovendien wat zou het baten?"
Maar wat wil men? Buiten het fameuze gebouwtje — dat een zoldering heeft met teekeningen, waarop.... neen, laat ik liever niemand doen blozen — buiten het gebouwtje stonden de touristen. En zij vonden deze „typische rechtszitting" buitengemeen „interesting". Dat was zij ook, werkelijk dat was zij. En zij maakten er foto's van. Nieuwe reclame voor Bali!
Maar nu in gemoede. Wanneer het bestuur meent reden te hebben om datgene wat krom is recht te maken, lag het dan niet veel eer op deszelfs weg ora de bevolking voor te lichten, te waarschu wen, desnoods te bedreigen, dan ongeletterde koopvrouwtjes onbegrepen straffen te geven voor een schuld, die uitsluitend anderen toekomt?
 

 

DE DOLLAR WAS GEEN CENT WAARD OP BALI. Krantentitel:
Limburger koerier : provinciaal dagblad Datum, editie:
02-05-1933, Dag
 

DE DOLLAR WAS GEEN CENT WAARD OP BALI.

Een medewerker op Bali schrijft aan de „Ind Courant":
Niet zonder een glimlach lazen we hier op Bali de wederwaardigheden van de touristen van de Stella Poiaris in Soerabaia. We moesten constateeren, dat ze het in de krokodillenstad beter gehad hebben dan op het godeneiland. De Stella Polaris kwam hier aan juist op den dag, dat voor het eerst de dollar unquoted was en hoewel men de zaak tamelijk laconiek en vaak van den humoristischen kant opvatte, leidde een en ander toch tot onaangenaamheden. Er was een dame. die een dikke 70.000 dollar in handen had, doch die niet eens voor twee cent katjang goreng kon koopen: niemand wilde een dollar wisselen. De „Bank" in Den Pasar, doen bons werden niet geaccepteerd en men dorstte in het gezicht van de Bar! Dat bleef zoo- Geen lafenis voor de arme rijken! De groote autotochten, die voor den tweeden dag op 't programma stonden werden afgelast. Kortom, voor touristen beteekende dit deel van hun tocht ontbering, ergernis, honger en dorst, terwijl het voor Bali, voor de bars, de koopvrouwtjes met Balische snuisterijen en de autoverhuurderrjeih zeer bepaaldelijk op eenige duizenden verlies uitliep. „Denk eens aan" zei een der touristen, „wij komen uit het rijkste land van de wereld en we kunnen hier voor ons goede geld niet eens een doosje lucifers krijgen!" „Niet erg snugger van de Bank. men had ons daai* toch gerust brjvoorbeelde f 1.50 voor onze dollars kunnen bieden, hetgeen we gaarne geaccepteerd hadden. Dan had de Bank aardige zaken gemaakt, wij waren in staat geweest om het eiland te bewonderen en... Bali had ook zaken gemaakt. Niet bepaald snugger?" Not to be quoted — zoo luidden echter alle officieele telegrammen dien dag en het beteekende. dat de dollar op Bali geen cent waard was. Half op den dag werden echter althans de Balische koopvrouwtjes wijs:zij verkochten han bullen en rekenden den dollar om op f I.—. En zoo waren er op Bali ten leste toch nog ettelijken, die met onmiskenbaar financieel inzicht van den dollarncod gebruik maakten. Er-is al eens meer beweerd, dat een Balische vrouw duizend man te erg is! Overigens was het voor de Stella Polaris-menschen geen paradijs op Bali en zij zullen niet in alle opzichten aangename herinneringen aan het eiland mee naar huis nemen.
 

Mrs. Corrigan. VERLENGD VERBLIJF OP BALI ROYALE BEZOEKSTER. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
20-03-1934, Dag
 

Mrs. Corrigan. VERLENGD VERBLIJF OP BALI ROYALE BEZOEKSTER.



De correspondent op Bali van de „Ind. Court." schrijft: Mrs. Corrigan „and her party" blijven nog een dag of vier op Bali. Eerst Zondag i zal luchtpiloot Scholte de wereldreizigers naar Singapore voeren. Wanneer de charme van dit kleine, wonderlijke eiland j niet al te sterk blijkt en het oponthoud hier i nog langer gerekt wordt.
Mrs. Corrigan verklaarde uw correspondent, dat zij meende, nauwelijks den moed te zullen vinden, a.s. Zondag in het vliegtuig te stappen; het land en de kunstzinnige bevolking hadden zulk een indruk op haar gemaakt, dat zij er bijna toe zou kunnen besluiten, hier te gaan wonen !
Bali zou zeer zeker gesteld zijn op zulk een royale bezoekster. Op werkelijk vorstelijke wijze bedacht zij velen, personen en instellingen. Vereenigingen, die dansen, concerten, theatervertooningen etc. voor haar ten beste gaven, ontvingen rij- i kelijfce belooning, doch tevens schonk zij in natura en in geld giften aan het Bali- j Museum te Bandoeng, fraaie stukken I Balisch handwerk aan het Cleveland- j Museum, hetgeen wederom bijdragen kan tot den roem van Ned.-Indië in het J buitenland. j
Voorts gaf zij steun aan het hospitaal tj e van een Amerikaansche dame, die zich hier vestigde, benevens een gift voor de melaatschen van het eiland. Ten slotte zij nog vermeld, dat zij fraaie Balische costuums schonk ten behoeve van verschillende dansvereenigingen.
Tijgers werden er niet gejaagd. Waarschijnlijk kwam dit bericht in de wereld, doordat de vicomte De la Rochefoucauld en de raarquia De Talleyrand de Périgord het voornemen hadden daartoe, doch daarvan werden weerhouden door het feit, dat de tijd te kort was en hun veel van het schoons, dat er te zien viel, zou ontgaan, wanneer zij er vele dagen voor namen om in Bali's rimboe op grof wild te gaan jagen. Wel werden er door mrs. Corrigan in Afrika tijgerjachten georganiseerd. Het is overigens een ruime wijze van reizen, welke dit gezelschap zich veroorloven kan. Gedurende vijf weken een schip charteren a raison van f 1.000 per dag, dat doen we niet allemaal zoo direct na.
Twee dagen geleden ging per vliegtuig de marquis De Talleyrand „even" naar Batavia heen en weer om, ja, misschien cm sigaretten van een bepaald merk te koopen, die op Bali niet te krijgen waren. Het zal wel iets belangrijkers geweest zijn, dat het voor een pakje sigaretten ook gebeurd ware!
Doch deze luxe ie het eenige, wat deze kleine groep touristen onderscheidt van andere reizende stervelingen. Met name mrs. Corrigan is een innemende, intelligente vrouw, die per saldo waarschijnlijk meer zorgen zal hebben over haar enorm vermogen, dar» genoegen. Het mag vermeld zijn, dat zij persoonlijk al hare zaken regelt, hetgeen wel een bewys is van bizondere kwaliteiten.
Zondag gaat de reis via Soerabaia, waar benzine ingenomen wordt, rechtstreeks door naar Singapore. Dan staan Bangkok, Angkor en enkele andereplaatsen nog op het program, waarna de terugreis naar Europa aanvaard wordt.
Van deze gelegenheid zij ten slotte nog gebruik gemaakt om te vermelden, dat het vliegveld Zuid Bali thans in zoo danigen staat gebracht is, dat bet zwaarste toestel er landen kan. Er is met man en macht aan gewerkt; een verharde startbaan werd aangelegd en het is thans een veld geworden, dat aan zeer hooge eisenen voldoet.
Dat Koppen eenige weken geleden moeilijkheden had, was, naar we thans ver nemen, voornamelijk te wijten aan het feit, dat hij een slecht uitgebalanceerd toestel had, een omgebouwd toestel, dat een tikje topzwaar, of liever kopzwaar, was.
16-4-34
 
Hondsnverdelging op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
06-04-1934, Dag
 
Hondsverdelging op Bali.
 Door En gel sch e n Veearts. Onder patronage van den Prins van Wales is de P. U.S.A. bezig, opruiming te houden onder Bali's honden en zieke die ren.te behandelen. Wat is de P. D.S.A.? „The People's Dispensaiy for S'ck Aoi mals of the Pooi" — zoo heet de instelling, die over de geheele wereld verbetering tracht te brengen iv het lot van onze viervoetige vrienden, aldus de Bilische corr. van de Ind. Crt. Zij doet dit door middel van het dooden vau ondervoede dieren en door behandeling, volgens deskundige opvatting, van zieke dieren. Niet alleen honden.
Het is geen kleine beweging, deze P. D. S.A.. Stichtster en hon. voorzitster is mrs. Diekin, O. B. E , de ziel dezer organisatie van dierenvrienden ; hon. penningmeester is Sir Ralph Paget; onder de „Distinguished Patrons" zyn vele vorstelijke hooglieden, markiezen, graven, baronnen, admi raals, aartsbisschoppen, bisschoppen, kortom een keur der hoogsten in het oude Engeland.
Eo —er zit een kapitaal achter, geweldig ! Er worden geen halve maatregelen genomen. Dr. Cronin, de Engelsche veearts, die thans óp Bali door deze organisatie is te werk gesteld, behandeJde in vier maanden tijds ruim 4 000 honden en doodde er, door middel van een nimmer falende buks, tegen de 14,000. Zyn record is 940opééo dag.
Dr. Cronin rydt op Bali rond in een speciaal voor het doel te Soerabaia vervaardigde ziekenauto, vol flesschen met ge neesmiddelen, verbandstoffen, asphyxiatie toestellen, operatie-tafel, kortom een klein, rydend polikliniekje, dat er wezen mag wat betreft zindeiykheid en algemeene inrichting.
Zuid-Bali heeft thans zn beurt gehad; voor eenige dagen vertiok de auto naar het Noorden, waarna het Oosten aan de beurt is.
Het is merkwaardig, dat de milddadige Britsche vereeniging de honden van Bali zoo lang heeft kunnen vergeten. Was het geblaf en gejank en gehuil dan in Londen niet te hooren ?
Uit Amerikaansche steden werden sedert lang zeer positieve berichten ontvangen omtrent het „duidelijk doorkomen" van vocale luchtstoringen, teweeggebracht door deze rauwe bende Balische gladakkers.
• 'Doch, hoe dan ook, ten slotte zond men Dr. Croiiin uit om hier ook de hand aan den ploeg te slaan. En — men kan er zeker van zijn, dat voor eiken hond, dien hy naar beter oorden weet te zenden, er twintig zyn, die hun kans ontloopen Waarmee slechts gezegd wil zijn, dat niemand eenige vermindering van geblaf bespeurt,:
 

 
BALI ALS TOURISTENLAND. In 1933 1795 bezoekers. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
10-01-1934, Dag
 
BALI ALS TOURISTENLAND. In 1933 1795 bezoekers.
Batavia, 10 Jan. (Aneta). In het afgeloopen jaar is Bali door 1795 toeristen bezocht (tegen 1435 in 1932), waaronder 596 Amerikanen en 498 Nederlanders.
 
Toerisme op Java en.... Elders. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
23-01-1935, Dag
 
Toerisme op Java en.... Elders.
Een „Belanghebbende" schrijft ons: Naar aanleiding van het artikel onder bovenstaanden titel in Uw veelgelezen blad van Maandag jl. en het daarin vervatte verzoek een verklaring te geven, waarom het vreemdelingen-bezoek (van buitenlanders) aan Java, practisch dood is, zou ik U daarop het volgende willen antwoorden:
Ten eerste zijn de tarieven op de lijn Singapore-Batavia veel te hoog; ten tweede is een oorzaak te zoeken in het feit, dat er te Singapore geen enkel goed georganiseerd bureau bestaat, dat uitsluitend werkt voor het vreemdelingen-verkeer naar Java. Een bureau als het Officiëele Toeristeabureau en Nitour, dat juist daar schitterend werk zou kunnen verrichten, ontbreekt ten eenenmale; alleen een dergelijk bureau heeft er belang bij, het toerisme naar en over Java te bevorderen.
Ook de K. P. M. heeft geen belang btj toerisme over Java, waarom zij dan ook in hoofdzaak de kustreizen en het verblijf op Bali propageert, by welk laatste zij zeer groote belangen heeft.
Van de ongeveer 100 toeristen, welke kortelings per K. P. M. van Australië kwamen, hebben slechts enkelen een trip over Java gemaakt, de overigen zjjn langs de kust gevaren met een intens bezoek aan Bali.
Het is voldoende bekend, dat de hotels, het natuurschoon, enz. op Java heel wat aantrekkelijker zijn dan te Singapore en omgeving, zooals in Uw artikel terecht wordt opgemerkt.
Er zijn in het afgeloopen jaar maanden geweest, dat de hotels te Singapore doorloopend tjokvol bezet waren met vreemde lingen; dat, om slechts een maatschappij te noemen, de Dollarline steeds volgeboekt was. Slechts enkele toeristen kwamen door naar Java. Intense voorlichting omtrent het maken van een trip over Java, kan men in Singapore niet bekomen.
Het wordt hier in Nederlandsch-Indië biykbaar niet begrepen, dat een goed georganiseerd vreemdelingenbedryf millioenen in het laatje brengt. Er wordt practisch niets voor gedaan. Indien mea vergeiykingen treft met Europeesche staten of andere Oostersche landen op dit gebied, kan men zich niet verwonderen over het feit, dat Nederlandsch-Indië bijna volkomen door de toeristen wordt genegeerd.
Ja, periodieken verschijnen er voldoende, er komen zelfs steeds nieuwe by. Deze worden dan volgepropt met advertenties, in hoofdzaak van hotels, opdat er aan de uitgifte toch vooral maar verdiend zal worden.
Ook van de toeristen-bureaux als Cook, American-Express enz., mag niet veel verwacht worden.
De meeste toeristen zijn angstig te reizen in een land, dat de gouden standaard handhaaft, en wat dit betreft voor Nederlandsch- Indië, zeer zeker ten onrechte.
De hotels zijn beslist niet te duur; zij zyn nog steeds goedkooper dan de geiykwaardige' hotels in het buitenland.
Bovendien, een toerist, die een reis onderneemt om het geheele Oosten te bezoeken, behoeft heusch niet op een paar honderd gulden meer uitgaven te zien, welke door een bezoek aan Java zouden worden gespendeerd.
Op welke wyze men dan het vreemdelingen-bezoek aan Nederlandsch-Indië met kans op zeer veel succes zou kunnen bevorderen? Door oprichting van een goed georganiseerd toeristenbureau te Singapore, in samenwerking met de Regeering, scheepvaart, Nederlandsch-Indische toeristenbureaux, spoorwegen, hotels, auto-verhuurderyen, enz, enz.
Taxeeren wy de kosten van een dergeiyk bureau op ongeveer f 2.500 per maand, dah zyn deze toch gemakkehjk te dragen. Laat men nu de uitgifte van al die periodieken staken en één goed geredigeerd periodiek uitgeven zooals Japan, Italië, enz.
De kans op succes wordt daardoor veel grooter en de kosten voor de adverteerders veel minder.
Ik hoop, dat door Uw artikel en door deze beschouwingen, de belangstelling voor het vreemdelingen-verkeer naar en in Nederlandsch-Indië dermate mag toenemen, dat öf de Regeering by monde van het Officieel Toeristenbureau, öf de scheepvaartmaatschappyen het initiatief zullen nemen tot vestiging van een bureau te Singapore alg door my beoogd.
 
Het toerisme op Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
07-05-1936, Avond
 
Het toerisme op Bali.
Een correspondent op Bah van de Loc. wijdt een beschouwing aaa de l**k«»msten. dle BaU uit het toerisme trekt HU vermeldt daarbij, dat de drommen vreemdelingen, dle BaU vluchtig bezoeken over weinig geld beschikken en du, weinig uitgeven. HU maakt een berekening van wat BaU nan de "n-eemdellngen jaarlijks verdient en komt tot een bedrag van / 100.000 Wanneer men weet dat de uitvoer uit geheel Bail per Jaar ongeveer 5 miUloen gulden bedraagt, dan ls deze ton van het toerisme nlet bijster veel. Doch dé BaU»* is daarmede gebolpen. In leder geval acht daar niemand hot een reden tot klagen, wanneer Inkomsten niet zoo groot uitvallen als men wel verwacht of gehoopt had.
 
VICKI BAUM GAAT 4 MAANDEN NAAR BALI Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
05-06-1936, Avond
 
VICKI BAUM GAAT 4 MAANDEN NAAR BALI
Het Nieuws van den Dag van Ned. Indië las in de South China Mornlng Post van 11 Mei, dat Vicki Baum. de schrijfster on. van Menschen lm Hotel, voornemens is, een tweede bezoek aan Bali brengen.
Zij is met de President Coolldge ult Amerika vertrokken en in Sjanghai gearriveerd, waar zij voor een korte vacantie vertoefde. Van daar zou ze eerst naar Peiping vertrekken, teneinde vrienden te ontmoeten, alvorens zij de reis '.Zuidwaarts zou beginnen.
Haar bezoek aan Ball zal ditmaal vier maanden duren, aldus deelde de schrijfster aan een vertegenwoordiger van bovengenoemd blad mee, gedurende welken tijd zij een boek over Ball zal voltooien. Do gegevens voor dit nieuwe werk werden een jaar geleden bij het eerste bezoek van de schrijfster aan Ball verzameld; een schets ligt reeds gereed. Thans moet het boek, waarvan de titel nog niet vaststaat voltooid worden.
Vlckl Baum heeft gecontracteerd met de Me» tro Goldwyn Mayer, voor welk concern zij reeds tal van scenario's schreef. Bovendien heeft zij nog twee boeken geschreven, die ln Frankrijk verfilmd zijn. Het eerste „Lac au Damos" (in Amerika onder den titel: Martln's Summer) Js in Ned. lndlë reeds vertoond. De andere film heet: Helene.
In Hollywood schreef Vlckl Baum ook een filmverhaal voor Greta Garbo, getiteld: Camllle. De verwachting is. dat binnenkort aan de ver» filming van dit nieuwe verhaal wordt begonnen.
Op welken datum Vicki Baum naar Ned. Indlë zal vertrekken staat nog niet vast.
 
Bali op twee Vleugels... Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
26-10-1937, Dag
 
Bali op twee Vleugels...
's Avonds gaven de heeren Colin Mc Phee en Walter Spies aan boord van de ?Op ten Noort" een pianoconcert op twee vleugels van Balineesche muziek.
In een lezing vooraf zette de heer Mc Phee de beginselen van de Balische muziek Uiteen en de waarde die de bestudeerrng daarvan heeft voor den Westerschen componist.
Donderdag 21 October is het hoogtepunt geweest, niet alleen doordat de oudheden als de olifantsgrot, het rotsrelief in de awahs, de keteltrom en de koningsgraven en de Poera Empoel zeer het bezien waard zijn, maar omdat de odalan, het jaarfeest van dezen tempel juist op dezen dag viel en de congressisten getuigen konden zijn van do wijze waarop de Baliër zijn heilige plaatsen eert.
's Middags bood de Bestuurder van Gianjar een zeer geslaagde dansvoorstelling aan. De spelers, de maskers, de clowns, —
het kleine clowntje niet te vergeten, — waren voortreffelijk, het verhaal aan de hand van de schriftelijke toelichting goed te volgen.
De dag werd besloten met een ketjakvoorstelling te Bedoeloe, een onderdeel van een bepaald soort trance-dans.
Vrijdag 22 October werd allereerst gereden naar de Poera Kehen, den rykstempel van het vroegere landschap Bangli. In tegenstelling met Besakih, waar zeer spaarzaam beeldhouwwerk op voorkomt, is de padocraksa, de overdekte toegangspoort van dezen tempel zeer r<jk, maar toch harmonieus versierd. De reusachtige waringin die het complex overschaduwt, maakt dezs plek koel en weldadig aandoend.
Via den kraterrand van het Batoer-complex, met een schitterend uitzicht op he-. meer, den binnensten krater-kegel en den ouden, nog onbegroeiden lavastroom uit dé jaren 1925 i-n 1927, werd naar Kintamani gereden, waar hai is-dan:-en en een ang kloeng-voarsteling werden gegeven, aangeboden door den Bestuurder van Bangli,
Deze wapendansen, waarbij de dansers op rijen staand verschillende danspassen maken met speren of schilden in de hand. zijn niet boeiend door schoonheid van beweging en mimiek, maar wel merkwaardig door hun algemeene verbreidheid in dezen archipel, hun primitiviteit en hun magisch? waarde.
Na dc lunch in het K.P.M.-hotel te Kintamani werd gereden naar den rijkstempel te Gelgel, waar een djangerdans en een barongvoorstelling werden gegeven, aangeboden door den Bestuurder va.i Kloengkoeng.
De djanger is een carré-dans, waar een rij meisjes met stralenkransvormigen, kleurigen hoofdtooi tegenover elkaar zitten, geflankeerd door met snorren als man vermomde jongelingen, die beurtelings en ook gezamenlijk zingen en zittend dansen, met hoofd en oogen, met armen en heel het bovenlijf. Deze dans is echter meer kleurig en aardig om te zien dan zinvol.
Des avonds bood de Bestuurder van Gianjar aan genoodigden een diner aan, waarna zij en belangstellenden gelegenheid hadden een Javaansche wajang-orangvoorstelling te zien. Merkwaardig was het te observeeren hoe het Balische publiek reageerde op deze voor hen ongewone wijze van tooneel- en muziekspel. De zeer verfijnde, op vertooningen in den kraton ingestelde wijze van opvoering is wel heel anders dan de meer boersche en boertige Balische vertooningen, die meestal gehouden worden door desamenschen voor desamenschen. Mien krygt den indruk dat Java, noch Bali, blijvend van genre zou willen ruilen.
 
Wij, in Indië kennen ons Land niet Meer reizen in Vacantie naar Buitengewesten Toonen U Schoonheid der Natuur Passagierstarieven zijn niet zoo Duur Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
20-07-1938, Dag
 
Wij, in Indië kennen ons Land niet meer,  reizen in Vacantie naar Buitengewesten Toonen U Schoonheid der Natuur Passagierstarieven zijn niet zoo Duur
De koloniale Nederlander kent zijn eigen mooi Indisch land niet genoeg; hij blijft te dicht bij honk, en voor zijn vacantie gaat hij niet verder dan de bergen op enkele uren van zijn woonplaats verwijderd. Waarom steekt hij niet over naar de andere eilanden, waarom gaan de Soerabajaan, de Bataviaan niet naar Sumatra, naar de mooie Menangkabausche landen, naar Brastagi, waarom zien wij de gezellige Delianen niet bij ons in Bandoeng, Garoet of Tosari en Nongkodjadjar ? Waarom geen Indische touristen-wisseilng van Java naar Sumatra en viceversa? De „Deli-Courant" breekt thans een lans voor het interinsulair toerisme, hetwelk ondanks de teekenen van groei, toch nog niet tot voldoende ontwikkeling is gekomen. Wat de K. P. M. en de Nitour tot dusver hebben gedaan om er den eersten goeden stoot toe te geven is loffelijk en verdient volle waardeering. Natuurlijk moet erop dit gebied nog veel meer worden verricht. De propaganda kan worden uitgebreid, de reizen kunnen nog goedkooper worden, de Nitour-organisatie nog meer geperfectionneerd. Doch dit is eerst mogelijk, wanneer de thans gedane pogingen hun honorarium vinden in een toenemend toeristenverkeer tusschen Java en Sumatra bijvoorbeeld. Dat zich thans reeds zulk eene toename duidelijk afteekent, stemt tot voldoening. Het is in inderdaad een zeer verheugend verschijnsel, dat het toerisme tusschen Java en Sumatra wederzijdsch toeneemt, zoo schrijft de „Dcli Crt." Al jarenlang hoort men de klacht: wat weet de in Indië levende en werkende Europeaan toch weinig van de glorieuze schoonheid van onzen Archipel. Hij reist in zijn Europeesch verlof van hot naar her, hij zoekt overal in de wereld natuurpracht op, maar voor de overweldigende verrukking van het landschap, dat vlak bij de hand ligt, en waarvoor buitenlandsche toeristen duizenden kilometers afleggen om haar te ondergaan, is hij blind. Zoowel op Java als hier op Sumatra vindt men talloozen die van oordeel zijn, dat de eene klapperboom precies op den andere gelijkt. Zij arbeiden dies een half menschenleven binnen een zeer beperkt gebied en sparen hun geld vooreen reis naar Zwitserland of naar elders in West-Europa. Het aantal Delianen, dat langer dan twintig jaar „in Indië,, is geweest, maar van dat Indië niet anders kent dan de Oostkust van Sumatra, is schrikbarend hoog.
Hun gebrek aan belangstelling voor Indisch toerisme valt voor een aanzienlijk deel te verklaren uit een manco aan kennis omtrent Java's schoonheid. Men heeft nooit moeite gedaan hun die kennis bij te brengen. Er was geen enkele organisatie die een reis naar mooi Java propageerde die hun van deze schoonheid en die wonderen op de hoogte bracht en die het reizen gemakkelijk voor hen heeft gemaakt. Zij ontvingen hier wèl fraaie boekskens met den lokkenden oproep: Komt naar Zwitserland! Of: Reist door Italië! Doch van Java wist men hoogstens, dat daar zonder twijfel óók klapperboomen groeien en dat de zon er even fiksch brandt als hier.
En dan was daar nog een ander bezwaar, dat tot voor zéér kort in zijn volle zwaarte gelden bleef: Het reizen door den Archipel is altijd uiterst kostbaar geweest. Maar dat bezwaar is thans gedeeltelijk weggeruimd. Inmiddels heeft de K. P. M. echter sedert kort een zeer ingrijpende verlaging voor reizen van eenigszins langen duur ingevoerd. Men ziet nu reeds het resultaat. Er wordt een druk gebruik van de booten naar Java en die naar Sumatra gemaakt. Is het bezwaar van de duurte der K. P. M.-verbindingen voor den toerist dus practisch geëlimineerd, anderzijds heeft de Nitour er voor gezorgd, dat hem tegenwoordig ook eene uitstekende serviceorganisatie ten dienste staat, die op beide eilanden voor het interinsulair toerisme gedurig meer propaganda gaat maken. Het is den Deliaan thans mogelijk voor een redelijk bedrag een drieweekschen toer naar Java en terug te ondernemen, waarbij men de schoonste streken van het Groene Eiland bezoekt en bovendien nog vier dagen op Bali vertoeft. En het kost den Java-man geen kapitalen meer, als hij de weelde van de Sumatraansche natuur genieten wil. Dit wederzijdsch contact heeft vele voordeden. In de eerste plaats is daar het economisch belang. Men dient dat niet te onderschatten. In landen als Zwitserland en Italië is het toerisme tot eene ware industrie gegroeid, waar jaarlijks millioenen aan worden verdiend. Zulk een vaart zal het in Indië nu direct wel niet loopen, maar dat een behoorlijk georganiseerd toerisme ook voor dit land bizonder voordeelig is, staat buiten kijf.
Dan is daar nog het niet in cijfers uit te drukken belang van een nauwer persoonlijk contact tusschen de werkers in alle deelen van den Archipel. Wij spraken onlangs een bekende, vooraanstaande Bandoengsche figuur die meer dan 25 jaar op Java woont en werkt, maar die Sumatra nooit gezien had. Hij maakte thans voor de eerste maal een trip over ons eiland, een vacantie-reis. Hij kende den geheelen Pacific, behalve Sumatra, en voor een reis naar Europa ontbrak hem de tijd. Maar bizonder veel had hij zich van dit gebied eigenlijk niet voorgesteld.
Toen hij op het punt stond weer naar Java te vertrekken, zocht hij ons op en hij begon zich te verontschuldigen over het feit, dat hij Sumatra tot dusver verwaarloosd had. Wij verbeelden ons op Java altijd, zoo zeide hij, dat wij het daar wel weten, en dat Indië bij ons begint en eindigt. Doch ik moet toegeven dat ik mij heb vergist. Ik heb hier ontzaglijk veel geleerd, vooral, in de aanschouwing der cultures, en ik vind dat iedere cultuurman op Java minstens éénmaal in zijn loopbaan naar Sumatra behoort te gaan. Wat het natuurschoon betreft: de Westkust overtreft alles wat ik tot dusver ergens gezien heb.
Zoo ging het hier een prominenten Javaman, en zoo gaat het ons als wij op Java komen. Men leert van elkander, men verbreedt zijn blik, men begint het geheel, dat Nederlandsch-Indië is, beter te begrijpen, men gaat het verband zien door het onderkennen der verschillen, en men knoopt soms verbindingen aan, die van groote waarde blijken te zijn.
 
NED.-IN DIE Tourisme op Bali Touristen Blijven Weg door Chineesch-Japansch Conflict Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
02-02-1938, Dag
 
NED.-IN DIE Tourisme op Bali Touristen Blijven Weg door Chineesch- Japansch Conflict
Hot aantal touristen, dat in het afgeloopen jaar een bezoek aan Bali bracht, is een ncel eind beneden de verwachting gebleken. In de latere maanden werden tallooze trips gecanceld in verband met den oorlog in China. Naar verluidt, heerscht zelfs in kringen van intelligente reizigers de geografisch niet geheel verdedigbare meening, dat Shanghai en Bali vlak bii elkaar liggen &
Ook voor het jaar 1938 zal de werkelijkheid^ teleurstellend zijn, schrijft de „Ind. Crt." Nog dagelijks worden trips afgezegd, waarvoor reeds maanden geleden schikkingen getroffen waren.
De invloed van den oorlog is uiteraard ook bemerkbaar in de groote .„cruises". Wet aantal touristen, dat met de komende groote schepen op Bali en Java zal arriveeren, is ook veel geringer dan vorige jaren het geval was, soms 50% minder! Intusschen worden de volgende cruiseschepen verwacht: de „Steila Polaris", het {uxe jacht, van 10 op 11 Maart; de „Reüance" van 21 op 22 Maart; de „Empress ot Bntain" van 24 op 25 Maart en de ..Franconia" van den 3den tot den Iden April.
De tijd voor Bali en Java uitgetrokken is weer even kort als vroeger, hetgeen naar nu reeds jaren lang gebleken is, teleurstellend is voor een groot deel der passagiers, die men vaak hoort verklaren, dat ij gaarne wat langer zouden vertoeven op ueze eilanden, de eenige die — naar zij bewpif 1' ~~ niet teleurstellen .na de reclame **>*« er V°°r gemaa*t wordt. Bestaat er h^mr?°!ter?kh€i<i om hierin verandering te ttinff ¦ , t zou deze -cruises" aantreknïv, kea 6n Indië ten g°ede komeni« hu r gewfone touristenbezoek aan Bali LIV V6el §eringer dan het vorig jaar, ook hier weer het verschijnsel van cancel' Jng van ettelijke voorgenomen reizen. Men kan niet verwachten, dat hierin verande" n »oede zal komen, voordat de strijd ui China in vrede veranderd is.
 
HET WONDERE BALL Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
16-05-1940, Ochtend
 
HET WONDERE BALL
Ja — er is toch eens een Amerikaan geweest die niet verrukt was van BaU. Dat zal aan de honden gelegen hebben. Want de vrouwen van Bali zijn mooi. niet alleen in hun bouw. maar ook in hun houding. De mannen, de kinderen zijn van het goede soort, maar de honden — een heel apart soort! — zijn een ramp. Men moet leeren over hen heen te zien — dan is alles pas goed.
De directie van de K. P. M. heeft een twaalf» tal kleurenreproducties van het eiland laten maken, naar etsen van den schilder W. G. Hoffer teneinde bij toeristen , het verlangen op te wekken. Bali te gaan zien. In lijn en kleur wordt hun een zeer boeiend verhaal van het wondere eiland verteld. Vermoedelijk zal het zun doel niet missen, waarvan dan allen, die direct én indirect bij het toerisme betrokken zijn, de schoon» vruchten plukken/De onder» werpen zijn met zorg gekozen, de uitvoering verraadt goeden smaak: het maakt ook op den toerist een prettigen indruk als men hem iets goeds aanbiedt '
 
Wat de vreemdelingen van Bali maakten Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
21-01-1940, Dag
 
Wat de vreemdelingen van Bali maakten
De reclame e» de propaganda van de reis» bureau» hebhen van Bali het moderne eiland gemaakt, hoewel Java en Sumatra zeker in schoonheid niet voor Bali onderdoen. Maar dit laatste heeft de lijkverbranding, die een publieke vermakelijkheid geworden is.
De Indische redacteur van De Avondpost heeft er, na 35 jaren, een bezoek gebracht Eertijds had zoo goed als nooit een blanke en zeker' geen Nederlander, voet aan wal van het eiland gezet; althans niet in het Zuidelijk deel.
Het land was volkomen ongerept; wat van het volk niet kon worden gezegde Kwade ziekten, overmatig gebruik van sterken drank en opium, hadden het mooie Balineesche volk lichamelijk en geestelijk ondermijnd en de vorsten en hoofden gingen eerder het volk op den verkeerden, dan op den goeden weg voor. ln dat volk was, door de ongelukkige wijze, waarop die vorsten en grooten „bestuurden", elk spoor van energie, elke nelging tot behoud van cultuur, verdwenen. Over het Bali van thans meldt de schrijver: Bali is geen natuurland, het Balineesche volk geen natuurvolk meer. Bali is een kijkspel ge» worden, met veel reclame, veel zucht naar ge» win, en onnatuurlijk gedoe, dat den vreemde» ling moet trekken en geld moet brengen. Het volk heeft zich daarop Ingesteld. Een lijkverbranding is de gebeurtenis, die in gunstige ge» vallen een halve tot een heele ton doet binnen» stroomen. In vreemdelingen-tijden behoort er een lijk of behooren er meer, beschikbaar te zijn voor het festijn.
Zijn er genoeg vreemdelingen, dus is er ge» noeg geld, dan wordt er gedanst en gespeeld
Spelers, dansers, muzikanten, ze spelen en dansen, zooals het moet en behoort, maar.. voor geld en niet zelden zonder zich te geven. Wat velen onder het publiek zeer goed weten en voelen.
De hoofdplaats van toeristisch Bali ls Den Passar, waar een paar hotels zijn. Goed, maar duur. Ook in enkele andere plaatsjes kan men overnachten en eten.
Den Passar is het centrum. Een Indische plaatr, wat bouw betreft; een Eugelsch»Ameri» kaansch plaatsje, meer dan Nederlandsch, voor wat aangaat opschriften, aanwijzingen en ge» bruiken.
Er zijn gidsen. Ze spreken — volgens aanduiding — Engelsch, Amerikaanse!», Duitsch.. maar geen Hollandsen. Men kan er een Engllsh breakf ast krijgen, maar geen Hollandsen ontbijt tenzij men er speciaal om vraagt Engelsche en Amerikaansche cocktails, eerder dan Hollandsche jenever. Want, de nlet-Nederlaudsche vreemdeling ls de man met kapitaal en dle kan worden afgezet De Hollander veel minder.
Wil men iets koopen. dan noemt mes u éérst den Amerikaanschen prijs, bijv. IS gulden. Legitimeert ge u als Hollander, dan wordt het f 7.40 en ge krijgt het artikel voor 3 a 4 gld. Men . kan er ook andere dingen koopen! Foto's, sommige nlet bepaald pour la jeunese! Men wordt er des avonds, net als in echte groote steden, aangehouden door «dames,'' dle zich welwillend beschikbaar stellen om u afleiding «m genoegens te v«-«Qalla». Inderdaad, ook ia dat opzicht is Bali met zijn tijd medegegaan en geciviliseerd. Maar in zijn voordeel veranderd? Geenszins. - Alles is hier ingesteld op het verschaffen van vermaak aan den vreemdeling en het. opstrijken van zooveel mogelijk geld ult hun zakken. Daarvoor kleed de bevolking desnoods haar eigen cultuur uit Is Bali in onze oogen veranderd? Natuurlijk. Zeer Zeer sterk zelfs. Wat de natuur betreft, de moderne hulpmiddelen stellen u in staat alles in korten tijd te zien. Maar de menschenl Deze zijn het meest ver» anderd.. Van eenvoudig natuurmensch is een deel der Ballneezen geworden, beter, verworden, tot een geldnajagende menigte, waaraan de natuurlijkheid goeddeels ontbreekt en waarin het gekunstelde, de plaats inneemt van dat» gene, wat uit het innerlijk zou moeten komen. In dat opzicht valt Bali tegen. Misschien, dat de Balinees zelf den grootsten afkeer heeft van wat hlj. ter wille van gewin, vrijwel dagelijks moet doen. Het toerisme en dé reclame hebhen Bali en het Zuld-Ballneesche volk ten deele reeds bedorven.

 

 

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen