Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen

Algemeen

 
Gruwelen op Lombok. Krantentitel:
Nieuwe Tilburgsche Courant Datum, editie:
06-10-1889, Dag
 
Gruwelen op Lombok.
In de Soer. Ct. en in de Javabode komen correspondenties voor omtremt ernstige mishandelingen, door Arabieren op Lombok op hun slaven bedreven.
De slavenhandel, lezen wij, en de daaraan verbonden gruwelen worden daar op barbaarscher wijze uitgeoefend dan ergens in de slaveustreken. De bevolking van Ampenan bestaat uit Arabieren, Chineezen, Maleiers en inboorlingen. Er zijn zoowat 90 Arabieren, meest lieden, die van kustplaatsen op Java en op andere eilanden zijn weggeloopen, om hun verplichtingen te ontduiken. De voornaamste Arabier is Said Abdullah bin Abdoerahim Alkadrie. Deze man verdween een 25 tal jaren geledon van Batavia, is nu de voornaamste raadgever van den sultau en bijna oppermachtig. Men zegt, dat hü reeds een 75 tal inboorlingen heeft gedood. Arabieren koopen en verkoópen slaven , zooals kooplieden in rijst en andere voortbrengselen handelen. De slaven worden zoo verschrikkelijk door hun meesters mishandeld, dat zij steeds trachtten weg te loopen. Als zij op heeterdaad betrapt worden, worden zij onmiddellijk gedood on het was op den ln Aug., dat vier menschen ter slachtbank worden geleid, twee jonge mannen en twee vrouwen. Ecu der mannen, ongeveer 20 jaren oud, behoorde aan den panghoeloe of priester van de plaats. De andere drie, aan Said Abdullah toebehoorende, waren een jongen van 16 jaren en de beide vrouwen onderscheidenlijk 20 en 25 jaren. Gedurende de maand Juli trachtten deze 4 slaven met een boot te vluchten naar Boeleloug, maar, door slechten wind beloopen, ankerden zij bij de kust van Lombok, werden door den zoon van hun meester Abdullah herkend en ia ketenen naar Ampenau gezonden. Abdullah gelastte nu, zonder onderzoek, dat de beide jonge mannen aan den zeekant zouden worden gespietst of gekrist, 's middags te 11 ten aanschouwen van omstreeks 500 menschen. De beide vrouwen waren daar, om getuige te zijn van dit droevig lot en werden toen naar het huis van Abdullah gebracht. Van ecu der vrouwen waren de handen op den mg gebonden en werd zij met haar midden aau een boom vastgemaakt, zij bleef zoo ongeveer drie uur lang, waarop zij 60 slagen op den rug ontving met een rottan., Deze vrouw zou tot de familie behooren en alleen daarom waarschijnlijk kwam ze er zoo goed af. Aan de andore vrouw sneed men neus en ooren af, daarop ontving zij 80 rottanslagen. Op Abdullah's bevel werden hare wonden toen ingewreven met een mengsel van zout, salmoaiak en kalk. Zij lag toen bewusteloos en men onderstelde, dat zij niet lang moor zou leven. Abdullah denkt baar in ketenen te houden, tot dat de dood, die zeker barmhartiger is dan hij, haar uit haar lijden verlost.
Een ander Arabier, beschermeling van Said Abdullah, te Ampanan aan zijne crediteuren ontloopen, Sech Moelahela genaamd, heeft omstreeks denzelfden tijd ook een schelmstuk gepleegd. Een zijner slavinnen had iets verkeerds gedaan, hetgeen in het oog van dien Arabier te erg was. Zij weid daarop geheel en al uitgekleed en stevig gebonden, en met behulp van een gloeiende tang ernstig mishandeld.
De Armenische kooplieden van Ampenan hebben huune grieven tegen de gruwelen op Lomboksche slaven bedreven, ook geopenbaard iv de bladen van de Straits-Settlements. Volgens hen moeten reeds vijf-en-zeventig dier ongelukkigen op barbaarsche wijze zijn omgebracht door of' op last van 's vorsten secretaris Said Abdoellah Alkadari. Tot goed begrip der zaak dient men te weten, dat op Lombok grootendeels dezelfde rechtspleging bestaat als op Bali, alléén hier en daar wat draconischer getint. Diefstal wordt daar zonder onderscheid met den dood gestraft, hetgeen op Bali niet altijd het geval i^. Enkele vormen van doodstraf, bijv. kruisiging, het nit elkander scheuren van den delinquent en andere onmenschelijke folteringen, die in de Baliscbe rijken reeds lang zgn afgeschaft, worden in het Lomboksche nog in al hunne wreedheid toegepast.
Het Soer. Bbld. wijst er op, dat volgens de bestaande tractaten van vriendschap met Bali en Lombok, deze hunne eigen rechtspleging hebben behouden. De doodstraf is o. a. bedreigd tegen wegloopende slaven en slavinnen. Het gebeurde te Sassak en Lombok moet, zegt het blad, wel een treurigen indruk gemaakt hebben op alles wat christen heet, doch zon overeenkomstig het tractaat zgn, altijd indien dit geene onthoudenis van martelingen heeft opgelegd. In het gebeurde is meer oen verwijt gelegen aan het adres van de Ind. Regeering, die, na de geproclameerde afschaffing in 1860, de slavernij op Lombok nog duldt.
 
NED. OOST-INDIE. Tabanan. Krantentitel:
Het nieuws van den dag : kleine courant Datum, editie:
01-12-1903, Dag
 
NED. OOST-INDIE. Tabanan.
nDen 21en dezer berichtten wij, dat de Regeering aan den commandant dcx zeemacht bad opgedragen, twee schepen van de Javadivisie onverwijld naar Kedoengoe te zendan, de haven van het zelfstandige Kijkje Tabanan, aan de Zuid-Westkust van Bali, tot het houden van machtsvertoon.
De ..Java-Bode" schrijft:
Wat daarvan de reden was, vernemen wij uit de „Javasche Courant" van gisteren: ..Nadat van den resident van Bali en Lombok bericht was ontvangen, dat bij twee weduwen van den onlangs overleden radja van Tabanan het voornemen bestond, zich ter gelegenheid van de verbranding van het lijk van dien bestuurder mede te laten verbranden, weid aan den tegenwoordigen radja,, namens de Regearing medegedeeld, dat zij zich tegen het voornemen verzette. Ofschoon deze mededeeling door den controleur voor inlandsche zaken te Singaradja, die zich daartoe met twee oorlogs- schepen naar Tabanan. had begeven, met na - druk herhaald werd, heeft de voorgenomen verbranding blijkens telegram van den resident van den 26en dezer, toch plaats gehad."
Daar zitten we nu met onze gebakken peren op een reede, waarvan twintig jaren geleden reeds bekend was, dat er zulk een. zware branding op staat, dat er geen sprake van kan zijn, ecu laadings-divisie aam den wal te zetten en wel het allerminst op dit oogenblik, na de volle Zuid-West passaat uit den Indischea Oceaan, die branding torenhoog opzweept! Nu we gedreigd hebben, zonder dat dit uitwerking had, zal de Eegeering handelend moeten optreden, wil zij; op Bali haar gezag niet. verspelen. En Tahanan is door zijn bergachtig terrein, een alles behalve gemakkelijk te genaken land, ook van de landzijdc.
Aan- onzen eisch is door den jongen vorst van Tabanan, met wie in Februari van dit jaar een contract werd gesloten, niet voldaan. JD© Nederlandsche vlag is dus gehoond, en dat ka» tegenover een inkuidsch potentaat niet geduld worden. Wat nu?
D© marine kam daar voorshands niets uitrichten, tenzij1 zij kans ziet met hare kanonnen de prachtige poeri van den vorst te vernielen. Lang blijven kan zij echter fcea. reede van Kedoengoe niet. . Een debarlsement van troepen aan de Noordkust te tSingaradja zal niot baten, want dan moet zulk een expeditie den hoogen bergketen over, die Ba,li van West naar Oost doorloopt. Men zou dus te Den Pasar in Gianjar moeten debarkeeren en. door dit rijkje en Mengwi tegen Tabanan oprukken, waarbij' van bet laatste ali.icht medewerking te vinden zou zijn.
Er 3 chijnen grootsche plannen in de lucht te hangen met de Batak-landen — zegt d© ?Java-Bode". De militaire commandant van Sumatra's Oostkust, de luit.-kol. G. M. Bleckmann, heeft zich daarheen begeven op een inspïctie-reis, die een maand zal duren. Hij is vergezeld van den controleur voor de ,Batakzafcen, den Heer C. G. Westenbeig.
De communicatieweg naar Koov t Taipan, 'Vi*"* thaaa gevolgd wordt en zooveel bezwaren oplevert wegens de. steile hellingen en groote hoogten, welke men daar aantreft, zal hoogstwaarschijnlijk komen te vervallen, schrijft de ?Sumatra-Bode". Men heeft door de hulp van Korintjiërs een beter tracé gtevonden uit Ajer-Hadji naar Si Oelak. Nadat dit, onder leiding van den betrokken controleur, uitgeka.pt was, bleken hier de terreinhindernissen niet zóo erg en de afstand veel korter dan die van den weg over Tapan. Een nader onderzoek zal nu moeten uitmaken, welk tracé definitief zal worden gekozen als communicatieweg van en naar Korintji.
Het stoomschip „Koning Willem III", dat den 29sten October van Batavia naar Nederland vertrok, staat voor het laatst onder het commando van kapitein D. J. Duinker, die den dienst der Stoomvaart-Maatschappij „Nederland" gaat verlaten en rust gaat nemen. De „Jarva-Bade" van 29 October bevat ëene biographie van kapitein Duinker en neemt, aan het slot daarvan, als volgt afscheid van hem:
Straks als uit vele monden een „goede reis" en ?bestendig welzijn" zal klinken, de „Koning Willem III" in het donker van den komenden nacht verdwijnt, zal spoedig ook dit afscheid, als zoovele anderen, zijn vergeten, maar lang, zeer lang nog zullen velen in Indië zich den schipper herinneren, die hen hier bracht en zal Daniël Jan Duinker in hunne herinnering voortleven.
Het ga u goed', Duinker, wij; gunnen u da rust, die gij gaat hemen, blijft uwe vrienden in het Oosten gedenken, zooals _uj bet u zullenl doen.;
 
Bali, door W. O. J. Kieuwenkamp. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
14-04-1906, Dag
 
Bali, door W. O. J. Kieuwenkamp.
Binnen kort krygt Indie weder bezoek van den conscientieuzen artist, wiens naam hier boven piykt. Men herinnert zich dat Nieu wenkarop eene reis heeft gemaakt door Bali, gedeelteiyk in opdracht van de Regeering, en hy is met een schat van schetsen en teekeningen en ook van ethnologische voor werpen naar, huis gekeerd. Eigeniyk mag men bij dezen precieuzen. nauwkeurigen werker niet van „schetsen" spreken, daar is niets schetsachtigs aan Nieuwenkamp. Ik heb, tydens myn verbiyf in Europa, het voorrecht gehad er den artist en zyne gade te ontmoeten; ik heb de schatten van zyn geriefeiyk woonschip „de Zwerver" be zichtigd. Hy vertejde toen van Bali en van zyn wensch om een groot werk over dat interessante en wonderschooneland te maken. Die wensch schynt in vervulling tegaaD. Van het Bestuur van den Indischen Kunstkring ontving ik ter inzage eene aflevering en verscheidene proefdrukken van een Stan daaidwerk over Bali, geheel geillustreerd door W. O. J. Nieuwenkamp, geheel ook door dezen kunstenaar gedrukt, waarby de gewone let ters wel uit de ateliers van een onzer voorname lettergieteryen komen, maar de versieringen, de aan van gs letters (initialeD) door Nieuwenkamp zyn gemaakt. Het zetten en het drukken geschiedt alles op de pers van Nieuwenkamp, door hem zelf, in zijn ruim woonschip. De kunstenaar die handwerksman wordt: het kunstambacht in zyn edelsten vorm schijnt daardoor te herleven. De Ned. Ind. Kunstkring steunt deze kostbare uitgave floaLcieel. Er zullen een vijftig afleveringen zijn, het geheele werk, compleet, zal stellig op ruim vyfhonderd gulden komen te staan. Geen spekje voor het bekje van bibliomaoen die de avonturen van Sherlock Holmes, af 190 verguld op snee, met trots in hunne boekenkast aanwyzen. Deze eerste aflevering maakt een voorna men indruk. De proefdrukken der illustraties, zelfs op het ongetinte papier, geven een rustige, kalme stemming. De heer Nieuwen kamp is geen hartstocht-mensch maar eer van .een beschouwende Datuur, iemand die wel diep bewogen wordt door de schoonheid, maar niet heftig. Wat de typografie aangaat, daar heb ik eenige bedenking tegen. Het corps van de letter is te massief en daardoor wordt het lezen vermoeiend. Een oud-Hollandsche letter zou va. b. i. beter gepast hebben. Ook is het begin der alineas niet door een stop stukje aangegeven, daar waar de vorige alinea juist op het eind van den regel sluit. Het werk begint met verscheidene geschied kvndige mededeelingen, ontleend aan reisverhalen van oude Hollandsche zeevaarders. Oude houtsneden, Balische godenbeelden, en mythologische voorstellingen verluchten dit gedeelte van het boek. Alles is door Nieuwenkamp ge teekend, in hout gesneden of geëtst en gedrukt. Het boek draagt geheel zy n persooniyk cachet; dat van een man, singulier in alles wat tot «yne kunst behoort, of er ook maar in de verte mee in verband staat. Dan, na die goden en draken, komen teedere landschappen. Vooral de Zeetempel öp pag. 16 is wonderbaar mooi, en nog schooner haast is de Heilige Bron, op pag. 18. De Inlandsche Begraafplaats, de Rystschuren, ne Ingang van een Woonerf, op pag. 28 dit laatste, het Sawa-landschap (in proefdruk), men weet haast niet wat inniger, wat gevoelder is. Indie is toch zoo schoon, men ziet het dubbel indien een kunstenaar het ons aantoont. En het is zoo te bejammeren dat Marius Bauer niet komt om de grootschheid van dit wondere land aan ons te doen zien, geiyk Nieuwenkamp er de innigheid van openbaart. Caelo. Oe wankele schreden van het Decentralisatie-kindje. Nu sedert 1 dezer verscheidene locale laüeu, over geheel Nederlandsch Indie verspreid, zyn ingesteld, is het den Gouverneur Generaal wenscheiyk voorgekomen de byzondere aandacht der Residenten, binnen welker ressort zich Locale Raden bevinden, te vestigen op de noodzakelijkheid, dat de bepalingen, den werkkring dier raden betreffende, stipt worden opgevolgd. Vooral in den aanvang toch acht Zijne Excellentie het licht mogeiyk, dat b. v. by het comptabel beheer, by af en overschry vingen op en wyzigingen van de begroetingen enz. fouten worden begaan. Dergelijke onregelmatigheden in het beheer der locale geldmiddelen zouden by onderzoek der be grootingsrekeningen door de Algemeene Rekenkamer tot een groot aantal op- en aanmerkingen leiden en alsdan meerendeels niet meer te herstellen zyn. Het aangewezen middel om het begaan van fouten en het plaats vinden van oure gelmatigheden zooveel mogeiyk te voorkomen is naar het inzien van den Landvoogd gelegen in een nauwkeurig toezicht van de betrokken Hoofden van gewestelyk bestuur op de beslissingen der locale raden, — nauw gezette voorbereiding van de raadsbesluiten en zoo noodig schorsing, door de Voorzitters der raden, van die beslissing van dezen, welke als in stryd met de algemeene vergaderingen of met het algemeen belang door den Land voogd zouden kunnen worden geschorst of vernietigd, — alsmede het vragen van iniich tingen aan den Regeerings Commissaris voor de decentralisatie by eiken twyfel omtrent de juiste bedoeling en de toepassing der bepalingen.
„Brand in de Jonge Jan". Gaarne herißneren wy aan de voorstelling, op morgen-avond, in den Schouwourg.
 
Chineezen op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
01-03-1907, Dag
 
Chineezen op Bali.

„Sanoer is voor den har,del van Zuid-Bali een voorname plaats, schryft men van daar aan de Loc.; de haven Pabean Sauoer (vflf minuten gaans ten Oosten van S.) is do men uitvoerhaven voor het achtergelegen land.
Door 102 Chineesche personen werd reeds het verzoek gedaan zich tusschen genoemde plaatsen te mogen vestigen. Deheeröchwartz, onze assistent-resident, heeft hun verzoek 'ngewilligd en den zonen van het Hemelsche Rflk een plaats tot vestiging van een Chine«sch-kamp aangewezen. De heeren werden te Den Pasar ten stadhuize (vroeger de poeri van den vorst van Badoeng) verzameld en daar besliste het lot welk plekje van de kamp den lotenden staartbroeder werd afge«(¦gori Hoe die grond voor de Chineesche kamp beschikbaar kwam ? 01 dat pikt de heer Schwartz heel praktisch in: de domeinen van den overwonnen vorst van Badoeng zfin groot in aantal en nu wordt eenvoudig den Balier, welke grond afstond in die kwestie een domein-sawahtj e in ruil daarvoor gegeven, Balier geheel tevreden af. De assistent-resident heeft de bepaling gemaakt dat elk der 102 heeren Chineezen te zorgen heeft dat binnen zes maanden de fundamenten voor zyn „Warenhaus" gereed zyn en binnen 1 jaar het gebouw compleet klaar lift of trottoir-roulant incluis. Wie niet voldoet aan dien eisen wordt gebust. Eigenaardig is het dat de hoofden der bevolking te Den Pasar het verzoek hebben gedaan de vestiging van Chineezen in de hoofdplaats van Badoeng niet toe te staan, zy wi'len hun waar rechtstreeks te Sanoer verkoopen, die schijf te Den Pasar hebben ze niet noodig en ze verwachten dat op dia wflze hun sapies, varkens, copra enz. hen meer zullen opbrengen, tevens wenschen zfl den kleinhandel te Den Pasar en omstreken zelve te drijven."
Of de Heeren Baliers John Chinaman ook reeds in de gaten hebben !. ..
 
Korte Verslagen. Zuid Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
14-01-1907, Dag
 
Korte Verslagen. Zuid Bali.
Aan het kort verslag betreffende Zuid Bali gedurende de maand November 1906 is het volgende ontleend:
Kort na de verovering van het landschap Badoeng heeft de bevolking der tot het voormalige Mengwi behoord hebbende desa's de gehoorzaamheid opgezegd aan de Badoengsche poenggawas onder wier bestuur zi) stonden, wegens ondervonden slechte behan heling en in sommige desas door het plegen van ongeregeldheden uiting gegeven aan haar haat tegen hare vroegere bestuurders. Tegen over ons heeft ztj zich daarentegen steeds gedragen als loyale onderdanen en alle bevelen van ons bestuur uitgegaan prompt uitgevoerd. Dadelijk na de vestiging van het bestuur over Badoeng op 11 November is deze kwestie ter hand genomen en na een bezoek van den Assistent Resident voor Inlandsche zaken aan de hierbedoelda desas om den toestand plaatselijk na te gaan, tot genoegen van al de daarbjj betrokkenen geregeld. De schuldigen aan de ongeregeldheden, waarvan boven sprake, werden gestraft. Ook by de regeling van het bestuur in het eigenlijke Badoeng, verleenden poeDggawas en mantjas de gewenschte medewerking. Vermelding verdient nog dat de poenggawas van de bfl Badoeng ingelijfde districten Sibang en Alöeansemal gegeven bevelen behoorlijk opvolgen en aan het verlangen tot inlevering van geweren reeds gedeeltelijk hebben voldaan. Van Albeansemal werden 11 en van Sibang SO geweren, waaronder repeteer-geweren, ontvangen. Volgens informaties zouden in eerstgetosmd district geene vuurwapens meer aanwezig zijn. Blijkens rapport van den Controleur van Gianjar werd van Banglische zijde medewerking ondervonden bij de herstellicg van Giacjarsche waterwerken. Het bestuur in het landschap Badoeng is thans met medewerking en volle in stemming van alle nog in leven zijnde poenggawas en mantjas en van de talrijke familieleden van gesneuvelde landsgrooten geregeld. Zooals bekend is voerden de lands grooten, poenggawas en mantjas tydens de vorstenregeering niet het bestuur over een streek met vast afgebakende grenzen, maar over een zeker aactal personen in verschillende vaak zeer verspreide desas gevestigd. Dat op die wijze het voeren van een krachtig bestuur moeilijk is behoeft geen verder betoog. Thans is het eigenlijke Badoeng verdeeld in 9 afgeronde districten met vaste grerzen. Als poenggawas zijn uit de invloedrijkste families de personen gekozen, die voor die betrekking de meeste geschiktheid bezitten. Al degenen, die vroeger binnen bedoelde districten onderhoorigen en dus bemoeienis hadden met het bestuur, hebben zonder uitzondering daarvan afstand gedaan ten behoeve van de nieuw aangewezen poenggawas, hunne bloed- of aanverwanten. Het westelijk en nooiöelijk deel van Badoeng dat geheel uit desas van het voormalige Mengwi bestaat, is gesplitst in twee districten met poenggawas aan het hoofd, verwant aan het Mengwische vorstenhuis en zonen van personen, die in dat rijk het heft in handen gehad hebben. Daar ook de overige deelen van het oude Mengwi bestuurd worden door poenggawas van daar afkomstig, zoo staat derhalve de geheele bevolking thans onder afstammelingen van hare vroegere bestuurders, hetgeen zooals de geschiedenis heeft geleerd waarborg geeft voor den goeden gang van zaken aldaar. In het landschap Tabanan, waar nog niet alle factoren, die het onderwerp beheerschen bekend zjjn, kan een indeeling in districten ais boven nog niet tot stand worden gebracht.
Nu het bestuur in Badoeng geregeld is, zullen maandelijksche vergaderingen met de hoofden (Sangkepan) ingesteld worden.
In Tabanan, waar vroeger geene geregelde
Sangkepans plaats hadden, zal de Controleur voor het vervolg op een vasten datum (boeda manis) een bijeenkomst met de poeggawas houden. De laatste vergadering werd op 31 October belegd, doch i toen gehouden besprekingen staan in bet verslag van dien ambtenaar niet vermeld. Te Gianjar heeft de Controleur nog geen Sangkepan bijgewoond. Aan de hoofden zoowel 'in Tabanan als Badoeng i 3 te kennen gegeven, dat geene nieuwe slaven, slavinnen of pandelingen erkend worden en dat beide instellingen geleidelijk zullen worden afgeschaft op nader te regelen wijze. Toegezien wordt, dat de pandeüngen, die hun schuld wenschen af te doen, daarin niet verhinderd werden, zooals vroeger geregeld geschiedde, en na voldoening van de schuld hucna vrijheid krijgen. Zoo ztjn in de tweede helft van verslag maand vijf pandelingen vrij gelaten. Voorts zjjn op vrije voeten gesteld de slavinnen uit de hoofdpoeri's van Denpasaren Pametjoetan van wie 38 zich bü het bestuur aangemeld hebben. Volgens opgave van den Controleur van Tabanan moet het aantal slaven en slavinnen van de hoofdpoeri en vaa de djro'3 der verbannen vorstentelgen te zamen naar schatting 400 bedragen, zij allen zijn in vrijheid gesteld. Pandelingen moeten in Tabanan weinig voorkomen; met het onderzoek naar het aantal slaven, slavinnen en pandelingen is aangevangen. Ia de landschappen Badoeng en Tabanan is overal, waar de tijd daarvoor aangebroken is, met de sawah-werkzaamheden een aanvang gemaakt. Handel en scheepvaart namen in Badoeng gestadig in omvang toe. Ook in Tabanan was de handel levendiger dan in de maand October.
Het passer-bezoek is overal vrij druk; ter hoofdplaats Denpasar in het bijzonder. Hoewel daartoe geen last was gegeven heeft de bevolking de voornaamste verkeerswegen belangrijk verbeterd. Aangezien met het sawah-werk begonnen is, werden geen heerendiensten gevorderd. Tot en met ultimo van verslagmaand werden in Badoeng ontvangen aan in- en uitvoerrechten f 9365.54.
Met de inning van de Soowinih in de Mengwische desa's, welke de bevolking geweigerd had te voldoen aan de belastinggaarders van den vorst, is een aanvang gemaakt onder leiding van de twee nieuwbenoemde poenggawas. Van den Controleur van Tabanan werd geene opgave ontvangen van de aan hem afgedragen belastingen.
Gedurende verslagmaand viel in Tabanan, Badoeng en Gianjar zeer veel regen.
De gezondheidstoestand was overal zeer bevredigend. Slechts gevallen van koorts, soma gepaard gaande met buikziekte, kwamen voor en hadden een gunstig verloop.
 
Korte Verslagen. Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
13-05-1907, Dag
 
Korte Verslagen. Bali.
Aan het kort verslag over de maand Maart 1907 is het volgende ontleend:
De politieke toestand in Badoeng en Tabanan, zoo ook in de overige landschappen op Zuid Bali, was gunstig. Zoowel in Badoeng als in Tabanan kan getuigd worden dat de poenggawas de ontvangen bevelen behoorlijk uitvoeren en hunne werkzaamheden met toewijding verrichten.
Op den 17dea van verslagmaand begaf zich de assistent-Resident voor Inlandsche Zaken, ter voldoening aan een door den Resident gegeven opdracht, per Gouvernements stoomschip Beiger naar Gianjar op de Noordkust van Karangasem en van daar vervolgens naar Batoemejeh voor de beëindiging van het tussehen genoemd landschap en Bangli reeds lang hangende grensgeschil.
Het plaatselijk onderzoek, in tegenwoort digheid van de gevolmachtigden der bestuurders ingesteld, heeft den Stedehouder van Karangasem in het gelijk gesteld. Ter voorkoming van verdere kwesties werd de geheele gren3 tussehen de desas Gianjar en Moenti (Karangasem) en de desas Blandingan en Sengan (Bangli) tot genoegen vaa alle daarbij betrokkenen geregeld, ne Resident begaf zich den 18 Maart naar Lombok ter afdoening en bespreking van eenige dienstzaken en den 20sten via Gianjar, ter afhaling van den Assistent Re&ident voor Inlandsche Zaken naar Karangasem, alwaar met den Stedehouder behalve andere dienstzaken de overname van pachten en in- en uitvoerrechten nader besproken werd. Omtrent hot bedrag van de schadeloosstelling voor de over te nemen middelen werd overeenstemming verkregen, terwijl de Stedehouder zich voorts beleid verklaarde f 7500.— 's jaars bij te dragen voor de algemeene bestuurskosten.
Den 22ste n was ZHEd Gestr. weder te Singaradja terug.
Ondanks stellige belofte van den zelfbestuurder van Bangli aan rapporteur tijdens het in het begin van verslagmaand gebrachte bezoek om binnen 14 dagen zijn onderdanen Daging en Inggwan die eenige jaren geleden in de afdeeling Boeleleng diefstal gepleegd hadden en om wier uitlevering vóór de expeditie herhaalde malen doch tevergeefs was verzocht, naar Boeleleng op te zenden, waren de schuldigen op den vastgestelden datum nog niet te Singaradja aangekomen. Bij onderzoek bleek dat wel door den radja last was gegeven voor hunne opvatting en opzending, doch dat die last door het betrokken hoofd niet behoorlijk was nagekomen. Aan den radja werd daarop vier dagen tijd gegeven om genoemde personen op te vatten en aan den poenggawa van het Inlandsch bureau, die daarvoor naar Bangli werd gezonden, over te leveren en voorts te kennen gegeven, dat wanneer mocht blijken dat hij niet bij machte was aan die opdracht te voldoen, het Gouvernement met eigen middelen de opvatting zou bewerkstelligen, Drie dagen daarna waren de opgevraagde personen te Singaradja. Aangeteekend zij hier nog, dat het onderzoek naar de vigeerende belastingen in de Zelfbesturende en Gouvernements landschappen wordt voortgezet en tevens de terzake van de inlandsche bestuurders ontvangen opgaven geverifieerd worden. Te Singaradja (Boeleleng) en Negara (Djembrana) werden op den 9den Maart de gewone maandelijksche hoofden-vergaderingen gehouden. Op den 4den dezer had te Denpasar de gewone maandelijksche vergadering met de hoofden plaats. Verschillende bostuursaangelegenheden werden behandeld als: de volksgezondheid, de landbouw, het onderhoud der desas, politie en.justitie. Nadere instructies werden gegeven voor de registratie van de slaven en pandelingen; eene regeling werd getroffen voor de districtspost en het overbrengen van brieven naar de Zelf bestuurders en stedehouders. Nog zijn bevelen gegeven voor het uitkomen van heerendienstplichtigen voor de verbetering en verharding der bestaande wegeó en den aanleg van nieuwe weggedeelten. Te Tabanan werd op 20 Maart door den Controleur de maandelijksche sangkepan gehouden. Bijzonderheden omtrent het daarbij verhandelde staan in zijn verslag niet vermeld. De Controleur te Gianjar woonde op 25 Maart de vergadering van den Stedehouder met zijne poenggawas bij. Met hen werd de verbetering van den weg Gianjar-Denpasar besproken en tevens ieders aandeel in dien weg bepaald. Voorts dienden enkele poenggawas. opga ven in van in hun ressort aanwezige slaven en van het aantal huisgezinnen in de binnen hun gebied gelegen desas. Zooals boven reeds opgeteekend werd, ztjn bereids instructies aan de hoofden gegeven voor de registratie van slaven en pandelingen, Ook aan de Zelfbestuurders en de Stedehouders zijn, zooals in het vorig verslag reeds medegedeeld werd, ter zake besprekingen gehouden. In Gianjar zijn reeds enkele opgaven ontvangen.
Het aantal slaven in dat landschap moet volgens rapport van den Controleur niet gering zijn.
In de poeri van den poenggawa van Oetoed b. v. bevinden zich 166 slavinnen. Iü Badoeng zijn aan twee slavinnen na betaling van een losprijs ad f 50. — en aan een pandeling' na voldoening van de schuld hunne vrijheid gegeven.
Gedurende versïa?maand viel overvloedig regen; voor de soebaks waarvan het gewas rijpende was, viel er zelfs te veel regen, welke echter niet veel schade aanrichtte. Door de veelvuldige regens is de stand van het gewas zeer bevredigend te noemen. In 2 soebaks is piet het oogsten een aanvang gemaakt. Ook in de afdeeling Djenbrana vielen over- • vloedige regens, In bijna alle soebaks heeft men daar de bibit overgeplant. Alle soebaks ia Badoeng en Tabanan zijn afgeplant, ook in de overige landschappen zijn de sawahwerkzaamheden afgeloopen. Over het geheel is de stand van het gewas gunstig. Hier en daar in Badoeng en in Gianjar komt ziekte voor. In het Zuidelijk deel van Badoeng werd over watergebrek geklaagd. Volgens ontvangen informaties moet dit jaarlijks het geval zijn. Het zal wenscbelijk ztjn daar een beurtvioeiïng in het leven te roepen, doch het bestuur is nog niet voldoende op de hoogte van het irrigatiesysteem' om daarin verbetering te kunnen aanbrengen. Slechts werd naar aanleiding van ingekomen klachten van ingezetenen vau Samoean (district Blahkioch) Tjarangsari en Getasan (onderdistrict Tjaraogsari) omtrent watergebrek en omtrent waterdiefstallen en in verband met de omstandigheid, dat te weinig irrigatie-water ter beschikking staat om de soebaks gelijktijdig te bevloeieD,. voor de sawah-complexen aldaar een beurtvloeiing tot stand gebracht, waarmede met het volgende seizoen zal worden begonnen. Ten eind© in.het bestaande watergebrek eenigermate te voorzien is last gegeven tot toepassing vaa het poengkatanstelsel.
Ziekten onder het vee werden niet geconstateerd.
Uitgevoerd werden 824 runderen ter waarde van f 41400.— waarvan naar: Singapore 238, Batavia 335, Soerabaja 64, Makasser' 99, Ambon 45, Piroe 20, Wahaai 15 en Ternate S, benevens 2097 varkens, ter waarde van f 36320.— waarvan naar: Singapore 2075, Makasser 14 en Ambon 8.
Van Djembrana werden uitgevoerd naar Banjoewangi:
888 runderen, 23 buffels en 6 paarden, De uitvoer gedurende verslagmaand bedroeg :
van Badoeng over zee naar Java an Boeleleng 1364 varkens; san Tabanan naar Djembrana 546 runderen, 33 karbouwen, 4 paarden; van Tabanan naar Boeleleng 500 runderen, 8 karbouwen en 1 paard*
Ziekten onder het vee werden niet gerapporteerd.
De handel in koffie in Singaradja was levendiger dan in de vorige verslagmaand. De prijs was van t 28.50 tot f 29.— de pikol.
Uitgevoerd werd caar buiten het tolgebied 424 pikol 16 kattie.
Copra werd in geringe hoeveelheden aangevoerd. De prijs was van f 14.— tot f 15.— de pikol.
Katjang werd slechts zeer weinig aangevoerd ; de prijs is sedert tot f 4.25 de pikol gedaald.
Ter reede van Boeleleng werden uitgeklaard 124 en ingeklaard 124 vaartuigen met een inhoud respectievelijk van 55944,56 en 55742.51 M 3.
Ter reede Tjoepel werden ingeklaard 21 prauwen metende totaal 296 35 M 3 en uitgeklaard 31 prauwen met een totaal inhoud van 441.05 M 3.
In het geheel werd gedurende verslagmaand in Badoeng voor eene waarde van f 39226.— uit- en voor eene waarde van f 12091.— aan diverse handelsartikelen ingevoerd, tegen respectievelijk f 36975.— en f 14050.— in de maand Februari jl.
De perceptie aan in- en uitvoerrechten bc* dioeg in genoemd landschap f 3261.175 tegen f 3259.26 in Februari 1.1.
In Tabanan werden geheven aan uitvoerrechten naar Djembrana f 128 625 en aan men uitvoerrechten te Bantiran f 112.26 en te ISatoeriMe f 1045.43, tegen respectievelijk f 143.50, f 80.825 en f 654.44 in de maand Februari jl.
Nu de sawahs beplant zijn, wordt in Badoeng, Tabanan en Gianjar hard aan de wegen gewerkt. Voor eenige gedeelten in de wegen van Sanoer naar Denpasar en van Denpasar naar Koeta en Tabanan werden nieuwe tracés gemaakt. De hoofdweg Sahóer-Denpaaar-Tabanan zal buiten de desas 7.5 Meter breed worden en daarbinnen minstens die breedte behouden, en over eene breedte van 5 Meter verhard worden. Waar voor de verbreeding van de wegen of voor den aanleg van nieuwe weggedeelten over sawahs, tuinen of woonerven moet beschikt worden, zullen de eigenaren schadeloos gesteld worden met domeingronden. Over de leidingen, die den weg van Sanoer naar Denpasar snijden, zijn bereiis tijdelijke bruggen geslagen ; zoo ook over de rivier Ajoeng en de leidingen in rien weg van Denpasar naar Gianjar. Van Sanoer is de hoofdplaats reeds per as te bereiken.
In Tabanan is met de verbreeding van den weg naar Badoeng begonnen.
Onder persoonlijk toezicht van den Controleur te Gianjar is een aanvang gemaakt met de verbetering van den hoofdweg van Badoeng naar Gianjar loopende door EatoeboelahTjeloek, Soekawati, Sakah, Blahbatoe, Tegallinga en Bebita. Voor eenige gedeelten heeft hij nieuwe tracés moeten zoeken. Volgens van hem ontvangen rapport komen de heerendienstplichtigen goed op en ztjn de poenggawaa es miadere hoofden hij het werk tegenwoordig. Sommige trajecten in dien we? zijn reeds per aa begaanbaar, doch voor de overbrugging van de riri»rea Oös, Petanoe en Pekrisan zullen de krachten der bevolking te kort schisten. Sedert de tweede helft van verslagmaand werd voor de verbetering der wegen zoowel in Badoeng a's in Tabanan veel heerendienst gevorderd. Goeneriei moeilijkheid wsrd bij oproepingen ondervonden; de heerendienstplichtigen kwamen trouw op en werkten me' veel ijver. Met de verhoringen van de domeintuinen en erven, waarmede de Adspirant Controleur belast is, ward in Badoeng voortgegaan. Overigens zijn hieromtrent geene bijzoader* heden te vermelden. De opiumpachtars van Badoeng ca TabanaO hebben de verschuldigde maaudelrjkacbB pachtschatten bij den Assistent Resident voor Inlandsche Zaken op tijd gestort. De regenval bedroeg te SingaradjaSo7 mM* in lÖ'regendagen, te 218: mM. ml" regendagen en te Denpasar 346 mM. in 1* regendagen. In Gianjar en Tabanan viel in de eerste helft van de maand Maart veel regen en was hit ia de tweede Helle zeer droog. D 3 gezondheidstoestand was over het alge* meen bevredigend- Naar aanleiding? van de mededeellng valden poenggawa van Oemboed, dat in de desa Penistaan (Gianjar) vele gevallen vaa buik' ziekte- voorkwamen met doodelijken afloop< werd den inlandsehen arts opgedragen zicb daarheen te begeven. Volgens zijn rapport waren in het geaeel gedurende de maand Maart 12 personen overleden en, te oorüe^len naar de ontvangen informaties, aaa dysenterie. In de desa trof hij S zieken aaa, 3 lijd end 6 aan malaria en 5 aau dysenterie, van wie een ernstig. De overige lijders waren herstel' lende.. De noodige geneesmiddelen zijn ver* strekt. Verd6r z|jn geene ongunstige bericb' ten meer binnengekomen. De inlandsche arts zal zich weldra weer daarheen begeveE om zich van den toestand te vergewissen. Volgens rapport van den Controleur te Gianjar zijn circa 125 kinderen met succes gevaccineerd» In de desa Bilabadjang (afdeeling Boeleleng) ontnam een man zich door ophanging' het leven;. hetzelfde geschiedde in de desa Oema-anjar in die zelfde afdeeling. Op den 23sten Maart werden ter herinnering van den SQOOsten geboortedag vaa Michael Adriaacszoon de Ruijter verschillende roei' wedstrijden gehouden waartoe veel animo bestond. De Gouvemementskantoren waren disn dag gesloten.
17-08-1911
 

28-11-1912

 
Gemengd Nieuws TIJGERPLAAG. Krantentitel:
Het Centrum Datum, editie:
29-06-1926, Dag
 
Gemengd Nieuws TIJGERPLAAG.
Avonturen op Balt. Bali biedt een ruim terrein voor de tijger» ,'acht. De tijgers lijn daar een ware plaag èn vértoonen zich zelfs in de eintuur gebrachte streken, waar in het vorige jaar 40 koeien. 4 paarden en bijna 80 geiten door tijger» werden verslonden. De heer A. Varoon. eigenaar van de onderneming Sendang o,' Bali, beleefde kort geleden de volgenae avonturen, waarover aan het Soer. rib!, het vogende wordt meegedeeld: Op klaarlichten dag viel een tijger een paar ossen aan. die voor een tjikar(kar) gespannen waren. Met één Hinken sprong zat het beest boven op de tjikar. wat te veel was voor de anders voor geen klein .«eruchtje vervaarde tjikarvoerders. die onder hulpgeroep een goed heenkomen zochten De »apie(ossen) door de aanwezigheid van den tijger half dol van angst, hepen wat ze loopen kouden naar de redding bren gende menschen op de fabriek, waar ze nog 3een 300 meter vandaan waren, terwijl de tijger, nog altijd boven op de meegesleepte kar door het schudden en klotsen hiervan blijkbaar dusdanig van zijn stuk was gevracht, dat hij verdwaasd bleef zitten. De heer Vardon, die juist in de fabriek was en het leven en hulpgeroep hoorde, greep naar zün geweer, snelde naar buiten en zag het niet alledaagse!, hierboven beschreven schouwspel Nog altijd renden de ossen voort, recht op de fabriek aan en passeerden den lieer Vardon op een drie meter alstand. Deze hiel zijn geweer op. legde aan. en schoot om zoo te zeggen met den loop tegen het beest aan. zijn geweer af, den ko«e! juist door den nekwervel van het dier legend, dat a's een blok dood neerviel. len anderen keer. liep de heer V met een zijner employés langs een voetpad door het bosch naast de fabriek, toen zij plotseling om een hoek vlak voor een koningstijger kwamen te staan. ben seconde stonden beide partijen roerloos. Maar juist op he?moment dat de heer V. znn geweer wou «rijpen, dat aan zijn schouder hing. sprong de tijger onder gebrul over hun hoofdtn heen" met één zijner achterpoten Sen hoed van den heer V nog even afwer» oend Deze keerde zich bliksemsnel om en loste een schot uit zijn dubbelloops geweer, dat evenwel met loopers geladen was waardoor de tijger, hoewel gewond, toch n°sochtSéenPdezer dagen had de heer V. het ?emk weder een tijger neer te leggen, die ife al' te bont maakte en zich niet tevreden stelde met uitsluitend het vee weg te rooven maar zelfs tweemaal een koelie aanviel. O? dezen ..man eater" werd ernstig iacht eemaakt en twee dagen later viel hij onder he? schot van den heer V.. J-«£ toen h j 's mididags 5 uur ongeveer over de om- N2?eerine sprong niet ver van den heer V. gdie in de hooge alang-alang verborgen, oo dé loer stond. Lij meting bleek het d.er °75 meter lang. terwijl bij het groepen van d™ huid eenige loopers voor den dag kwamen, een souvemrtje van den heer V^. hem eenigen tijd geleden gegeven.
 
Leprozerieën op Bali en Lombok Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
31-07-1926, Dag
Leprozerieën op Bali en Lombok
De heer van Lonkhuyzen, hoofd van den dienst der Volkgezondheid, heelt onlangs eene leis naar Bali gemaakt voor de bestudeering van het vraagstuk eener andere huisvesting van lepralijders, gelijk bereids geseind werd.
Naar bekend is, zoo meldt het Soer. Handbld. nader, vindt men thans op Bali een vrij groot aantal, leprozerieën, over heel het eiland verspreid en gedeeltelijk zóó gelegen dat een bezoek Van den geneeskundige vrij bezwaarlijk is.
Het aantal lepralijders op Bali is nogal groot; iedere lijder aan deze ziekte wordt door de bevolking uitgestooten omdat men rampen voor het land vreest, indien de lijder aan lepra, hier genoemd sakit gedeh, in de volksgemeenschap blijft.
Er zijn reeds vele jaren geleden voorstellen 'aanhangig gemaakt tot het brengen van meer systeem in de huisvesting van lepralijders.
Men wilde indertijd een groote centrale leprozerie in het hartje van Bali inrichten doch verschillende overwegingen hebben zich daartegen verzet.
Nu de heer v. Lonkhuyzen zich door een onderzoek in loco van den stand van zaken heeft kunnen overtuigen, zal door den dienst der Volksgezondheid worden uitgewrerkt een plan tot reorganisatie der leprozerieën op Bali.
Eerstens overweegt men meer centrali satie; men heeft genoeg aan drie groote Jeprozerieön, ieder voor 500 a 600 zieken, voor geheel Bali, mits bij de oprichting rekening wordt gehouden met den eisch der gemakkelijke bereikbaarheid dezer inrichtingen door de geneeskundigen. Zoo dacht men zich ééne leprozerie in Karangasem (Oost Bali),; ééne in Den Pasar (Zuid-Bali en de derde te Boeboeg, (Noord- West-Bali). De hierdoor overtollig wordende bestaande inrichtingen kunnen dan worden opgedoekt.
Wat het eiland Lombok betreft, hier denki men genoeg te hebben aan eene grooteeen trale leprozerie.
 
Gemengde Berichten. Tijgerplaag op het eiland Bali Een overval op klaarlichten dag. Krantentitel:
 
Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad

Gemengde Berichten. Tijgerplaag op het eiland Bali Een overval op klaarlichten dag.
Bali biedt een ruim terrein voor de tijgerjacht. De tijgers zijn daar een ware plaag en vertoonen zich zelfs in de cultuur gebrachte streken, waar in het vorige jaar 40 koeien, 4 paarden en bijna 80 geiten door tijgers werden verslonden. De heer A. Vardon, eigenaar van de onderneming Sendang op Bali, beleefde kor de onderneming Sendang op Bali, beleefde kort geleden de volgende avonturen, waarover aan het Soer. Hbl. het volgende wordt meegedeeld:
Op klaarlichten dag viel een tijger een paar ossen aan, die voor een tjikar (kar) gespannen waren. Met één flinken sprong zat het beest boven op de tjikar, wat te veel was voor de anders voor geen klein geruchtje vervaarde tjikarvoerders, die onder hulpgeroep een goed heenkomen zochten. De sapie's aossen) door de aanwezigheid van den tijger half dol van angst, liepen wat ze loopen konden naar de redding brengende nmecshen op de fabriek, waar ze nog geen 300 nieter vandaan waren, terwijl de tijger, nog altijd boven op de meegesleepte kar, door het schudden en klotsen hiervan blijkbaar dusdanig van zijn stuk gebracht, dat hij verdwaasd bleef zitten. De heer Vardon, die juist in de fabriek was en het leven en hulpgeroep hoorde, greep naar zijn geweer, snelde naar buiten en zag het niet alledaagsch, hierboven beschreven schouwspel. Nog altijd renden de ossen voort, recht op de fabriek aan en passeerden den hoer Vardon op een drie meter afstand. Deze hief zijn geweer op, legde aan, en schoot om zoo te zeggen met den loop tegen het beest aan, zijn geweer af, den kogel juist door den nekwervel van het dier jagend, dat als een blok dood neerviel.
Een anderen keer, liep de heer V. met ëén zijner emploijé's langs een voetpad door het bosch naast de fabriek, toen zij plotseling om een* hoek vlak voor een koningstijger kwamen te staan. Eén seconde stonden beide partijen roerloos. Maar juist op het moment dat de heer V. zijn geweer wou grijpen, dat aan zijn schouder hing, sprong de tijger onder gebrul over hun hoofden heen, met één zijner achterpootendën hoed van den beer V. nog even afwerpend. Deze keerde zich bliksemsnel om en loste éen schot uit zijn dubbelloops geweer, dat véenwal met loopers geladen was, waardoor de tijger, hoewel gewond, toch nog ontsnapte.
Doch één dezer dagen had de heer V. het geluk, weder een tijger neer te leggen, die het al te bont maakte en zich niet tevreden stelde JS5%t uitsluitend het vee weg te rooven, maar zeiT^ tweemaal een koelie aanviel. Op dezen „man eater" werd ernstig jacht gemaakt en twee dagen later viel hij onder het schot van don heer V., juist toen hij 's middags 5 uur ongeveer over de ompa'ggering sprong niet ver van den heer V. af, die, in de hooge alangalang verborgen, op de loer stond. Bij meting bleek het dier 2.75 meter lang, terwijl bij het afstroopen van de huid eenige loopers voor den dag kwamen, een souvernirtje van den heer V., hem eenigen tijd geleden gegeven.

 
„N.V. Electricitsit Mij. Bali en Lombok”. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
20-09-1927, Dag
 
N.V. Electricitsit Mij. Bali en Lombok”.
Men meldt aan het Soer. übld. uit Singaradja. Met de werkzaamheden voor den aanleg en de aansluiting aan het electrisch net te Singaradja, is men sinds eenige maanden aangevangen; het werk vordert goed. De meeste huizen te Singaradja hebben reeds een installatie gekregen, terwijl men ook te Boeleleng flink opschiet, De benoodigde transformatoren-huisjes werden reeds gebouwd; met de laatste Vrijdag-boot arriveerde de kabel, waarvan inmiddels reeds circa 2 K. M. in den grond gelegd werd. Ook de fundamenten der fabriek werden reeds gelegd. Het wachten is thans op de machines en de bestelde ijzeren fabriek. Indien alles tijdig arriveert, zullen tegen het einde van dit jaar Singaradja en Boeleleng electrisch licht hebben. Ook te Denpasar (Badoeng) is de maatschappij met haar werkzaamheden aangevangen. Verwacht wordt dat kort na het „draaien" in Noord-Bali ook Denpasar electrisch verlicht zal zijn. Daarna, en misschien reeds eerder, komt Lombok aan de beurt.
 
Oprichting centraal krankzinnigengesticht op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
26-07-1927, Dag
 
Oprichting centraal krankzinnigengesticht op Bali.
Aneta bracht gisteren het bericht, dat er plannen bestaan om op Bali een centraal krankzinnigen-gesticht op te richten, waarin plaats zal zijn voor duizend lijders.
Voorloopig wordt bij uitvoering gerekend op vijfhonderd lijders.
Wh wisten niet, dat er op Bali zooveel gekken waren of zullen komen. Maar wat we wel weten, is, dat de tegenwoordige resident Caron een groot voorstander is van de oprichting van dergelijke „huizen van bewaring."
Als assistent-resident ter beschikking van den eersten burgerlijken gouverneur van Atjeh, Van Sluys, heeft hij ook krachtig geijverd voor de oprichting van een krankzinnigen-gesticht aldaar, hetgeen dan ook te Sabang is opgericht. Algemeen bekend is het, dat onder het bestuur van gouverneur Van Sluys, toen Atjeh gepacificeerd was en tot iederen prijs dien naam moest behouden, iedere Atjeher, die het waagde een aanval op de compenie of op een z.g. kafir te doen, direct ernstig onder verdenking van „krankzinnigheid" kwam. üan toch had het geen e politieke beteekenis .... J Begrijpt men ? Verschillende „politiek niet ongevaarlijke Atjehers" stonden bij wijze van „voorbehoedmiddel" ook op de lijst van „zwakzinnigen." Een soort veiligheidsklep dus om den toestand „politiek gunstig te houden." Zou men thans op Bali dien kant.óók op willen ? Een uitgebreid geneeskundig onderzoek zou misschien van te voren niet kwaad zijn.
 
BALI EN LOMBOK. Be vulkaanuitbarsting op Ball. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
30-08-1926, Avond
 
BALI EN LOMBOK. Be vulkaanuitbarsting op Ball.
 Nadere bijzonderheden. Ns redding der bevolking. — Het rapport van den resident.
- Do heden ontvangen Indisch© bladen behelzen de perste meer uitvoerige berichten omtrent do uitbarsting van den Batoer op Bali; d.d. 6 Augustus werd uit Singaradja gemeld: De eruptie van ds Goenoeng Batoer ving plotseling Dinsdagnacht aan, met een reusachtige vnurzuil van 6 tot 700 M. hoogte, welks eveneens duidelijk waargenomen werd door den wachthebbenden officier van heb stoomschip «Barentsz", op .0 mijl van d© kust van Bali, stoomend© van Hlakassar naar de Padangbaai.
Dinsdag waren zware donderslagen duidelijk hoorbaar te Boeleleng. Alhier is geen enkele schok go» voeld.
Óp d© westelijk© helling van den Batoer is tot d© halve hoogt© van den berg, benoorden van het dorp Batoer een reusachtige ©pleet ontstaan, waarin engeveer 20 voortdurend spuitende kraters lava, rook en steen uitwerpen met zwaar gedreun. Het Batoermeer is volkomen rustig. De vorder© omgeving is intact.
Te I-intamani viel een lichte aschregen. Woensdagnacht was er verhoogd© werking, met «eu nieuwen lavast.oom.
Woensdagmiddag bereikte d© lava het dorp. 's namiddags was dit geheel bedolven. De westelijke helling is nog zwaar werkend. Er is een nieuwe kegel gevormd. Hedenochtend was de werking minderend.
De redding der bevolking is alleen te danken aan het doortastend optreden van het BH., dat dwangarbeiders, militairen en politie reauireerde. Onverpoosd vormen zich meerdere, ongeveer op een rij gelegen openingen waaruit gassen en steenen te voorschijn komen, dreunend eu sissend als donderslagen en waaruit voortdurend lava Oostwaarts stroomt. Het geheel vertoond© zich 's nacht* ala «en groot vuurzee waardoor de gansene omtrek helder verlicht werd. Er werd geen honger geleden, doch '« nachts wel koude ouder de bevolking daar Batoer hooggelegen is. Vele kleinhandelaren beschikken nog over contanten.
Aangezien d© hoofdweg naar den Pasanggrahan loopt over een ouden kraterwand, kan niemand garandoeren of verzakkingen of aardstortingen te vreezen zijn of dat het doorgaand verkeer zal moeten worden stopgezet. D© heilige tempel t© Batoer. welk© bij de laatst© groote eruptie van '05 gespaard werd. daar de lavastroom voor den tempel stopte, is ook ditmaal ten deel© staand© gebleven, door d© iete hoogere ligging en d© Oostewaartsche richting van den lavastroom. De bevolking is rustig, doch volkomen terneer geslagen en onbekwaam voor zichzelf voorzieningen te treffen. Een vrouw is bij de algemeene vlucht door den schrik overleden; overigens zijn er geen persoonlijke ongelukken. De snelheid van den lavastroom bedraagt ongeveer 1). K.M. per etmaal, zij dreigt het geheele, lagere gedeelte van het dal op te vullen en zal vermoedelijk reiken tot de basis van het weggedeelte l-intamini Penolokan. Voor zoover thans na te gaan, is er nog geen verandering ingetreden in het niveau of den toestand van het Batoer» meer. Het is de hevigste beving sedert menschen» heugenis en vermoedelijk van langoren duur. Ds oude krater vertoont geen verhoogde werking, en stoot als gewoonlijk slechts rook nit. «Ziften voor de getroffenen kunnen toegezonden worden aan het Batoerfonds en de Balische Volksbank te Ungaradja. Indien er geen nienwe erupties komen is het bestuur den toestand volkomen meester.
-' De resident van Bali seinde de regeering van de plaate des onheils terugkeerend, dat ds aanvang der eruptie in den nacht van 2 op 3 dezer om 12 nur' plaats had en, in een reeks van ongeveer 20 kraters in de richting van de berghelling aan den Z.W. voet is ontstaan, 2 K2J. ten N.O. van de dessa Batoer. Er klonk een onafgebroken donderend geraas, er waren rook, vuur en steenen te zien. De lavastroom bewoog zich in Z.W. richting. In den nacht van - op 4 Aug. traden er hernieuwd© werkingen in. Op het hoogte» punt van den kraterreeks is een nieuwe, groote krater ontstaan. Er is een zware lavastroom, welke zich beneden in het dal N.W. en Oostelijk splitst, waarvan de Oostelijk© arm de dessa Batoer langzaam naderde. Ds heele bevolking van Batoer is gevlucht met medeneming van alle roerende goederen. Toen de lavastroom de dessa bereikte, ontstond er brand. De bidplaats, de meroe, is gedeeltelijk afgebroken en in veiligheid gebracht. De tempels te Batoer zijn tot nn toe gespaard wegens hun iets hoogere ligging. De ibva-trooln heeft een frontbreedte van ongeveer 8 meter, zal de dessa Batoer absoluut verzwelgen en dreigt het ondergedeelte van het dal geheel op te vullen. Militairen en gestraften verleenen hulp bij et -brengen' huisraad en afbraak naar veilige plaatsen, alwaar tijdelijke woning worden opgericht. De bevolking van de desea Batoer bedraagt 2004 zielen, waarvan er ongeveer 800 in de naburige de«sa zijn ondergebracht en de overigen in loodsen. Er zijn ongeveer 500 gebouwen vernield; de schade nan gebouwen en landbouwgewassen bedraagt ver» moedelijk IV, ton, afgescheiden van de vernietigde bouwgronden. De voedselvoorziening geschiedt door distributie. Aan het Zmeroefonds is om f 10000 ge» vraagd. Er is een comité opgericht voor het bonden van inzamelingen ter voorziening in voedsel en bouwmaterialen. Er zijn afdoende beschuttingen tegen het gure klimaat. Er hebben geen persoonlijke ongelukken plaats gehad. Ds eindindruk is, dat men met een betrekkelijk oppervlakkige eruptie to doen heeft, welke voor de verdere omgeving nog geen gevaar oplevert, ofschoon er «ware luchttrillingen zijn, waardoor de ruiten van de pasanggrahan te l-intamni gesprongen zijn. Er Dy» sseen waarneembare aardschokken. __„.,. _.
 
Het leven van een Nederlandsch gezin op Bali. Krantentitel:
Tilburgsche courant Datum, editie:
12-04-1927, Dag
 
Het leven van een Nederlandsch gezin op Bali.
Ts de ..Katholieke Vrouw" lazen wij ondc-r<*taanden prettigen brief van een Nederkndßch* moeder, op bezoek hij haar kindeïm op Bali.
„Bij 't ontwaken dien eersten morgen, drong 't eerst nog niet goed tot me door: ,;ik ben op Bali", maar toen ik 't primitieve petrolcumlampje zag branden, inplaats van 't electrische licht op de suikerfabriek, — begreep ik 't dadelijk, en sprong haastig u?t de klamboe. Bij 't openslaan der ramen zag !k uit op 'n tuin, zóó enorm, als ik zelden heb gezien, 'n uitgestrekten keurig-Engelsch «angelegden tuin. 'k Hoorde al stemmen in de voorgalerij, schoot gauw 'n kimono aan, even 'n kam door m'n korte haren en toen óók naar voren. Dat is 'n vaste Indische gewoonte: dadelijk bij 't opstaan in kimono en pyama, de bloote voetjes in muiltjes, samen in luie stoelen vóór te komen zit» ten, gezellig pratend en genietend van den prachtigen, rustigen, koelen ochtend, al koffiedrinkend (café au kit). De avonden zijn benauwend, drukkend, unhehnjsch, maar de ochtenden maken alles weer goed. „Wat 'n tuin zeg, wat 'n tuin hebben jullie!" was 't eerste wat 'k zei. „Och Moes, daar hebt U nog net niks van gezien," zegt m'n zoon, „kom, drink uw koffie uit, dan gaan we samen 'n wande-» Hng maken," 't Leek 'n wandeling door 'n ruim park: sierlijk glad geschoren perken, massa s kleurige, geurige bloemen. En toen naar den moestuin; weer 'n heele uitgestrektheid: manggaboomen vol vruchten; hooge klapperpalmen, en haast even hoog de papajas (vruchten zooaets als meloen).... „En, kijk 's Moeder, dit is m'n trots, de „Hollandsche afdeeling". Te Zag met bewondering naar de lange, lange bedden tomaten met Veel prachtige vruchten: spercieboontjes, komkommers, preien, radijsjes. Daarnaast 'n kleine ctëerenafdeéhng: vier melkkoeien, twee paarden in den stal, 'n groot kippenhok met *n 60 kippen, 'a duiventil met veel te veel durven, en *a klein grijs aapje, 'n speelaapje voor den smjo (jonge heer).
„Heerlijk, je woont hier in 'n paradijs." De eigenaar van dit paradijs begint te lachen: „Zeker Moes, voor 'n maandje.... maar dan " Ja, ik kan 't me indenken; zij zijn hier aleen als Europeanen, nergens, nergens in den omtrek 'n dokter te bereiken, haast nooit 't gezellig verkeer, met vrienden); de eenige Europeanen in de buurt wonen 5 uur verder en zijn heel moeilijk te bereiken. Ze wonen eenzaam als m'n kinderen op 'n groote klapperondememhrg, héél ver, maar tóch staat op m'n program: ook 'n tocht daar naar toe — door de wi.-dernis.
„Kom moeder", zegt mijn zoon, „nu gaan we ons kleedten en ontbijten, want straks komen de Inlandsche hoofden U hun opwachting maken." Al dadelijk na 't ontbijt wordt er 'n groote mand gebracht met allerlei fruitsoorten,, dat is afe 'n groet vooruit bedoeld; en na 'n poos, als we in de voorgalerij zitten, komen daar de Inlandsche hoofden; ze komen naar ons toe, en groeten op.de Oude onderdanige manier, het bovenlichaam sierlijk gebogen, de handen gevouwen tegen het voorhoofd. Een verbannen vorst is erbij, die om politieke redenen maar deze afgelegen plaats is verwezen, 't Is 'n afschuwelijke dikke kerel, maar zijn kleeding is prachtig: 'n sarong, zwaar met goud bestikt, evenals dé randen van zn donkerblauwe jas, en de sfendang om zn middel, waarvan bij de jasopenrng maar 'n klein stuk te zien is; het opvallendst is de kris achter op zijn rug; 't is *n prachtstuk, zóó kostbaar als In Holland niet gezien wordt: massief goud, kwistig bezet met diamanten, van héél groot tot heel klein. Ik kan me met de hoofden niet onderhouden; ik spreek nog tè weinig Maleisch, maar mijn zoon spee.t voor tolk.
Spoedig vertrekken ze, weer buigend en groeten als bij hun komst; en loópen in gebukte houding tot ze uit de voorgalerij verdwenen zijn. En voor de zooveelste maal bewonder ik hun prachtige houding, die hoe onderdanig ook, toch fier, bewust en vol gratie blijft.
'k Kan niet nalaten het tegen mijn zoon te zeggen: „Vindt u dat zoo moot? Dan moet u straks met me meegaan; Te moet in den tempel een eed afnemen van 'n ambtenaar." Na 'n kwatiertje, 't is net half tien, rijdt de auto voor. Gedeeltelijk rijden we langs de kampongs; die staan bekend als ongehoord vuil: kippen, honden, varkens, menschen alles leeft er met elkaar in één huis, maar van dat alles is niets te zien. In tegenstelling met Java is de heele kampong omringd door 'n lagen, steenen muur.
Na 10 minuten .zijn we al bij den Hindoetempel, waar de plechtigheid zal plaats hebben. Aan den voorkant is 't een vierkant uit rood steen bewerkt gebouw, zooals er ¦zooveel staan afgebeeld. We gaan 'n trapje op van 6 treedjes, en meteen ook weer n trap naar beneden af. De tempel blijkt van binnen 'n open ommuurde ruimte, zonder dak, de zon schijnt er fel binnen. In één hoek zitten de vrouwen samengehurkt, in 'n ander de mannen; afgezonderd zitten de muzikanten .voor.de gamelanmuzick. Vóóraan staan fauteuils voor ons gereed. Zoodra we gezeten zijn begint de eigenlijke plechtigheid. Op 'n mat vóór ons hurkt de keurig gekleede Inlander, die vanochtend den eed zal afleggen. Naast hem staan verschillende spijsoffertjes en eenige bloemstukken. Daaromheen de verschillende Inlandsche hoofden. De penghoeioe (Inl. priester) zegt iets in de landstaal tot den persoon in kwestie, en verwijdert zich daarna naar 'n hoek van den tempel, waar op 'n overdekte verhooging verschillende offers liggen tentoon gespreid. Ik hoor hem gebeden mompelen. Dan keert hij terug, strekt zijn hand uit over den eedsaflegger, die nu gaat staan, en zich keert naar den controleur ah drager van 't Europeesch f'ezag. Nu treedt de rechter naar voren, en eest een formule voor, het is alles in 't Maleisch; hij belooft trouwe dienst en aanhankelijkheid aan 't gouvernement, dat hem aanstelt als schrijver voor deze gemeente. Daarna gaat de nieuwbenoemde ambte» naar weer op de mat zitten. Een Inlander treedt nu naar voren, en houdt een pajong (parasol) boven zijn hoofd. (De pajong is 'n reeken van waardigheid, die bij geen enkele beurtenie ontbreekt, zelfs bij 'n begrafenis wordt nog 'n pajong boven de baar gedragen). De penghoeloe gaat naar 't hoekalraartje, mompelt weer gebeden, — en teruggekomen — besprenkelt hij den nieuwen ambtenaar met gewijd water. Hierna is de plechtigheid afgelioopen. Wij rijden naar huis terug. Mijn zoon moet nu naar 't kantoor, waar ook 6poedïg de nieuw-benoemde schrijver komt om zijn werk te beginnen.
In de koele binnen galerij wacht mijn dochter op me, met 'n glas aerdjeroek (kwastVmet ijs. „Hoe vond u 't. Moeder?" „Ik begrijp er niet veel van.... maar ik vind 't warm, wanml" Om één uur gaan we eten; we zullen rijsttafe! eten; ik vind 't erg interéssant, want heb tot nu toe altijd Europeesch gegeten. Gewone droog gestoomde rijst is feitelijk de hoofdschotel, maar 't groote aantal bijgerechten zijn toch de hoofdzaak. De djongos (hulsbediende) gaat eerst rond met 'n schaal rijst leder bedient er zich van in 'n diep bord. Nu komen de vleeschschotels, gesneden rundvleesch, gehakt van rundvleesch, stukjes vleesch in 'n pikante saus; kip, eveneens op verschillende manieren toebereid. Ha! daar te iets Holïandsch: kleine ronde tomaatjes in boter gebakken; daarna verschillende „sambals en sajoers": „sambal vedang" (van garnalen) en verschillende andere, grootendeels van Inlandsche vruchten en groenten bereid; geraspte en daarna gebakken klapper; hardgebakken katjang (oÜenootjes). Ik zie ook nog kleine schoteltjes, waarvan de inhoud •min of meer rood getint is. „Pas daarmee op, Moes", waarschuwt Zus, „da's lombok, hoor." Ik wil even profceeren maar de tranen rollen me over de wangen; het ia nog veel heeter dan 'n stuk Spaansehe pepérl Ze hebben er allemaal plezier im.
Al die bijgerechten komen op 'n apart bord te liggen, en van alles afwisselend wat bij de rijst gedaan. Ik neem mijn vork en mes, en wil beginnen, maar zje. meteen dat Te toch nog 'n echte tofcok ben; want rijsttafel hoof je met vork en lepel te eten.
Hét is nog wat ongewoon, maaf tóch geloof 'k, dat 'k 't op den duur wel heerlijk zal vinden; en 'k neem me voor om — als 'k weer in Holland terug ben, ook V zoo goed en zoo kwaad als 't gaat, rijsttafel klaar te maken."

De Eruptie van de Batoer

De redding der bevolking is alleen te danken aan het doortastend optreden van het 8.8., dat dwangarbeiders, militairen en politie requireerde.
Onverpoosd vormen zich meerdere ongeveer in eene rij gelegen openingen waaruit gassen, steenen met dreunen en sissen en donderslagen ontsnappen en waaruit voortdurend ook lava Oostwaarts stroomt.
Het geheel geleek des nachts één groote vuurzee, waardoor de omtrek helder werd verlicht.
Er wordt geen honger geleden door de bevolking, doch 's nachts wel koude.
Vele kleinhandelaren beschikken nog over contanten.
Aangezien de hoofdweg naar de pasanggrahan loopt over den ouden kraterwand, kan niemand garandeeren of er geen verzakkingen of aardstortingen te vreezen zyn. De mogelijkheid dat het doorgaand verkeer voor toeristen wordt stopgezet, is niet buitengesloten.
De z.g. heilige Batoer-tempel, welke bij de laatste groote eruptie in 1905 gespaard werd, daar de lavastroom voor den tempel stopte, is ook ditmaal tot dusver gedeeltelijk staande gebleven. _ Dit komt omdat de tempel iets hooger is gelegen, en door de Oostwaartsche richting van den lava-stroom.
De bevolking is rustig, doch volkomen ter neer geslagen en onbekwaam om uit zichzelf voorzieningen te treffen. Een vrouw is bij de algemeene vlucht van schrik overleden, overigens hadden geen persoonlijke ongelukken plaats. De snelheid van den lava-stroom is ongeveer li/2 K.M. per etmaal. De stroom dreigt het geheele lagere gedeelte van het dal op te vullen en zal vermoedelijk gaan tot de basis van het weggedeelte Kintamani- Penolokan.
Voorzoover thans is na te gaan, is er nog geen verandering in het niveau en den toestand van het Batoer-meer.
De eruptie is de hevigste welke sedert menschenheugenis plaats had, en vermoedelijk ook van langeren duur dan eenige vorige uitbarsting.
De oude krater vertoont geen verhoogde werking, en stoot als steeds slechts rookwolken uit.
Giften voor de getroffen slachtoffers kunnen worden gezonden aan het Batoerfonds en de Balische Volksbank te Singaradja.
Indien geen nieuwe erupties plaats heb ben, kan het bestuur den toestand vol komen meester blijven.
_ De resident van Bali seinde aan de regeering dat hij van de plaats des onheils was teruggekeerd. De eruptie van den Batoer ving aan in den nacht van 2 op 3 dezer om 12 uur.
Een reeks van ongeveer 20 kraters is ontstaan in de richting van de berghelling aan den Z. W. Voet, 2 K. M. N. O. van de desa Batoer. Een onafgebroken donderend geraas deed zich hooren, rook, vuur en steenen kwamen uit den berg, en een lavastroom bewoog zich in Z. W. richting. In den nacht van 3 op 4 dezer had hernieuwde werking plaats en op de hoogte van de krater-reeks ontstond toen een nieuwe, groote krater. Een zware lavastroom vertoonde zich, welke zich beneden in het dal N. W. en Oostelijk splitste. De Oostelijke arm vloeide langzaam op desa Batoer toe. De heele bevolking van dit dorp vluchtte met medeneming van alle roerende goederen. Toen de lavastroom de desa bereikte, ontstond er brand.
De bidplaats Meroe is gedeeltelijk afgebroken en in veiligheid gebracht. De Batoer-tempels werden tot nu toe gespaard, door hun iets hoogere ligging. De lavastroom heeft een frontbreodte van ongeveer 1 K.M. en een hoogte van ongeveer 8 M. Hij zal de desa Batoer absoluut verzwelgen, en dreigt het ondergedeelte van het dal geheel op te vullen. Militairen en gestraften verleei* d oor huisraad en afbraak naar veilige plaatsen over te brengen, alwaar tijdelijke woningen wordt opgericht. De bevolking van desa Batoer telt 2004 zielen waarvan ongeveer 800 in naburige desa's zijn ondergebracht en de overigen in loodsen.
Het aantal gebouwen dat vernield werd is ongeveer 500. De schade aan gebouwen en landbouwgewassen aangericht bedraagt vermoedelijk li/2 ton, afgescheiden van de vernietigde bouwgronden. De voedselvoorziening geschiedt door distributie.
Aan het Smeroefonds is om f 10.000 gevraagd. Een comité voor inzamelingen is opgericht, ter voorziening in voedsel, bouwmaterialen en afdoende beschuttingen tegen liet gure klimaat. Er zijn geen persoonlijke ongelukken gebeurd.
De eind indruk is dat men te doen heeft met een betrekkelijk oppervlakkige eruptie, welke voor de verdere omgeving nog geen gevaar oplevert, ofschoon zware luchttrillmgen worden opgemerkt. Zoo zwaar dat de ruiten van de pasanggrahan te Kintamani zijn gesprongen.

 
De melaatschen op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
01-04-1927, Dag
 
De melaatschen op Bali.
De verzorging, onderbrenging en medische behandeling der leprozen op het eiland Bali laat nog zeer veel te wenschen over. De zieken worden voor een zeer klein gedeelte in enkele verspreid liggende inrichtingen opgenomen, doch de behandeling, die deze ongelukkigen daar krijgen, is eigenlijk veel minder dan die welke zij genieten, wanneer zij zich in de dessa blijven ophouden.
Men gevoelt, en terecht, dat aan dezen toestand een einde moet komen. Afzondering, doch daarmee gepaard gaande goede huisvesting en medische verzorging, dat is de minimum-eisch, die gesteld moet worden, in het belang der maatschappij, en ter verlichting van het lijden der kranken. Vol gens de Loc. heeft zoo juist Dr. Bargehr, de door de Regeering aandemelaatschen-kolonie Pelantoengan toegevoegde geneesheer, een inspectie-reis door Bali gemaakt, waarbij hij tot de conclusie kwam, dat de zorg voor de melaatschen aldaar en op Lombok, waar hij ook vertoefde, zoo zeer te wenschen liet, dat verbetering in den toestand dringend noodzakelijk was.
Het ligt thans in de bedoeling om op Bali een centrale inrichting voor opname en verpleging der leprozen te stichten, . dan in de eerste plaats de thans in de drie bestaande inrichtingen opgeborgen leprozen zullen ondergebracht wordeD, terwijl voorts het werk der afzondering krachtiger ter hand genomen zal worden.
Dr. Bargehr, die met een kort verlof naar Europa gaat, zal na ommekomst van dit verlof, zoo vernemen we. waarschijnlijk aan het hoofd dezer inrichting worden geplaatst. Een langjarige praktijk in de eenzaamheid van het Pelantcengansche gesticl't zal dezen medicus in staat stellen de nieuwe inrich ting op de b. st mogelijke wijze en tevens de meest moderne wijze te utileeren.
Daarmee zal dan een groot werk verricht zijn voor de Balische bevolking in het algemeen en voor de zieken in het bizonder,
 
Muntzuivering op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
10-12-1925, Dag
 
Muntzuivering op Bali.
Het Volksraadslid Tjokorde Gde Rake Soekawati heeft op 5 Dec. de volgende vraag aan de regeering ingediend: Tengevolge van het feit, dat de muntzuivering op Bali nog niet is doorgevoerd, is de Balische kep e n g onder de bevolking nog steeds het voornaamste betalingsmiddel. Waar echter alle belastingen in Nederland sch-Indische munt dienen betaald te worden en de zich ten th'de van deze
betaling in bezit moet stellen van Nederlandsche-Indische munt, tengevolge waarvan hiernaar een groote vraag ontstaat, daalt in dien tijd de koers van de kep e n g ten opzichte van het Nederlandsch-Indisch geld; is de belastingtijd vooiby', dan vermindert de vraag naar N. I. munt en gaat de koers van de kep e n g weer opwaarts. In den tyd van den belastingaanslag moet men voor een rijksdaalder 1500 —1800 k e p e n g betalen ; daarna 1200 — 1500 ke p e n g. Tengevolge van deze koersschommelingen drukt de belasting ongeveer ll^ maal zoo zwaar op de bevolking als uitgedrukt in Nederlandsen-Indische munt. Uit economisch oogpunt verdient daarom eene muntzuiverhig op Bali overweging, temeer omdat hierbij gebruik zou zijn te maken van de in 's lands kas te Mataram en in andere Landskassen aanwezige groote hoeveelheden overtollige pasmunt. Het lid Soekawati zou de vraag willen stellen, of de regeering den tijd niet gekomen acht om tot muntzuivering op Bali over te gaan.
 
SPORT. VOETBAL. De Zwaluwen op Bali.
Krantentitel:
De Indische courant
Datum, editie:
29-10-1929, Dag
 
SPORT. VOETBAL. De Zwaluwen op Bali.
Het gaat onzen jeugdigen stadgenooten op Bali naar den vleeze. Nadat zij het Woensdagnacht aan boord nogal te kwaad hadden gehad met de vrij onrustige houding van de Reynst, vergoedde de ontvangst op het eiland veel. Donderdagmiddag traden zij in het veld tegen het Boeleleng-elftal en wisten zij een vrij gemakkelijke 3—O-overwinning te behalen, die reeds vóór de pauze was bevochten. Ook de tweede wedstrijd, Zaterdag jl., tegen een vertegenwoordigend Bali-team leverde een overwinning voor de Soerabaiasche scholieren op. Het heeft er toen echter om gespannen. Met de rust was de stand I—o voor de Balmeezen. De trekvogels wisten echter in de tweede speelhelft de score op 2—l in hun voordeel te brengen, doch hierop maakten de eilanders weer gelijk. Tenslotte gelukte het den gasten om een derde puntje te scoren en zoodoende met 3—2 te zegevieren.

De jongelui, die op Boeleleng overal even gastvrij ontvangen waren, zijn hierop den volgenden dag naar Den Pasar gereisd, waar eveneens twee wedstrijden gespeeld zouden worden.

 
Vlleguitstaplcs naar Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
02-09-1930, Avond
Vlleguitstaplcs naar Bali.
 
De H_NXL_M. heeft naar het Soer. Hbl. meldt thans ook haar oogen op Bali gevestigd en wellicht zal men in do nabüo toekomst hiervan reeds kunnen profiteeren. Enkele heeren van genoemde MU. hebben een bezoek aan het eiland gebracht, om te onderzoeken of een vliegdlenst van Soerabaja mt perspectieven zou openen. Tevens werd het vliegveld te Grogak aan de Noordkust van Bali. op een kleine 40 lc^l. van Slngaradja gelegen, aan een grondig, onderzoek onderworpen. Reeds enkele malen Hn militaire en andere vliegtuigen vroeger geland, en met eenlge verbeteringen zou genoemd vliegveld voor geregeld gebruik in orde te maken Hn. Singaradja is met een auto goed te bereiken en zelfs is het grootste gedeelte van dezen we? reeds geosphalteerd. Het blad veraam zelfs zeer grootsche plannen, die In overweging worden genomen. nX om geregelde weekenddiensten van Batavia en Soerabaja naar Bali te openen. De bedoeUng zou dan Hn om Vrijdags van Batavia met do vliegtuigen te vertrekken, te Soerabaja andere weekenders op te nemen en door te vliegen naar Ball. Des Zaterdags zou dan het vliegtuig weer naar Soerabaja vertrekken. waarbU inwoners van dit eiland in do golegenheid zouden worden gestold do weekend te Soerabaja door te brengen. Den Maandag dra/v. wederomver» trek mt Soerabaja naar Ball. waarna de weekenders op Ball naar huis. te Soerabaja. Semarang, Bandoeng of Batavia gebracht zouden worden. Indien do prijzen nlet hooger zoudon Hn dan de H_P.M.-tarieven. gelooft het blad, dat er ook op Ball animo genoeg voor zou bestaan, vooral door den vluggeren overtocht en het met gebonden Hn aan de afvaarten van schenen, wat al een zeer groot voordeel kan genoemd worden.
 
 
Lijkverbranding van.... ratten. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
14-05-1936, Avond
 
Lijkverbranding van.... ratten.
Op Bali heerscht een . ongekende rattenplaag. Ceremonleele lijkverbranding van het gedierte als laatste middel.
Met het groot ceremonieel van een echte lijkverbranding is kort geleden «en symbolische verasschlng van ratten gehouden, schrijft de colrespondent op Bali van de Ind. C. Aan het strand van Saneer verrichtten priesters hun Indrukwekkend gebed en wijding, offers lagen gespreid, gamelans speelden de ritueele melodieën, verbnindingsdleren stonden te wachten op de dieren die daarin verbrand zouden worden. Geen menschen dus ditmaal. Een wel ongewone gebeurtenis, die heel wat volk bijeen bracht. Heelt» des ochtends In de vroegte was alles voor den grooten dag in gereedheid gebracht en de tijd werd gekort met het vertoonen van maskerspelen etc.
Deze symbolische verbrandingen zijn een oud instituut op Bali. Zij hebben slechts plaats, wanneer de ratten, dle leder Jaar hun deel van den oogst opelschen. op buitengewoon desastreuze wijze huishouden.
Deze schadelijke dieren hebben het vorige Jaar een vemleUngsfestljn gehouden van zoodangen omvang, dat alleen ouden van dagen op Balt zich uit hun verleden lets dergelijks konden herinneren. En het heeft er allen schijn van, dat men dezen rampspoed nog nlet te boven is: ook In. deze voorjaarsdagen ziet men weer menig padiveld. ook daar waar nog geen korrel te bekennen Is en de halmen eerst twee, drie maanden in den grond staan, waar de onberekenbare en vraatzuchtige dieren hun «lag hebben geslagen. Men krijgt een denkbeeld van den* omvang, dlen dit kwaad het vorig jaar aannam, wanneer men weet, dat alleen ln Zuld-Ball voor een waarde van ongeveer / 500.000 aan te velde staande padi werd vernield, opgevreten. De daarmede co»»espondeerende vermindering van de landrente bedroeg ruim / 60,000. Het verdient opmerking, dat voornamelijk «te onderafdelingen Badoeng, Glanjar en Tabanan getroffen werden, zoodat «te vermindering van 60.000 gulden' «uisluitend deze drie gebleds» deelen betreft. Het totaal der landrentehefflng In geheel Zuid-Bal! bedraagt ruim / 1,000,000. De vermindering is derhalve percentsgewijs nlet zoo ernstig, doch wd ls een bizonder groot waardeverlies de vernieling van de padi.
Ten einde de bevolking tegemoet te Komen, is bepaald, dat men na vernieling van den oogst gerechtigd is, nieuwen aanplant In den grond te brengen, over «*elk» oogst dan later geen landrente verschuldigd ls. Hiervan Is het vorige Jaar wederom druk gebruik gemaakt.
Op alle mogelijke en onmogelijks manieren hebben de Ball«rs getracht, het euvel te be strijden. In Zuld-Ball alleen ls ruim een mllhoen ratten doodgeslagen. Men ving ze ln vallen, men Joeg er «te honden op al — dle echter al gauw genoeg kregen van het ratten» vleesch! — men gebruikte vergif: niet» echter mocht afdoende baten De rattenverbrandlngen. welks thans met plechtig ceremonieel gehouden worden, helpen misschien nog het best! Immer» een letter te «lnUcht» -djn bepaald aantal rat- tenstaarten ln te leveren en dat dwingt tot rattenvangst.
Van bestuurszijde zijn ook verschillende middelen beproefd. Er ls een bepaald rattenvergif ingevoerd, doch wanneer enkele dieren er van gevreten en het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hadden, dan kregen de andere het in «te gaten en.... geen beest raakte er meer aanl •
Wellicht zou men meer succes hebben met het middel, dat in Engeland samengesteld werd en dat ds ratten eerst veertien dagen na. het nuttigen doet bezwijken. Het schijnt, dat dan «te rattengemeente geen „causaal verband- legt en het gif doorvreet. De Times bracht hierover, naar we ons meenen te herinneren, nlet lang geleden uitvoerige blzonderheden. Wanneer «Ut gif Inderdaad werkt zooals het beschreven wordt, dan ware toepassing daarvan stelllg een middel, dat succes hebben zou.
Voorloopig echter houden we het op ds verbrandingen met de verplichte Inlevering van staarten.
 
 
 
Kop:
Noesa Penida, het Bandieten-eiland. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
20-12-1929, Ochtend
Noesa Penida, het Bandieten-eiland.
Voorziening In watergebrek.
lloesa Penida. of het Bandieten-eiland, «oo genoemd, vnjl het vroeger door de vorsten van Kloenkoeng als ver» banningsoord werd gebruikt, ligt ten ZO. van Bali. en verdient tegenwoordig zeker den naam niet meer. welke ongetwijfeld in vroegere tijden door Hollandsche zeeraarder, er aan werd gegeven. Het Is een rustige sym-1 vathleke bevolking (van ongeveer 14.000 nwoners). die haar uiterste best doet —> zoo vertelde prof. dr. Roden» walt. inspecteur voor Oost-Java. Bali en Lombok van den D. V.G. aan het Soer. Mbi. — «n nog iets te maken van het dorre, droge eiland, dat vermoedelijk grootendeels bestaat uit een opgeheven koraalrots- het ls treffend te zien, hoe zij alle eenigs^ln, voor beplanting ln aanmerking komenden grond ah.w. bij elkaar schraapt en benul. Bovendien wordt op Noesa Penlda gedaan aan veeteelt. Er ls den laatsten lijd een economissie opleving merkbaar; men heeft een motorboot» verbinding met de Padangbaal. en voor het volgende jaar zijn credieten beschikbaar ten behoeve van aanleg van een auto-weg rondom het eiland. De D.V.G. zal naderhand ook de mogelijkheid onder de oogen zien van vestiging van een polikliniek en cc mantil-verplezer. 1 Blijkt derhalve ook ran de zijde van de Overheid groote belangstelling in het algemeen voor dit eilandje te bestaan, zeer speciaal geldt deze de voorziening in het watergobrek, waaronder men ginds lijdt, en de zcowel een beteren gezondheidstoestand van de bevolking in den weg staat, als de ontwikkeling van de veeteelt (bllzoderiiJk de varkensfokkeriJ). De bevolking vangt er sinds eeuwen het regenwater op in flesch-vormige reservoirs, uitgehouwen ln de kalkrotsen; maar deze geven in de eerste plaats geen mooi water, en ln de tweede plaat, weinig water, wijl de wanden zeer poreus zijn; men kan er op rekenen dal niet veel meer dan 10 procent van het daarin verzamelde .water overblijft voor de bevolking. Door de 8.0.W. zijn twee waterreservoirs gebouwd, één van 400 kub. M. en één van 600 kub. M. inhoud; bovendien komen er nog twee bij. deze staan althans op het program. Maar een betere ontwikkeling van den economischen toestand van de uitvoering van de voor«teilen van den 8.0.W.-ingenleur Van Hasselt, de beslaande waterkelder, te veibeteren en eenige uitbreiding aan hel aantal te geven, waardoor over hot eiland 29 van dergelijke waterkelder, zouden zijn verspreid Hel is nl. gebleken, dat de beslaande kelders van de bevolking zich zeer goed leenen voor verbetering, door een regelmatige bekapplng van de wanden, bemelsel'.ng er ran en door het vervangen van de atappen-opvan_daken door zinken. Er ls uitgerekend, dat elke dan on» geveer 40 kub. M. bevatten.
Indien voor deze werkzaamheden de noodige credieten worden verleend (tot een bedrag van ongeveer 28 mille), kan daarvan een belangrijke vetbeterlng van de watervoorziening worden verwacht.
 
NEDERLANDSCH INDIË Transmigratie en ontginning in West-Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
14-01-1936, Avond
 
NEDERLANDSCH INDIË Transmigratie en ontginning in West-Bali
Van waar te weinig bosch en te veel «enscben djn naar waar te veel bosch en te wdnlg «enscben zijn.
Ben bijzondere medewerker schrijft ons uit JNall:
West-Bali, grootendeels ln beslag genomen door do onderafdeeUng Djembrana, bedt een gebed ander aanzien dan de overige deden van het eiland.
In plaats van uitgestrekte vlakten of hellin«en met meesterlijk aangelegde sawah-terrassen. vindt men hler een groot blok van berg- en heuvelland, dat hler en daar een hoogte mn «neer dan 1000 M. bereikt, dicht begroeid met oerwoud. Lang» den zuidrand daarvan loopt «en smalle, ten deele bebouwde kuststrook, die dch soms verbreedt bijv. daar waar de hoofdplaat» Negara ligt Maar vaak is de afstand van de bergen tot de kust nlet grooter dan «nkde kilometer».
In de geheele onderafdeeUng wonen nog geen 80.000 menschen en enkele duizenden van hen zijn Mohammedaan. Men herkent hen aan de niet ommuurde erven van bun hulzen, bun voor» liefde voor het houden van tortelduiven, ln kooien opgehangen aan hooge palen, en aan enkele nlet-Ballsche eigenaardigheden in bun Ideedij. De vrouwen hebben het bovenlichaam bedekt en dragen een sluier over bet hoofd, zooals men dat ln de Soendalanden zooveel det Ook de donker gekleurde Nuweelen muts van de mannen herinnert aan Java; zij wordt ge» dragen zooals de fez in andere Mohammedaan» «ch« landen. Eik van deze bijzonderheden af» zonderlijk kan men ook elders wd opmerken, «aar waar dj zoo veelvuldig en in vereerdging voorkomen ligt de invloed van den Islam voor bet grijpen; van den Islam en van de vreemdelingen, die dch hler gevestigd hebben.
Ved van de Balischs Mohammedanen of Bail» Islam djn namelijk Malelera, Javanen. Madoereezen en Boeglneezen. de reeds van gedadit op geslacht in Djembrana wonen. Zij hebben verschillende Ballsche gewoonten overgenomen «i» nebben zelf» hun eigen taal verloren. Zij «preken than» een rerbastsrd Maleisen, door» «pekt met Balischs. Javaanse!» en andere woorden. Toeristen kom ln deze streek decht» weinig. Alleen dj. dle met het overzetvesr van Banjoewangl naar Glllwanoek zijn overgestoken, «norren met hun auto» of met den autobus over den grooten weg vla Negara Tabanan naar Denpasar. Voor ds overbevolkte «n arms deelen van Bah «n van bet nabijgelegen eiland Noesa Penlda belooft Djembranda een uitkomst to worden Weliswaar moet een groot gedeelte van hst oer» bosch gespaard blijven met bet oog op de bosch» «serve, maar bet 1» gebleken dat Indertijd de grens daarvan bier en daar lager 1» gesteld dan noodig is. Er kan du» nog boscb plaat» maken -worbebouwd land en daaraan l» momenteel groots behoefte. Er zijn arms bewoner» van de overbevolkte streken genoeg, dle aan land ge» holpen moeten worden en teven, zou door bet «verplantsn van grondbezitter» uit boschanne dselsn van be» eiland weer terrein beschikbaar komen voor de n«t»bo»«mln«. Dit laatste ««val doet dch bijv. voor in ds tottt^deeltag Kiiwi-ta-, ww ten -Hl»-». tekort ls aan de bosschen. die onmisbaar zijn voor bet voorkomen van banjirs. De bosschen houden Immers het overtollige water vast om dlt langzaam aan los te laten en verhinderen het afstorten van de ravijnwanden, dat anders zou maken dat de rivieren en sawahs zouden verzanden. Om tot reboisatie te kunnen over» gaan heeft «en nu den grond van verschillende desa'» ln het Itarangasemsehe dlstrikt Rendang moeten koopen. Daardoor moeten meer dan duizend menschen hier sawahs missen. Van bet geld, dat dj daarvoor ontvangen hebben, zouden zij wel eenigen tijd kunnen rondkomen, mits net hun in kleine bedragen ter hand werd gesteld, maar een blijvende biöodwl>Lnlng zouden zij niet meer hebben.
Nu kwam bet surplus aan beschikbaren grond ln Djembrana te pas. De Karangasemers in kwestie kregen gedeelten toegewezen van de heuvelruggen Badlngkajoe en Asahdoeren in het dlstrikt Mendojo Badlngkajoe ligt op de zuid» helling van het Koetodgebergte tuaschen de rivieren Jeb Leb en Jeh Lebah op «n hoogte van ca. 250—500 meter. De grond 1» vruchtbaar, het klimaat zoo koel, dat er ook ln den Oostmoesson verschillende wlandsche «ulttnirgewas» sen geplant kunnen worden: cassave, bataten en wellicht ook mal». Ook bestaat de hoop. dat hler op den duur koffie geplant zal kunnen worden en wd robusta, die een grooteren oogst oplevert dan de verder op Ball gebruikelijke arablea. Een door de Karangasemers afgevaardigde commissie beeft dan ook vastgesteld, dat transmigratie teven» vooruitgang beteekent. Sedert half Juni 1935 zijn bun landslieden ln Badlngkajoe aan het werk.
Het andere transmigratiegebied der Karangaseiners ls de moendoek (heuvelrug) Asahdoeren, vlak boven de klapper» en rubberonderneming Poeloekan, lager gelegen dan Badlngkajoe. Het terrein l» er sterker geacddenteerd. maar de grond ls even goed. Behalve de pa» gekomen Karangasemer» werken hler ook nog andere Baliers, immigranten ult Glanjar en Karangasem, dle reed» ze» jaar ln deze streek, met name ln Manglssari op de grens van Djembrana en Bedeling, wonen.
De ontginning van bet oerwoud op ds berg» hellingen l» thans reed» een goed eind gevorderd. Groots «tukken bosch hebben plaat» gemaakt voor bouwgrond, waarop vergrijst, bataat en mal» groeien. Os grond ls momenteel nog wat te bard. maar daarin zal spoedig verandering komen. I, na drie Jaar gebleken, dat de immigranten hun werk goed verrichten, dan wordt de ontginningsvergunning omgezet ln een acte van inlandsen bedtsrecht. De be» bouwde gronden liggen ten oosten van den weg, waarlangs men ook per auto de ontginning kan bereiken. Aan den anderen kant liggen de erven, dle nog nlet gereed rijn. Er wordt nog druk gekapt en gebrand, maar toch staan er al enkele geraamten van hulzen en de „sociëteit", een klein open gebouwtje, l» reed» feestelijk Ingewijd.
Behalve de IQuangaseirier» en ds reed» tevoren aanwedgs Immigranten djn er nog anderen, dis geholpen moeten worden: de bedtdoozs Heden uit ds overbevolkte «treken. Hit Glanja, sn Tabanan kwamen vele aan» vragen binnen, maar ds nood l, hooger ge» stegen ln het dorre Noesa Penlda «n du» heeft dit den voorrang gevegen. Voor ds immigranten ult dit eiland i» een langs «mail» strook van 3000 HJ. gereserveerd. Een ved grooter gebied dan de belde andere transmlgratlegeUeden. dle decht» 300—400 ha. beslaan, -naar ds grond l» bier minder vruchtbaar, zoodat nlet meer dan duizend gezinnen of «00 delen hierheen overgeplant kunnen «orden. Eén gedn heeft hier du» 3 ha. noodig. ter-vyl in Badlngkajoe Asahdoeren 1 ha. per gedn voldoende wórdt geacht. De bedoeling is, dat In 1936 250 menschen uit No«»a Penlda naar Djembrana «allen komen om ln het bedoelde .«bied vijf kolonl» «aUsjM-lsn te n-nnon. als meetrekke» dn». waaromheen den dan de later komenden zullen kunnen groepeeren. Te voren komen nog 30 mannen om met het boschbouwpersoned de Juiste grenzen van het te ontginnen gebied te bepalen, Zoodoende wordt een kern van goeds terrelnkenner» gevormd, terwijl teven» het gevaar wórdt vermeden, dat uit onkunde de ravijnhellingen ontboscht worden. Om ds ko»-. ten van den eersten tijd te dekken, 1» een fond» gedicht, waaruit den transmigranten steun ln natura verleend wordt.
Natuurlijk l» bet ln Djembrana beschikbare terrein beperkt. De overbevolkte en arme streken zullen er niet afdoende door ontlast kunnen worden. Dlt Noesa Penlda zullen bijv. nlet 5000, maar 7000 lieden moeten emigreeren wil' het eiland genoeg grond voor zljn bewoner» bieden. Er l» echter nog de mogelijkheid, en stellig de wenachdljkheid, dat een uitgestrekt «tuk land aan het ontginningsterrein toegevoegd kan worden.
In het weden van Djembrana ligt namelijk het land TJandlkoesoema. 15,000 hui. groot, dus geschikt voor de ontvangst van nog talrijke ge» zinnen. Nu wil echter het geval dat een Jaar of 75 geleden een inheemsen vorst dlt land geschonken heeft aan een paar Europeanen, met het gevolg dat de beruchte «TJandlkoesoemakwestie" ontstond, dle ten gevolge bedt gehad, dat nu nog duizenden h-a. goede grond ongebruikt blijven liggen. Moge hieraan thans ten langen leste een eind komen, zoodat de voortzetting van de ontginning ook over dit «trulkd» blok zal kunnen heenstappen.
 
 

Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen