Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen

De Vrouwen

Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
12-02-1913, Dag

Per Waltham-auto dwars door Bali.
De vrouwen van Bali,


Gij kent haar nog niet, geachte lezer, de vrouw van Bali ? Hebt gij ze nog nimmer ;gezien als ze op den stillen landweg, komende van de bergen, haar- zwaren last gracievol liet balanceeren op haar hoofd ? Zie hoe zij onbeschroomd nadert, onbevangen u toont het prachtig bovenlijf, geheel ontbloot tot aan de wiegelende heupen. En geïntimideerd wordt gij door de majestucuse deining en •den machtig breeden opzet van haar rijzige statuur!
Haar gezicht is effen én strak. De groote zwarte oogen, die het gelaat zooveel teekening geven, richten zich op de uwe en er is niets in wat hare gedachten zou kunnen verraden. Vrij en frank biedt zij u als het ware den overvloed van haar fijn gewelfd e a boezem, onbewust van haar eigen schoonheid en nog minder van uw „zedelijkheidsideëen" die gij uit het Westen medenaamt.
Zoo verkeert zij ongehinderd tusschen de honderden mannen van haar ras op het marktplein en eerst het onbeschaamd fixeeren door den blanken vreemdeling maakt haar verlegen. Dan wordt zij zich blijkbaar bewust van hare naaktheid, welke juist zoo prachtig was door de schoone onschuld der natuur, die iederen minderwaardigen of geraffmeerden opzet buitensloot. En door deze echt natuurlijke onbevangenheid van die bijna naakte mooie vrouw, komt het dat gij bij elke ontmoeting reeds veel eerder uwe oogen neerslaat dan ge misschien van plan waart geweest te doen, voelende, dat gij met uw bekrompen gedachtengang het algemeene vertrouwen dat zij stelt in hare omgeving, beschaamt, zoodra gij uit gebrek aan piëteit, de maagdelijkheid van dit natuurgebruik gaat verstoren.
Want wanneer de vrouw van Bali zich gaat schamen voor hare naaktheid zal zij, evenals het Adam en Eva verging in het paradijs, verdorven zijn. En nietwaar, ge zoudt inktwerper moeten wezen of eene stompzinnige bruut om met opzet een vuilen veeg te geven tegen dit onbesmeurde vel van het Balineesche zedenboek.
Het karakter van de vrouw van Bali is geheel in overeenstemming met de fierheid en de waardigheid van hare gestalte. Indien zij zich overgeeft aan eene gemoedsstemming, dan doet zij dat geheel en zonder voorbehoud. Als de wellustige mond zich plooit tot een lach, dan jubelen de hagelwitte tanden en de blijde schittering der oogen geeft aan het daareven nog zoo strakke gelaat zoó'n algeheele verandering, dat gij geheel bevangen wordt door de blijdschap en innemendheid, die u zoo rijkelijk tegenstralen.
Maar indien de vrouw van Bali weent, dan kent ook hare droefenis geen grenzen. Dan loopt zij, wij weten het van 1906, tot vlak voor de geweren van onze soldaten en biedt zij de bloote borst als schijf voor het moorddadig vuur. En waar de krijgsman aarzelt, en wie zou het hem niet vergeven, daar grijpt zij zelve naar de kris en van haar trotsche borst is weldra de ivoren huid doorboord en gulpend bloed stroomt over de fijne welving harer buste. Dan breekt heur oog en de sierlijke lijnen van het fiere lichaam schrompelen ineen .... en het wonder der schepping, dat jaren noodig had zich te ontwikkelen, ligt daar neer, in minder dan geen tijd ontzield, omdat zij, de Balineesche vrouw, bekommerd was en weenen wilde met geheel haar lijf, tot aan het bittere einde toe.
Ook in de liefde is de vrouw van Bali voor den Westerling een onbegrepen mysterie. Zij waant zich n.l. geboren uitsluitend om te beminnen en om bemind te worden. Speur hare geschiedenis na, ja, zie haar eigen gracie en figuur het u bevestigen. Maar daarbij scheen het altijd wel of er een fatum rustte op deze passie en dat ze voorbeschikt was te midden van haar liefdefeest ten onder te gaan.
Wantde vrouw van Bali is in hare liefde niet alleen heroïk, maar ook natuurlijk. Gaarne torst zij de lasten op haar hoofd en gaarne is ze bereid te sterven voor hem dien zij bemint. Maar evenzeer verlaat zij zonder bezwaar den man, die door verspilling zijner krachten, niet in staat is om den overvloed van haar Oosterschen hartstocht te bevredigen. En zoo komt het, dat, waar vroeger voor de Balineesche vrouw bij overspel de doodstraf de onverbiddelijke uitspraak was, er altijd eene ongetelde schare van deze kinderen der natuur als overspelige vrouwen werd om hals gebracht, onmiddellijk nadat zij haar vermeend geluk dachten te hebben gevonden.
Dat moorden geschiedde dan door hunne radja's, die zelven de natuur op allerlei wijzen geweld aandeden en onder den titel van 'Goesti hunne veelwijverij en de daarbij in zwang zijnde practijken op zoon gruwelijke wijze in toepassing brachten, dat er met het leven van den Balinees werd gespeeld als met het leven van een vlieg. Als b.v. de Goesti werd bekoord door het uiterlijk van de vrouw van een zijner onderdanen, dan moest de echtgenoot ze onvoorwaardelijk afstaan en werd zij bij de andere vrouwen tijdelijk in de poeri ondergebracht. Maar als zij te eeniger tijd weer werd geloosd, soms na een week, soms na eenige maanden, dan was het haar op straffe des doods verboden ooit weer bij haar eigen man terug te komen, welk bevel natuurlijk moest bewerken dat bij haar intrede in de poeri alle oude relaties door haar voor eeuwig zouden worden afgeschreven.
Doch waai' liefdesbanden niet zoo maar op bevel kunnen worden verbroken —en de vrouw van Bali wéét lief te hebben met schier onuitbluschbaar vuur — daar werd niet zelden bij hare wederintrede in de maatschappij met fleren tred door haar den doodengang aanvaard naar den geliefde. De Balineeesche schoone deed dat dan met waardigheid en niet langs omwegen of in het duister. En als zij dan eindelijk weer rusten kon aan zijn breede borst en na het lange scheiden de volheid van haar verlangen weer kon woiden bevredigd, dan werden niet zelden deze aaneengesmede zielen nog in hun liefderoes doorstoken om schooner leven in te gaan aan de andere zijde van de levenspoort. ...
Een der radja's van Bali is na een leven vol ongerechtigheden ter ziele gegaan. Van zijn veertig vrouwen heeft de mooiste, zijn favorite, zich bereid verklaard om haar meester vrijwillig in den dood te volgen. En als de dag der lijkverbranding volgens Brahmaansch gebruik is aangebroken, dan verschijnt zij in offercostuum in de hooge poort van de poeri en begeeft zij zich tusschen de menschenmenigte, die zich rondom de plechtigheid heeft verzameld.
Een groote drakenstellage bevat het stoffelijk overschot van den gestorven vorst, terwijl een vijftien meters verder een groote kuil is gegraven van ongeveer zes meter middellijn, waarin de opgestapelde brandstof reeds sedert eenige uren smeult en knettert en waarin de vlammenzee slechts in bedwang wordt gehouden door een smoorende rookwolk, die als het ware wacht op het oogenblik waarop zij zal worden vrijgelaten.
Plotseling wordt de drakenstellage aangestoken. Met onbeschrijfelijke snelheid slingert zich het vuur naar boven. Hoe fantasti^h wordt de menschenmassa door dezen vuurgloed verlicht! En ziet, daar verschijnt op den voorgrond, in het ongedurig licht van de vlammenzee, de ten doode gewijde, het bijwijf van den radja, de vrouw van Bali. Terwijl ze alleen de trap beklimt, naast den kuil opgesteld, wordt het vuur onder haar opgestookt. En als zij na eenige oogenblikken het platvorm op tien meters hoogte heeft bereikt, dan is het levende decor voor hare figuur aan alle zijden in volle actie. Dan wordt zij wonderlijk fantastisch beschenen door de hoog oplaaiende vlammen van de lijkenstellage.
En als was zij zelve de godin van het vuur, zoo kookt en ziedt het onder hare voeten als in een heftig werkenden krater. In haar volle lengte heeft ze zich opgericht. De vrijgelaten rookwolken hullen haar nu en dan in een donkeren sluier en, opstijgende, vullen ze de leege ruimte boven haar hoofd als ware het een branding van golven van vuur. Het woedende element in den moordkuil onder haar, begint steeds heftiger te worden en telkens lekken de reuzenvlammen over den rand van den kuil en wordt de menschenmenigte achteruit gedrongen door den helschen gloed.
En als het vlammenspel is ten top gevoerd en de heldin daar boven nog een enkelen blik heeft geworpen op de brandende stellage van haar geliefde, dan waagt zij zonder aarzeling den doodensprong in het woeste kratervuur daar beneden. Achter den sluier van rook en onder den spiegel van deze vlammenzee sterft de vrouw van Bali daar vrijwillig een heldendood, waarvan weliswaar de wereldgeschiedenis niet zal verhalen, maar waarvan de historie van het volk zelve ongetwijfeld zal blijven tin-, telen tot in verre geslachten.
Zoo te sterven op het altaar der liefde, schijnt voor de vrouw van Bali een desideratum te zijn, de climax van haar hartstochtelijk karakter, de hoogste hittegraad van haar verschrikkelijk liefdevuur. Of was het soms niet diezelfde drift, datzelfde fatum, dat de harem vrouwen van Badoeng bewoog om met hun vorst tezamen te willen sterven en indien dit niet ging door het lood onzer geweren, dan maar door de eigen hand of door de kris hunner verwanten ?
De slachting van Badoeng was uit dit oogpunt beschouwd, niet anders dan een hartroerend liefdesfestijn, zoo grootsch en ontzettend als bijna nooit op deze wereld kon worden aanschouwd. En hoe onthutst daarbij onze officieren in 1906 hebben gestaan, toch was deze heldentragedie gesproten uit de zwakke zijde van het Balische vrouwenkarakter, slechts eene, op zuiver natuurlijke wijze en volgens de zeden van het land afgespeelde gebeurtenis, welke zich dan ook twee jaar later, bij den ondergang van den radja van Kloengkoeng, op dertig mijlen afstand van Badoeng, op gelijke wijze heeft herhaald.
Op beide historische plekken is het geplengde menschenbloed gelukkig opgedroogd en verdwenen. De poeri's zijn met den grond gelijk gemaakt en het willekeurig gezag van de gesneuvelde vorsten is vervangen door een geregeld en rechtvaardig direct gouvernementsbestuur.
Het fatum, waaronder de vrouw van Bali gedrukt ging, schijnt opgeheven en sedert de vrijmaking en de bescherming, haar door ons Bestuur verleend, zijn hare oogen geopend geworden voor de drogredenen waarmede het vroegere zelfbestuur haar altijd doemde tot den ondergang. En op dezelfde plaats waar eens hare zusters in extase voor vermeende idealen, den dood zochten, daar schrijdt zij nu voort als eene herborene, als de dochter van een nieuwen vader. En zij zou geen vrouw van Bali moeten zijn, indien ze niet ging bewijzen dat zij het vaderschap van het Nederlandsche gouvernement waardig is. H. W. Jonkhoef. Semarang.
 

 

 

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen